... wilde Kuyper niet naar de Tweede Kamer

In het huidige kiesstelsel wordt een tussentijds vertrekkend kamerlid opgevolgd door de volgende persoon op de kandidatenlijst. Maar ten tijde van het districtenstelsel (tot 1917) had het bedanken voor het kamerlidmaatschap een nieuwe verkiezingsronde tot gevolg met bijbehorende campagne in de betreffende kieskring.

In oktober 1907 overleed de afgevaardigde voor het kiesdistrict Sneek, de antirevolutionair Hendrik Okma. De daardoor noodzakelijk geworden tussentijdse verkiezing werd voor 5 december bepaald. De Sneker antirevolutionaire kiesvereniging, op zoek naar een geschikte opvolger voor Okma, besloot na ampel beraad om niemand minder dan de inmiddels 70-jarige stichter van de partij, Abraham Kuyper, kandidaat te stellen. Kuyper had, na zijn minister-presidentschap en de daaropvolgende verkiezingsnederlaag in 1905, de actieve politiek verlaten.

Hij was niet teruggekeerd in de Kamer, maar afgereisd naar de Middellandse Zee. Sinds de zomer van 1906 was Kuyper echter weer in het land en wachtte, 'aan den zijlijn' weliswaar, op een nieuwe kans als regeringsleider te kunnen optreden. Die gelegenheid verwachtte hij bij de reguliere verkiezingen van 1909, waar de kiezers het beleid van het zwakke vrijzinnige kabinet De Meester zouden afstraffen.

Het voornemen van zijn politieke vrienden in Sneek kwam Kuyper daarom niet goed uit. Hem was duidelijk geworden dat zijn polariserende wijze van politiek bedrijven zijn tegenstanders (de verschillende liberale groeperingen en de sociaal-democraten) in elkaars armen had gedreven. Het leek daarom uit tactisch oogpunt beter nog even buiten de Kamer te blijven.

Daarom was het voor Kuyper feitelijk een uitkomst dat de Sneker christelijk-historischen zijn kandidatuur niet wilden steunen. Hij wenste door lle confessionele partijen gekandideerd te worden. Van de steun van de rooms-katholieken wist hij zich wel verzekerd, maar de Christelijk-Historische Partij was daartoe niet bereid, aldus Kuyper, die vervolgens concludeerde: ,,Onder deze omstandigheden (...) kan ik geen erlei verantwoordelijkheid voor mijne candidatuur aanvaarden.'' De Sneker antirevolutionairen moesten maar iemand anders zoeken.

De verklaring van Kuyper bevatte overigens een merkwaardige fout. De Christelijk-Historische Partij (CHP) had in het kiesdistrict Sneek nauwelijks aanhang. De christelijk-historische component in de Friese Zuidwesthoek werd gevormd door de Bond van kiesvereenigingen op christelijk-historischen grondslag in de provincie Friesland (hierna: Friese Bond) die pas in juli 1908 met de CHP tot de Christelijk-Historische Unie zou fuseren. De Friese Bond was ten tijde van de vacature-Okma nog volledig zelfstandig en viel dus niet onder de supervisie van de CHP, waarvan Kuypers interconfessionele rivaal jhr. De Savornin Lohman de politiek leider was.

De Fries christelijk-historischen wensten Kuypers kandidatuur niet te ondersteunen omdat de vele confessioneel-hervormde kiezers van de Friese Bond de door Kuyper geïnitieerde scheuring in de Nederlandse Hervormde Kerk van 1886 nog niet waren vergeten en met lede ogen diens soms vergaande samenwerking met de katholieken bekeken. Daarnaast was het nog maar twee jaar geleden dat Kuyper in het vasthouden door de Friese Bond aan eigen kandidaten een oorzaak voor zijn verkiezingsnederlaag had gezien. Dat zij niet stonden te trappelen om hem te steunen, kon de Fries christelijk-historischen dan ook nauwelijks worden verweten.

De Sneker antirevolutionairen schikten zich maar moeilijk in hun lot: ,,Wij waren zoo gaarne voor Dr. Kuyper in het vuur gegaan; wij hadden hem zoo gaarne in de Tweede Kamer gebracht!'' Maar zij vonden na enige tijd de Amsterdamse advocaat Simon de Vries Czn. bereid om als kandidaat op te treden. Hij kwam zich op 30 november voor een met achthonderd (!) mensen gevulde zaal in gebouw Amicitia voorstellen en behaalde zes dagen later 3599 stemmen; dat waren bijna 1600 stemmen meer dan de beide andere kandidaten, de liberaal Ferf en de sociaal-democraat Vliegen, s men behaalden.

Einde verhaal? Niet bepaald, want in de antirevolutionaire pers (zoals De Standaard, Friesch Dagblad en de Stichtsche Courant) over de 'Sneeker quaestie' uitgebreid nagekaart. De houding van de christelijk-historischen werd daarbij gelaakt: niet alleen die van hen in Sneek, maar ook die van het hoofdbestuur van de CHP.

Speciaal tussen De Standaard en de c.h. krant De Nederlander ontspon zich een heftige pennenstrijd over de rol van de CHP-partijleiding in Den Haag die, naar het oordeel van De Standaard, de zaak in Sneek op zijn beloop had gelaten en bij de Friese geestverwanten niet, of in elk geval veel te laat, ten gunste van Kuyper zou hebben geïntervenieerd. Dat Lohman met de gang van zaken in Sneek allerminst gelukkig was geweest, werd later wel duidelijk, maar hij kon vanzelfsprekend geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor het optreden van de onafhankelijke Friese Bond.

Kuyper en Lohman raakten door de 'Sneeker quaestie' ernstig gebrouilleerd. Toen Kuyper tien maanden later Lohman zijn vierdelige 'Parlementaire Redevoeringen' cadeau wilde geven, stuurde die de zending doodleuk retour.

Hij herinnerde Kuyper aan de 'serie artikelen van De Standaard', waarin hij (Lohman) 'publiekelijk van leugen en onwaarheid spreken' zou zijn beticht. Er moest een twee weken durende bemiddelingspoging van de antirevolutionaire voorlieden Heemskerk en Idenburg aan te pas komen, voordat Lohman op 4 oktober 1908 - bijna een jaar na Okma's overlijden! - na een bezoek aan Kuyper kon aantekenen: ,,De vrede was hiermee hersteld.''

Interessant blijft de vraag, of Kuyper in deze 'Sneeker quaestie' niet een ernstige inschattingsfout heeft gemaakt. Amper drie weken na De Vries' verkiezing voor het district Sneek viel het kabinet De Meester over de oorlogsbegroting en werd niet Kuyper, maar fractievoorzitter Heemskerk, als aanvoerder van de parlementaire oppositie tegen De Meester, met de formatie van een nieuw kabinet belast. Kuyper was net te lang 'aan den zijlijn' blijven staan (nog afgezien van het feit dat de koningin hem niet wilde) en zou nooit meer tot het ministerschap worden geroepen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden