Willekeur bij toekennen uitkering bij onbewijsbare ziekte

Nog steeds krijgen sommige mensen met een onbewijsbare ziekte - zoals het chronisch vermoeidheidssyndroom of een whiplash - wel een WAO-uitkering en anderen niet. De willekeur is gebleven, ondanks een speciale richtlijn voor medische keuringen, die maart vorig jaar in werking trad. Daarom moet die richtlijn een harde wettelijke status krijgen, vinden de patiëntenorganisaties. Daar gaat de Tweede Kamer vandaag om vragen bij staatssecretaris Hoogervorst (sociale zaken).

WYBO ALGRA

AMSTERDAM - Ziek, maar de dokter kan niets vinden. De arts die de keuringen voor de WAO doet, al evenmin. Een lange beroepsprocedure leidt, via het Landelijk instituut sociale verzekeringen (LISV) en de rechtbank, uiteindelijk naar de Centrale raad van beroep (CRvB).

Wie daar eenmaal is aangeland - en dat kan best drie of vier jaar duren - hoeft nergens meer op te rekenen. De CRvB oordeelt in de regel hard. “Louter ziektebeleving is niet genoeg”, zegt vice-president R. Schoemaker. “Een ziekte moet objectiveerbaar zijn, wil iemand in aanmerking komen voor een WAO-uitkering.”

Dit leidt tot grote problemen voor mensen met het chronisch vermoeidheidssyndroom (ME in de volksmond) of een whiplash, maar ook ex-kankerpatiënten die na herstel van hun ziekte lange tijd moe blijven - te moe om te werken.

Speciaal voor deze groep mensen trad op 1 maart vorig jaar een nieuwe LISV-richtlijn in werking. Volgens deze richtlijn zijn harde medische bewijzen niet nodig om een uitkering te krijgen. De keuringsarts moet zich er slechts van overtuigen dat iemand klachten heeft, als gevolg waarvan hij niet meer kan werken.

Eigenlijk niets nieuws, volgens toenmalig staatssecretaris De Grave (sociale zaken). De nieuwe richtlijn legde slechts de bestaande praktijk vast.

Of dat zo is? “De willekeur is in ieder geval gebleven”, stelt Ynske Jansen van de Steungroep ME en arbeidsongeschiktheid vast. Ze schudt de voorbeelden zo uit haar mouw. De verzekeringsarts die een ME-patiënte onlangs nog meedeelde dat ze waarschijnlijk geen enkele aanspraak op een uitkering kon maken en haar toevoegde dat ze 'er toch zo modieus en goedverzorgd uitzag'. De rechter in Assen die bij een beroepszaak precies hetzelfde zei als drie jaar geleden: 'er zit wel verandering in de lucht, maar het is nog niet precies duidelijk welke kant het opgaat'.

“De richtlijn is weliswaar bindend voor de verzekeringsartsen, maar zij gaan er verschillend mee om”, bevestigt een woordvoerster van het LISV, dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de WAO. Dat bleek ook deze zomer uit onderzoek van het College van toezicht sociale verzekeringen (CTSV), dat het LISV controleert. Nog steeds krijgt de ene patiënt wel een uitkering, de andere niet - ook al heeft hij precies dezelfde klachten.

En nog steeds krijgen mensen met ME of andere 'vage' klachten meestal nul op het rekest bij het CRvB, het laatste station in een beroepsprocedure. Maar daarover maakt het LISV zich voorlopig geen zorgen. De rechter heeft nog geen uitspraken gedaan over beroepszaken van na 1 maart 1997, de ingangsdatum van de LISV-richtlijn. “Het is best mogelijk dat straks meer patiënten bij ons in het gelijk worden gesteld”, zegt Schoemaker van de CRvB.

De Steungroep ME en arbeidsongeschiktheid heeft daar geen enkel vertrouwen in. De CRvB heeft, stelt Ynske Jansen, in het verleden al duidelijk gemaakt zich niet gebonden te voelen aan de richtlijn - en formeel valt daar niets tegenin te brengen. De rechter is alleen gebonden aan de wet.

Dan moet de richtlijn stevig in de wet worden verankerd, vinden de patiëntenorganisaties. Maar het LISV en het CTSV zien niets in zo'n wettelijke verankering. Volgens hen lost dat het probleem niet op. Zij mikken op een 'strakkere uitvoering', zodat keuringsartsen zich beter aan de richtlijn houden. De Grave sloot zich, kort voor de regeringswisseling, bij dat standpunt aan: een wetswijziging vond hij niet nodig.

Ook de VVD-kamerfractie zal vandaag niet pleiten voor een wettelijke status van de LISV-richtlijn. Kamerlid Geert Wilders: “Dat biedt alleen maar de schijn dat het geregeld is. Bovendien, hoe zou je zo'n wettelijke regeling moeten formuleren?” Wilders ziet meer in het beter instrueren van keuringsartsen en misschien, een scherper geformuleerde richtlijn.

Zijn collega's van PvdA, D66, CDA en GroenLinks gaan staatssecretaris Hoogervorst wél vragen om een wettelijke verankering van de richtlijn. Arthie Schimmel (D66) legt uit waarom: “Er is al zo vaak gezegd dat de problemen snel zouden worden opgelost. En het gebeurt maar steeds niet. Ook de richtlijn van het LISV werkt niet goed genoeg. Ik kan me voorstellen dat de rechter zich meer gebonden voelt aan de wet dan aan een beleidsrichtlijn voor de verzekeringsartsen.”

Schimmel heeft inmiddels twee ordners vol brieven van mensen die - ten onrechte, menen zijzelf - geen uitkering krijgen. “En er komen nog steeds nieuwe bij.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden