Wil de romancier de waarheid wel opdiepen?

De Colombiaanse schrijver Juan Gabriel Vásquez wordt terecht in eigen land gezien als de opvolger van zijn landgenoot Gabriel García Márquez.

Juan Gabriel Vásquez


De vorm van ruïnes


Vert. Brigitte Coopmans. Signatuur; 517 blz. euro 25


oordeel


Meeslepend verhaal in een verhaal; vol huiveringwekkende details


Toen Gabriel García Márquez in 1967 zijn roman 'Honderd jaar eenzaamheid' publiceerde, moest Juan Gabriel Vásquez nog geboren worden. Vásquez (1973) groeide op in een van de meest gewelddadige episodes uit de Colombiaanse geschiedenis, de oorlog tussen de staat en het drugskartel van Pablo Escobar, die het land tussen 1984 en 1994 teisterde. In 1996 ontvluchtte hij Bogotá om in Barcelona in alle rust zijn schrijverschap vorm te geven. Een schrijverschap dat van meet af aan in het teken heeft gestaan van de turbulente historie van zijn vaderland, dat hij eerder karakteriseerde als een land dat alleen door "de onstilbare honger van de vergetelheid" met zijn verleden kan leven.


Steeds weer liet Vásquez zijn verbeelding los op een cruciale episode uit die geschiedenis, en schaarde zich zo in een rijke Latijns-Amerikaanse traditie waarin romanschrijvers een beeld schetsen van de maatschappelijke werkelijkheid dat vaak indringender is dan de best gedocumenteerde non-fictie.


Toen de Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa (1936) in 2010 de Nobelprijs voor Literatuur kreeg toegekend, was dat vanwege zijn meesterschap in de gefictionaliseerde geschiedschrijving. Ook voor Vásquez is de roman op de allereerste plaats een instrument van historische speculatie, een onderzoek naar hoe het gegaan zou kunnen zijn, waarbij de officiële geschiedschrijving niet noodzakelijkerwijs als de waarheid wordt erkend.


In zijn jongste roman, 'De vorm van ruïnes', is de ik-verteller, Juan Gabriel Vásquez geheten, na zestien jaar vrijwillige ballingschap in Europa teruggekeerd naar zijn geboortestad Bogotá waar hij, de inmiddels beroemde schrijver, gestalkt wordt door een man die geobsedeerd is door de moord op twee illustere politici uit de vorige eeuw: generaal Rafael Uribe Uribe (vermoord in 1914) en Jorge Gaitan (1948), moorden die in de officiële geschiedschrijving worden toegeschreven aan lone wolves, maar waar altijd een luchtje aan heeft gezeten. Om zijn internationale lezerspubliek dat niet bekend is met de Colombiaanse geschiedenis de nodige context te geven, is Vásquez zo slim om hier te refereren aan de moord op John F. Kennedy. Officieel is die toegeschreven aan de eenling Lee Harvey Oswald, maar hij blijft omgeven door nooit bewezen vermoedens dat het wellicht een samenzwering betrof.


Ook Carlos Carballo, de man die Vásquez stalkt, is ervan overtuigd dat de moordenaars van Uribe Uribe en Gaitan niet in hun eentje handelden maar in opdracht van politieke tegenstanders en de katholieke kerk.


Een hardnekkige poging van Carballo om de schrijver te interesseren voor zijn versie van de geschiedenis en hem te verleiden die op te schrijven, volgt. Maar hoe betrouwbaar is deze Carballo, met zijn obsessieve geloof in een samenzwering? De sceptische verteller slingert de hele roman heen en weer tussen afkeer en fascinatie, in voortdurend verzet om zich voor het karretje van Carballo te laten spannen. Ondertussen is de roman die we aan het lezen zijn het bewijs dat hij zich toch heeft laten verleiden. De roman bestaat voor meer dan de helft uit de minutieuze reconstructie van de genoemde politieke moorden, waarin het wemelt van de aanwijzingen voor een samenzwering maar overtuigend bewijs veelal ontbreekt. Maar, houdt Carballo vol: "De waarheid van de rechtbank is soms een heel andere dan de waarheid van het leven zelf."


Meeslepend, in geuren en kleuren, vol huiveringwekkende details, houdt Vásquez ons in zijn ban. En als de verwikkelingen bij vlagen wat al te uitputtend worden neergezet, is er altijd de superieure stijl waarmee hij de lezer blijft boeien: zijn lange, zorgvuldig gecomponeerde zinnen die over de pagina's meanderen en zijn plezier in de taal en de perfecte formulering illustreren.


Een andere kracht van Vásquez is dat hij de ambiguïteit intact laat. Het is duidelijk dat hij niet alleen schatplichtig is aan de magische verbeeldingskracht van zijn landgenoot Márquez, maar minstens zozeer aan de oervader van de moderne Latijns-Amerikaanse literatuur, de Argentijn Jorge Luis Borges (1899-1986), voor wie de ondoorgrondelijkheid van de werkelijkheid zo ongeveer de enige zekerheid in het leven was.


Wat moeten we geloven? Waar houdt de waarheid op en begint de verbeelding? Waar wordt waarheidsvinding een tunnelvisie? Net als bij Borges begint daar voor Vásquez de literatuur.


"Alles wat me zo eenduidig leek, denk je, blijkt vol dubbele bodems en verborgen bedoelingen te zitten, alsof je door een vriend verraden wordt. Op deze onaangename en pijnlijke openbaring geeft een schrijver het enige antwoord dat hij kan geven. Een boek."


De roman is een ingenieuze, duizelingwekkende compositie van verhalen in verhalen in verhalen die culmineert in het fascinerende levensverhaal van Carballo, een geschiedenis die in elk geval diens levenslange obsessie met de moord op Gaitan invoelbaar maakt.


Met deze roman (alweer zijn vijfde die hier in vertaling verschijnt) maakt Juan Gabriel Vásquez waar dat hij in Colombia en op de rest van het Latijns-Amerikaanse continent al jaren beschouwd wordt als 'de opvolger' van zijn legendarische landgenoot Gabriel García Márquez. Gek genoeg lopen wij, in Europa en in Nederland, wel vaker achter bij de herkenning van grote talenten aan gene zijde van de oceaan.


De Nederlandse vertaling van Márquez' 'Cien años de soledad' liet destijds nog vijf jaar op zich wachten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden