Wilhelmina vond Noorwegen al ver genoeg

AMSTERDAM - Koningin Wilhelmina vond het er te warm en was bovendien bang een tropische ziekte op te lopen. Vandaar dat ze nooit een voet op Indonesisch bodem heeft gezet.

Haar voorgangers, de drie koningen, gingen evenmin. Koningin Juliana reisde er pas heen in 1971 toen Indonesië al lang geen deel meer uitmaakte van het koninkrijk. Kortom, de inwoners zijn niet verwend met koninklijke bezoeken uit Nederland. Koningin Beatrix is het tweede Nederlandse staatshoofd dat er op bezoek gaat. Ten tijde van het koloniale tijdperk, toen Nederlands Oost-Indië de belangrijkste schakel vormde in het rijk waarover de koningen en koninginnen regeerden, bleef de kennis die de Oranjes er over hadden theoretisch. Koning Willem 1, zijn zoon en kleinzoon hebben er nooit over gepiekerd de reis naar het verre rijksdeel te ondernemen.

Ten tijde van koningin Wilhelmina lag dat meer voor de hand, omdat de reismogelijkheden verbeterden. Maar het bleef een avontuur waar je maanden voor moest uittrekken. De reis per vliegtuig komt pas in de jaren dertig aan de orde. Koningin Wilhelmina denkt er niet over van dat nieuwe transportmiddel gebruik te maken. Pas in de Tweede Wereldoorlog, in Engeland, stapt zij over haar vliegangsten heen. Het vliegtuig is dan de enige mogelijkheid om haar in Canada wonende dochter te bereiken. Het verlangen naar Juliana en de kleinkinderen wint het uiteindelijk van de bezwaren.

Als prinses Juliana koningin is geworden, zijn de verhoudingen lange tijd zo vertroebeld dat een reis naar het inmiddels voormalige rijksdeel niet aan de orde is. De tijd is daarvoor pas in 1971 rijp, nadat prins Bernhard informeel in 1970 al een bezoek aan Indonesië heeft gebracht en president en mevrouw Suharto in september 1970 kort op staatsbezoek zijn geweest. Door acties van Molukkers loopt dat bezoek overigens totaal uit de hand.

Koningin Wilhelmina is hevig geïnteresseerd in Nederlands-Indië. Haar kennis over het gebied krijgt zij door mensen die er zijn geweest ten paleize uit te nodigen waarbij zij hen het hemd van het lijf vraagt. Er worden op gezette tijden ook lezingen georganiseerd, vaak toegelicht met filmbeelden. Juliana is daar meestal ook bij maar zodra wordt geopperd dat het belangrijk zou zijn dat de koningin er zelf heen gaat omdat de bevolking van haar rijk haar graag in eigen persoon wil zien, veegt Wilhelmina dat idee bruusk van tafel. Haar ministers moeten daarover niet zeuren.

Haar gestel laat niet toe dat het langdurig aan zo'n grote warmte wordt blootgesteld. En alleen al die zeereis. Hoe moet het als zij, waar ze bang voor is, zeeziek wordt? Ze kan haar waardigheid toch niet zo te grabbel gooien? En dan de veiligheid, je weet maar nooit. Er doen zich toch telkens opstandjes voor. Die worden snel onderdrukt, maar zij heeft het gevoel het noodlot te trotseren door zich aan zo'n wereldreis te wagen. Noorwegen vindt zij als zeereis al ver genoeg. In ruim drie eeuwen koloniaal bewind zet slechts één lid van de Oranjefamilie voet aan wal in Nederlands-Indië. Dat is de ondernemende prins Hendrik, bijgenaamd de Zeevaarder, zoon van de latere koning Willem de Tweede. Als zestienjarige, inmiddels al luitenant ter zee tweede klasse, begint hij aan een maandenlange zeereis die hem in februari 1837 op Java terecht doet komen. In zijn bagage een brief van zijn vader voor de toenmalige gouverneur-generaal D. J. de Eerens met het verzoek “langdurige en vermoeiende diners en uitgebreide ontvangsten zoveel mogelijk te vermijden vanwege het feit dat de prins noch aan het klimaat noch aan het Indische eten gewend is”. Die brief wordt snel onder tafel geveegd. Hendrik wordt met groot vertoon ontvangen. Bij aankomst staat een saluutbatterij klaar die 21 vreugdeschoten afvuurt. Vervolgens valt de prins van het ene feest in het andere. Hendrik bezoekt het overzeese rijksdeel uitvoerig. Niet alleen Java, maar Sumatra, Ambon, de Banda-eilanden, Kalimantan (Borneo), de Kleine Soenda-eilanden, Sulawesi (Celebes), de Molukken en zelfs westelijk Nieuw-Guinea staan op het programma.

De prins geeft er blijk van zijn ogen en oren open te hebben. Zijn dagboekaantekeningen, waarin hij zijn ware gevoelens vastlegt, zijn kritisch. Hij wist voor elkaar te krijgen dat hij met mensen in contact komt die niet op de lijst staan, zelfs met de Javaanse prins Pangeran Diponegoron, die in het begin van de jaren dertig van de vorige eeuw een opstand op Java heeft geleid. De prins staat erop hem in de gevangenis te bezoeken. Zijn gevangenneming omschreef Hendrik als 'een schandvlek'. Dat hij met beide benen op de grond blijft staan blijkt ook uit een brief die de prins aan het eind van de reis aan zijn vader stuurt. Daarin beklaagt hij zich over het feit dat gouverneur-generaal De Eerens hem in het openbaar dingen wil laten goedpraten die “in mijn ogen helemaal niet zo gunstig zijn”. De prins voegt er aan toe: “Hij wenst dat van mij, klein nietig mannetje dat pas in de wereld komt kijken!”.

In de zomer van 1940 lijkt ook koningin Wilhelmina niet langer aan een reis naar Nederlands-Indië te kunnen ontkomen. Met haar ministers is zij uitgeweken naar Engeland. Maar het overzeese deel van het koninkrijk is nog onbezet. Door de regering naar het toenmalige Batavië te verplaatsen kan worden bereikt dat men weer vanuit eigen gebied zal kunnen optreden. Vrijdag 28 juni 1940 neemt de regering het besluit dat het plan zal worden uitgevoerd. Een dag later torpedeert de koningin het. Zij weigert naar Indië te vertrekken. In een persoonlijk gesprek met minister Van Kleffens van buitenlandse zaken zegt zij letterlijk: “Ik ga niet want ik kan niet tegen de warmte.” De koninklijke weigering geeft grote commotie. In regeringskringen wordt de koninklijke reactie 'ontzettend' genoemd maar er valt weinig tegen te doen. Een deel van de ministers besluit zich er maar bij neer te leggen. De koningin wil nog wel praten over uitvoering in bescheidener vorm. Er zullen dan drie of vier ministers naar Indië gaan, inclusief minister-president De Geer, die Wilhelmina liever kwijt dan rijk is.

Prinses Juliana toont als opgroeiend meisje al buitengewoon veel belangstelling voor alles wat met het verre rijksdeel heeft te maken. Als een van haar beste vriendinnen, Miek de Jonge, naar Nederlands Indië verhuist omdat haar vader er gouverneur-generaal is geworden, is Juliana niet meer te houden. Zij correspondeert intensief met Miek die haar herhaaldelijk uitnodigt te komen logeren, maar dat is voor koningin Wilhelmina onbespreekbaar. Het helpt niets als Juliana aanvoert dat het toch een vreemde indruk maakt dat geen Oranje naar Indië afreist terwijl Leopold en Astrid van België (toen nog niet op de troon) in 1929 uitgebreid in Nederlands Indië zijn rondgetrokken.

Als Juliana zich in het najaar van 1936 met prins Bernhard verlooft komt het plan naar Nederlands Indië te reizen opnieuw ter sprake. Het zou een goede indruk maken als de kroonprinses haar toekomstige man ook in het overzeese rijksdeel komt voorstellen of er anders kort na haar huwelijk naar toe zou gaan. Maar weer is Wilhelmina spelbreekster.

In de zomer van 1937 raakt Juliana in verwachting en daarna ontstaat de oorlogsdreiging die het reisplan in de ijskast doet belanden. Pogingen van prins Bernhard om zich kort na de Tweede Wereldoorlog bij de in Indë strijdende Nederlandse militairen te voegen leiden tot fikse ruzies met Wilhelmina. De koningin wil haar schoonzoon niet aan die gevaren overgeven.

Het wordt augustus 1971 als Juliana in Jakarta kan uitroepen dat voor haar een droom werkelijkheid is geworden. In een tafelrede op de dag van aankomst zegt ze: “Ook ik zal het land zien en het volk waarover ik zoveel heb gehoord en dit nooit anders dan met bewondering en liefde, ook tijdens het conflict dat wij in politieke zin hebben moeten doormaken in de tijd waarin de elektriciteit in de atmosfeer zich in een onweer moest ontladen.”

Indonesië houdt Juliana vanaf het begin van haar regering intens bezig. Net een jaar vorstin zet zij haar handtekening onder de akte van soevereiniteitsoverdracht. Juliana noemt het “een van de meest ingrijpende gebeurtenissen van deze tijd”. Uit haar toespraak blijkt groot begrip voor de gevoelens in Indonesië. “Onmeetbaar groot is de voldoening van een volk dat zijn vrijheid verwezenlijkt ziet. Het is een voorrecht deze daad van overdracht der soevereiniteit te verrichten tegenover de geschiedenis of beter, voor het aangezicht van God, die weet waarom dit samengaan in vrijheid niet eerder en ook niet later werd bereikt en die het falen kent der generaties”.

Een paar dagen eerder geeft koningin Juliana in een kerstboodschap haar persoonlijke mening over het eind van het koloniale tijdperk als zij zegt: “Bij deze soevereiniteitsoverdracht laten wij iets los en zij ontvangen iets, namelijk onze erkenning van wat ieder volk immers met zijn diepste wezen wenst!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden