Wim Boevink / Een voorval

Ik schets u een voorval, zoals dat zich voordeed in een gewone straat in Nederland, zo’n straat zoals u hierboven ziet. Het is een klein voorval, er zijn belangrijker dingen in het leven, maar juist die kleine zaken, die zijn hardnekkig en ze treffen ons het meest.

Geen nieuwe reacties meer

Op de column van Wim Boevink zijn veel reacties binnengekomen. De kritiek van velen is de redactie inmiddels duidelijk. In eigen kring zullen we de vraag of wij hiermee onze grenzen hebben overschreden uiteraard ook verder bespreken. Omdat het modereren veel tijd kost en alle argumenten inmiddels bekend mogen zijn, plaatsen wij nu geen nieuwe bijdragen meer over dit onderwerp.

Hoofdredactie-Trouw

De getroffene in dit geval was een Senegalese man, die zeventien jaar in Nederland woont. Hij heet Ibou. Hij deelt een dochter van dertien met een Nederlandse vrouw, Gemma, met wie hij niet samenwoont.

Van het voorval heeft hij aangifte gedaan.

Op een late avond in september – het was bijna middernacht – was hij in zijn auto met Frans kenteken naar Gemma op weg. Ibou is regelmatig in Parijs: hij is oprichter en bedenker van www.global-Linq.org, een site die mondiaal via muziek en educatie wil bijdragen aan een betere wereld, want Ibou gelooft in het ’positieve in ieder mens’. Daarom organiseert hij komende maand een vrolijke reggae-rally tussen Parijs en Dakar.

Vlakbij het huis van Gemma zag Ibou een auto midden op de rijweg staan. Het linkerportier stond open en de bestuurder sprak met een jongen op een scooter. Ibou passeerde de auto langs de rechterzijde maar zag toen in zijn spiegel hoe de bestuurder achter hem het portier dichttrok en hard achter hem aan reed.

Een paar honderd meter verder en met een opgewonden man vlak op zijn bumper stopte Ibou voor het huis van Gemma. In een oogwenk stond de opgewonden man naast zijn auto. „Wat moet dat met die kut-Franse auto van je, zwarte aap, je haalde me rechts in, wat moet je hier? Ga terug naar je smerige apenland.” De man, zoveel was duidelijk, was dronken. Ibou bewaarde zijn kalmte. Zei tegen de man dat hij zich erg onbeleefd gedroeg. Waarop de man in nog grotere woede ontstak. „Wacht maar, zwarte aap, ik ga je pakken, wacht maar.” Daarop beende hij een paar huizen verderop een voordeur in en drong het tot Ibou door dat hij kennelijk een buurtgenoot was. Ibou belde bij Gemma aan om hulp en ook elders in de straat werd in menig slaapkamer het licht ontstoken.

De dronken man kwam weer naar buiten, liep op Ibou’s auto af en stak een briefje achter de ruitenwisser. Daarop bedacht hij zich, griste het briefje weer weg en frommelde het onder het uiten van de grofste verwensingen in de hand van Ibou. „Ik kom je halen, ik ken de onderwereld hier”, fulmineerde hij. Op het briefje stond wanneer. De volgende ochtend half negen. ’Wie is hier onbeleefd?’ had hij er nog onder geschreven. Toen de inmiddels gealarmeerde politie arriveerde, trok de man zich terug in zijn huis. De agenten namen verklaringen op, ook van getuigen, maar niet van de man want die was niet meer aanspreekbaar. Thuis bij Gemma op de bank vernam Ibou, die als een kind zat te huilen, wie zijn belager was. Die man, zei Gemma, is Ad Verdonk, de broer van Rita.

Misschien moet de minister van integratie weer eens iemand vragen zijn excuus aan te bieden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden