Willem Dreesplantsoen moet worden herdoopt in Poncke Princenplantsoen

De auteur is journalist en publicist.

De analogie met de zaak Poncke Princen is opmerkelijk. Willy Brandt werd echter bondskanselier en Princen een martelaar van Nederlands onvermogen om met zijn koloniale verleden af te rekenen.

Het is onvoorstelbaar dat de VVD als partij van vrijheid en democratie valt over een paar tamelijk milde en verzoenende uitspraken die Princen, let wel, in de republiek Indonesia deed. Deze partij leeft kennelijk nog zo in het verleden dat de soevereiniteitsoverdracht van Nederlands Indië haar totaal is ontgaan. Ook de parlementaire goedkeuring van de Grondwet met de daarin rotsvast verankerde vrijheid van meningsuiting lijken de liberalen te hebben vergeten.

De houding van het CDA is helemaal opmerkelijk. Christus is voor christenen de vlees en bloed geworden vergeving; Vader vergeef ons onze schulden gelijk wij ook anderen hun schulden vergeven. In de zaak-Princen betoont het CDA zich de meest haatdragende partij, waarvoor ook na vijftig jaar geen vergeving mogelijk is. Zij die in een bordeel op zoek gaan naar ware liefde, zijn net zo verdwaald als CDA-leden die bij deze partij op zoek zijn naar iets christelijks.

Om een juist oordeel te vellen over het gedrag van Princen, vijftig jaar later en na alle emotionele reacties daarop, dient men zich terdege in te leven in de toenmalige situatie. Nederlandse solaten werd verteld dat zij in een politionele actie tegen een groepje collaborateurs met de Jappen vochten, terwijl ze in werkelijkheid tegenover vrijwel het hele Indonesische volk stonden, dat voor zijn vrijheid vocht.

Zoals bij vrijwel iedere revolutie werden daarbij door de Indonesiërs op grote schaal wreedheden begaan. Nederlandse soldaten hebben dat maar al te vaak weten te voorkomen. Een uiterst verwarrende en traumatiserende situatie. Ervaringen van Indiëgangers verschillen dan ook buitengewoon sterk, afhankelijk van de plaats waar ze waren ingezet.

Vietnam-veteranen hebben in het algemeen veel diepere trauma's opgelopen dan Amerikaanse veteranen uit de Tweede wereldoorlog, terwijl die vaak nog harder hebben gevochten. Dat kwam doordat laatstgenoemde categorie met liefde en begrip opgevangen werd door de eigen bevolking, terwijl het Amerikaanse optreden in Vietnam tot scherpe tegenstellingen leidde in de Amerikaanse samenleving.

Het feit dat het overlopen van een eenvoudige Nederlandse soldaat vijftig jaar na dato nog steeds tot een enorme politieke rel kan leiden, toont aan dat onze in dit opzicht zo verscheurde samenleving ongeveer de meest vruchtbare voedingsbodem vormt voor het instandhouden van oorlogstrauma's bij de Indië-veteranen. Voor hen is ook nooit enige professionele opvang ter beschikking geweest. Niet zeuren, was het devies bij het leger in die dagen, terwijl nu tientallen psychologen en andere hulpverleners klaar staan om onze uit Joegoslavië teruggekeerde soldaten op te vangen.

Het is jammer dat veel veteranen niet beseffen dat Princen geen moordenaar is, die vanuit zijn leunstoel voor de lol besloot om nu maar eens op zijn kameraden te gaan schieten, maar dat ook hij een getraumatiseerde oorlogveteraan is, die in een onmogelijke positie werd gebracht. Aanvankelijk weigerde Princen dienst te doen in Indië, maar hij werd geboeid per schip naar onze kolonie afgevoerd en vervolgens gedwongen daar te vechten in een vuile oorlog.

De beslissing van Princen om over te lopen vind ik buitengewoon moedig. Zelf zou ik dat echter nooit gedaan hebben. Dit doet echter niets af aan het feit dat noch ik noch enige andere Nederlander het morele recht heeft om kritiek te hebben op hetgeen Princen deed ten tijde van de politionele acties, waarbij wij in een poging om onze koloniale belangen te restaureren, 200 000 (!) Indonesiërs de dood in joegen.

Daarbij dient wel onmiddellijk het volgende aangetekend te worden. Op enkele afschuwelijke excessen na, die helaas in elke oorlog voorkomen, hebben Nederlandse soldaten zich in het algemeen uitstekend gedragen. Ze hebben bovendien enorme offers gebracht, omdat zij maar al te vaak oprecht dachten dat ze als bevrijders zouden worden binnengehaald.

Kritiek op Poncke Princen of op de Indië-vetarenen is daarom volkomen onterecht. Er zijn echter wel degelijk schuldigen aan te wijzen, voor wie ironisch genoeg standbeelden werden opgericht en postzegels uitgegeven. Bestudering van de Netherlands Eastern Forces Intelligence Service (NEFIS), de inlichtingendienst van het KNIL, bevestigde mijn beeld dat het kabinet Beel-Drees wist of in ieder geval had kunnen weten, dat het onze jongens het moeras in stuurde, omdat een terugkeer van de Nederlanders door het overgrote deel van de Indonesische bevolking niet werd gewenst.

De gehele wereldgemeenschap, uitgezonderd België, dat even zijn eigen onafhankelijkheidsstrijd vergat, keerde zich in de Verenigde Naties tegen Nederland. Het is slechts aan het kordate optreden van de Veiligheidsraad te danken geweest, dat Beel en Drees ons niet met een eigen Vietnam hebben opgezadeld.

Ik stel dan ook voor om volgende week, in het bijzijn van Poncke Princen, het Willem Dreesplantsoen in onze hoofdstad om te dopen in 'Poncke Princenplantsoen'. Uit respect voor de enorme offers die een groot aantal misbruikte Indiëgangers, maar al te vaak met de beste bedoelingen, hebben gebracht, stel ik voor om op het straatnaambord slechts te vermelden 'mensenrechtenactivist' en geen 'oorlogsheld'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden