wildbeheer / Olifanten te over, maar afschieten is een te groot taboe

Sterft de Afrikaanse olifant nu wel of niet uit? In sommige landen wel, maar in andere zijn er juist veel te veel. Overplaatsen is te duur, anticonceptie te lastig.

door Sybilla Claus

De olifant sterft uit in Centraal- en West-Afrika, waarschuwden persberichten eerder deze week, die zich daarbij baseerden op Amerikaans onderzoek. Grote vraag naar ivoor in China en Japan stimuleert stropers, die goed verdienen omdat de officiële handel strak aan banden is gelegd. De ivoorprijs is gestegen van 75 euro (jaren negentig) tot 151 in 2004, tot 570 euro per kilo nu.

Begin vorige eeuw liepen er miljoenen olifanten op het continent. Toen de ivoorhandel in 1989 verboden werd en het beest op de lijst van beschermde dieren terechtkwam, waren er naar schatting nog maar 600.000. Inmiddels heeft in een aantal landen het herstel ingezet. Dat zijn stabiele staten met grote natuurparken zoals Botswana, Zuid-Afrika en Namibië, die goed voor hun wild zorgen. Zo goed, dat ze zich met het effect geen raad weten.

Zuid-Afrika verbood in 1995 het afschieten van olifanten. De populatie nam daarop in rap tempo toe, van 8000 tot 20.000. Minister van milieu, Marthinus van Schalkwyk, maakte deze week bekend dat hij afschieten niet uitsluit, omdat het grote aantal niet te handhaven is.

Alternatieven zijn anticonceptie en het overbrengen van kuddes naar gebieden waar nog voldoende ruimte is, maar hieraan kleven veel bezwaren. Toedienen van de prikpil is omslachtig en steriele vrouwtjes worden toch drachtig. Een olifantenkoe plant zich gewoonlijk iedere vier jaar voort en paart niet gedurende de opvoedingstijd. Maar een steriele koe is elke vier maanden drachtig en zal dan keer op keer paren waarbij ze het gewicht van de bullen moet verdragen, dat wel vier keer het hare kan bedragen.

Overplaatsen van een aantal dieren naar Mozambique is wel gebeurd, maar is een erg kostbare zaak. Een paar jaar geleden zou Botswana 300 olifanten aan Angola leveren, dat na een lange burgeroorlog geen wild meer over heeft. Maar na zestien vliegtickets was het donorgeld op.

De populatie neemt nu jaarlijks toe met vijf à zes procent. Dat tast de biodiversiteit in wildparken aan, en brengt ook boeren in de omgeving in de problemen. Regelmatig doden olifanten zelfs mensen. Een olifant kan op een dag wel 300 kilo gras, bladeren en twijgen eten. En het is geen efficiënte eter, want om aan zijn kostje te komen, vernielt hij nog veel meer vegetatie.

Botswana besloot al in 1991 dat er niet meer dan 48.000 olifanten mochten komen. Proeven met geboortebeperking zijn er mislukt. Maar uit angst voor slechte publiciteit durft de regering niet tot afschieten over te gaan. Het land moet het hebben van diamantexport en toerisme, twee sectoren die makkelijk te treffen zijn door een internationale boycot van organisaties van ’dierenvrienden’. Inmiddels zijn er alleen al in Botswana 150.000 olifanten, die hun omgeving slopen en verwoestijning veroorzaken. Per jaar worden er zo’n 200 vergunningen verleend à 40.000 euro om op safari een olifant neer te schieten, maar dat is bij lange na niet afdoende.

Verscheidene natuurbeschermingsorganisaties, waaronder het Wereld Natuur Fonds, zijn al begonnen druk uit te oefenen. Zij prijzen de houding van de Zuid-Afrikaanse regering om eerst verschillende opties te verkennen, alvorens over te gaan tot het afschieten van olifanten. Natuurbeschermers hebben nog tot mei de tijd om op de plannen van de regering in te haken.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden