Wilde orchideeën in Hoofddorp

Als je met de trein van Amsterdam naar Leiden reist, passeer je Hoofddorp. Je ziet er niets anders dan grote kantoorgebouwen: Microsoft, Canon... En je hebt er geen idee van dat in de grasstroken bij die nuchtere betonblokken honderden orchideeën groeien. Op loopafstand van het station zelfs.

Lezeres Roelie de Regt meldde mij dat ik niet naar Noord-Frankrijk hoefde om zeldzame orchideeën te vinden. In ogenschijnlijk oninteressante gazons tussen bedrijfsgebouwen in Hoofddorp groeiden zes soorten wilde orchideeën in ongehoorde aantallen. Veel vindplaatsen lagen aan de oostkant van Hoofddorp, vlak bij het NS-station.

Orchideeën in de Haarlemmermeer, dat mag wel bijzonder heten. Ik ken de polder als een saai landbouwgebied met Schiphol, lange rechte wegen en uitdijende woonkernen. Ik heb er botanisch nooit iets bijzonders ontdekt.

Buiten het station viel de hitte als een deken over ons heen. Het was Hemelvaartsdag, 27 graden. Het meest benieuwd was ik naar de bijeorchissen. Die kende ik van het met kalkrijk zand opgehoogde westelijke havengebied van Amsterdam. Ons land valt net buiten het Europese verspreidingsgebied.

De Regt schreef dat in een bedrijfstuin van 750 vierkante meter duizend exemplaren van deze zuidelijke orchidee groeiden. Bart Vreeken van Floron (Floristisch Onderzoek Nederland) noemde het de grootste groeiplaats van Nederland. Volgens hem kwam dat door de verstedelijking en waarschijnlijk door het opbrengen van kalkrijk bouwzand.

Net in bloei

Tien minuten lopen van station Hoofddorp bloeide de bijeorchis nog maar net. We knielden neer bij de eerste bloemen. Een orchideeënbloem heeft zes bloembladen: de drie buitenste heten sepalen, twee van de drie binnenste worden petalen genoemd en de grootste en meest opvallende de lip.

De bijeorchis heeft aan een bloeistengel twee tot acht bloemen, een eind van elkaar, elk beschermd door een lichtgroen schutblad. De sepalen zijn babyroze, maar het meest valt de purperbruine lip op, een brede zak met een intrigerende lichtgekleurde bandvormige tekening. Twee zijdelings uitstekende lobben van die zak zijn dicht goudgeel behaard. De lip lijkt op een dikke bij en is ook bedoeld om mannetjesbijen tot een paring met de zak te verlokken, waarbij de bloem bestoven wordt. In ons land kennen we zulke bijen niet en is zelfbestuiving regel.

Als pantervel

We liepen van de ene orchideeëngroeiplaats naar de andere. Op vochtige plekken vonden we honderden jonge gevlekte rietorchissen, kenbaar aan de bladeren met donkere ringvlekken, als een pantervel. De gevlekte rietorchis, een pionier, die in ons land vooral te vinden is in rietlanden, is een late bloeier. Hij wordt daarom ook juniorchis genoemd. Oudere planten tot bijna een halve meter hoog waren al in volle bloei. De roodpaarse bloemen staan dicht opeen in een decimeter lange tros. De tamelijk brede lip draagt een lusvormige tekening van lijnen en stippen, een zogenaamd honingmerk, dat insecten de weg naar de nectar zou moeten wijzen. Nectar wordt afgescheiden in een korte spoor, een uitzakking van de lip.

Op een paar honderd meter slootoever waren vleeskleurige orchissen in groepen van drie tot vijf aan het uitbloeien. De vleeskleurige lijkt op de rietorchis, maar bloeit eerder, is al van een afstand te herkennen aan de ondergoedroze kleur en blijft lager dan de rietorchis. Het blad is nooit gevlekt en aan de top kapvormig samengedrukt. Ik ken deze orchidee voornamelijk van vochtige duinvalleien op Texel en Terschelling.

Op lichte plekken in droge grasbermen stond het vol brede wespeorchissen, nog lang niet in bloei, want deze soort heeft pas in juli roodachtige, soms groenige bloemen in een lange tros. De Regt vertelde dat het een van de meest algemene soorten in Hoofddorp was. En niet alleen daar: deze plant is onlangs van de rode lijst van kwetsbare soorten afgehaald. Op vochtigere plekken langs de sloten bloeiden de eerste moeraswespeorchissen. De moeraswespeorchis, soms talrijk in natte duinvalleien, komt pas in juni in volle bloei, met een stuk of tien hangend afstaande bloemen in een losse bloeiwijze, en is een van onze mooiste orchideeën. De brede witte lip heeft twee gele lijsten en is aan de basis oranjerood gestreept, een prachtig geheel met de van buiten bruine, van binnen roodachtige sepalen en de bleke petalen.

Zeker driehonderd grote keverorchissen bloeiden in het Wandelbos, de grootste vindplaats van Noord-Holland en wellicht de op een na grootste populatie in Nederland. De plek werd tot nu toe met rust gelaten, omdat er uit de jaren dertig een vuilstort ligt. De Regt: ,,Nu wordt de groeiplaats bedreigd door de plannen voor een directe fiets- en wandelverbinding van het NS-station naar het centrum van Hoofddorp. Die zal op vierenhalve meter hoogte door het bos lopen. De bouw daarvan zal de groeiplaats verstoren en wellicht vernietigen.''

,,Dat is onbegrijpelijk. Momenteel is het zo dat het maaibeleid door de hele polder voor de toekomst 'orchideevriendelijk' wordt ontwikkeld, maar nog niet door de politiek is goedgekeurd. Steeds meer ambtenaren krijgen oog voor de waarde van de grasbermen. Ook de maaiers krijg ik steeds meer mee. Op de meeste plaatsen wordt nu vier meter uit de oever gemaaid. De taluds van de bermen naar de sloot worden maar eens in het jaar gemaaid en het maaisel wordt opgeruimd. Aan het resultaat zie je dat het maaibeheer allesbepalend is voor de orchideeën.''

Het aantal bloeiende bijeorchissen kan jaarlijks enorm verschillen, van enkele tientallen tot honderden. Het rozet voor het volgende jaar komt al in het najaar boven de grond en kan in een vrieswinter veel schade oplopen. Het is dus maar de vraag of komende jaren gunstig zijn voor deze spectaculaire plant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden