Wildernis maakt geen beter mens van je

In zijn debuut 'Legende van een zelfmoord' beschreef de in Alaska opgegroeide David Vann hoe zijn vaders droom van de wildernis zijn familie beschadigde. Naar aanleiding van zijn nieuwe roman praat hij nu over natuur, geweld en mannelijkheid.

LEONIE BREEBAART

Hij is kleiner dan ik dacht, en opvallend spraakzaam voor iemand die is opgegroeid tussen zwijgzame loners. "De mannen in mijn familie zeiden niks. Er werd een beetje gepraat over jagen en vissen en dat was het dan." Het gezelschap van zulke stoere survivors lijkt misschien een jongensdroom, maar David Vanns ervaringen met deze viriele cultuur zijn minder aangenaam. Op zijn zevende kreeg hij zijn eerste geweer cadeau. Van jongs af aan trok hij met zijn vader de wildernis van Alaska in om te vissen en te jagen. Dat was niet altijd prettig. En toen hij tien was, schoot zijn vader zichzelf dood.

Jaren later schreef Vann het verdriet van zich af in zijn debuut 'Legende van een zelfmoord'. Het boek werd onthaald als een Amerikaanse klassieker en maakt ook buiten de VS grote indruk. Onlangs is zijn derde roman 'Goat Mountain' in het Nederlands vertaald. Daarin grijpt hij opnieuw terug op zijn heftige jeugdherinneringen, in dit geval op een jachtpartij in de Californische bergen, waar hij als 11-jarige zijn eerste hert moest schieten. Nog gedetailleerder dan voorheen gaat Vann in op de vraag hoe doden in zijn werk gaat en wat de morele gevolgen zijn.

Maar nog voor we over 'Goat Mountain' komen te praten, brandt Vann los over een non-fictieboek dat hij in 2011 schreef 'Last Day on Earth, A Portrait of the NIU School Shooter'. Het is een met zijn eigen schietervaringen aangevuld portret van Steve Kazmierczak, die op Valentijnsdag van het jaar 2008 23 medestudenten van de Northern Illinois University neermaaide, waarna hij zichzelf doodschoot.

"Ik was de enige die het 1500 pagina's tellende politierapport te zien kreeg, het zwartste wat ik ooit gelezen heb. Maar in Amerika werd het boek genegeerd. Het zou te negatief zijn. Kennelijk had ik de nadruk moeten leggen op de heroïek van de school, op iets positiefs. Niet op de schutter zelf. Niet op het gruwelijke van de moordpartij. Of op het feit dat we in Amerika nog altijd gekken met wapens laten rondlopen. "

Wat viel u op aan de schutters?
"Het zijn altijd mannen. Vaak jonge mannen. En ze zijn bijna altijd arm. Ik kan me geen rijke massamoordenaar voorstellen, die hebben weinig reden bitter te doen, ze hebben zoveel meer mogelijkheden. De schutters hangen ook allemaal een extreme, vaak extreem-rechtse filosofie aan, waarin een kleine minderheid zich ongelimiteerde vrijheden mag veroorloven. Steve Kazmierczak liet zich inspireren door Nietzsche's 'De antichrist'. Ik weet dat er mensen zijn die Nietzsche verdedigen. Totaal gestoord: elke zin in dat rotboek is een oproep tot moord."

In uw voorlaatste boek 'Aarde' vindt een jongeman inspiratie in een vreedzame boeddhistische new-agefilosofie. Toch helpt dat hem niet van zijn gewelddadigheid af.
"Als schrijver heb ik veel gehad aan het boeddhistische idee van 'loslaten'. Maar de new-agefilosofie heeft gevaarlijke kanten. Er wordt je verteld dat elke ontmoeting slechts een les in transcendentie is, geen échte ontmoeting dus. Dat is egoïstisch en laf. Het maakt het mogelijk de pijn van anderen te negeren. Ik ben tegen alles wat de realiteit van mensen en hun lijden ontkent.''

'Goat Mountain' zit juist vol met christelijke symboliek. Meteen aan het begin van een jachtweekend waarop de elfjarige verteller zijn eerste bok moet schieten, ziet hij door het vizier van zijn vaders geweer een stroper. En schiet hem neer. Zijn grootvader hangt de stroper op, alsof het een hert is. Gedurende het hele boek hangt hij de jagers ongemakkelijk aan te kijken. U vergelijkt hem met de gekruisigde Jezus.
"Ik was zelf verbaasd dat er zoveel christelijke symboliek in het verhaal kwam bovendrijven. Ik schrijf namelijk intuïtief, zonder plan. Maar die opgehangen stroper is inderdaad een soort crucifix. Net als bij Jezus doet het er niet toe wie hij echt was, het verhaal begint pas na zijn dood. Dan begint hij ons te achtervolgen. Iedereen voelt zich schuldig en probeert de schuld af te schuiven.''

Een dode die van geen wijken weet. Toen u dertien was pleegde uw vader zelfmoord.
"Ja, hij schoot zichzelf neer terwijl hij telefoneerde met mijn stiefmoeder. Ik woonde toen al met mijn moeder in Californië. Het lichaam van mijn vader heb ik nooit gezien. Ik heb jarenlang gedacht dat hij nog ergens in de sneeuw van Alaska rond moest zwerven. Schrijven was een manier om zijn dood echt te maken. Ja, dat is het misschien nog steeds."

De grootvader die tijdens de jachtpartij de leiding lijkt te hebben speelt de rol van God. Maar wel een vreselijke god. Hij stelt zelfs voor om zijn kleinzoon te doden. Omdat er 'met hem iets mis is'.
"Dat hij zo kil zou worden verbaasde mij zelf ook. Eigenlijk is hij een duivel die de anderen op de proef stelt. Dat is tenminste hoe de jongen het achteraf ziet: het boek is geschreven als een terugblik. Hij probeert te begrijpen wat er die twee dagen in de bergen gebeurde. En wat christendom is. Als we zomaar een moord kunnen plegen, hoe ga je daar als moreel mens dan mee om? Waarom voelde de jongen zich niet schuldig? En waarom doet hij dat later wel, als hij een hertenbok van dichtbij doodt? Hij komt er niet uit. De enige manier waarop hij de Bijbel kan begrijpen is door het te zien als een boek dat gaat over ontwakend schuldbesef. Wij zijn geen dieren, wij kunnen ons schamen. De jongen is Kaïn, hij begrijpt dat de instincten waar de Tien Geboden ons aan herinneren ons blijven achtervolgen, zelfs als we het goede willen.

We leiden allemaal een blind leven, dat hebben de Grieken goed begrepen. Op het moment dat we beseffen wat we gedaan hebben, is het te laat."

U hebt uw boek opgedragen aan uw Cherokee voorouders.
"Ik ben er pas kortgeleden achtergekomen dat ik afstam van drie opeenvolgende Cherokee opperhoofden die allemaal probeerden vrede te sluiten met de blanken, te assimileren. Dat verklaart al die depressieve loners in mijn familie. Het verklaart misschien ook dat de stroper, de Jezus die in 'Goat Mountain' hun land op komt, dood moet. Jezus was het grootste probleem van de indianen. Het was de kerk die de indiaanse cultuur wegvaagde. Ik vind doden vreselijk, maar misschien probeer ik in fictie alsnog wraak te nemen voor mijn Cherokee familie."

Doordat u als kind zo vaak in de wildernis kwam, lijkt u beter dan wie dan ook de fysieke ervaring van het in de natuur zijn op te kunnen roepen. En dan vooral de worsteling ermee: klimmen, kou lijden, uitputting, duisternis.
"Niemand heeft een speciale toegang tot wat natuur is. De Republikeinse Sarah Palin heeft bijvoorbeeld een totaal andere visie op Alaska dan ik heb. Natuur is niets op zichzelf, het is het onbewuste, een spiegel, een rorschach-test. Ik beschrijf de natuur als iets dat pijn doet, omdat mijn boeken Griekse tragedies zijn, ze gaan over mensen die elkaar pijn doen hoewel ze van elkaar houden. En omdat dat onbewust gebeurt, kun je die tragedie beter via het landschap beschrijven dan als gedachtenstroom. Met zo'n verbale, kunstmatige aanpak heb ik weinig geduld."

Veel van uw personages romantiseren de natuur.
"Van de wildernis word je geen beter mens. Dat is een romantische leugen, waarmee Amerikanen zichzelf voor de gek houden om hun gewelddadige geschiedenis te kunnen vergeten. De natuurparken zijn voor hen een soort reservoir van goedheid, waar ze weer edel en inventief uit tevoorschijn hopen te komen. In die zin zijn mijn boeken anti-Amerikaans. Ze laten zien dat natuur onszelf weerspiegelt, ook de gruwelijke kant."

Een van de aangrijpendste scènes in 'Goat Mountain' is die waar de jongen zijn bok heeft geschoten, maar het dier niet meteen sterft. Het brult en struikelt. Als het eindelijk dood is moet het kind zelf het hart en de lever eruitsnijden om op te eten. U heeft dat zelf meegemaakt?
"Ja, ik was heel jong toen ik mijn eerste hert schoot. Ik schoot er zelfs twee. Dat was verschrikkelijk schokkend. De dieren waren zoveel groter dan ik. De eerste leek nog te leven, ademde, was doodsbang. De tweede raakte ik in de rug, hij was alleen verlamd, sleepte over de grond. Daarna moest ik hem door het hoofd schieten. Dat moment keert terug in 'Last Day on Earth'. In mijn laatste roman komt er nog een ervaring van die dag terug. Mijn vader schoot toen ook twee herten. Ze kwamen van grote hoogte naar beneden rollen, het is daar heel steil. En al die tijd bleven ze schreeuwen, zoals mensen schreeuwen. Verschrikkelijk."

U schrijft ergens: we doden grote dieren omdat ze op ons lijken.
"Dat is een mannelijke obsessie, zeker in het westen van de VS. Daar moet je als man per se een mannetje schieten, een bok, liefst één met een enorm gewei. Het is een manier om viriliteit te ervaren, nu we onze mannelijke concurrenten niet meer mogen uitschakelen. Mijn familie reisde zelfs naar een andere staat om nóg grotere beesten af te schieten. Alsof ze de monsters in zichzelf wilden doden. Maar die mythes gaan niet zomaar voorbij. Niet alle Amerikaanse jongens gaan jagen, maar er zijn nog steeds 300 miljoen privéwapens in de VS, bijna één per persoon."

Toch schrijft u zonder boodschap of vooropgezet idee?
"Ideeën maken een boek klein, zo klein dat je ze niet moet vertrouwen. Het heeft me tien jaar gekost om 'Legende van een zelfmoord' te schrijven. Het boek moest ermee eindigen dat de jongen zijn dode vader vindt. Maar ik kreeg het niet uit mijn pen. Het mislukte steeds.

Pas toen ik de vader zijn dode zóón liet vinden en niet andersom, kwam los wat ik wilde zeggen. Voor het eerst kon ik het verdriet om mijn dode vader voelen. Fictie doet iets fantastisch: het schept een veilige haven waar alles wél verteld en beleefd kan worden. En gek genoeg zit in die onbewuste woordenstroom net zoveel structuur als in een gepland boek. Alle kunstenaars kennen die ervaring met het onbewuste, en psychiaters natuurlijk ook."

Uw nieuwste boek, dat nog niet is vertaald, gaat over Medea. Dit keer is de moordenaar dus geen man, maar een vrouw. Medea doodt haar eigen kinderen.
"Die kindermoord is in mijn boek niet zo belangrijk. Medea wilde ze ook niet vermoorden, ze werd ertoe verleid. Ze vermoordt trouwens ook nog een half dozijn mannen. Wat mij aan haar interesseert, is dat ze geen wereld wilde die geregeerd wordt door mannen. In dat opzicht is het boek een voortzetting van én een tegengif voor mijn andere boeken: het komt voort uit mijn afgrijzen een man te zijn. Daarom kom ik nooit los van religie en mythe, ik wil ertegenin schrijven.

Neem 'Legende van een zelfmoord', dat is een commentaar op Genesis. Een man beschuldigt zijn vrouw ervan de moderniteit in huis gehaald te hebben: ijskasten, mobieltjes enzovoort. Dat doen mannen altijd: Eva de schuld geven van het bewustzijn, van de wanhoop van een man.

Ik heb er eigenlijk nooit eerder zo over nagedacht, maar misschien wil ik teruggrijpen op steeds oudere mythes om te ontdekken dat ik niet ben zoals zij: niet zoals mijn familie. En niet zoals Amerika. Dat is zo'n gewelddadig land. Ik wil ook geen christen zijn, omdat de kerk zoveel culturen te gronde heeft gericht. Ik wil Jezus uit mezelf verwijderen. Ik hoop niet dat je me afschildert als een gek, maar 'Goat Mountain' was een manier om dat te doen, een exorcisme.''

David Vann
David Vann (Alaska, 1966) debuteerde in 2008 met 'Legend of a Suicide'. Het kostte hem tien jaar om het boek te schrijven, en nog twaalf jaar om het gepubliceerd te krijgen, wat hem volgens eigen zeggen immuun heeft gemaakt voor kritiek.

Na het onverwacht grote, internationale succes van 'Legend of a Suicide' volgden de romans elkaar snel op.

De huwelijksroman 'Caribou Island' (2011) speelt zich opnieuw af in het grootse en ijzige Alaska, maar in 'Dirt' (2012), vertaald als 'Aarde', verplaatst de handeling zich naar Californië, waar David Vann zelf woonde, nadat zijn moeder van zijn vader was gescheiden. De vader bleef in Alaska achter - waar hij later zelfmoord pleegde. Ook 'Goat Mountain' (2013) speelt zich af in de ruige natuur van Californië en grijpt terug op Vanns eigen ervaringen. Zelf woont de auteur (getrouwd, geen kinderen) inmiddels in Nieuw-Zeeland; daar schreef hij ook zijn nieuwe roman. Je kunt beter niet ín het gebied wonen waarover je schrijft, vindt Vann, want als je ernaar kijkt wordt het landschap vlak. Juist de herinnering brengt daar diepte in aan.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden