Review

WILDE HENGSTEN EN NACHTMERRIESHet apocalyptische oeuvre van Cormack McCarthy

“Moed is altijd een kwestie van trouw”, schrijft Cormac McCarthy in zijn in 1992 met de National Book Award bekroonde roman 'Al de mooie paarden'. Het is een uitspraak die onverkort van toepassing is op hemzelf, want zijn leven lang is de inmiddels 64-jarige McCarthy trouw gebleven aan zijn keuze voor de onzekerheid van het schrijversbestaan. En daar was moed voor nodig, want zijn vader, een welgestelde advocaat in Knoxville, Tennessee, had een andere maatschappelijke carrière voor hem in gedachten.

McCarthy, in 1933 op Rhode Island geboren, groeide op als oudste zoon in een gezin met nog vijf broers en zussen in een fraai herenhuis waar geen gebrek was aan personeel. Maar al snel bleek dat zijn ambities elders lagen. Hij stopte voortijdig met zijn studie aan de universiteit om zich te storten op het schrijven, een talent waarover hij van meet af aan niet de geringste twijfel had. Zelfs de vier jaar die hij als militair op een luchtmachtbasis in Alaska dienst deed, stonden in het teken van zijn roeping: hij bracht zijn tijd voornamelijk lezend door.

Het manuscript van zijn debuut 'The Orchard Keeper' stuurde hij op naar Random House, de enige literaire uitgeverij die hij kende. Het kwam in handen van de befaamde Albert Erskine, die ook redacteur van William Faulkner is geweest. Erskine onderkende onmiddellijk de bijzondere kwaliteit van McCormacks werk en realiseerde zich tegelijkertijd dat dit eigenzinnige proza maar moeizaam zijn weg naar het lezerspubliek zou vinden.

De feiten gaven hem gelijk: de critici reageerden enthousiast, maar de verkoopcijfers waren te verwaarlozen. Een publiciteitscampagne was bij voorbaat tot mislukken gedoemd, want McCarthy weigerde mee te draaien in het circus van interviews, signeersessies en tv-optredens. “Ik ga mezelf niet prostitueren”, zei hij. “Alles wat ik te zeggen heb, staat in mijn boeken.”

Jarenlang zwierf hij door het zuidwesten van de Verenigde Staten. Hij leidde een nomadenbestaan, reisde van motel naar motel en leerde er de harde wetten van de mensen kennen die moesten zien te overleven aan de onderkant van de samenleving. Twintig jaar lang werkte hij aan een roman die de weerslag vormde van die periode en die in 1979 onder de titel 'Suttree' verscheen.

Ondanks de lovende recensies voor zijn 'magnum opus', bleef hij voor het grote publiek nog steeds een onbekende. Pas na het succes van 'Al de mooie paarden' nam de belangstelling voor zijn vroegere werk toe. Vorig jaar verscheen de Nederlandse vertaling van deze indrukwekkende roman, onder de titel 'Angel' bij De Arbeiderspers.

Wie dit bijna vijfhonderd pagina's tellende boekwerk leest, kan zich voorstellen waarom zijn doorbraak zo lang op zich heeft laten wachten: het verhaal van de aan lager wal geraakte Cornelius Suttree, die zich op zijn woonboot aan de rand van Knoxville in leven probeert te houden met het uitzetten van vislijnen in de smerige rivier die als een open riool langs de stad landinwaart stroomt, is van een deprimerende schoonheid. McCarthy doet geen enkele concessie aan de lezer. Hij eist in zekere zin eenzelfde soort totale toewijding van zijn lezers als hij geïnvesteerd heeft in het schrijven van dit boek.

'Angel' is McCarthy's meest autobiografische roman: Suttree's keuze voor de zelfkant van het bestaan is een reactie op het dwingende verwachtingspatroon van zijn vader: “In zijn laatste brief schreef mijn vader dat de wereld geleid wordt door degenen die bereid zijn om de verantwoordelijkheid daarvoor te dragen. Als het leven is wat je mist, dan kan ik je wel vertellen waar je het kunt vinden. In de rechtswereld, de handel, de politiek. Op straat gebeurt niets. Niets dan een pantomime van de hulpelozen en de onmachtigen.”

Toch is het juist dat grauwe decor dat McCarthy inspireert tot ongekend lyrische beschrijvingen, afgewisseld met messcherpe dialogen. Zijn wereldbeeld is ronduit fatalistisch, maar dat betekent niet dat 'Angel' een aaneenschakeling van uitzichtloze ellende is: het geploeter van Gene Harrogate, een maatje van Suttree, zorgt voor een lichte toets in deze roman. Keer op keer bedenkt deze opgeschoten puber een manier om zich uit de nesten te werken, maar even zo vaak wordt hij door de onverbiddelijke werkelijkheid in de kraag gegrepen.

En te midden van al het bloed en geweld en de schrijnende armoede doolt Suttree rond, als een engel die naar de aarde is gestuurd om verslag te doen van de verschrikkingen van het ondermaanse. Een engel overigens aan wie niets menselijks vreemd is: ook hij drinkt de beker tot op de bodem om te ontdekken dat de mens een ongelijke strijd voert die hij nooit zal kunnen winnen.

'Angel' is een eigentijdse Odyssee, die nu al tot de klassieken van de Amerikaanse literatuur gerekend kan worden. Met zijn overrompelende beelden die het hele scala van realistisch tot surrealistisch doorlopen, heeft McCarthy een roman geschreven die zijn lezers rijkelijk beloont. Het slotakkoord is in zijn visionaire kracht te mooi om niet te citeren: “Ergens in het kreupelhout langs de rivier loert de jager, en in het golvende koren en de gekanteelde drukte van de steden. Zijn werk ligt overal en zijn honden worden nooit moe. Ik heb ze in een droom gezien, kwijlend en wild, de ogen gek van de honger naar aardse zielen. Ontvlucht hen.”

Halverwege de jaren zeventig verhuisde McCarthy naar El Paso, in het grensgebied van Texas en Mexico. Vanuit zijn zelfgekozen isolement bestudeerde hij de flora en fauna van zijn nieuwe omgeving. In het onherbergzame woestijnlandschap, uitgedroogd door een verzengende zon en in andere seizoenen geteisterd door gierende sneeuwstormen, bevolkt door coyotes, wilde hengsten en ratelslangen ontdekte hij het ideale decor voor de roman die in 1985 verscheen onder de titel 'Blood Meridian, or the evening redness in the west'.

'Meridiaan van het bloed', zoals de Nederlandse vertaling luidt die half november uitkomt, geldt voor veel liefhebbers als de kroon op het werk van McCarthy. Het verhaal is losjes gebaseerd op historische expedities tegen de indianen halverwege de vorige eeuw. Amerikaanse scalpjagers doorkruisten West-Texas en Mexico om forse premies voor hun trofeeën op te kunnen strijken. Met zijn versie van de geschiedenis zwiept hij in één klap de traditie van fraai geromantiseerde cowboyverhalen inclusief alle politiek correcte versies over de geslachtofferde indianen van tafel.

In McCarthy's universum is er geen sprake van helden en schurken: geen van de betrokken partijen, blanke Amerikanen, indianen en Mexicanen, doet voor de andere onder in wreedheid, moordzucht en zinloos bloedvergieten. Het voorwereldlijke woestijnlandschap met zijn uitgemergelde karkassen, verbleekte beenderen en weerbarstige rotspartijen is het toneel waarop zich het verval van de beschaving aftekent. Een enkele nederzetting en wat verdwaalde reizigers markeren de nietige plek van de mens in deze barre natuur, en als de jager zijn prooi heeft gevonden, zijn de sporen van het onvermijdelijke bloedbad binnen de kortste keren verdwenen. De zon wist ze uit en na een paar dagen lijkt het alsof geen levend wezaen dat terrein ooit heeft betreden.

In 'Blood Meridian' zijn de hoofdpersonen - zoals in de meeste romans van McCarthy - voortdurend onderweg. Hun dagen verstrijken in een monotone routine: het vergaren van voedsel, het bestuderen van sporen, het zich wapenen tegen de elementen. Het lijkt alsof al hun energie wordt opgespaard voor de confrontatie met de vijand, want dat slopende ritme komt in een stroomversnelling als ze hun tegenstanders ontwaren en mondt uit in een orgie van geweld.

McCarthy beschrijft die scènes tot in de gruwelijkste details: de pagina's van deze roman lijken wel verzadigd met bloed. Hij doet ook nauwelijks een poging de drijfveren van zijn personages te verklaren: hij presenteert de schokkende gebeurtenissen zonder te psychologiseren of te moraliseren. De 'boodschap' komt ondertussen wel over: de mens heeft het contact met de beschaving verloren, je kunt niet leven zonder moraal.

De scalpjagers vormen een bont gezelschap; het is een stelletje ongeregeld: een ex-priester, een voortvluchtige moordenaar, een van huis weggelopen knul, die als 'de jongen' wordt aangeduid en een mysterieus figuur, die als 'de rechter' wordt genoemd. Deze laatste onderscheidt zich van de rest doordat hij tijdens hun dooltochten aantekeningen en schetsen maakt van de overblijfselen van vergane culturen die half begraven boven het zand uitsteken.

Met zijn kale hoofd en zijn imponerende gestalte straalt hij een soort natuurlijke autoriteit uit en zijn reisgenoten zijn onder de indruk van de eruditie die hij tentoonspreidt. “Wie gelooft dat 's werelds geheimen nooit ontsluierd zullen worden, leeft in mysterie en angst”, oreert hij, “Maar de mens die zich tot taak stelt de draad van de orde uit het weefsel te bevrijden zal alleen al door dat besluit de wereld zijn wil hebben opgelegd en alleen op die manier zal het hem lukken zijn lot in eigen handen te nemen.”

Het oorlogvoeren is voor hem een superieur spel, “want daarin slokt de inzet het spel, de spelers, alles op.” Met zijn retorisch talent imponeert hij zijn reisgenoten, maar tegelijkertijd groeit bij hen het wantrouwen in deze valse profeet, die verlossing door bloedvergieten predikt en zelf op miraculeuze wijze steeds de dans weet te ontspringen.

Tegen het slot van de roman is 'de rechter' verworden tot een huiveringwekkende demon die spot met leven en dood, de laatste danser die overblijft als iedereen het podium heeft verlaten: “Alleen de man die zichzelf met huid en haar aan het bloed van de oorlog heeft uitgeleverd, die tot op de bodem van de afgrond is gegaan en de verschrikking in de ogen heeft gezien en op het laatste beseft dat die zijn diepste innerlijk aanspreekt, alleen die man kan dansen.”

'Blood Meridian' is een roman vol oud-testamentische gruwelen, geschreven in een stijl die strakke, uitgebeende dialogen uit de spreektaal combineert met bijbelse retoriek en lyrische landschapsbeschrijvingen. Het is een huiveringwekkende allegorie voor wat er mis is met de westerse beschaving.

Met de vertaling van 'Blood Meridian' is het belangrijkste werk van McCarthy nu in het Nederlands beschikbaar. En terecht, want een schrijver van dit formaat verdient een breder publiek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden