Wilt u wifi bij de koffie? Het café als kantoor

Soms wordt iets zo snel alledaags dat je het bijna niet meer waarneemt. Zoals laptoppers in het café. Maar wat zijn het er ineens veel! En wat doen ze allemaal achter die schermen?

We zitten in een belangrijke business meeting", snauwt de man en maakt een wegwuifgebaar. Ik excuseer me, druip af, dacht dat het wel even kon, vragen waarom ze uitgerekend hier hebben afgesproken. We zijn immers in een gewoon café. Enfin, het vijftal rond de tafel vol laptops gaat verder waar het gebleven was. Men gebaart driftig boven de schermen. Er vallen woorden als "35.000 euro" en "klanten van wie je wilt dat ze binnen blijven stromen". Met een geluidloos openvallende mond en een half opgestoken wijsvinger probeert de enige vrouw in het gezelschap mee te doen aan het gesprek. Het lukt niet.

Een typische kantoorscène, maar dan in een café. Het is de normale gang van zaken in De Ysbreeker, zegt Andreas Wolff, eigenaar van het Amsterdamse etablissement. Achter die laptopschermen op zijn tafels werken schrijvers aan hun roman, puzzelen scenaristen aan een film en houden pittige zakenmensen, jawel, business meetings. "Dat jij hier nog met pen en papier zit, is eigenlijk heel ouderwets", grapt hij. Vijf jaar geleden besloot Wolff de buiten-de-deur-werker in zijn Amsterdamse café meer op zijn wenken te bedienen. Er kwam een veelvoud aan stopcontacten, een leestafel vol nationale en internationale kranten en gratis wifi. Dat wierp zijn vruchten af: twee jaar terug riep magazine Intermediair De Ysbreeker uit tot beste werkcafé van Nederland.

Maar hoe concentreer je je in een ruimte met op de achtergrond rammelende schotels en kopjes, jengelende peuters en ruziënde partners wier gesprekken zo smeuïg zijn dat je automatisch meeluistert? "Thuis is het veel erger", zegt de 21-jarige student Shaffy Roël. Hij heeft zestien huisgenoten. Hier in De Ysbreeker doet hij zijn oortjes in en kan-ie prima aan het werk.

In het huis van Alexander Tempel (38) is het juist rustig. Op kantoor ook. Maar de communicatieadviseur van een IT-beroepsvereniging kiest er liever niet voor. "Hier word ik creatief van. Elke dag is anders. Soms zit ik ook in de Starbucks of de Pekelharing in de Van Woustraat. Thuis ga ik opruimen, maar hier word ik gedwongen me af te sluiten voor het rumoer en concentreer ik me beter."

Het zijn uitspraken die docent en onderzoeker Marjette Slijkhuis van de Hanzehogeschool vast vaker heeft gehoord bij haar respondenten. samen met collega's doet ze onderzoek naar werkgedrag, met concentratiewerk als onderzoeksonderdeel. Waar de een zich het liefst in een geluidsdichte ruimte opsluit om eindelijk dat ingewikkelde essay af te schrijven, heeft de ander juist rumoer om zich heen nodig om op dreef te komen, zegt Slijkhuis. "Mensen hebben verschillende psychologische behoeften die bepalen in welke werkomgeving ze zich goed kunnen concentreren.Heb je behoefte aan autonomie en verbondenheid, dan wil je zelf bepalen waar en wanneer je aan de slag gaat en maak je graag contact met anderen."

Neem Pauline Schilder (32), een andere laptopper in De Ysbreeker en toonbeeld van een koffiehuiswerker. Een paar maanden geleden stopte ze als biologiedocent. Het was niet leuk meer, niet creatief genoeg. Nu werkt ze als beginnend zzp'er aan een aantal projecten: een videoclip voor een singer-songwriter, een lessenserie over sport en een website voor een bedrijf. In het café, want in de stilte van haar kleurrijke, met keramieken potten versierde huis lukt het niet. Dan raakt ze afgeleid.

Soms gebeurt dat ook in een koffiehuisje. Maar die flarden van gesprekken die ze opvangt vindt ze juist interessant; ze brengen haar op ideeën. Zo was er die keer van de "ruziënde alfamannetjes" of de gesprekken van een stel vriendinnen die ze per ongeluk afluisterde.

Ook ik, een andere afleider, prikkel haar brein. "Hoe lang ben je al journalist", vraagt ze. "Hoe werkt dat, zo'n reportage? Kan ik dat ook zomaar doen? Op mensen afstappen en ze interviewen. Het heeft me altijd leuk geleken. Oh, dus met een blog kan het wel?" Ze pent het allemaal neer, brainstormend over een mogelijk volgend project.

Toch is niet elke koffiehuiswerker een ideale koffiehuiswerker. In haar proefschrift schreef Slijkhuis erover. "Ik zie het om me heen gebeuren, studenten worden gestimuleerd ondernemer te worden. Sommigen zullen daar geschikt voor zijn, maar uit mijn promotieonderzoek bleek dat de grootste groep respondenten behoefte had aan structuur. Een kantoorbaan met vaste uren en een vast team dragen bij aan een veilig gevoel. Flexibiliteit werkt voor hen juist averechts." Maar met het groeiende aantal zzp'ers -momenteel ruim 800.000 - en het flexibele 'nieuwe werken' dat bedrijven steeds meer stimuleren, is ze er zeker van dat het aantal koffiehuiswerkers de komende jaren zal toenemen. Of ze er nou geschikt voor zijn of niet. "Een kop koffie is toch goedkoper dan het huren van een kantoor."

Eigenaar Wolff ziet de ontwikkeling gelaten aan. Hij weet dat collega's met kleine cafés erover klagen. Die balen van laptoppers die urenlang een tafeltje bezet houden en maar één kop koffie drinken. Hij heeft daar minder last van. Ja, twee maanden terug waren er 24 laptoppers tegelijkertijd in zijn café. "Dat was idioot veel." Maar extra maatregels om dat tegen te gaan, zullen er niet komen. De Ysbreeker, zo zegt Wolff stellig, kent geen regels. Geen bordjes met: stilte, hier wordt gelezen. Of: hier wordt gewerkt. Er zit geen max aan het aantal computerschermen en tegen alle wijze raad van anderen in vertikt hij het om zijn wifi te beschermen met een wachtwoord. "Nederland is doorspekt met regelgeving en betutteling. Daar doen wij niet aan mee."

Dan verklapt hij dat er gisteren is vergaderd. Over die populaire vierpersoonstafels bij het raam met uitzicht op de Amstel. "Een groepje hardlopers dat hier elke ochtend rond negen uur een kopje koffie komt doen, klaagde over die vier tafels die altijd bezet zijn. Niet door groepjes of duo's, maar door één laptopper die op zijn schermpje tuurt en niet eens om het uitzicht maalt." Hij kijkt naar zijn handen, zucht en zegt: "Tja, daar gaan we misschien toch wel iets aan doen."

'Thuis ga ik thee zetten of de afwasmachine uitruimen'

Michiel Boekhout (30), promovendus bij het Nederlands Kankerinstituut

Op 14 mei moet zijn proefschrift op het bureau liggen van zijn begeleider. Een kleine anderhalve maand later emigreert Michiel Boekhout samen met zijn vriendin naar New York. Allebei hebben ze daar een postdoc-positie weten te bemachtigen. Hij bij een kankerinstituut en zij bij de New York University. De universiteit gaat al voor ze op zoek naar woonruimte in New York en zelf zijn ze druk bezig met het aanvragen van een visum. Als alles goed gaat, komt hij in september terug om zijn proefschrift te verdedigen. Maar zover is het nog niet. In de Utrechtse Coffeecompany schaaft hij aan het laatste hoofdstuk van zijn proefschrift over celdeling. "Ik kijk specifiek naar de eiwitafbraak van cellen tijdens een kerndeling." Kan hij zich wel concentreren in een rumoerig koffiehuis? "Juist!", zegt Michiel. "Thuis zou ik in theorie prima kunnen doorwerken. Mijn vriendin is overdag toch niet thuis. Maar dan ga ik thee zetten, de was doen of de afwasmachine uitruimen."

Op het Nederlands Kankerinstituut werken is ook geen optie meer. Dan gaat hij proefjes doen of met collega's babbelen. En er speelt nog iets mee: "Mijn aio-contract is inmiddels afgelopen, dus de reizen naar Amsterdam moet ik nu zelf bekostigen. Dan blijf ik toch liever in Utrecht."

Kim Zonneveld (25), freelancer in de culturele sector

'Ik werk het best als mensen om me heen gezellig doen'

"Als ik buiten de deur ga werken, in een koffiehuis bijvoorbeeld, roep ik weleens: 'Ik ga de wereld in'." De 25-jarige Kim Zonneveld kan beter werken als ze mensen om zich heen heeft, zoals hier in De Ysbreeker in Amsterdam. En dan het liefst mensen die gezellig aan het doen zijn. "Dan heb ik zelf niet zo het gevoel dat ik aan het werk ben."

En van al dat gebabbel om zich heen, wordt haar brein ook nog eens op een creatieve manier geprikkeld, zegt Kim. "Laatst zat ik bijvoorbeeld tegenover een moeder en haar dochter. Het meisje was ondeugend, rende door het koffiehuis en stribbelde tegen als haar moeder haar op de stoel zette. Het klinkt misschien raar, maar dat heeft dan een heel andere invloed op mijn hoofd dan wanneer ik in een stille kantooromgeving zou zitten. Als er van alles gebeurt, ga je dingen ook anders doen."

Momenteel is de afgestudeerde theaterwetenschapper als freelancer bezig met drie verschillende projecten: een programma in het Amsterdamse debatcentrum De Nieuwe Liefde over schrijfster Ayn Rand, een eigen kindervoorstelling over de dood en ze werkt bij het project WijkSafari Bijlmer, een initiatief van theatermaker Adelheid Roosen.

Maaike Chanowski (36), ondernemer, heeft drie bedrijven

'Fijn om het idee te hebben dat ik naar mijn werk ga'

Toen Maaike Chanowski een jaar of 20 was, studeerde ze klassieke zang. Uiteindelijk werd ze juridisch manager op de afdeling van een groot bedrijf. "Ik werd elke keer weer teruggetrokken naar zekerheid. Vrienden om me heen kregen een baan, kochten een huis. Rechten studeren voelde gewoon zekerder."

Pas een half jaar geleden durfde ze haar creatieve kant vrij spel te geven. Ze werd freelancer, zette drie bedrijven op, waarvan twee gericht op interieurdesign. "Maar mijn juridisch adviesbureau blijft mijn voornaamste bron van inkomen." Daar doet ze nu de boekhouding van. In een koffiehuis, want "ik vind het zo fijn om op te staan en het idee te hebben dat ik naar mijn werk ga. Dat 'werk' ergens anders is dan 'thuis'."

Vorig jaar stopte ze met haar vaste baan. Aan het freelancen moet ze nog een beetje wennen. Ze zit nu in De Ysbreeker in Amsterdam, maar wisselt regelmatig van koffiehuis, werkt soms thuis en overweegt een kantoor te huren. Natuurlijk is het allemaal best spannend, zegt Maaike. "Maar dat is juist leuk. Die drang naar zekerheid is niet helemaal weg. Soms denk ik: het is toch wel fijn om elke maand geld op je rekening gestort te krijgen. Maar ik vind nu andere dingen belangrijker."

undefined

Verlichting dankzij het koffiehuis

Het koffiehuis is de essentie van de Europese beschaving, meent cultuurfilosoof George Steiner, een Amerikaan van Europese afkomst. Hij doelt dan op de koffiehuiscultuur die met name in Wenen en Boedapest tot bloei kwam in de 19de eeuw. Hier ontmoetten schrijvers, filosofen, kunstenaars en wetenschappers elkaar. Pieter Steinz wijdt in zijn onvolprezen boek 'Made in Europe' een hoofdstuk aan het fenomeen. Hij schrijft dat de koffiehuiscultuur teruggaat tot de 17de eeuw. Tot die tijd werd in kroegen bier gedronken en dat was niet bevorderlijk voor het intellectuele debat. Koffie werd de upper waarop grote geesten van de Verlichting de hele dag alert bleven. Voltaire dronk in zijn Parijse koffiehuis zeker veertig kopjes per dag. In Londen waren rond 1750 wel vijfhonderd koffiehuizen - die voorlopers zouden blijken te zijn van krantenredacties, de Londense beurs en scheepsverzekeraar Lloyds.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden