Review

Wil de echte dochter van Afrika opstaan?

'Dochters van Afrika' is niet de eerste verhalenbundel die in Zuid-Afrika (en in Nederlandse vertaling) is verschenen. In 1986 bundelden André Brink en J. M. Coetzee zowel Engels- als Afrikaanstalige auteurs in 'A land apart', in Nederland vertaald onder de knullige titel 'Ons geduld heeft zijn grenzen', alsof het ging om protestliteratuur, wat zeker níet het geval was.

In 1990 verscheen bij Ad. Donker de bundel 'Raising the blinds', samengesteld door Annemarie van Niekerk, met verhalen van een groot aantal vrouwelijke auteurs, allen Engelstalig, onder wie Olive Schreiner, Nadine Gordimer, Doris Lessing, Bessie Head, Gcina Mhlope en Miriam Tlali.

In Nederland stelde Riet de Jong-Goossens een paar jaar geleden voor Nijgh & amp; van Ditmar een overzichtelijke bundel samen met verhalen van een groot aantal Afrikaanstalige auteurs - onder de pakkende titel 'Kort Afrikaans', met een vette knipoog naar Jan Wolkers.

En niet lang geleden verscheen dan in Zuid-Afrika de vuistdikke bundel 'Dogters van Afrika', samengesteld door Riana Scheepers, waarvan de Nederlandse uitgave een bekorte versie, en dus het kleinere zusje is. De verhalen in deze bundel zijn onderverdeeld in categorieën: 'jonge meisjes', 'eerste liefde', 'zusters', 'bruid en huwelijk', 'moeders', 'weduwen', 'verleiders', 'hoeren', enzovoort.

Deze indeling zorgt ervoor dat de verhalen, die zeer in lengte verschillen, erg heterogeen zijn. Een voordeel daarvan is veelzijdigheid, een nadeel vluchtigheid. Een bonte rij van karakters en situaties, die je een korte blik gunnen in het Zuid-Afrikaanse leven van alledag, passeert de revue.

In een zo gepolitiseerd en door taalstrijd geplaagd land als Zuid-Afrika is iedere verhaalkeuze arbitrair. In de tijd van de apartheid konden Brink en Coetzee hun bundel nog 'A land apart' noemen, en vormden de verhalen die Brink in zijn Afrikaanstalige gedeelte opnam een eerste kennismaking met een keur van auteurs, onder wie Koos Prinsloo, John Miles en Etienne van Heerden.

Van Niekerks bundel was volledig gewijd aan Engelstalige schrijvers, en daar was ook iets voor te zeggen, omdat de samenstelster met de verhalen een verantwoord historisch overzicht wilde bieden.

De Nederlandse versie van Scheepers' bundel, 'Dochters van Afrika', is om verschillende redenen problematisch te noemen. De titel is ontleend aan het gelijknamige, wat clichématige verhaal van Elsa Joubert dat in de bundel is opgenomen, maar dekt de lading niet en is daarom misleidend, evenals de foto van het idyllische zoeloe-dorpje die het omslag siert. Want wie zijn die 'dochters van Afrika'? De hoofdpersonen in de verhalen? Maar toch niet de vrouw in Van Heerdens verhaal 'De treurige bruid'? En ook niet de schooljuf in het grappige maar al te sentimentele verhaal 'Juffrouw Glansoog' van De Waal Venter. De schrijvers? De mannen onder hen kunnen in ieder geval geen staat maken op het epitheton 'dochter van Afrika'.

Eigenlijk kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat Scheepers suggereert dat alleen Afrikaanstalige blanke auteurs het (Zuid-)Afrika-gevoel te voorschijn kunnen toveren, en dat lijkt me op zijn zachtst gezegd aanvechtbaar, als je weet hoeveel er in het recente verleden door tal van andersgekleurde Zuid-Afrikanen is geschreven.

Op de keuze valt ook het een en ander af te dingen. Het verhaal van 'Nataniel' (een in Zuid-Afrika bekende zanger/performer) is van matige kwaliteit, het veelbelovende tekenende begin ten spijt: “In Pretoria zijn verschrikkelijk veel homo's. Sommige zijn mooi, sommige zijn lelijk, sommige getrouwd, sommige leraar, sommige zijn afschuwelijk dik (waar ze niet altijd wat aan kunnen doen) sommige zijn hoeren, sommige hebben het moeilijk, want dat zijn christenen.”

Bovendien is het bijzonder jammer dat Jeanne Goosen en Marlene van Niekerk ontbreken, om nog maar te zwijgen van schrijvers met een kleurtje: A. H. M. Scholz is er niet bij, evenmin als E. K. M. Dido, die Nederland al eens heeft bezocht en met haar verhalen grote indruk maakte. Van Rachelle Greeff, van wie in De Tweede Ronde al eens werk is verschenen, wordt 'Die kind' opgenomen, maar van haar verhaal 'Die rugkant van die bruid' wordt slechts een kort fragment afgedrukt, hetgeen een nodeloze verminking betekent.

Ik had bij een bundel als deze liever een langere inleiding gezien, of korte biografietjes over wat de schrijvers zoal in het leven doen. Behalve Etienne van Heerden en Scheepers zelf zijn de gebundelde auteurs in Nederland niet of nauwelijks bekend. Ze verdienen een betere introductie.

En waar ik me het meest aan stoorde: hoezeer zij er in haar verhalen onmiskenbaar in slaagt een Afrika-gevoel op te roepen, vind ik het toch een beetje overdreven dat er van Scheepers liefst drie verhalen zijn opgenomen (geen enkele andere auteur in de bundel wordt zo royaal bedacht), terwijl je van een samensteller meer bescheidenheid zou mogen verwachten. Gerrit Komrij gaf het goede voorbeeld door slechts één - ironisch - gedicht van zichzelf op te nemen in zijn bundel met 19ste en 20ste eeuwse Nederlandse poëzie. Of probeert de uitgever goede sier te maken met zijn Zuid-Afrikaanse auteur? De blurp op het omslag doet zulks vermoeden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden