column

Wil de EU van 2017 een keerpunt maken, dan zal de olifant eraan moeten

Beeld Jorgen Caris

Ik begin voorzichtig iets te geloven, iets wat ik eigenlijk niet hardop durf uit te spreken, bang dat het uit elkaar zal spatten zodra het is benoemd. Maar het zou misschien kunnen – hang me er niet aan op – dat Europa bezig is een keer ten goede te maken. 

Nu het angstige jaar 2017 halverwege is en we verkiezingen in Nederland en Frankrijk hebben gehad, terwijl Duitsland lijkt af te koersen op een onspectaculaire uitkomst in september, is duidelijk dat de grote populistische kladderadatsch is afgewend, in elk geval voorlopig.

Daar mogen we Donald Trump dankbaar voor zijn, zoals politicoloog Ivan Krastev woensdag betoogde in De Balie. De chaos die de Amerikaanse president dagelijks over zijn land uitrolt, is zo overweldigend dat zelfs de spreekwoordelijke boze witte man ervan schrikt, ook in Europa. Dat geeft de Europese politici enige ademruimte, en die hebben ze dringend nodig om te bedenken hoe ze kunnen voorkomen dat de nationalisten rond Wilders, Le Pen en aanverwanten bij de volgende verkiezingsronde alsnog toeslaan. Want de onvrede waaruit zij putten is echt niet zomaar verdwenen.

Ontevreden kiezers

Macron mag in Frankrijk met prachtige cijfers gewonnen hebben, dat was maar zeer ten dele te danken aan zijn eigen persoon en ideeën. De meeste kiezers kozen hem omdat ze Le Pen niet wilden kiezen. De opkomst was laag, het aantal blanco stemmen hoog, en tel je de ontevreden kiezers van links en rechts bij elkaar op, dan kom je op 60 procent van het electoraat. 

Macron zal, met andere woorden, een taal en een programma moeten vinden om de burgers te bereiken die zijn optimisme niet delen, anders loopt zijn sociaal-liberale mars vast voordat die goed en wel begonnen is. We weten wat hij daarvoor moet doen, het is bijna een cliché geworden: hij moet de verliezers van de globalisering weer het gevoel geven dat ze erbij horen.

Wat voor Frankrijk geldt, geldt voor Europa als geheel (en we mogen hopen dat het ook in Den Haag wordt opgemerkt). De dagen van het neo-liberalisme, dat aan vrije en open markten een welhaast heilige status toekent, zijn voorbij. Ziet de gevestigde politieke orde dat niet in, dan komt de kladderadatsch alsnog. “Misschien zijn we laat”, erkende ­

EU-supercommissaris Frans Timmermans gisteren bij de presentatie van een bezinningsnota over de globalisering. “Maar té laat? Absoluut niet.” Dat klonk wel heel zelfverzekerd.

In de afgelopen decennia zijn de inkomens van de middengroepen er in meer dan vijftig landen op ­achteruitgegaan, terwijl de bankrekeningen aan de top steeds vetter werden: voor Europa geldt nu dat 1 procent van de bevolking 27 procent van al het vermogen in handen heeft. De bekende econoom Branko Milanovic spreekt van een ‘plutocratie’: een bestuursvorm waarbij de rijken aan de macht zijn. Milanovic is de uitvinder van de olifanten-curve, de grafiek die laat zien hoe sinds de jaren tachtig overal de inkomens stegen, behalve bij de westerse middenklasse. Wil de EU van 2017 een keerpunt maken, en ik geloof voorzichtig dat dat kan, dan zal de olifant eraan moeten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden