Wildernis die netjes tussen de lijntjes blijft

Op Tiengemeten bepalen mensen waar en hoe de natuur zijn gang mag gaan. Wildernis binnen de lijntjes. Daar kun je over kniezen, maar je kunt er ook gewoon van genieten.

Ruig is het er, rauw. Wildernis. De takken van een dode eik klauwen naar de hemel, knaagsporen op een tak verraden de aanwezigheid van bevers en overal waar ik mijn blik laat glijden woekert het weelderigste groen. Een pluizig hoopje botten en vacht markeert de plek waar een haas aan zijn einde kwam. Runderen met enorme horens en lang roodbruin haar grazen rond de laatste vervallen resten van menselijke aanwezigheid.

In 1997 kondigde Natuurmonumenten met veel tromgeroffel aan dat de boeren die er woonden en werkten werden uitgekocht en dat Tiengemeten zou worden teruggegeven aan de natuur. Een ingrijpende herschikking van het landschap volgde. Tien jaar later bracht de pont de laatste bulldozers terug naar de vaste wal.

Het resultaat valt niets tegen. De natuur heeft het geschenk in dank aanvaard, enthousiast bezit genomen van wat ooit akkers vol graan, aardappelen en suikerbieten waren. De landbouw is beland in een vriendelijk museum, vlak achter het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten. Buiten die kleine enclave bij de veerhaven mag het eiland ongebreideld krioelen en fladderen, woekeren en verwilderen. Regelmaat en orde maakten plaats voor woestenij, als bij een man die altijd fris geknipt en gladgeschoren op kantoor verscheen maar van de ene op de andere dag besloot ontslag te nemen en zijn baard te laten staan.

Vanuit die optiek bezien is het eiland zelfs best wel hip, al was het maar omdat de nieuwe natuurlijke look zorgvuldig is gestyled. De herinrichters deelden Tiengemeten op in drie zones. De zuidwestelijke helft heet Wildernis. Daar heeft het water van het Haringvliet vrij spel en volgt de natuur het ritme van de getijden. Dankzij een opening in de oude dijk ontstaat gaandeweg een krekengebied. Aan Wildernis grenst Weelde, een open watermoeras dat in de zomermaanden gedeeltelijk droogvalt. Weemoed is het gedeelte waar het eiland ooit ontstond. In de 17de eeuw was het niet meer dan tien gemeten groot, oftewel vijf hectare. Alles wat nu Weelde en Wildernis heet slibde later aan.

Met eigen ogen zie ik dat de verruiging succesvol verloopt. Vrijwel overal op het eiland mag ik struinen. Ik kom langs kreken die zich spontaan hebben gevormd en waar kluten en grutto's rondscharrelen. Ik sta oog in oog met twee lepelaars en ploeter naar de oever door groen dat tot mijn middel reikt. De geur van koeienvlaaien vermengd met wilde bloemen doet me aan bergweiden denken. En toch voelt het wat geforceerd. Natuur die zich mag gedragen zoals natuur zich hoogstwaarschijnlijk gedragen zou hebben wanneer de mens nooit ingegrepen had. Zoiets. De voorwaarde is namelijk wel dat de natuur braaf doet wat haar verteld wordt.

In Weelde hebben medewerkers van Natuurmonumenten een tijdelijke dam geslagen om het waterpeil drastisch omlaag te brengen. "Dat is vanwege de kleine waterteunisbloem," weet boswachter Helma Braat. "Een exoot die zich hier gevestigd heeft. Een mooi bloempje hoor, maar een echte woekeraar. Als we die zijn gang laten gaan verdringt hij straks andere planten en groeit alles dicht." En dus moet de kleine waterteunisbloem het veld ruimen. Met wortel en tak worden verwijderd, omdat anders het plaatje niet klopt.

Braat houdt van het eiland en van de dynamiek die er heerst. "Het verrast me hoe snel het gaat, dat we in acht jaar al zo ver zijn. Voor de natuur is dit een ideale stapsteen in de delta, halverwege de kust en de Biesbosch. Binnen de kortste keren vestigde een bever zich in Wildernis, de visarend heeft er zijn jachtterrein. Het is prachtig om te zien hoe de ecologische hoofdstructuur werkt."

In Weemoed wijst ze me op de akkertjes met vlas, zomertarwe, haver en boekweit. In een weiland staan een paar potige Zeeuwse trekpaarden. Als ze er echter bij vertelt dat we naar het kleinschalige platteland van vroeger kijken, begint het toch weer een beetje te wringen. Braat is boswachter, maar af en toe lijkt het of ik op stap ben met de conservator van Natuurmuseum Nederland. De expositie op Tiengemeten is zorgvuldig ingericht rond drie natuurhistorische thema's en de suppoosten zien erop toe dat de natuur netjes binnen de lijntjes van die thema's blijft.

Dat voelt dubbel. Tegelijkertijd is het erg makkelijk kritiek te hebben op de aanpak van Natuurmonumenten. Te makkelijk. Elk herstel van oorspronkelijk natuur is per definitie onbegonnen werk want aan iedere situatie gaat een vorige vooraf die net zo goed recht op herstel heeft. De zandplaat waarop mensen zich vestigden en die later Tiengemeten ging heten, ontstond waarschijnlijk pas in de 17de eeuw. Volledig afgraven van het eiland zou welbeschouwd ook een vorm van natuurherstel zijn. Dempen van het Haringvliet evenzeer, tot 1216 vormden Flakkee en Voorne samen een eiland. Anders gezegd: het is nooit goed.

Daar komt bij dat Tiengemeten ook een vliegveld had kunnen zijn, of een baggerdepot. Er had een bungalowpark kunnen staan of een kerncentrale. Dat waren stuk voor

stuk serieuze plannen, voordat Natuurmonumenten zich over het plukje groen in het Haringvliet ontfermde. Dan is de keuze voor Weemoed, Weelde en Wildernis zo'n belabberde nog niet.

Helma Braat is in ieder geval heel tevreden. Vanaf de Vliedberg kijken we naar tientallen steltlopers die hun kostje bij elkaar scharrelen. "Dat is toch pure weelde?" Ook recreanten weten de schoonheid op waarde te schatten. "Tiengemeten is in trek bij dieren én mensen en dat gaat heel goed samen." Ze glimlacht. "Vogels komen om uit te waaien en bij te tanken. Net als de mensen, eigenlijk."

Om helemaal uit te waaien en voluit te kunnen genieten laat ik de laatste pont aan me voorbijgaan. Ik wandel naar de heuvel waar rietsnijders vroeger hun oogst opstapelden, op de westpunt van dit laatste echte eiland in het Deltagebied. In de verte opent het Haringvliet zich, zeilboten dobberen voorbij. Aan de andere kant van het eiland zet ik 's avonds mijn tent op, naast de herberg. Vanaf de dijk zie ik de wolkenkrabbers van Rotterdam aan de horizon, aan de andere kant de industrie van Moerdijk. Zo dichtbij en tegelijkertijd verder dan ooit. Tiengemeten handhaaft zich er fier tussenin, als een werkpaard tussen de modernste landbouwmachines. "Het is maar tien minuten met de pont, maar dat is genoeg", stelt herbergierster Maya Penning. "Gasten krijgen hier meteen het eilandgevoel. Misschien omdat ze er moeite voor moeten doen hier te komen. Ze zijn echt los."

Moeiteloos pas ik me aan het ritme van het eiland aan. Als de zon ondergaat kruip ik mijn slaapzak in, zodra de vogels beginnen te zingen sta ik op. Een ochtendwandeling naar de vogelhut is een feestje. In het riet kwinkeleert meer dan ik determineren kan. Een fervent vogelaar ben ik niet, maar dat word ik hier vanzelf. En al zijn de weemoed en de weelde van deze wildernis bedacht en binnen de lijntjes, ik ben blij dat deze plek bestaat.

Boek winnen?

Vorig jaar zomer maakte Flip van Doorn een serie wandelingen voor Tijd, in de voetsporen van wandelpionier Jacobus Craandkijk. In het boek 'Een' kloeken dagmarsch' maakt de auteur elf nieuwe, historische wandelingen. Tijd geeft vijf exemplaren weg: stuur voor 21 juni een e-mail met als onderwerp 'Een' kloeken dagmarsch' aan info@gegarandeerdonregelmatig.nl en u dingt mee.

Tiengemeten

Alles over natuur, wandelroutes en activiteiten: natuurmonumenten.nl/tiengemeten

Overnachten: herbergtiengemeten.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden