Wild, Wacky and Wonderful Wales

Met de onophoudelijk pratende gids Kim, verzamelaar van theepotten, trekt Jann Ruyters door prachtig Wales. Ze waant zich in Luilekkerland.

Wales is niet voor watjes, weet ik. Ik stel me de Welsh voor als dranklustige types die tussen ganzen en schapen in dik bemuurde boerderijen wonen. Ze hebben hun onbegrijpelijke taal en onuitspreekbare plaatsnamen in ere kunnen houden omdat ze maar mondjesmaat vreemdelingen toelaten. Op Netflix keek ik een paar afleveringen van de misdaadserie 'Hinterland', de Welshe Baantjer, die speelt in het achterland, waarmee, begrijp ik, heel Wales achter de kustlijn wordt bedoeld. De lijken liggen er meestal in een uitgewoond huis ergens op een kale berg. Daarnaast golft een ruwe zee waar nooit eens de verwarmende gloed van de zon overheen glijdt; altijd kou, wind, regen. Heerlijk. Er schuilt iets heel idyllisch in die onherbergzaamheid.

Voor onze trip door Wales bereid ik me dus voor op woest weer en doorzakbedden in onverwarmde kamers bij stugge hoteliers. Maar dat loopt anders. Ook in het achterland van Wales zoekt men aansluiting bij de moderne belevenisindustrie, zo blijkt alras. Het land had zich daarbij geen beter verkoper kunnen wensen dan Kim West, onze gids van de Welshe VVV, ofwel Wales Cymru, die ons in vijf dagen van Noord- naar Zuid-Wales rijdt.

Kim is een blonde stuiterbal van bijna zestig, een 'army kid', opgegroeid in Singapore, en pas als volwassene weer naar het geliefde land van haar ouders teruggekeerd. Ze woont in Cardiff in een prachtig appartement met uitzicht op zee, vertelt ze. Kim kan goed vertellen en zal ook vijf dagen aan een stuk blijven praten. We hangen aan haar lippen. Ze heeft twee katten en een verzameling design theepotten. Als ze ons komt afhalen van het vliegveld in Manchester glimt ze van opwinding omdat ze net driehonderd pond heeft geboden op ebay voor een theepot van ontwerper Oliver Hamming. Dit is haar laatste reis in dienst van de Wales Cymru, meldt ze stralend. Een avontuurlijke reis moet het worden, langs 'wild, wacky and wonderful Wales': trampolinespringen in een oude mijn, wandelen met een havik, een bezoek brengen aan het kleinste museum ter wereld: een telefooncel in Cilgerran.

We volgen Kim gedwee, en met liefde. Mijn reisgenoot, een fotograaf die een fotoreportage maakt voor 'So British & Irish' is een reisjesroutinier, maar voor mij is het nog Luilekkerland. Vijf nachten slapen we als prinsenkinderen op verende bedden in respectievelijk een gerenoveerd middeleeuws kasteel, een Downton Abbey-achtig landhuis, een verbouwde herberg, het net heropende favoriete hotel van Kylie Minogue in Cardiff, en een luxe kunstenaarsdorp. 's Ochtends nergens enge worstjes als ontbijt maar zalm, scrambled eggs en vers sinaasappelsap.

De eerste dag rijdt Kim ons naar 'Bounce Below' waar we trampolinespringen in een groeve in een gesloten mijn. Of springen, gewoon over die geknoopte visnetten wandelen is me avontuurlijk genoeg. Onder ons 55 meter diepe duisternis, maar als je maar stug naar boven blijft kijken ruimtewandel je als Sandra Bullock in 'Gravity'. Een jongen vertelt dat ze ook horrorfilmavondjes willen gaan organiseren in de mijn. Lijkt me ook een goed concept, maar zover is het nu nog niet.

's Avonds arriveren we in het hoteldorp Portmeirion dat in het donker iets heeft van een dorpje van Anton Pieck, maar dat de volgende ochtend bij het ontwaken meer Salvador Dali met een snufje Disney blijkt. Waarom heb ik nog nooit eerder van dit dorp gehoord? Portmeirion is het levenswerk van de excentrieke architect Glough Williams-Ellis, een man die op foto's zelf ook Dali en Disney ademt met zijn tweedjasje boven de knickerbokker en gele kniekousen. In Wales en Engeland beschikt hij over een 'cult following', vertelt Kim, dit dankzij de nog steeds populaire sf-tv-serie 'The Prisoner' die er eind jaren zestig is opgenomen. De serie vertelt een kafkaësk verhaal, ben je eenmaal in het dorp beland dan is het onmogelijk om er weer uit te komen.

In een golfkarretje worden we rondgereden door de huidige bedrijfsleider die herinneringen ophaalt aan beroemde hotelgasten als George Harrison die in Portmeirion zijn vijftigste verjaardag vierde, en acteur Noël Coward die, gevlucht voor de 'Blitz', er tijdens de oorlog woonde. De man wijst ons op vele visuele grapjes die op de huisjes te vinden zijn: ramen die niet echt maar geschilderd blijken, tegeltjes met geestige teksten, zoals een ode aan de zomer van 1959 'in honour of its splendour'. Het hoteldorp ademt de geest van de flowerpower, maar dan wel de Britse 'upperclass' versie. Niet alle Welsh zijn er blij mee, vertelt Kim. "Het is als marmite. You love it, or hate it". De levenslust die hier uit alles naar voren springt is inspirerend.

Maar Kim drijft ons voort. We rijden naar Bwlch Nant yr Arian in de Brecon Beacons waar de Red Kites, ofwel de rode wouwen, gevoederd worden: een magnifiek dreigend spektakel. En daarna rijden we langs 'Devil's Bridge', de plek waar het eerste lijk wordt gevonden in de eerste aflevering van 'Hinterland', vertelt Kim - drie bruggen op elkaar boven een wilde waterval. Nu begin ik toch ook iets van het echte 'hinterland' te proeven. Diep, diep stil is het overal. Tijdens het voederen van de Red Kites hoor je alleen het zwenken van de vleugels en de hongerige roep van de vogels. We bezoeken de ruïne van het deels op rotsen gebouwde Carreg Cennen Castle, waar onlangs een stukje van de film 'Pride' werd opgenomen. Zaak om nu tussen de muren de Noormannen op te roepen wat lukt tot Kim op haar iPhone een fotootje laat zien van een glimlachende Bill Nighy, aan de voet van de klif.

De reis kan al niet meer stuk als ik 's avonds na een kort bezoek aan de markt in Machynletth op de hotelkamer in Tregaron naar een aflevering van de 'Antiques Roadshow' zap. Een brief van A. A. Milne wordt op honderd pond getaxeerd. De broer van wijlen prinses Diana (Princess of Wales!) biedt een beeldje van Napoleon ter veiling aan. In de pub beneden knettert het vuur terwijl we bier drinken en de hotelier vertelt over de circusolifant die, zo wil het verhaal, in 1848 in de tuin werd begraven. Mooier dan dit wordt het niet. Of toch nog wel?

Een verrassing volgt op de vierde dag als Kim valkenier Jef Callaghan heeft opgetrommeld om ons in de tuin van Lanssantffraed Court te leren met haviken te wandelen. De naar whisky ruikende Jef verliest even de controle over Griffin als de vogel liever in een boom achter een eekhoorntje aanjaagt, maar dan landt de havik op mijn onderarm en pikt het vlees vanaf mijn leren handschoen. Fantastisch.

Pas aan het einde van de trip belanden we dan ook nog echt in vintage Wales. We bezoeken de 'Big Pit'. We dalen met een lamp op onze helm 90 meter onder de grond, waar we de 'stallen' zien waar vroeger de paarden leefden zonder daglicht. Weer bovengronds staar ik gedachteloos naar de kluisjes waarin de attributen van de mijnwerkers zijn uitgestald. Hun levensverhalen staan op de kluisdeuren geschreven. Ook dit is weer heel goed bedacht en vorm gegeven, maar ik heb nu genoeg beleefd.

Ik beloof mezelf volgende keer drie weken naar Wales te gaan en dan ook nog wat te gaan wandelen. In het winkeltje koop ik een exemplaar van 'How green was my valley', de mijnwerkersklassieker. Buiten de mijn is het land geel en zanderig als uitgebloeide heide. "Er kan niets meer groeien", vertelt Kim. Het oogt post-apocalyptisch, maar ik weet beter nu. Onder en achter die leegte in Wales broeit en bruist het en wordt er gewoon weer iets nieuws verzonnen.

Wild in Wales

Wil je ook een havik ontmoeten, neem dan contact op met Julia Blazer (gooddayout.co.uk). Zij organiseert natuur-uitstapjes voor families, bedrijven en toeristen. Op de website van Good Day Out vind je ook nog andere gekke uitjes zoals samen een dagje schapen hoeden en/of scheren, houten lepels snijden, of zo'n authentiek Brits keienmuurtje leggen dat dan nog jaren deel uit zal maken van het door Unesco beschermde historische landschap van Blaenavon in Wales.

De trampolines van Bounce Below (bouncebelow.net) zijn onderdeel van Zip World, in de Llechwedd Slate Caverns vlakbij het historische mijnstadje Blaenau Ffestiniog. Hier kun je, als je wilt, ook nog aan een kabellijn over leisteengroeve en bergwanden zoeven.

De Big Pit Mining Museum organiseert rondleidingen in mijnwerkerstenue (helm, lamp, riem) door de oorspronkelijke mijngangen. (museumwales.ac.uk/bigpit)

In de vrij mondaine Welshe hoofdstad Cardiff kun je een rugbywedstrijd bezoeken in het Millennium Stadion, een bezoek brengen aan het historische Cardiff Castle, of het schitterende nieuwe glazen gebouw van het Welshe parlement bezichtigen.

Ontwaken in het surrealistische 'sixties' decor van Portmeirion is midden in de zomer alleen te betalen voor de 'happy few', maar buiten het hoogseizoen zijn er wel aantrekkelijke arrangementen. Zie: portmeirion-village.com.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden