Wij zullen omkomen in succes

'Sapiens kan kiezen voor een stapje terug. Maar de geschiedenis leert dat hij deze draai van honderdtachtig graden nog nooit gemaakt heeft'

Er bestaan optimistische wereldgeschiedenissen, maar dat zijn meestal vergane glorieboeken met vergane glorietitels als 'Pelgrimstocht der mensheid'. Doorgaans tappen wereldhistorici uit een pessimistischer vaatje en blijken ze geseculariseerde eindtijdschrijvers.

Dat geldt voor de relatief nieuwe auteurs in dit genre als Samuel Huntington ('The Clash of Civilizations'), dat geldt voor de grote klassieken. De Duitse zwartkijker Oswald Spengler bijvoorbeeld voorspelde in zijn beroemde werk 'Der Untergang des Abendlandes' het einde van de Europese beschaving.

De overbezorgde christen Arnold Toynbee, om een andere stereotiepe klokkenluider te noemen, deed in 'A Study of History' iets soortgelijks voor Europa en tegelijk maar voor alle civilisaties die ooit hadden bestaan. Elk wereldrijk, concludeerde de Engelse professor in de jaren vijftig, had een tijd van komen en gaan, en kon het tussentijds in het beste geval een eeuw of een paar eeuwen uitzingen.

Er waren in de geschiedenis krachten aan het werk waar de geciviliseerde tijdgenoot geen invloed op had, er was sprake van een ongrijpbaar, welhaast metafysisch determinisme. Vroeg of laat was het feestje onvermijdelijk voorbij.

Het hoogst haalbare wat de beschaafde Babyloniër, Romein, Europeaan of, in het geval van Spengler, de Duitser voor zijn beschaving kon doen, was rekken en erbij blijven, de slechte afloop zo lang mogelijk uitstellen.

Het nieuwste boek in deze schier eindeloze reeks van meer of minder opwekkende wereldgeschiedenissen is geschreven door de Israëlische publicist Yuval Noah Harari. De veelzijdige auteur kijkt als historicus, bioloog, psycholoog, econoom en landbouwkundige naar tienduizenden jaren historie. En dat levert niet bepaald een geruststellend beeld op. Ook bij hem is er een welhaast onzichtbare hand werkzaam in de geschiedenis, ook bij hem kan de mens niet veel veranderen aan de loop der historie.

Sapiens, de hoofdfiguur uit zijn boek, heeft het van 'eerste onder de apen' gebracht tot een godheid, die binnen afzienbare tijd zijn eigen ondergang kan realiseren door zijn oude genetische beperkingen af te leggen en elk gewenst menstype te klonen. Dat is de logische uitkomst van ruim 70.000 jaar menselijk verleden.

Deze onwaarschijnlijk klinkende maar volgens Harari zeer reële sciencefiction hoeft geen werkelijkheid te worden. Sapiens hoeft niet per se te trappen in de vooruitgangsval - wat technologisch kan, doen we vroeg of laat. Hij kan kiezen voor een stapje terug. Maar de geschiedenis leert dat hij deze draai van honderdtachtig graden nog nooit gemaakt heeft.

Hoe is het zover gekomen met Sapiens?

Succes, is het antwoord. Succes als bijna zelfstandige sociaal-biologische eenheid blijkt de stiekeme darwinistische motor van de geschiedenis. Wat doelmatig is, gaat door, wat niet werkt, verdwijnt. Dat is de kortste samenvatting van onze historie volgens Harari, en dat is tegelijkertijd ons probleem. Want vooruitgang van de soort betekent niet altijd verbetering voor de individuele of de collectieve mens op een bepaalde tijd en plaats. Het vroege kapitalisme, om een voorbeeld te geven, roofde alle armen van hun laatste zelfvoorzienende bezit, om pas eeuwen later enige welstand te brengen.

Maar dan zijn we al ver in de historie. Harari begint bij de overwinning van de soort homo sapiens op alle andere mensachtige dieren. Doorslaggevend blijkt de taal. Beslissend in de 'cognitieve revolutie' - de grote kennissprong voorwaarts in de oertijd - was niet dat onze vroege soortgenoten een beter vuistbijltje konden maken dan de homo ergaster, ze konden beter kletsen.

Roddelen, schrijft Harai, was zelfs 'belangrijk sociaal cement'.

Ze ontwikkelden een vocabulaire om kennis door te geven, ingewikkelde zaken te verbeelden, samen te werken en om hardop te dromen - oftewel mythen te maken. Sapiens werd heer en meester op aarde, als verhalen vertellend en gelovend groepsdier, boven de andere dieren.

Een flink aantal van die andere dieren stierf door zijn toedoen uit, zoals zijn verwante soortgenoot de Neanderthaler. Harari heeft het over 'de ecologische seriemoordenaar Sapiens'. Het was het prijskaartje dat hing aan de succesformule als perpetuum mobile van de geschiedenis.

Dit mechanisme van alle-winst-is-verlies, zou vaker optreden. De tweede grote stap vooruit van de mensheid, bekend als de agrarische revolutie (overgang van de jager-verzamelaars- naar de landbouwsamenleving) had ook zijn schaduwzijde. Er konden veel meer mensen gevoed worden, maar met veel eenzijdiger, ongezonder voedsel.

Het eetpatroon van de jager-verzamelaar leek zogezegd veel meer op dat van de moderne, verantwoord etende consument dan dat van de mono-'ondervoede' dikwijls hongerende keuterboer uit de bronstijd, ijzertijd en Middeleeuwen. "Wij hebben niet de tarweplant gedomesticeerd, hij heeft ons gedomesticeerd", schrijft Harari.

In dat ene, ogenschijnlijk provocatieve zinnetje is heel zijn historische cultuurkritiek vervat. Wij maken of bedenken iets, en als het werkt, gaat het vervolgens met ons aan de haal. Daar komt de geschiedenis van de mensheid, waar zo vaak zo duur over is gedaan, op neer.

We eten allemaal hetzelfde graan, dezelfde rijst, geloven in dezelfde God, Boeddha of Allah. Zo er een patroon is in het verleden dan is dat het: eenwording in afhankelijkheid van de 'goden' die we zelf geschapen hebben. Het kapitalisme, schrijft Harari, is in dit opzicht de geslaagdste religie, het heeft de volgzaamste en trouwste gelovigen ooit.

De derde grote en schijnbaar laatste stap naar voren van de mensheid, de zogeheten wetenschappelijke revolutie, begonnen in de zeventiende eeuw en nog altijd gaande, zou volgens Harari wel eens het droevig slotakkoord van de mensheid kunnen worden. Zij wordt namelijk straks vervangen door de gereproduceerde mens, als tenminste de ijzeren regel uit de geschiedenis - technisch kunnen, is maatschappelijk willen - van toepassing blijkt. De Israëlische auteur vreest het ergste, succes immers neemt de mens al 70.000 jaar bij de neus.

Harari heeft een verontrustend boek geschreven, dat vooral in het historische deel tot nadenken stemt, maar dat naarmate de moderne tijd nadert wat prekerig wordt.

We weten inmiddels wel dat het 'vijf voor twaalf' is, verzucht je bij de zoveelste uitweiding over de ecologische onnozelheid van onze gebruikerscultuur.

Er ligt een wat zure doemlaag over dit verder aanstekelijk geschreven boek. Het is de bekende beroepsafwijking die apocalyptici eigen is. Collega-vooruitgangspessimist Francis Fukuyama had het ook al over 'de laatste mens', die "uitgeput door de geschiedenis niet meer in waarden kan geloven".

En zo somberen de wereldhistorici maar door, net als hun religieuze voorganger kerkvader Augustinus deed in zijn beschrijving van de zondige 'aardse stad'. Troost is dat ze vaak ongelijk bleken te hebben met hun voorspellingen. Maar laten we voor de zekerheid toch maar een kaarsje opsteken.

Yuval Noah Harari: Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid. (From Animals into Gods) Vertaald door Inge Pieters. Thomas Rap, Amsterdam; 464 blz. euro 24,90

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden