Wijnand Albregts 1955-2009

Hij was een rusteloze individualist, reisde op zijn motorfiets de wereld af, wist alles van militaire verrekijkers en dacht nog vaak aan Elspeth.

De rouwkaart voor Wijnand Albregts toont zijn foto, op de rug gezien - als eenzame motorrijder die vol bepakt in een landschap zonder einder van ons wegrijdt. Zijn motorfoto’s, genomen in een onherkenbaar Verweggistan, gingen van hand tot hand rond zijn bed in het hospice waar hij zijn laatste weken doorbracht.

Motorrijden was zijn way of life. Eigenlijk verwachtten zijn vrienden dat hij ver van iedereen in motorpak met helm aan zijn einde zou komen, en niet in een ziekbed op een zelfgekozen moment. Die foto is treffend voor het vrije, onafhankelijke leven in de natuur en met de techniek dat Wijnand tot vlak voor het einde leidde. Zijn leven lang gaf hij het stuur niet uit handen, tot de laatste ademtocht bleef hij in control.

Wijnand Albregts werd geboren in Zeeuws Vlaanderen, in een rooms-katholiek gezin. Zijn vader was timmerman-meubelmaker. Hij had één jongere broer. Het gezin verhuisde in 1963 naar Hogebrug bij Oudewater, waar hij naar de mavo ging. Daar, midden in Het Groene Hart, leidde Wijnand met broer en vrienden het leven van een polderjongen: vissen, snoeken, zwemmen in de Dubbele Wiericke, schaatsen, sleutelen aan brommers. Al vroeg had hij iets met techniek. Hij had twee rechterhanden, en wel drie als een klus anderen te moeilijk was. Tijdens de oliecrisis van 1973 bouwde hij zijn Mobylette zo om dat die ook liep op petroleum: goedkoper en niet op de bon. Met zijn technische knobbel was de IVA, de particuliere “Autoschool” in Driebergen, een logische keus. Dat kostte zijn (autoloze) vader een vermogen. Nog voor zijn achttiende reed Wijnand op een Zündapp 125, na zijn rijbewijs al gauw op een BMW boxermotor. Dat type zou hij zijn leven lang trouw blijven tijdens ruim 900.000 kilometers. Sommige jaren reed hij 40- à 50.000 kilometer, vooral op verre tochten, tot aan Egypte en de Krim. Hij ging heel hard door de bochten, maar wel zo veilig dat meerijdende vrienden graag met hem op vakantie gingen. Ettelijke keren is hij van zijn motor gereden; hij wist wat pijn was.

Na IVA en twee jaar mts begon hij als monteur bij Mack trucks. De praktijk was zijn leerschool. Daarna ging hij naar Engeland, om de taal te leren – als pompbediende. Begin jaren tachtig emigreerde hij naar Australië, dat hij rondreed na goed verdiend te hebben in constructiewerk. Toen het daar slechter ging kwam hij terug naar Nederland, op de motor. Via Zuidoost-Azië had hij een route uitgezet door India, Nepal, Pakistan, Iran en Turkije. Zo reed Wijnand het jaar 1985 door Azië. Het zou hem bijna het leven kosten. Via poste restante-adressen hield hij contact met het thuisfront. In Madras in India werd hij, nota bene door een truck van Douwe Egberts, aangereden en belandde hij met een gebroken sleutelbeen in een ziekenhuis. Een jongetje gaf hij geld om dagelijks eten te kopen. De operatie volgde zonder adequate verdoving, meldde hij later. Motoronderdelen – uiteraard deed hij zelf de reparaties – werden door vrienden opgestuurd, en zo reed Wijnand westwaarts door de huidige conflictgebieden.

Hij kwam er de eerste en naar verluidt enige liefde in zijn leven tegen. Een Engelse solo-rond-de-wereld motorrijdster, Elspeth, nu een bekend architecte en net als Wijnand rusteloos en individualist. In Turkije kreeg Wijnand hepatitis. Het was winter toen ze in Griekenland aankwamen, met weinig andere kleren dan versleten zomerspullen, altijd wild kamperend. Het lukte om met vriendin en motoren met een vrachtwagen naar Nederland te liften, en zo stond hij eind 1985 voor de deur van het ouderlijk huis. Elspeth bleef nog een poosje. Na een paar maanden ging zij terug naar Engeland en ging het uit; intimi wisten dat zij nooit uit zijn gedachten raakte.

Wijnand bleef bij zijn ouders wonen, schreef nooit een boek over die reis, ging antieke motorfietsen restaureren. Zijn zevende, goedbetalende baan was bij een fabriek van technische gassen in de Botlek, waar hij ruim twintig jaar werkte en onmisbaar werd als trouble shooter bij technische storingen en ingewikkelde reparaties. Daar ontwikkelde hij zich tot dé specialist voor pompen waarmee de brandstof voor Ariane raketten overgepompt wordt. Hij opereerde feitelijk op ingenieursniveau maar bleef als persoon bescheiden.

De grootste specialisatie van Wijnand Albregts lag buiten zijn vakgebied. Op militaria-beurzen vond hij militaire verrekijkers. Die werden de laatste decennia zijn grootste hobby. Dankzij zijn fenomenale geheugen, parate kennis en buitenlandse contacten – hij sprak drie talen – werd hij in Nederland de grootste deskundige op het gebied van Duitse en militaire optiek. Menig kapitaalkrachtiger buitenlandse verzamelaar was jaloers op zijn verzameling. Met een collimator en zelfgemaakte onderdelen repareerde hij U-bootkijkers en de enorme dubbeltelescopen waarmee de Duitse Luftabwehr tijdens de Tweede Wereldoorlog talloze geallieerde vliegtuigen neerschoot. Vanuit het boerenhuisje waar hij na de dood van zijn moeder in 2002 was gaan wonen, speurde hij daarmee het veld af op zoek naar hazen en reeën, die steeds vaker op zijn bord belandden.

Tijdens motortochten door Oost-Europa kort na de Wende tikte Wijnand op rommelmarkten goedkoop zeldzame kijkers op de kop. Soms verkocht hij die na revisie door aan Amerikaanse verzamelaars. Hij had contact met alle topexperts op zijn gebied, onthield alles wat hij tegenkwam, wist precies welke varianten gefabriceerd waren. Hij stond altijd klaar met advies aan medeverzamelaars. Als hij dubbele had, kon je die overnemen voor de prijs die hij betaald had plus benzinekosten, zelfs als ze intussen meer waard geworden waren.

Wijnand was goudeerlijk, recht door zee, betrouwbaar, maar ook onbuigzaam. Wie hem ooit verlinkte kon het nooit meer goedmaken. De vrienden die hij had waren of motor- of kijker-gek; het waren vaak eendimensionale vriendschappen, kameraadschappen, zoals onder soldaten. Wijnand was daarin trouw en gul, leende nooit een cent, maar gaf vrienden op de pof kijkers mee met: „Ai, dat komt nog wel”.

Zijn gevoel voor rechtvaardigheid maakte hem Fortuyn-stemmer, tegen „die Haagse zakkenvullers”. Hij was breed geïnteresseerd, keek geen TV, zijn oordelen waren vaak raak maar zwart-wit.

Medio 2008 kon hij door rugpijn niet meer werken; na enkele medische miskleunen – de pijn zou ’psychisch’ zijn – bleek een rugwervel gebroken en niet operabel. Wijnand wees het zware tilwerk als schuldige aan, was woedend op de baas. Half januari kon hij van pijn zijn bed niet meer uit, vrienden en buren eisten bloedonderzoek en een scan. Uiteindelijk belde hij op dat hij er een eind aan ging maken. Voor hij zijn jachtgeweer kon pakken lag hij in het ziekenhuis met het doodvonnis: ziekte van Kahler, laatste fase botkanker.

Tussen vier muren en drie bejaarden (over wier apparatuur Wijnand bezorgd waakte) wilde hij niet doodgaan. Medicatie wees hij resoluut af; nooit ergens bang voor geweest vreesde hij het meest dat hij in coma zou creperen. Na twee weken hevige pijnen en veel, veel bezoek van vrienden en collega’s – soms stonden ze met vijftien man rond zijn bed – kwam Wijnand in het hospice, waar hij tussen morfinedromen door per mobiel met iedereen contact hield. Ook de top-experts uit Duitsland en Amerika belden hem; vrienden uit motor-, kijker- en jacht-kringen maakten rond zijn sterfbed met elkaar kennis. Hij baalde ervan 1.000.000 km niet gehaald te hebben. Ont-spannen regelde hij alles, besloot zijn verzameling na te laten aan zijn vrienden, voor een toekomstig optisch museum. Hij las tot het laatst een geschiedenisboek en nam van iedereen afscheid met een handdruk en „tot ziens en bedankt en het beste”. Vlak voor Uur U troostte hij telefonisch nog een verre vriend.

Toen de arts kwam die hem de eindnarcose zou geven klapte hij zijn mobieltje dicht. ’t Is goed zo, zei hij, en terwijl de vloeistof in zijn aderen liep zei hij: „Ik voel het al”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden