Willem Kolff 1911-2009

(FOTO ANP)

Eerst vond Willem Kolff de kunstnier uit. Meteen daarna ontwikkelde hij de hart-longmachine. Maar een Nobelprijs? Die kreeg hij nooit.

Nauwelijks een half jaar na de bevrijding, op 11 september 1945, redde Willem Kolff een eerste leven met zijn zelfgebouwde kunstnier.

De 67-jarige Sofia Maria Schafstadt, lijkbleek en op sterven na dood, bloeide snel op. Aan de kunstnier (nu: ’dialyseapparaat’), danken ontelbare patiënten hun leven.

Kolff kon spannend over zijn uitvinding vertellen. Openhartig ook. Zo bekende hij in 1999 in Trouw dat hij liever iemand anders had gered, want mevrouw Schafstadt koesterde nazistische sympathieën. „Maar als arts moet je vriend en vijand behandelen”, verzuchtte hij.

De vermaarde uitvinder, geboren in Leiden als zoon van een tbc-arts, bedenkt het concept van de kunstnier in 1939. De jonge arts heeft toen net meegemaakt hoe een 22-jarige boerenzoon ten onder is gegaan aan een chronische nierontsteking. Met een methode om het bloed te zuiveren had deze patiënt nog een leven voor de boeg gehad.

En dus gaat Kolff aan de slag. Eerst in Groningen, maar daar pleegt zijn begeleider, de joodse hoogleraar Daniëls, zelfmoord na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Kolff weigert onder diens nationaal-socialistische opvolger te werken. Hij vertrekt daarom naar het stadsziekenhuis van Kampen. Daar krijgt hij voldoende geld en ruimte om zijn wilde plan uit te voeren, mede doordat hij alle raadsleden thuis opzoekt.

Uiteindelijk knutselt Kolff zijn apparaat in elkaar met allerlei bijeengescharrelde onderdelen: een waterbak van de plaatselijke potten- en pannenfabriek; een waterpomp van de Ford-dealer; een aluminium trommel uit een neergeschoten Duitse bommenwerper; en het cellofaan waar slagers worst in draaiden.

Al tijdens de oorlog, in 1943 en 1944, test hij zijn vinding bij patiënten. De eerste vijftien overlijden, de zestiende blijft in leven maar schiet niets met de kunstnier op. Elk keer leert Kolff iets bij. De zeventiende poging levert eeuwige roem op.

In 1946 promoveert hij in Groningen op zijn uitvinding. Vrijwel direct daarna stort hij zich op zijn volgende project: de ontwikkeling van een hart-longmachine. Die moet het mogelijk maken om hartoperaties uit te voeren. Maar lang houdt Kolff het in Nederland niet meer uit. Hij krijgt te weinig geld voor onderzoek, vindt hij. En dus emigreert hij in 1950 met zijn hele gezin –vrouw en vijf kinderen– naar de VS.

Daar brengt hij al in 1956 zijn eerste hart-longmachine op de markt. Nog datzelfde jaar komt hij met het eerste kunsthart, op batterijen. Hij implanteert het bij een hond. Die blijft er 90 uur mee in leven.

In de jaren die volgen probeert Kolff het hart verder te perfectioneren in het beroemde lab voor kunstmatige organen dat hij aan de universiteit van Utah opzet. Dat blijkt een lastige klus. Het duurt tot 1982 voordat de eerste mens, Barney Clark, een rechtstreekse opvolger van het ’hondenhart’ krijgt ingebracht. Met dit nieuwe model, de Jarvik-7, weet de 61-jarige tandarts 112 dagen te overleven.

Vanwege zijn revolutionaire bijdragen aan de geneeskunde geldt Kolff als een van de grootste medische uitvinders van de twintigste eeuw. Hij is vier keer voorgedragen voor een Nobelprijs, maar heeft die vreemd genoeg nooit ontvangen. Wel zijn hem dertien eredoctoraten en 127 onderscheidingen over de hele wereld toegekend.

Kolff komt nog af en toe naar Nederland. Bijvoorbeeld in 1999, als hij campagne voert om het oude monumentale ziekenhuis van Kampen voor sloop te behoeden. „Ik ga weer alle raadsleden bezoeken, precies zoals ik dat heb gedaan toen ik in Kampen werd benoemd als internist”, zegt hij in Trouw. „Hopelijk heb ik opnieuw succes.”

En zowaar: het ziekenhuis is inmiddels gerenoveerd. Er zit nu een verzorgingshuis in. Kolffs oude werkkamer is sinds november 2008 ingericht als museum, gewijd aan zijn ingenieuze vondsten.

De doorgaans onvermoeibare pionier blijft werken tot 2006, het jaar waarin zijn vrouw Janke overlijdt. Kolff is dan 95. In oktober wordt hij diep getroffen door de dood van zijn vroegere assistent Jacobus van Noordwijk, met wie hij in de oorlogsjaren samenwerkte aan de kunstnier. Aanvankelijk weigert Kolff de dood van zijn vriend te accepteren. Pas kortgeleden wil hij de werkelijkheid onder ogen zien. Tegen zijn dochter zegt hij dan: „Nu ben ik hier te lang.” Twee weken later is hij dood. Ouderdom, heet het officieel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden