'Wij zijn volstrekt zeker van onze zaak'

Het Internationaal Strafhof in Den Haag (ICC) heeft zaken lopen tegen 27 verdachten in zeven conflictsituaties. Wat komt er kijken bij de vervolging van politici en krijgsheren? Trouw verbleef een half jaar in de wandelgangen van het internationaal strafrecht. Deel 3: de onderzoeken.

Het onderzoek is de kern van elke strafzaak. In deze complexe fase probeert de aanklager tot sluitend bewijs te komen. Het strafhof is daarbij afhankelijk van vele partijen. Niet in de laatste plaats van getuigen. De kwaliteit van het onderzoek, daarover verschillen de meningen.

Het onderzoek is de 'core business' van het Bureau van de Aanklager. Maar de onderzoekers zelf worden volledig afgeschermd. Hun identiteit moet voor buitenstaanders zoveel mogelijk geheim blijven. Niet alleen voor hun eigen veiligheid, maar ook om getuigen en slachtoffers te beschermen. Zelfs het hoofd onderzoek - Michel de Smedt, die toch met naam, toenaam en foto op de ICC-website staat - geeft geen interviews. "We houden het risico zo klein mogelijk. Acht jaar doen we onderzoek in conflictengebieden, maar gelukkig is er nog nooit iets met onze mensen gebeurd", verklaart hoofdaanklager Luis Moreno-Ocampo de geheimzinnigheid.

Elke zaak begint met een vooronderzoek. Medewerkers van het Bureau van de Aanklager (Office of the Prosecutor - OTP) bestuderen niet alleen vertrouwelijke dossiers, maar ook open bronnen zoals rapporten van mensenrechtenorganisaties en de Verenigde Naties, en krantenartikelen, vertelt Hans Bevers, juridisch adviseur bij het OTP.

Het onderzoek krijgt een uitgebreider vervolg als blijkt dat de mensenrechtenschendingen die in een gebied zijn gepleegd onder de bevoegdheid van het internationaal strafhof vallen en de hoofdaanklager permissie heeft om door te gaan (zie kader volgende pagina). Daarna vraagt de hoofdaanklager aan de landen waar zich cruciale informatie en personen bevinden, om op hun grondgebied onderzoek te kunnen doen. "We zijn nog nooit zomaar in een land gaan onderzoeken zonder de autoriteiten te informeren of toestemming te verkrijgen", stelt Moreno-Ocampo.

Als het om een verdragstaat gaat, is het land volgens het Statuut van Rome (waarmee het strafhof werd opgericht) verplicht mee te werken. Die samenwerking kan verschillende vormen krijgen. Het kan zijn dat het strafhof van de nationale autoriteiten te horen krijgt dat de hoofdaanklager zijn vragen maar moet formuleren, en het land zelf wel het onderzoek doet. Overheidsfunctionarissen zullen dan ter zijner tijd de antwoorden doorgeven en eventueel bewijsmateriaal aan het hof ter beschikking stellen.

Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich de staten die het strafhof uitnodigen om het onderzoek zelf te komen doen, al dan niet in aanwezigheid van de nationale autoriteiten. De aanpak is ook afhankelijk van de expertise van hof en land. Het is, kortom, altijd weer anders. Moreno-Ocampo: "Elk land neemt zijn eigen besluiten. Soms zijn er landen die weigeren. Andere landen zeggen: aanklager, stuur uw onderzoekers, maar vertel me niet dat u komt."

Om veiligheidsredenen heeft de hoofdaanklager nooit toestemming aan Soedan gevraagd om onderzoek te doen in Darfur. "We weten dat we mensen in Darfur niet kunnen beschermen." Maar het strafhof probeerde wel in buurland Tsjaad getuigen te spreken. Hoe ingewikkeld zulke operaties kunnen zijn, blijkt uit het voorbeeld dat Moreno-Ocampo geeft. Zijn onderzoekers wilden vluchtelingen uit Darfur spreken, die in kampen in Tsjaad verbleven. Het leek hun echter beter om de getuigen niet in het kamp zelf te interviewen, maar in de stad Abeche, 60 kilometer van de grens met Soedan. "Het was een enorme operatie om de getuigen individueel te verplaatsen, zonder dat ze elkaar hun verhalen zouden vertellen, waardoor het bewijsmateriaal vervuild zou raken." De aanklager stuurde vier onderzoekers op pad. Maar diezelfde nacht werd Abeche veroverd door milities die voor het regime in Soedan werkten. "De rebellen zeiden dat ze de levens van internationale hulpverleners zouden sparen. Maar dat gold natuurlijk niet voor mijn medewerkers. We hebben ongelooflijk snel moeten reageren om hen onmiddellijk te evacueren."

In Libië gold in het begin hetzelfde. Maar zodra het veilig genoeg was, zijn onderzoekers afgereisd. "Zij hebben met verschillende personen gesproken en verklaringen afgenomen", vertelt Olivia Swaak-Goldman, medewerker van de hoofdaanklager. "We doen altijd eigen onafhankelijk en onpartijdig onderzoek. Het is belangrijk dat we zelf de aanklachten kunnen bewijzen. Dat is de basis voor ons werk. Toen we voldoende bewijs hadden verzameld, hebben we de rechters om een arrestatiebevel gevraagd."

De Libische leider Moeammar Kadafi heeft Den Haag echter nooit gehaald. Hij werd in oktober vermoord. Zijn voortvluchtige zoon Saif Al-Islam Kadafi werd in november door Libische rebellen gepakt (net als de derde door het strafhof gezochte Libiër, het voormalige hoofd van de militaire inlichtingendienst). De Libische Nationale Overgangsraad weigert Saif Al-Islam Kadafi nu, tegen de afspraken in, aan het strafhof uit te leveren.

Als de onderzoekers toegang tot een conflictgebied krijgen, gaat het om het minimaliseren van de risico's. Ze bewegen zich op gevaarlijk terrein, waar het fataal kan zijn voor getuigen en slachtoffers met het strafhof te praten. "We gaan dus niet met twee grote VN-wagens naar mensen toe om dan bij hen op de deur te kloppen. Als we een potentiële getuige willen benaderen, laten we dat in gevaarlijke omstandigheden soms door een lokale tussenpersoon doen", legt Moreno-Ocampo uit.

Het gaat echter niet altijd goed met deze 'intermediairs.' In 2010 legden de rechters de zaak tegen de Congolees Thomas Lubanga Dyilo stil. Een eerlijk proces was onmogelijk, stelden de magistraten, omdat de hoofdaanklager weigerde de identiteit van tussenpersoon 143 aan de verdediging bekend te maken. De beroepskamer draaide het besluit echter terug, en het proces werd hervat.

Dit is het bekendste, maar niet het enige voorval met tussenpersonen. Moreno-Ocampo zegt echter: "Er was ooit één tussenpersoon die de boel belazerde. Toen we dat ontdekten, hebben we de rechters en de verdediging geïnformeerd. Uiteraard maakte de verdediging daar vervolgens een grote toestand van. Dat is normaal. Dat is de rol van de advocaten."

In de zaak-Lubanga kwamen ook andere problemen met het onderzoek aan het licht. Formeel heeft de hoofdaanklager de plicht zowel belastend als ontlastend materiaal te zoeken. In 2008 werd het proces tegen Lubanga stilgelegd, omdat de aanklager weigerde mogelijk ontlastend materiaal te overhandigen.

De plicht van de aanklager om ook ontlastend materiaal te leveren, is in de praktijk een mythe, stelt David Hooper, de advocaat van de Congolese verdachte Germain Katanga. "Het is 'pie in the sky - pigs will fly stuff', en het zal nooit gebeuren. De enige mensen die naar dat afgelegen dorp in Congo gaan om potentiële getuigen à décharge te vinden, is de verdediging."

Dat is wat Hooper en zijn team doen. Ze trekken erop uit om, als het nodig is, waar ook ter wereld getuigen te vinden die de zaak van hun cliënt ondersteunen. En zo vindt er parallel aan het onderzoek van de aanklager, ook een tegenonderzoek door de verdediging plaats.

De hoofdaanklager staat vierkant achter zijn zaken. "We presenteren nooit zaken zonder bewijs. We doen geen stomme dingen. We bedenken geen getuigen. We checken zorgvuldig. We presenteren nooit getuigen die we niet vertrouwen. We zijn volstrekt zeker van onze zaak."

Het is voor Ocampo een gegeven dat ook criminelen als getuigen fungeren, bijvoorbeeld in de zaak tegen zes Kenianen die worden beschuldigd van het organiseren van geweld na de verkiezingen in 2007. Volgens hem vergt een onderzoek naar georganiseerde misdaad dit soort methodes, omdat deze mensen geen notulen of aantekeningen maken. De aanklager moet het dus doen met 'overlopers', die daardoor ook meteen groot gevaar lopen.

Maar advocaat Hooper is niet bijster onder de indruk van de kwaliteit van het onderzoek dat het Bureau van de aanklager verricht. "Het grootste probleem is dat de aanklager te veel leunt op wat de getuige zegt zonder die persoon goed te checken. Liegende getuigen of mensen die helemaal geen getuige zijn, worden gepresenteerd als betrouwbaar, terwijl ze dat niet zijn."

Het heeft voordelen om een ICC-getuige te zijn, stelt Hooper. Niet alleen hebben slachtoffers van geweld het gevoel dat ze meewerken aan gerechtigheid, waarvoor een leugentje om bestwil geen misdaad zou zijn. Ook zijn er getuigen die zoveel leed hebben meegemaakt, dat ze wraak willen nemen. Bovendien maakt een getuige die zegt grote risico's te lopen, kans dat het strafhof hem of haar elders hervestigt, inclusief een nieuw huis, onderwijs en financiële steun. "Een echte aanmoediging om jezelf aantrekkelijk te maken voor een aanklager die bewijs zoekt - zelfs als er een leugen aan te pas moet komen", aldus Hooper.

Hoofdaanklager Moreno-Ocampo is daarentegen zeer tevreden over het werk van zijn afdeling. "Elke stap die we zetten is gigantisch. Mensen beseffen niet wat we al hebben gedaan als we onze zaken in de rechtszaal presenteren. Toestemming regelen om een land in te mogen, maatregelen treffen die de veiligheid garanderen, niet alleen voor onze eigen mensen. Het gaat om het welzijn van slachtoffers en getuigen, die vaak getraumatiseerd zijn. Als we iemand hebben geïnterviewd, zorgen we ervoor dat we er altijd voor die persoon zullen zijn."

De eerste twee delen van deze serie verschenen op 24 november en 2 december in De Verdieping.

Zeven conflictsituaties - 27 verdachten
De onderzoekers van het internationaal strafhof zoeken naar bewijsmateriaal en getuigen om topfiguren aan te kunnen klagen; degenen die het meest verantwoordelijk zouden zijn voor internationale misdrijven die de hoofdaanklager wil vervolgen. Zeven onderzoeken hebben 27 verdachten opgeleverd.

Oeganda

Toen het strafhof in 2002 van start ging, dachten experts dat lidstaten nooit het hof zouden vragen om op hun eigen grondgebied in actie te komen. Maar precies dat deed Oeganda in 2003. De hoofdaanklager opende in juli 2004 een onderzoek, dat leidde tot arrestatiebevelen tegen vijf leiders van het Verzetsleger van de Heer, onder wie Joseph Kony. Twee van hen zijn waarschijnlijk dood, de nog levende zijn voortvluchtig.

Congo

In april 2004 verzocht Congo het hof om conflictsituaties in het land te onderzoeken. Twee maanden later startte het. Resultaat:

Verdachten Thomas Lubanga Dyilo, Germain Katanga en Mathieu Ngudjolo Chui zijn gedetineerd sinds respectievelijk 2006, 2007 en 2008. Hun rechtszaken verkeren in de eindfase.

Verdachte Callixte Mbarushimana (Rwandees), vast sinds 2011; wacht op een besluit van rechters om de aanklacht al dan niet te bevestigen.

Van de gezochten is alleen de Congolese militair Bosco Ntaganda nog voortvluchtig

Centraal-Afrikaanse Republiek

In 2004 verzocht de Centraal Afrikaanse Republiek het strafhof onderzoek te doen, dat in mei 2007 werd gestart. Dat leverde één verdachte op: Jean-Pierre Bemba Gombo (Congolees). Hij is gedetineerd sinds 2008; zijn proces loopt.

Soedan (Darfur)

De VN-Veiligheidsraad verwees de zaak van Darfur (Soedan) in maart 2005 naar het strafhof. De hoofdaanklager opende in juni 2005 het onderzoek.

Tegen hooggeplaatste Soedanese functionarissen werden vier arrestatiebevelen uitgevaardigd, het laatste deze maand: president Omar Al Basjir (2009), twee ministers en een Janjaweed-militieleider. Allen zijn nog voortvluchtig.

Drie rebellenleiders kregen een verschijningsbevel; twee van hen verschenen voor de rechters.

Kenia

De hoofdaanklager nam zelf het initiatief om het verkiezingsgeweld van 2007-2008 in Kenia te onderzoeken. De rechters gaven het groene licht voor een onderzoek, dat in maart 2010 van start ging.

Zes Keniaanse verdachten uit de hoge politieke elite ontvingen een verschijningsbevel. Het zestal wacht op een uitspraak van de rechters over de eventuele bevestiging van de aanklacht.

Libië

De VN-Veiligheidsraad verwees in februari 2011 unaniem de situatie in Libië naar het strafhof. De hoofdaanklager startte in maart zijn onderzoek, dat resulteerde in drie arrestatiebevelen.

De Libische leider Moeammar Kadafi is inmiddels gedood door opstandelingen. Zijn zoon Saif Al-Islam Kadafi en het voormalige hoofd van de militaire inlichtingendienst Abdoellah Al-Senussi zijn door rebellen in Libië gearresteerd. Maar de Libische autoriteiten weigeren hen aan het strafhof uit te leveren.

Ivoorkust

De hoofdaanklager kreeg in oktober 2011 toestemming van de rechters om te beginnen met zijn onderzoek in Ivoorkust.

Het voormalige staatshoofd, Laurent Gbagbo is gearresteerd, overgebracht naar Den Haag en inmiddels voorgeleid. De verwachting is dat er meer arrestatiebevelen volgen.

In het vizier

Het strafhof heeft verder een soort 'vinger aan de pols' voor mogelijk strafrechtelijk onderzoek in Afghanistan, Colombia, Georgië, Honduras, Nigeria, Korea, Guinea en Palestina.

Zwaarste misdrijven
Het internationaal strafhof (ICC) komt alleen in actie bij de zwaarste internationale misdrijven: genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven.

Op termijn komt daar mogelijk het misdrijf agressie bij. Dat betreft grootschalig geweld in conflictsituaties zoals moordpartijen, verkrachting, marteling, uitroeiing, seksuele misdaden, deportatie, vervolging, slavernij, prostitutie, gedwongen zwangerschap, sterilisaties, verdwijningen, apartheid, illegale detenties, verwoesting van bezit en woongebieden.

Het ICC kan alleen internationale misdrijven vervolgen die zich hebben voorgedaan ná 1 juli 2002, toen zestig landen het Statuut van Rome hadden geratificeerd, waarmee het strafhof van start ging.

Er zijn drie manieren waarop het internationaal strafhof een zaak kan starten: Een lidstaat (partij bij het Statuut) kan een conflictsituatie verwijzen naar het hof. Dat gebeurde bij de zaken over Oeganda, Congo en Centraal Afrikaanse Republiek

De VN-Veiligheidsraad kan een situatie verwijzen (Darfur en Libië).

De hoofdaanklager kan zelf het initiatief nemen tot een onderzoek in een lidstaat. Daarvoor moet hij wel toestemming van de drie rechters van de Kamer van Vooronderzoek bij het hof krijgen (Kenia en Ivoorkust).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden