Wilde paarden / Een konik doet niet aan inteelt

In 1982 deed een nieuw paard zijn intrede in Nederland: de konik. De kleine, vrij in de natuur levende dieren hebben als grote grazers niet alleen een positieve invloed op het landschap, maar leren ons ook steeds meer over het gedrag van hun voorvader: de tarpan, het uitgestorven Europese wilde paard. De jongste ontdekking: zij weten inteelt te vermijden.

door Hans Schmit

Het gedrag van de koniks blijft Johan Bekhuis, beheerder van het natuurgebied de Millingerwaard, verbazen. In een van de vier haremgroepen, die bestaan uit een leidende hengst met twee tot zes merries, bleef een dochter langer in de groep hangen dan gebruikelijk.

Bekhuis: ,,Zij bleek later dragend te zijn. Het eerste dat je dan denkt, is: pa heeft zijn dochter gedekt. Maar uit DNA-onderzoek, dat wij vanaf het begin van de komst van de koniks uitvoeren, bleek dat zij was gedekt door een hengst van een andere groep. De dochter bleek haar vader te hebben gemeden.''

,,In andere groepen hebben we gezien dat leidhengsten geen belangstelling voor hun dochters hebben. In een van de harems dachten we een onvruchtbare merrie te hebben, maar toen de leidhengst verdreven en vervangen was, was ze prompt dragend. Ze bleek de eerste hengst niet te pikken, mogelijk omdat hij familie was. Hoe het werkt, weten we niet, maar de dieren blijken inteelt te kunnen vermijden. Terwijl de genetische structuur van de groep van 45 koniks toch ettelijke mogelijkheden tot inteelt biedt.''

,,De ontdekking dat de dieren incestmijdend gedrag vertonen, is een enorme geruststelling. Want wij hebben ons steeds moeten verdedigen tegen de buitenwacht die zei dat in zo'n kleine groep op een gesloten terrein inteelt gewoonweg niet te voorkomen zou zijn. En nu bewijzen de dieren zelf het tegendeel.''

Nadat de eerste koniks twintig jaar terug waren uitgezet op het landgoed de Ennemaborg in Groningen, plaatste de buitenwacht niet alleen de gevreesde inteelt maar nog een hele groep andere beren op de weg. Zo zou er niet meer dan een hengst in een kudde kunnen zijn omdat de mannetjes elkaar anders op leven en dood zouden bestrijden, zouden de dieren moeten worden bijgevoerd in de winter, zouden ze moeten worden ontwormd en de hoeven moeten worden bijgevijld en geknipt.

Bekhuis: ,,Het is allemaal anders gelopen dan de sceptici dachten. Zij redeneren vanuit wat je in het weiland en de manage ziet, maar dit zijn andere paarden. Er zijn in de uitgezette kuddes mechanismen opgetreden die ons duidelijk maken hoe wilde paarden leven, hoe hun gedrag in elkaar steekt, hoe sociale structuren ontstaan, hoe zij weten te overleven. En we zien wat de aanwezigheid van grote grazers als paarden en runderen voor de natuur betekent: het aanbrengen van een mozaïekachtig patroon in het landschap en het sturen van de ontwikkeling van de vegetatie.''

De koniks stammen af van de laatste wilde Europese tarpans die een Poolse graaf in 1770 liet vangen in het oerbos van Bialowieza, zegt Margriet Markerink, auteur van het pas verschenen boek 'Koniks, wilde paarden in Nederland'. Markerink: ,,Toen het wildpark van de graaf van Zamosz in 1806 ter ziele ging, werden de paarden uitgedeeld aan de boeren in de omgeving die ze kruisten met hun eigen rasloze werkpaardjes die ze koniks noemden. Deze koniks werden begin vorige eeuw nog steeds op halfwilde wijze gehouden en wekten de belangstelling van studenten aan de universiteit van Krakau. In 1936 werd toestemming gegeven voor een experiment om de tarpans uit de koniks terug te fokken.''

Na de Ennemaborg werden de koniks ook uitgezet in de Oostvaardersplassen, het Lauwersmeer en nieuwe natuurgebieden langs de grote rivieren. Er lopen nu zo'n vijftienhonderd koniks in Nederland, ongeveer de helft van de wereldpopulatie. De grootste kudde van de wereld (670 stuks) loopt in de Oostvaardersplassen.

Veel misverstanden over de koniks ruimden de dieren zelf snel uit de weg. Markerink: ,,Mensen denken aan hun eigen paarden in het weiland of in de manege en zeggen dan dat je ze moet bekappen. Inderdaad, in een weiland is geen harde ondergrond waaraan ze hun hoeven kunnen slijpen. Maar in een natuurgebied zorgen ze daar zelf voor. In een weiland eten paarden alleen gras en lopen ze op een klein oppervlak zodat ze via de mest eitjes van wormen binnenkrijgen. Als een wild paard wormen heeft, zoekt hij of zij bepaalde kruiden. Zoals boerenwormkruid - dat heet niet voor niets zo.''

Bijvoeren in de winter, zoals paardenkenners voorspelden, is evenmin nodig. Johan Bekhuis: ,,De dieren zijn uitstekend in staat voor zichzelf te zorgen. We wisten niet dat paarden in de winter moeiteloos overschakelen op houtachtige gewassen en schors. Ook eten ze 's winters de verdorde brandnetels die ze zomers laten staan. In de Oostvaardersplassen lieten ze in de eerste winter het aangeboden stro liggen; een wortelstok van een brandnetel vinden ze lekkerder. Drinken in de winter is ook geen probleem: met hun tong en warme adem laten ze het ijs smelten of ze hakken met hun hoeven een klein wak. Als het ijs te dik is, nemen ze genoegen met de splinters die vrijkomen bij het hakken.''

Een van de eerste mechanismen die de in het wild levende kuddes ontwikkelden, is de synchronisatie van de geboorten; een bekend verschijnsel bij in het wild levende planteneters die daarmee de periode waarin de kudde zeer kwetsbaar is, verkorten. Johan Bekhuis: ,,Toen de groep groter werd, vormden zich harems: een hengst met een aantal merries. Er worden net zo veel hengsten als merries geboren. De jonge hengsten worden door de leidhengst de groep uit geknikkerd. Er ontstaan dan pubergroepen van vooral hengsten; de jonge merries worden vaak snel ingepikt door een niet-verwante hengst.''

,,In die pubergroepen houden de jonge hengsten schijngevechten. Daaruit komen de nieuwe leiders die, zodra ze de kans krijgen, een oudere leidhengst verjagen. Een aantal hengsten wordt nooit leider, blijft laag in rang en vertoont onderdanig gedrag tegenover de dominante hengst. Bij de gevechten vallen slechts zelden slachtoffers; af en toe loopt een hengst verwondingen op maar die genezen uitstekend. Ook daar zoeken zij bepaalde planten voor.''

Koniks maken niet veel geluid, maar zij blijken elkaar toch de oren van het hoofd te kletsen. Bekhuis: ,,De mens praat met zijn stem, een paard met zijn oren. Oren zijn het belangrijkste communicatiemiddel. Daarnaast gebruikt een paard ook de mond en de neus en heeft het een scala aan bewegingen, zoals de stand van de nek, waarmee veel kan worden uitgedrukt. Die uitingen, die de mens kan leren lezen, zijn fascinerend en veel uitgebreider dan van gedomesticeerde paarden. Daar wordt een veulen na een half jaar bij de moeder weggehaald en verliest het contact met soortgenoten. Dat dier is een soort analfabeet.''

De Millingerwaard telt zo'n vijfhonderd hectare, dus de kudde kan niet eindeloos doorgroeien. Bekhuis: ,,We krijgen volgend jaar vijftien tot twintig veulens, het jaar daarop 25 tot dertig. Er lopen hier geen wolven, dus het plafond komt in zicht. Je kunt de aantallen het beste reguleren door een sociale eenheid eruit te halen en te verplaatsen naar natuurgebieden. Onze voorkeur gaat daarbij uit naar Oost-Europa, hun oorspronkelijke leefgebied. Bovendien is daar hun predator, de wolf, nog aanwezig. We hebben in 1999 koniks in Letland uitgezet en daar hebben we gezien hoe ze zich gedragen als er wolven in de buurt zijn en hoe ze zich verdedigen. De leidhengst speelt daarin een belangrijke rol. Dat zit allemaal nog steeds in die dieren: ze kunnen veel meer dan we hadden gehoopt.''

Margriet Markerink: Koniks, wilde paarden in Nederland. Stichting Ark, Hoog-Keppel. 160 blz., geïllustreerd, 24,95 euro.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden