Review

WILLIAM BLAKE, DE ACHTERDOCHTIGE ZIENER

Peter Ackroyd, Blake, Uitg. Sinclair-Stevenson, KK 15 blz, ¿ 63,-.

Hoe Blake op zo'n sjieke gelegenheid terechtkwam is ietwat raadselachtig want de in onze tijd fameuze kunstenaar was in die laatste jaren van zijn leven danig in vergetelheid en financiële nood geraakt en had daartoe zelf niet weinig bijgedragen door zijn omgeving van zich te vervreemden. Hij verkeerde bovendien meer dan ooit in een soort geestelijke exaltatie waarmee etentjes bij de locale jetset zich in het algemeen slecht verdragen.

William Blake wordt in onze tijd als een van de grootste kunstenaars van de achttiende eeuw en de vroege romantiek beschouwd en bovendien als een profetische geest die zijn weerga nauwelijks kent, maar zijn leven is ook een symbool van verguizing en vergetelheid. De man was in een groot aantal opzichten zijn tijd ver vooruit; zijn tijdgenoten begrepen eigenlijk nauwelijks wat hij hun allemaal te vertellen en uit te beelden had en zijn leven is het schoolvoorbeeld van een miskend genie. En van die miskenning was Blake zich maar al te goed bewust.

Ook nu valt het nog niet mee om Blake's genie naar waarde te schatten en ik moet eerlijk bekennen dat een groot deel van zijn werken, met name de laatste grote profetische gedichten, zoals 'The Four Zoas' en 'Milton' ook na dappere pogingen om er doorheen te komen grotendeels een gesloten boek voor mij zijn gebleven. Zelfs met zijn veel toegankelijker gravures en schilderijen kun je het op het eerste gezicht moeilijk hebben. De overmaat aan pathetisch gebarende oude mannen met wapperende baarden, die vooral aan oudtestamentische profeten en Angelsaksische druïden doen denken, laten gauw een soort cliché-indruk na. En om precies te zijn heeft William Blake tot in onze tijd altijd een moeizame pers gehad bij rationele en 'verlichte' critici.

Persoonlijk associeer ik Blake's onnavolgbare mystiek in zijn teksten en de mythologische figuren in zijn schilderkunst vooral met de jaren zestig, toen hippies en zoekers naar andere en esoterische wijsheid de oude artistieke profeet herontdekten, denkelijk zonder zijn werken helemaal te doorgronden, en zijn iconografie voor eigen gebruik aanwendden. Er zijn heel wat cultboeken uit die tijd, zoals 'De verzinsels van Vader Wapper' die direct terugverwijzen naar het werk van Blake.

Misschien werd het dan ook tijd, ten einde 'vooroordelen' als de mijne omtrent de 'sixties'-reputatie van Blake uit de weg te ruimen dan wel te bevestigen, voor een zakelijke biografie, zoals die zojuist van de hand van Peter Ackroyd verscheen. Eerder schreef Ackroyd biografieën over Dickens en Eliot, wel heel andere figuren dan de in zekere zin ongrijpbare Blake, wiens leven zo vol metafysische vergezichten en visioenen zat, dat het alleen daarom al vrijwel onmogelijk moet zijn voor een niet volstrekt empathisch biograaf om zijn onderwerp te volgen.

Het frappante vind ik dan ook dat Ackroyd nergens, ook niet als slotwoord, tot een soort samenvatting neigt, een conclusie omtrent Blake's karakter en genius, maar het grotendeels aan de lezer overlaat iets omtrent zijn hoofdpersoon te besluiten. Een eigenlijk wel sympathieke biografische methode. Zo wordt het mij uit de verhalen onverbiddelijk duidelijk dat Blake, bij al zijn miskende genie, vaak ook een onmogelijke man moet zijn geweest, met aanvallen van paranoia en steeds maar denkend dat anderen hem zijn genie misgunden en hem dwarsboomden, terwijl ze hem waarschijnlijk voornamelijk niet begrepen en veeleer bemedelijdden. Maar zulke gevolgtrekkingen kom je bij Ackroyd nergens expliciet tegen; het lijkt of hij bang is zijn hoofdpersoon opnieuw voor het hoofd te stoten.

William Blake is als groot dichter en even groot grafisch kunstenaar het ongeëvenaarde voorbeeld van een dubbeltalent. Bovendien is hij er als geen ander in geslaagd zijn twee begaafdheden te combineren en kunst te scheppen waarin tekenkunst, schrift en taal onlosmakelijk verbonden zijn. Toch kun je, geloof ik zeggen dat zijn kunstzinnig genie in de kern teruggaat op zijn ongemene visuele vermogen. Zelfs in de meest ondoordringbare mystiek en symbolische mythologie van zijn grote epische gedichten zijn het de plastische passages die de zwoegende lezer aan de gang houden.

William Blake was graveur van beroep. Zijn vader, een Londense kousenmaker die in religieus opzicht tot de Dissenters behoorde, deed het begaafde jongetje (dat overigens al als vijfjarige visioenen zou hebben gehad, maar helemaal zeker weten we het niet want Blake was een onverbeterlijk fabulator) bij een ervaren maar ouderwetse graveur in de leer, waar hij vooral de techniek onder de knie kreeg. Later bezocht hij ook nog de officiële kunstopleiding, waarover Sir Joshua Reynolds de scepter zwaaide, voor Blake een oude pruik die hij hartgrondig leerde verachten.

Blake kreeg er een degelijke opleiding in het neerzetten van tempels, ruines en heroën, die men in zijn latere kunst zeker terugvindt (veel van zijn werk lijkt immers technisch, zij het niet mentaal, herleidbaar tot historiestukken), maar vooral leerde hij er het werk kennen van schilders en graveurs die hem zijn levenlang zouden beïnvloeden: Dürer en Rafaël.

Iedereen die Blake's beeldende werk kent, moet het wel opvallen dat het zich vrijwel uitsluitend afspeelt rondom de menselijke figuur en dat de natuur er nauwelijks een rol in speelt. Hij heeft ook nooit landschappen willen tekenen en beschouwde de zichtbare natuur nota bene als een misleidende manifestatie van de duivel - zijn eigen vergezichten waren van spirituele aard. Vérzoekers hebben in die afkeer van het landschap iets van zijn vermeende vrouwenhaat bevestigd willen zien want landschappen werden algemeen geassocieerd met het vrouwenlichaam. Ook dieren gingen hem slecht af; vooral zijn draken en monsters zijn ridicuul en de tijger die hij bij zijn fameuze gedicht 'The Tyger' afbeeldde lijkt vooral op een speelgoedbeest.

Landschappen waren hem denkelijk te diffuus. Zijn werk is, bij alle mystieke bedoelingen, van de klare lijn. Hij had een hekel aan olieverf met haar neiging tot vaagheid, en vervolgens ook aan schilders als Rubens ('babykots') en Rembrandt ('smeersels'). Verder was William Blake, met al zijn geestelijke landschappen, een typische citydweller, een kind van Londen, waar hij geboren werd, stierf en met een ongelukkig intermezzo van drie jaar ook zijn hele leven doorbracht.

Tegelijkertijd was hij zeker iemand die over de grenzen van zijn tijd heenkeek. Terwijl om hem heen de industriële revolutie langzaam gestalte kreeg (hijzelf woonde vlakbij een van de eerste fabrieken in Londen), bespeurde hij al welke misstanden eruit zouden voortvloeien. Zijn leven lang zouden industrialisering, verkeerd toegepaste wetenschap, rationalisme en massaproduktie op zijn lijstje van grote boosdoeners staan. In zijn ogen kwamen al deze 'delicten' voort uit de onderdrukte seksualiteit van de mens - geen wonder dat sommigen hem voor een proto-Freudiaan hebben gehouden. Hoewel hij een harmonieus maar kinderloos huwelijk had met Catherine Boucher en op geen misstap betrapt werd, was hij in zijn gedachten zeker libertijns georiënteerd. Sommige uitgesproken erotische illustraties bij zijn werk, waarin ook zaken als groepsseks en homoseksualiteit op het programma staan, bewijzen dat.

Daarover hoorden wij op de middelbare school natuurlijk niets. Wel lazen wij er braaf zijn vroege gedichten, zoals 'The Chimney Sweeper', over de ongelukkige schoorsteenvegertjes die dromen dat ze op wolken ten hemel varen, terwijl ze in de werkelijkheid met hun bezems aan de slag moeten. Geen sociaal-realistische aanklacht; voor Blake telde de naakte realiteit niet, hij zag daardoorheen heerlijker visioenen.

Wellicht zijn beroemdste gedicht is 'The Tyger':

Tyger Tyger, burning bright; In the forest of the night; What immortal hand or eye, Could frame thy fearful symmetry?

Een klassieke prooi voor tekstexegeten, die er vooral een ode aan de wilde energie en het enthousiasme van de vrije mens in hebben gezien. Peter Ackroyd geeft er trouwens een andere duiding aan en verklaart 'The Tyger' als een gedicht over de creativiteit, waarin Blake ook zijn eigen schepping van deze tijger als het ware bezingt.

Dit zijn gedichten van een betrekkelijke eenvoud, in zijn latere werk werden Blake's geestelijke vergezichten steeds immenser, hij schiep zijn eigen mythologie en kosmos, vol terugkerende personages zoals Los, die staat voor de muzische inspiratie en vaak als een soort alter ego van Blake zelf optreedt. 'The Four Zoas' wordt bevolkt door aan klassieke goden herinnerende allegorieën die de verschillende mentale staten van de mens verbeelden.

Met dat latere werk raakte Blake steeds verder verwijderd van de romantische praktijken van zijn tijd; het heeft er ook alle schijn van dat hij zijn vrienden van zich vervreemdde.

Een cruciale passage in zijn leven is het oponthoud van drie jaar op het platteland, in het plaatsje Felpham. Hij was daar als graveur in dienst van een zeker Hayley, wiens middelmatige werk hij moest illustreren. Hoewel Hayley in zekere zin een ideale werkgever was, meende Blake dat de man jaloers was op zijn grotere talent. Tenslotte vertroebelde zijn achterdocht de relatie zodanig dat hij na drie jaar naar Londen terugkeerde. 'Thy Friendship oft has made my heart to ake / Do be my Enemy for friendships sake', schreef hij in een van zijn vriendelijker epigrammen over Hayley. Vooral 'The Four Zoas', een werk dat hem volgens eigen zeggen gedicteerd was, is in sterke mate door de Felpham-episode geïnspireerd.

Ook tegenover volgende opdrachtgevers voelde Blake zich vrijwel steeds achtervolgd en gefrustreerd door hun vermeende jaloezie. Van de weeromstuit trok hij zich steeds verder terug in zijn geestelijke wereld, zodat de buitenwereld hem langzamerhand voor zonderling ging houden. Een merkwaardige vorm van zelfbewustzijn lijkt hem voor volledige manie te hebben behoed. Enerzijds was hij overtuigd van zijn eigen talenten, anderzijds geloofde hij vast in de geldigheid en echtheid van zijn visioenen. In het licht van zijn spirituele wereld kon de verguizing door zijn tijdgenoten hem eigenlijk niet deren. Het vervelende miskende genie, dat hij in het dagelijks leven was, sublimeerde zichzelf in een wereld waar zijn eigen kleinzieligheid niet telde. Voor hem waren tijd en stoffelijkheid niet meer dan corrupte aspecten van eeuwigheid.

Wie, zoals ik, problemen heeft om zijn grote epische gedichten te verstaan (eerlijk gezegd kost het mij al moeite om de tekstuitleggingen van een gedicht als 'Milton', een visioen over de ideale mens, te volgen) rest nog altijd de visuele Blake. Zijn meeste grote werken zijn versmeltingen van beeldende en dichterlijke kunst. Tegelijk met de prenten graveerde hij ook de teksten, die overigens omgekeerd afgedrukt werden zodat Blake een grote vaardigheid in het in spiegelbeeld schrijven ontwikkelde. Wie alleen een teksteditie van zijn gedichten onder ogen krijgt mist de helft. Nog meer dan zijn teksten geven al die emblemen en figuurtjes een indruk van wat Blake nu eigenlijk aanschouwde.

Voor de ware verzamelaar heeft zijn werkmethode een extra bijzonderheid. Alle originele exemplaren van de boeken, die hij zelf zette, zijn anders. Vooral de kleuren die na het graveren werden aangebracht, verschillen vaak grondig, maar ook illustraties en teksten ontlopen elkaar nogal eens. Ieder exemplaar is daardoor individueel en persoonlijk, Blake's eigen verzet tegen de massaproduktie die in zijn tijd juist ontdekt werd.

Voor wie de spierenbundels van al die hiëratische en formele figuurtjes in Blake's werk wat te veel worden zijn er de meer groteske afbeeldingen, bijvoorbeeld 'The Ghost of a Flea', een monsterlijke vlo-mens die zijn begerige tong uitsteekt naar een schaal met bloed. Hier nadert Blake even de nachtmerrie-romantiek van zijn tijdgenoten, met wier werk hij verder weinig gemeen had. De diffuse landschappen Turner, de natuur-romantiek van Wordsworth, Keats en Shelley waren aan hem niet besteed - en zijn eigen werk niet aan hen trouwens. Bij zijn dood in 1827 was hij totaal vergeten. Pas collega dubbeltalent Dante Gabriel Rossetti ontdekte hem weer en de echte opleving begon pas in onze eeuw, door de aandacht die de dichters T.S. Eliot en Yeats voor William Blake vroegen.

Dat hij in onze jaren zestig grootvader van de alternatieve levensbeschouwing en de geestverruiming werd is geen toeval voor een dichter die de industrie als satanswerk beschouwde en de eigen verbeelding als de enige ware bron:

My Streets are my, Ideas of Imagination. Awake Albion, awake! and let us awake up together. My houses are Thoughts: my Inhabitants; Affections, The children of my thoughts.'

De meeste biografen zijn erop uit raadsels rond hun hoofdpersoon op te lossen; in het geval van Blake lijkt dat een onmogelijke opgave. Het mysterie van een man die in het dagelijks leven tegelijkertijd querulant kon zijn en over zijn eigen horizon heenschouwen, behoort misschien nooit helemaal verklaard te worden. Ackroyd draagt wel materiaal bij tot meer begrip maar weigert pertinent tot een slotsom te komen. Het raadsel wordt zo eigenlijk alleen maar vergroot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden