Wij zullen moeten doen wat ons gezegd wordt

Abe de Vries

Hij is Serviër en Joego-nostalgicus, maar daarom nog geen vriend van Milosevic. Aleksa Djilas hoopt dat de Servische president zal kunnen 'verdwijnen', discreet, zoals Stroessner of Ian Smith. En hij betreurt het dat het optreden van het Westen Milosevic postitie nu lijkt te hebben versterkt. Interview met een dissident.

,,Naar de smaak van sommigen hier praat ik te vrijblijvend over het Servische nationale vraagstuk. Ze denken dat ik een kosmopoliet ben die het Westen pleziert'', zegt Aleksa Djilas.

Het imago is niet zomaar ontstaan. De 46-jarige historisch socioloog, vooraanstaand publicist over de Balkan en zoon van de vier jaar geleden overleden Joegoslavische dissidente communist Milovan Djilas, studeerde filosofie in Wenen en woonde van 1975 tot 1987 in Londen, waar hij promoveerde aan de London School of Economics. Daarna was hij als onderzoeker verbonden aan het Amerikaanse Harvard. In zijn bekendste boek over Joegoslavië (The Contested Country uit 1991) heeft hij uiteengezet hoe Tito's communisten al in de Tweede Wereldoorlog de kiem legden voor de gewelddadige ondergang van het land vijftig jaar later.

,,Ik was in politiek opzicht anglofiel'', bekent hij. ,,De Britten waren mijn grote voorbeeld. Ze leken me volwassen, met gevoel voor ironie en nauwgezet als het om feiten ging. In haar beginjaren steunde ik Thatcher. Ik was voor een sterke Navo als tegenwicht tegen de Sovjet-Unie. Dat is allemaal veranderd. Ik ben een stuk kritischer en negatiever over het Westen geworden na de verdrijving van de Serviërs uit Kroatië in 1995 en de oorlog om Kosovo.''

Djilas - bleke spijkerbroek, grijs vest - geldt als een scherpzinnig criticus van het bewind van Milosevic. Zijn vijanden zien in hem vooral 'de zoon van'. Hij woont in het centrum van Belgrado, in het appartement dat voorheen zijn vader toebehoorde. Een gerieflijke, antiek gemeubileerde flat met in elke kamer moderne kunst aan de muren.

,,Het is gedaan met Milosevic'', is zijn inschatting. ,,De vraag is alleen wanneer hij vertrekt, en hoe. Ik denk niet dat er een burgeroorlog komt. Wat je ook van Milosevic mag vinden na de oorlogen in Bosnië en Kosovo, volgens mij zal hij niet op grote schaal geweld gebruiken tegen de bevolking.''

Het eerste scenario is een breuk in de Socialistische Partij van Milosevic, resulterend in een leiderswisseling. In de meeste ex-Joegoslavische republieken zijn de leiders die in 1991 het uiteenvallen van het land bekokstoofden nog steeds aan de macht. De enige uitzondering is Montenegro. Daar moest Bulatovic, de voorzitter van Milosevic' zusterpartij, plaatsmaken voor tweede man Djukanovic. Iets dergelijks zou ook in Belgrado kunnen gebeuren, denkt Djilas. De strategie van de Alliantie voor Verandering vindt hij ,,onzinnig''. De verzamelde kleinere oppositiepartijen, waaronder de Democratische Partij van Djindjic, sturen aan op het ontslag van Milosevic en de installering van een technocratische regering van 'experts'.

,,Hoe groot is de kans dat de coalitiepartijen tegen hun eigen regering zullen stemmen, en voor een andere regering, als ze er niks voor terugkrijgen? Nul. Dat zou alleen kunnen gebeuren met miljoenen mensen op straat, maar in dat geval is alles mogelijk. Ten tweede, zo'n regering van experts zou snel worden weggestemd. In een crisis als de onze hebben we leiders nodig, het liefst leiders met een beetje charisma. Mensen die het gewone volk aanspreken en die daarmee kunnen communiceren.''

Het idee dat de problemen in Servië louter van technische aard zijn en door deskundigen kunnen worden opgelost, is volgens Djilas nogal naïef. De komende jaren staan pijnlijke thema's op de agenda, zoals verzoening met andere volkeren en minderheden, in het reine komen met het verleden, het verlies van een serie oorlogen accepteren en opofferingen getroosten voor de wederopbouw. ,,Daar kan zelfs de meest briljante professor uit Amerika ons niet bij helpen.''

Het hoofddoel van de protesten moet volgens hem het houden van vervroegde verkiezingen zijn. Dat is ook de eis van de Servische Vernieuwingsbeweging van Vuk Draskovic. Als er dan bij de stembusstrijd een vorm van internationaal toezicht komt en de staatsmedia ook de oppositie campagne laten voeren, zal Milosevic zeker verliezen en volgens Djilas waarschijnlijk vrijwillig aftreden. ,,Milosevic is realist genoeg om te snappen wanneer hij moet verdwijnen.'' Het zorgwekkende is nu dat de steun voor Milosevic de laatste tijd juist weer toenneemt. ,,Met dank aan het Westen. Kijk naar de complete ramp van de westerse politiek in Kosovo. In plaats van een multi-etnische democratie heerst daar nu een soort terreurbewind door Albanese extremisten, gericht tegen iedereen die niet-Albanees is. Serviers, maar ook zigeuners. In de Albanese haat tegen zigeuners zitten elementen van racisme. Hetzelfde racisme trof je vroeger aan bij de clans van Montenegro. Daar was de 'reinheid van bloed' belangrijk. Dit is de werkelijke reden voor het huidige geweld tegen zigeuners in Kosovo, niet hun zogenaamde steun aan de Serviërs.''

Ondanks de belofte van het tegendeel behoort Kosovo niet meer tot Joegoslavië. Milosevic is een van degenen die daar verantwoordelijk voor zijn, vindt ook Djilas. Maar hij ziet tegelijkertijd dat Milosevic het verlies van de 'heilige' Servische provincie in zijn voordeel omzet. Tel daarbij de desinteresse van het Westen voor het lot van de Servische vluchtelingen, de sancties, de schrijnende armoede in het land. ,,Hoe moet je Serviërs ervan overtuigen dat er geen samenzwering tegen hen is? Democratisch gezinde, pro-westerse mensen zijn hier in een erg moeilijke positie gebracht. Ondanks alle verschrikkelijke dingen die de Serviërs hebben gedaan, denk ik dat het Westen niet fair tegenover hen is geweest. Zeker niet als je de vergelijking maakt met de milde bejegening van de Kroatische en Albanese nationalisten.''

Een eenduidige verklaring kan de historisch socioloog niet geven. De Servische staat heeft in Kosovo excessief geweld toegepast, hij erkent het volmondig. Maar de oorlogsmisdaden van het Servische leger en de milities kunnen niet de enige reden zijn voor de aparte behandeling. Wie dat oppert, krijgt de tegenvraag waarom er in 1995 geen internationale actie werd ondernomen om de etnische zuivering van Serviërs in Kroatie te stoppen. En ook in Kosovo waren andere manieren voorhanden dan bombarderen om het geweld een halt toe te roepen, denkt hij.

Djilas: ,,Compromissen waren mogelijk, bijvoorbeeld het instellen van een condominium (gemeenschappelijke soevereiniteit van twee of meer staten over een gebied)in plaats van een protectoraat. Een gezamenlijk bestuur door Joegoslavië en de VN. Ik geloof niet dat etnische zuiveringen de reden waren voor de Navo-campagne. In Rambouillet had niemand het daarover. Het werd pas een thema na het begin van de bombardementen. Met het oog op prestige wilde de Navo een volledige overwinning. Al het andere zou schadelijk zijn geweest. Het opheffen van de Servische soevereiniteit in Kosovo, het vertrek van tweehonderdduizend mensen en de vernietiging van een dertien eeuwen oude cultuur, dat alles is op de koop toe genomen.''

Zoals alle liberale Servische intellectuelen breekt Djilas zich voortdurend het hoofd over het 'waarom'. Waarom meet het Westen met twee maten en waarom vallen alle strategische beslissingen in het Europees-Amerikaanse Balkanbeleid in het nadeel van de Serviërs uit? Hij vermoedt dat er een hiërarchie van naties in de wereld bestaat. Zijn volk bungelt ergens onderaan. Het wel of niet hebben van een lobby in de Verenigde Staten zou van groot belang zijn. De Albanezen hebben er een, de Serviërs niet. Een andere factor zijn de moderne media, die etnische conflicten niet afschilderen als botsingen tussen twee tinten grijs, maar bij voorkeur voor het voetlicht brengen in het veel dramatischer zwart-wit. Het feit dat de traditionele beschermheer Rusland nauwelijks iets op het wereldtoneel in de melk te brokkelen heeft, helpt ook al niet.

Zelfs vraagt Djilas zich af of het Westen niet heimelijk uit is op een mono-etnisch Kosovo. Dat zou veel problemen oplossen. ,,Kfor kan dan terugtrekken wanneer het wil. Er is geen multi-etnische harmonie meer die bewaard moet worden. Zo'n Kosovo kan gemakkelijker erkend worden als onafhankelijke staat. Het organiseren van een multi-etnische samenleving is een van de grootste problemen van het westerse liberalisme. Er is geen model voor. De enige oplossing is assimilatie, en de meeste staten voeren zo'n politiek. Voor de aanval in maart behoorde eenderde van de Servische bevolking tot een minderheid. Een kwart was moslim. Stel je zoiets eens voor in Frankrijk. Iemand als Le Pen zou met gemak de verkiezingen winnen.'' Polen, Tsjechië, Hongarije, Slovenië - alle staten die op de nominatie staan om spoedig lid te worden van de EU en de Navo zijn volgens Djilas mono-etnisch. ,,En de multi-etnische staten in het Westen, kijk naar Canada, België, Groot-Brittannië, allemaal hebben ze een probleem.''

Waarschijnlijk was er over de Kosovo-politiek meer discussie geweest als er aan de kant van de Navo doden waren gevallen, denkt hij. ,,Zoals Samuel Johnson zei:

'Niets helpt beter om scherp te denken dan het vooruitzicht om binnenkort verhangen te worden.' Servië is niet onschuldig. De man wiens standaardwerk over Joegoslavië alom werd geprezen om de 'evenwichtigheid' zegt het nogmaals. Het regime van Milosevic is medeverantwoordelijk voor de vele tienduizenden doden op de Balkan de afgelopen tien jaar, maar dat geldt ook voor het bewind van de Kroaat Tudjman, de Albanees Thaci en in mindere mate Izetbegovic in Bosnië.

,,Het is iedere keer weer verbijsterend te zien dat het Westen niets begrijpt van de complexiteit van onze moeilijkheden. Democratie is blijkbaar geen garantie voor wijsheid'', zegt Djilas. Hij wijt wat in zijn ogen beleidsfouten zijn ook voor een groot deel aan de generatie van '68 die nu in Amerika en Europa aan de macht is. Politici met te grote ego's, zoals Clinton, Blair, Cook, Schröder en Fischer. ,,Feiten zijn voor hen niet belangrijk. Ze zijn naar rechts opgeschoven. Ze zijn onserieus, narcistisch en hebben geen sterk ontwikkeld gevoel voor de publieke zaak. Het is een generatie die geneigd is tot verschrikkelijk overdrijven.''

Milovan Djilas, zijn vader, was het in de laatste jaren van zijn leven vaak eens met zijn zoon. De medegrondlegger van het naoorlogse Joegoslavië, die later als dissident door Tito jarenlang gevangen is gehouden en die pas eind jaren tachtig veel van zijn werk kon publiceren, moest niets van Milosevic hebben. Maar hij vond ook dat het Westen Milosevic demoniseerde. ,,Vooral moslims waardeerden mijn vader. Hij had een zeker begrip voor hun cultuur. Ik denk dat ik sneller dan hij begreep dat Bosnië na de oorlog van '92-'95 niet opnieuw kon worden geintegreerd. Ik geloof dat hij het uiteindelijk toch accepteerde.''

Over de kansen op verzoening is Djilas niet al te optimistisch. Serviërs, Kroaten, Bosnische moslims en Albanezen zouden de bestaande grenzen moeten accepteren. Ze moeten het revisionisme opgeven. De oorlog in Kosovo heeft dat niet gemakkelijker gemaakt. Ten tweede moeten er fatsoenlijke democratische standaarden worden ontwikkeld, een voorwaarde die nog nauwelijks ergens op de Balkan is gerealiseerd. En intellectuelen zouden moeten doen wat ze horen te doen, namelijk een kritisch historisch bewustzijn tot stand brengen dat inter-etnische conflicten overstijgt. Niet voor niets gaat Djilas door voor een 'Joego-nostalgicus'. Diep in zijn hart, wellicht tegen beter weten in, hoopt hij dat zo'n project kans van slagen heeft. ,,Als Serviërs en Kroaten meer hadden geleerd over de misdaden die in naam van hun volkeren zijn begaan, zou het er op de Balkan nu een stuk beter uitzien.''

Milosevic moet kunnen 'verdwijnen', zegt hij. Zoals Stroessner van Paraguay, die nu stilletjes in Brazilië woont, of Ian Smith van Rhodesië, die in Zimbabwe verblijft. Voor Servië voorziet hij na het vertrek van Milosevic een periode van marionet-regeringen, die de VS en Europa welgevallig zijn.

,,We zullen moeten doen wat ons wordt gezegd. Wie denkt dat het Westen ons met grote sommen geld zal helpen, heeft het mis. Als Milosevic weg is, komen er nieuwe eisen, zoals excuses maken en oorlogsmisdadigers uitleveren. Servië na Milosevic zal niet soeverein zijn, het zal geen creatieve rol op de Balkan kunnen spelen en het zal geen eigen buitenlandse politiek mogen hebben. Sommige eisen van de internationale gemeenschap kunnen best zeer redelijk zijn, maar zelfs de meest liefdadige vorm van buitenlands bewind is in prinicpe slecht. Al geef ik toe dat het altijd nog beter is dan het meest kwaadaardige lokale bestuur.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden