Wim Broeckx: Papageno is de kroon op mijn carrière

Danser Wim Broeckx (Antwerpen, 1961) noemt zichzelf op bescheiden toon een beweger met karakter. Met de Kerst brengt hij als eerste solist van Het Nationale Ballet opnieuw zijn bejubelde vertolking van Papageno in de 'Toverfluit' (Wayne Eagling/Toer van Schayk), die in februari van dit jaar zijn werelpremière beleefde. Broeckx over zijn favoriete rol, zijn danscarrière, de dood van Sjef Annink en over al of niet afscheid nemen van het vak.

'Er is een tijd van komen en een tijd van gaan.' Wim Broeckx zegt het zonder een spoor van bitterheid. Als eerste solist van Het Nationale Ballet weet hij te goed dat hij met zijn achtttien dienstjaren tot de oude garde behoort. Van stoppen met dansen wil hij nog niet weten. Wel oriënteert hij zich op een nieuwe functie in het Het Nationale Ballet. Broeckx houdt het erop dat hij balletmeester wordt.

Gelauwerd met prijzen van het Dansersfonds en de Vrienden van Het Nationale Ballet kan hij op een glanzende carrière terugkijken. Al meer dan ruim honderd balletten van het HNB-repertoire heeft hij in zijn tenger gebouwde lichaam (64 kilo) opgeslagen. Met recht noemt hij zich een echte allrounder. De meeste leeftijdgenoten met wie hij het wel en wee van het gezelschap deelde zijn al vertrokken of kampen met hardnekkige blessures. Ook de plotse dood van Sjef Annink deed hem beseffen dat er tussen hem en het gros van zijn mannelijke collega's bij HNB een gapend gat van tien tot vijftien jaar toneelervaring is geslagen.

,,Elke generatie brengt zijn eigen dynamiek en opgevoerde tempo met zich mee, maar soms ben ik wel bang dat dit ten koste gaat van een artistieke kwaliteit.'' Zijn eigen specialiteit noemt hij het invullen van een karakterrol. ,,Dansers moeten het publiek helpen emoties te verwerken. Als ik bijvoorbeeld Romeo dans, moet ik in de zaal een snik horen wanneer ik die dolk in mijn zij steek.''

Broeckx heeft er een zware dag op zitten. Al danste hij de avond tevoren zijn derde Papageno in de 'Toverfluit'-serie, hij begon die ochtend met lesgeven aan de studenten van de Nationale Ballet Academie. Dat hoort immers tot zijn nieuwe taak als coördinator van de contacten tussen het gezelschap en de school, die regelmatig aan HNB-producties deelneemt. Aansluitend aan de middagrepetitie moest een extra repetitie worden ingelast, want er bleken nog veel details te schaven voor de vier verschillende bezettingen. Hij heeft een vrije avond in het vooruitzicht, maar hij zal deze gebruiken om 'Toverfluit' voor het eerst als toeschouwer vanuit de zaal te beleven: ,,Geloof het of niet, maar daar is het nog steeds niet van gekomen.''

Broeckx: ,,Papageno is niet alleen mijn favoriete, maar ook een slopend zware rol. Die brave goedzak is immers een rode draad in de hele productie. Hij is de geleider en tegelijk in alles het tegenwicht van de prins. Is de adellijke Tamino een humorloze charmeur, de volkse Papageno is een charmante clown. Die twee moeten elkaar aanvoelen en opvangen.''

Zoveel kritiek Wayne Eagling en Toer van Schayk over hun 'Toverfluit' in februari van dit jaar te verduren kregen, zoveel lof kreeg Wim Broeckx voor zijn Papageno-vertolking. De rol zou hem als het ware op het lijf geschreven zijn. Broeckx bestaat het om Hans Worst en Woody Woodpecker in zijn timing te verenigen. Aan alle kostbare show om hem heen biedt hij een kostelijk menselijk tegenwicht. Ballet en slapstick worden door hem subliem tegen elkaar uitgespeeld.

,,Papageno is een beetje de kroon op mijn carrière. Ik beschouw mijzelf een geluksvogel, want eigenlijk heb ik van al mijn jaren bij dit gezelschap genoten. Ik heb meer bereikt dan ik durfde hopen. Alle prinselijke rollen heb ik gedaan, maar ook heel veel balletten van de drie huischoreografen, naast het repertoire van Balanchine, Jooss, Ashton, Massine, noem maar op. Alleen de recente aanwinsten van Graham en Redha gingen aan mij voorbij. Omdat ik door mijn ervaring zo goed inzetbaar bleek, heb ik de laatste drie jaar meer gedanst dan ooit. Maar het moment is nu wel gekomen dat die technisch fysieke inspanning niet meer opweegt tegen de artistieke voldoening daarvan.''

,,Al die avondvullende klassiekers ten spijt, een echte danseur noble van het traditionele stempel heb ik me nooit gevoeld. Ik zie mezelf meer als een beweger met karakter. Natuurlijke motoriek, muzikaliteit en partnerwerk, dat zijn mijn sterke kanten, denk ik. Ingewikkelde, hoge sprongen kan ik heus nog wel aan, maar niet met de vereiste scherpte in placering. Een paar jaar geleden ben ik al met het assisteren van de balletmeesters begonnen, via een ballet van Krisztof Pastor. Onlangs trad ik ook tot het bestuur van de Vrienden van het Nationale Ballet toe.''

,,Toen Eagling en Van Schayk een klein jaar geleden aan deze productie begonnen, gaven ze mij ook alle ruimte tot improvisatie en suggesties. Ik baseerde Papageno's gestiek op zwart-wit-comedy-films en cartoons, dus een combinatie van Charlie Chaplin en Tom en Jerry. Ik zie hem als een goedmoedige domoor, zo eentje met een grote mond en een gouden hartje. Al als klein jongetje wilde ik clown in een circus zijn: de melancholie onder een dikke laag grollen verbergen. Het is evident dat ik voor deze rol al mijn expertise kon gebruiken. In dat opzicht heb ik ontzettend veel te danken aan het feit dat ik jarenlang met de drie huischoreografen van HNB kon werken. Zij waren bepalend voor mijn klassieke ballettechniek. Dat geldt met name voor de stijl van Toer, met die opmerkelijke verplaatsing van torso en romp, die weer heel anders is dan de geaarde natuurlijke bewegingen van Hans. Hoewel hun gebruik van de ballettraditie sterk verschilt, hebben ze zeker de artistiek-klassieke kant in mij ontwikkeld. Ik heb nu eenmaal niet het postuur of de uitstraling van een echte danseur noble. Maar aan krachttraining of iets dergelijks heb ik nooit willen doen.''

,,Ik merk steeds vaker dat veel jonge dansers die gevoeligheid voor stijlverschillen ontberen. Dat komt omdat ze niet meer zoveel als ik destijds met de huischoreografen zelf aan de opbouw van een rol kunnen werken. Wat dat betreft viel ik in 1981 met mijn neus in de boter. Over die tijd wordt nu veel geromantiseerd. Het waren zeker gouden jaren, maar voor mijn gevoel was het HNB toen al net over de piek heen. Er is zeker wat veranderd en zo hoort dat ook. Het was absoluut nodig dat er meer aandacht voor techniek kwam, wilde dit gezelschap internationaal meetellen. We kampen nu echter met eenzelfde probleem als alle grote groepen, en dat is het nijpende gebrek aan choreografen. Ik heb in al die jaren zeker hard gewerkt, maar ook het nodige geluk gehad. Ook dát laat deze Papageno-rol zien. Ik houd van zijn aandoenlijke stoerheid en van zijn nature brave inborst. Humor is natuurlijk timing en dat is zoiets prachtigs. Humor kan ook echt bijdragen tot het doorbreken van zware momenten.''

,,Veel mensen vergapen zich in deze productie aan de speciale toneeleffecten, de technische stunts en imposante aankleding. Het is ballet-opera-danstheater-showbizz ineen, de voorstelling sluit daarin nauw aan bij de Van der Ende-shows. Ik vraag me wel eens af of en hoe het grote publiek nog naar ballet kijkt. Weinig mensen zullen beseffen hoe zwaar mijn pas de deux met Papagena is. Dat zijn vier slopende minuten. Na afloop klap ik in de coulissen bijna dubbel. Ook de variatie in het begin is wat je noemt pittig. Ik heb amper tijd om op adem te komen. Zowel in de vijftig minuten vóór de pauze als de zeventig daarna moet ik voortdurend op.''

Bij de reprise voor deze Kerst-serie werd het nodige verbeterd. Zo zijn de drie jongetjes die Tamino en Pamina moeten bijstaan vervangen door drie mannen. Het gevecht met de spin is qua beweging en tempo opgevoerd. Ook de finale, met het gevecht tussen water en vuur werd opnieuw gezet. Ondertussen ontpopte Broeckx zich als een soort allesregelaar achter de schermen. ,,Er is weinig fantasie voor nodig om te begrijpen dat de productieplanning knap ingewikkeld is, nu we met tien geblesseerde dansers en drie zwangere danseressen kampen en vier bezettingen in veertien voorstellingen hebben. Iedereen is enorm aangeslagen van de plotselinge dood van Sjef Annink, daags voor de eerste voorstelling. We konden niet veel anders meer doen dan die voorstelling aan hem opdragen. Hij was een goede collega, stond nog zo aan het begin van een veelbelovende carrière. Aan stoppen met dansen denk ik nog niet en zoiets als een eigen afscheidsvoorstelling wil ik absoluut nooit. Voor mij is veel belangrijker dat je ook als danser van een voorstelling geniet. En vooral daarop wil ik me de volgende jaren richten, met zowel de aankomende als de huidige dansers in dit gezelschap.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden