Wim Beeren en het trage geluid van opspattend water

Kunst en wetenschap horen van oudsher bij elkaar. Leonardo's fietsen en vliegwielmachines vallen samen met zijn tekenkunst, aan Rembrandt kunnen wij sinds Ernst van de Wetering niet meer denken zonder röntgenonderzoek en zonder wiskunde had er nooit een gulden snede bestaan. Of neem Icarus, die menselijke vliegengod. Kunst en vliegwerk is het wat hij liet zien toen hij met zijn vleugels van de rots stortte. Anno 1998 is de bijna-uitvinder uit de oudheid niets anders dan een conceptueel kunstenaar en fotograaf Bea de Visser een uitvinder. In het Amsterdamse Trippenhuis maakte Wim Beeren een kleine maar bijzondere tentoonstelling waarin de werelden van kunst en wetenschap elkaar begroeten.

In de inleiding van de catalogus bij de door Wim Beeren ingerichte tentoonstelling 'Sporen van wetenschap in kunst' zoekt de kernfysicus W. H. G. Lewin naar de reden waarom kunst en wetenschap zoveel paralelle trekken vertonen. “Beide proberen”, schrijft hij, “nieuwe concepten bloot te leggen; ze zoeken naar essenties en helderheid. Het doel is een nieuwe opinie, een nieuwe wijze van kijken waar we niet aangewend zijn. Dat is dus nooit 'het warme bed', dat zo vertrouwd is en dus bevestigend werkt, maar altijd 'de koude vloer' die onrust verwekt, maar die heel onthullend kan zijn.”

De koude vloer die onrust verwekt is ook nadrukkelijk voelbaar en terug te vinden in het prachtige zeventiende- eeuwse classicistische grachtenpand aan de Kloveniersburgwal van de Koninklijke Akademie voor Wetenschappen, de KNAW. Daar in het Trippenhuis, waar de KNAW al sinds 1812 gehuisvest is en dat daarvoor bewoond werd door de Amsterdamse handelslieden Hendrik en Louis Trip, heeft Beeren de statige en geleerdheid uitademende vertrekken op een indrukwekkende manier tot decor gemaakt van negen moderne kunstwerken die allemaal knipogen naar en spelen met de onaantastbare wereld van techniek en wetenschap.

Aanleiding tot 'Sporen van wetenschap in de kunst' is het 190-jarig bestaan van de KNAW, die in 1808 door koning Lodewijk Napoleon opgericht werd als het Koninklijk Instituut van Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten. Het jubileum was voor het Akademiebestuur reden om de oud-directeur van Museum Boijmans van Beuningen en het Amsterdamse Stedelijk Museum te vragen een expositie te maken waarin de oude, onder Thorbecke verbroken, band tussen kunst en wetenschap tijdelijk hersteld is of, zoals Beeren het zelf uitdrukt, de 'tijdelijke terugkeer van de verloren zoon in de schoot van de Akademie voor Wetenschappen' laat zien. Beeren: “In de tijd van Lodewijk Napoleon was het ondenkbaar dat de schone kunsten niet bij de wetenschap betrokken werd. Toen Thorbecke kwam, veranderde dat. Het instituut richtte zich helemaal op de bètha wetenschappen en wel zo sterk dat al het andere er uitgelazerd werd. Met het oog op de schone kunsten is toen later, in 1822, de Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten opgericht. In 1870 kreeg deze akademie een bredere opdracht en werd zij overheidsinstelling.”

Juist vanwege die oude band tussen de Rijksakademie voor beeldende kunsten en de KNAW besloot Beeren voor zijn expositie negen kunstenaars uit te nodigen die ook nadrukkelijk met de Rijksakademie verbonden zijn. Het werden de docenten Matt Mullican, Hermann Pitz en Peter Struycken en de (oud-)leerlingen Maura Biava, Roger Cremers, Yvonne Fontijne, Fiona Tan, Bea de Visser en Famke van Wijk. Beeren: “Wat mij het meeste opviel, is de reactie van de wetenschappers hier, toen ik hen vertelde wat er zou komen. Ik vertelde over de beeldprojectie 'Upper and lower part I, II, III' van Yvonne Fontijne en zij waren zeer verrast. Ik vertelde over haar dansers die door een infrarood-camera gefilmd zijn, waarna de camera de signalen doorstuurt naar een computermagazijn, en dat er daar weer beelden gekozen worden die vervolgens naar een grafisch station gaan, waar de uiteindelijke lichaamsvormen worden gemaakt. 'Ooh', hoorde ik ze denken. Dit hadden ze niet verwacht. Gek hè, ik had mijn opdracht zo uitgelegd dat ik begreep dat er in die kunst wel iets aan te tonen moest zijn van sporen van wetenschap. En zij zagen het geheel waarschijnlijk veel meer als een confrontatie tussen kunst en wetenschap. Dus ik had achteraf ook met een paar verschillende geraniums aan kunnen komen. Dan hadden ze die krachten ook kunnen meten.”

“Maar zo heb ik in elk geval mijn opdracht opgevat: Heeft de moderne kunst enige boodschap aan de wetenschap of brengt zij haar eigen boodschap uitsluitend in een eigen autonome taal? Nou, als je goed rondkijkt, zie je dat het niet moeilijk is om in het werk van de kunstenaars een duidelijke relatie te zien tot de wetenschappen die in dit huis beoefend worden. Zoals de filosofie, de theologie, de gedrags- en maatschappijwetenschappen, de biologie, natuurkunde en technische wetenschappen. Maar wel hebben de kunstenaars allemaal zo hun eigen, totaal uiteenlopende, motieven. Struycken bijvoorbeeld werkt in zijn projecties op het plafond van de oude vergaderzaal heel strikt met gegevens die de wetenschap biedt in de vorm van computerprogramma's; die in de reclame overigens al heel lang gebruikt worden. Maar hij maakt er kunst van. En als een uiterste daartegenover staat het werk van Famke van Wijk, die in de binnenhof handen en bazuinen heeft laten uitsteken die samen een groot hemels tafereel oproepen. Dan denk je: 'Ja, wat is dàt nou?' Nou ja, het heeft er toch mee te maken dat de invloed van de filosofie op haar werk heel groot is en dat zij een zeer gelovig mens is en een alerte persoonlijkheid. Heel aardig om dat mee te maken. En zij leest dan, echt als een amateur, hap-snap Augustinus, Bonaventura tot en met Huizinga zonder nou precies te weten wat er nu wetenschappelijk achterhaald is of niet.

Maar zodra haar iets raakt van die mystieke geladenheid, dan spreekt haar dat aan en gaat ze er als kunstenaar mee aan de slag... Ja, ik vond dat er toch echt wel bij horen. Misschien is het op een andere manier dan in de strikt disciplinaire wetenschap gebruikelijk is, maar ik zie dit ook als een poging tot weten en doordringen tot de kern der dingen.''

Wat Beeren ondermeer zo mooi vindt van de door hem gekozen kunstenaars is dat zij vrijwel allemaal nieuwe installaties gemaakt hebben en zich daarbij, in verhouding tot de ruimte die zij ter beschikking gesteld kregen, opvallend bescheiden hebben opgesteld. Het geeft de tentoonstelling een extra dimensie: een ode aan het Trippenhuis.

VERVOLG OP PAGINA 14

Het trage geluid van opspattend water VERVOLG VAN PAGINA 13

We lopen naar de Rembrandtzaal waar ooit, in 1886, 'De Nachtwacht' hing en nu Bea de Visser haar fotoserie 'Deceit' ('Bedrog') heeft opgehangen. Beeren: “Het uitgangspunt van haar groepsportretten refereert naar de schuttersstukken en -portretten uit de Gouden Eeuw. Zij scant haar foto's op de computer en vervolgens brengt zij haar eigen gelaatstrekken onder in de koppen van andere mensen op de foto's die zij heeft gemaakt. Het idee van de identiteitstransplantatie met behulp van digital imaging. Dat leek me inderdaad een nieuwe inbreng in de beeldende kunst. Let wel, het gaat hier niet om een nieuw kunstje, maar om een onherroepelijke vernieuwing in de kunst, waarbij techniek een grote rol speelt. U zou het kunnen vergelijken met de intrede van de olieverf in de schilderkunst. Daarna werden er heel andere schilderijen gemaakt als daarvoor. In die zin vind ik deze serie in de context van deze tentoonstelling heel interessant.”

Via het plafond van Struycken en de dansende animatie van Fontijne in de Bilderdijkzaal, naderen we de bibliotheek waar Matt Mullicans installatie 'Chaos and order' opgesteld staat. Het is een door Beeren 'sociologisch' genoemd werk dat direct refereert naar de wetenschap en de sfeer van de wetenschap. Het werk - een fake-beeld vanzelfsprekend, want geen natuurkundige of socioloog die er iets aan zou kunnen hebben - bestaat uit een aantal op glazen platen aangebrachte 'Bulletin Boards' waarop allerlei alledaagse briefjes en tekeningen zijn aangebacht, en een autonoom glazen beeld dat 'Glass man' heet en de menselijke figuur in stereometrische vormen (bollen met name) heeft geabstraheerd.

Beeren: “Het hele idee van zijn werk met maquettes, posters, performances en gegraveerde glasplaten, met straten en huizen, zo van 'Hier is de kerk, hier zijn de overleden mensen', al die elementen waaruit blijkt dat zij getuigenissen afleggen over het menselijk bestaan, die dingen maken het werk zeer sociografisch. En daarnaast komt ook nog eens het idee van zijn persoonlijke kosmos, waarin alle bewustzijnslagen een plaats krijgen. Het is heel rijk en breed wat hij doet. Neem nou die 'Glass man'. Het is een beeld, maar aan de andere kant zitten er ook weer verschillende bollen in, een voor de kosmos, een van de techniek, van de dromen van de mensheid... Als je het zo ziet, lijkt het zo voor de hand te liggen, maar ik geef het je te doen. Je moet het toch maar verzinnen.”

Een kamer verder. In het verlengde van de bestuurstafel in de bestuurskamer staat een televisietoestel. Eindeloos wordt er een zeventien minuten lang durend filmpje van Fiona Tan herhaald. 'Linnaes' Flower clock' heet het. Al is het het einde van de tentoonstelling niet, je zou er eindeloos naar kunnen blijven kijken. Pianomuziek. En de volgende tekst op een videofilmpje geprojecteerd: I like the notion that life is a story being told, like a child that wishes the same tale told over and over, I repeat in my head my favorite scene...

Dan volgt het geluid van opspattend water. Het geluid van kinderen in het zwembad die een bommetje maken. Het is een duik in diep water. Oude en nieuwe beelden volgen elkaar op. Splatsjjjj... Vorig jaar zag ik bij de sluis bij Enzumazijl hoe een groepje kinderen van twintig meter hoog naar beneden het water insprong. Dat geluid. Beeren moet het filmpje wel twintig keer gezien hebben, maar zit weer op het puntje van zijn stoel. Splatsjjj...

Beeren: “Het filmpje is een compilatie van oude filmbeelden die Tan vond in het Filmmuseum, een opname van een reis naar Australië, waar zij vroeger gewoond heeft en iedere dag zichzelf voor de camera heeft gesteld en een opname van een weg met bomen, een soort laantje van Middelharnis waarbij het lijkt alsof de tijd voorbijschiet.” Terwijl de video doorloopt: “Het is een stukje in de computer wat steeds gerepeteerd wordt en wat de indruk geeft van de werking van het geheugen in verhouding tot de voortgang van de tijd.”

Als het geluid van de duik in het water terugkeert, fluistert Beeren: “Dat geluid is zo indrukwekkend. Wat ik ook zo fascinerend vind is die korte stilte tussen het moment dat de zwemster het water raakt en je als toeschouwer de plons hoort. Het is maar een fractie...”.

Even later zien we een soepschildpad de zee in kruipen, afgewisseld met een beeld met de simpele woorden 'No time to catch my breath'. Hoe lang zullen zijn sporen in het zand van de kust zichtbaar zijn? Voor wie van raadsels houdt, is 'Sporen van wetenschap' een adembenemende ervaring, vol ideeën, bewegingen en uitgestoken handen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden