Wijsbegeerte als troost

Wat schoonheid ook mag zijn en hoe zij ook verbonden is met troost, zij is in elk geval iets waarvoor je met wellust zwicht en dat niet alleen het Exultate van Mozart in je oproept, maar tegelijk de Kindertotenlieder van Mahler.

Bij het zien van een zo begenadigde en levendige vrouw als Martha Nussbaum, van wie het ontroerende portret in 'Van de schoonheid en de troost' met het eerste begon en met het tweede eindigde, dacht ik onwillekeurig eerder in termen van jaloezie dan van troost. Zij is de schrijfster van een prachtig boek over Aristoteles en van omvangrijke en beroemde werken over de breekbaarheid van het goede en de therapie van het verlangen. Zij werkt nu aan een boek over emoties. Ze wordt overal in de wereld op handen gedragen en overladen met lof. Er lijkt weinig te zijn wat zij niet kan, van acteren en zingen tot hardlopen en vooral ook zich langdurig en met grote discipline concentreren op de moeilijkste en meest uiteenlopende onderwerpen.

Schoonheid, denk je dan, is een prachtige troost als je geen echt verdriet hebt en alleen maar wat melancholie hoeft op te kloppen over de afgrondelijkheid van het bestaan of, als de interviewer aandringt, over de onmogelijkheid van papa's grote meid om het ooit goed genoeg te doen. ,,Creatieve prestaties komen voort uit schuldgevoel.' ,,U bent weer vijftien, als u over hem praat', merkte Kayzer op en het was haar aan te zien, dat zij genoegen beleefde aan haar onvoorstelbare ijver.

Troost lijkt zelfs een verdriet te mobiliseren dat er niet is. En terwijl ik naar haar keek en hoorde dat zij troost vond in de filosofie van de emoties en emoties zag uitgekristalliseerd in de schatten van de antieke wijsbegeerte, dacht ik aan 'de vertroosting van de wijsbegeerte' van Boethius, waarin die vertelt dat de Filosofie zelf in de gedaante van een vrouw hem kwam troosten in de gevangenis; maar ik vergeleek Martha Nussbaum eerder met die troostende vrouw dan met de mismoedige gevangene tegenover haar. En gelukkig gebruikte zij heel andere middelen dan de clichés waarvan het hele literaire genre van de vertroosting in de antieke literatuur, bij Cicero en bij Seneca, aan elkaar hangt.

Er is kennelijk in mensen een onuitroeibare behoeft aan melancholie, aan een nabijheid van de onpeilbare afgrond van het bestaan en, om een mooie titel van Patricia de Martelaere te gebruiken, 'een verlangen naar ontroostbaarheid' dat zij elkaar nauwelijks lijken te gunnen. ,,Onze samenleving biedt geen gelegenheid om te rouwen.'

Hebben mensen alleen maar behoefte aan troost in situaties waarin zij door een actueel verdriet worden geplaagd, of eerder wanneer zij om welke duistere reden ook zich melancholisch voelen of aan de diepere zin van het leven twijfelen en zich daar toch vragen over stellen? De vraag naar het waarom van de behoefte aan troost is niet minder dringend dan de vraag naar het waarvoor of waartegen. Soms lijkt het erop dat mensen niet alleen naar troost zoeken omdat ze verdriet op hun weg vinden, maar dat ze verdriet uitvinden om getroost te worden of om, van de andere kant, een gebaar van troosten te maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden