Wij zijn tot gekke dingen in staat om er bij te horen

In de jaren vijftig kwamen alle ooms en tantes op de verjaardagen van mijn ouders. Rond de tafel in de huiskamer zaten aan de ene kant de mannen. Het was de hoek van jenever, sigaren en shag. Een enkel biertje. Men sprak over arbeid, melkwijken, wegenbouw of bekenden die rijk, failliet, oud of dood waren geworden. Aan de andere kant de vrouwen. Advocaatje, besje, glaasje bowl. Ook wel eens wat jenever. Zeker geen bier. En als wijn een zoete Spaanse Rossello. Zij spraken over kinderen, groenten, huwelijken, parochies, verkering en bekenden die enz.

Roken deden voornamelijk de mannen. Sigaretten werden op feestelijke wijze klaargezet in wijnglazen op het witte tafelkleed. Zo tegen half tien zei vrijwel iedereen die na wc-bezoek vanuit de gang opnieuw de huiskamer binnen kwam: ‘Het ziet hier helemaal blauw van de rook!’ Een constatering die steevast met opgewekte instemming werd begroet.

Terwijl mijn moeder na vertrek van de laatste oom en tante de tuindeuren open zet, zodat al de rook er uit kan, doen we een fade-out naar 2008. Als je de in dat jaar geldende weekendbijlagengeneeskunde moet geloven dan is het hoogst onwaarschijnlijk dat er veel mensen levend ontsnapt zijn uit die rookhel. Ik meld hier ter ontnuchtering dat die rokers in totaal 63 kinderen aan het meeroken zetten, waarvan er nu vier overleden zijn. Door onbekende infectie (2 jaar), zelfdoding (32), borstkanker (65), beroerte (62).

Wie nog eens wil stilstaan bij de mate waarin mensen rationeel zijn, zou een blik moeten werpen op onze omgang met de ontdekking van het verband tussen roken en longkanker.

In 1939 publiceerde de Duitse arts F.H. Müller in het Zeitschrift für Krebsforschung de eerste gefundeerde epidemiologische studie over roken en longkanker. Geen ideaal jaar. De Engelse medisch historicus James Le Fanu vermoedt dat Müllers publicatie niet serieus werd genomen omdat hij uit het land kwam waar een fanatieke niet-roker de baas was. Maar ook de Duitsers stopten niet met roken door Müllers ontdekking. Latere publicaties van nog beter uitgevoerd onderzoek werden trouwens al even gedachteloos terzijde geschoven.

In 1946 verscheen er een advertentie in Amerikaanse bladen die me altijd weer aan het lachen maakt. Je ziet een Cary Grant-type in witte doktersjas geruststellend glimlachen met een sigaret in zijn linkerhand. De tekst is onvergetelijk: ’more doctors smoke Camels than any other cigarette!’, hetgeen grammaticaal een onding mag wezen, maar raak was het wel.

In 1954 publiceerde Austin Bradford Hill het definitieve statistische bewijs in The British Medical Journal. Een enquête onder 40 duizend artsen toonde aan dat het roken van meer dan 25 sigaretten per dag een 25 keer zo grote kans op longkanker gaf vergeleken met die kans bij niet-rokers.

Sloeg dit in als een bom? Nee hoor, kijk maar bij ons thuis in 1955. Iedereen rookte gewoon door.

In Nederland werd jarenlang fel actie gevoerd tegen roken door dokter Mellema of Meindersma die bij dag en bij nacht door stad en land trok om mensen te waarschuwen tegen de gevolgen van roken. Zonder enig succes. Het vreemde is dat er betrekkelijk kort nadat dokter Mellema/Meindersma de handdoek definitief in de ring had gegooid omdat hij zijn strijd zinloos achtte een transformatie plaatsvond die uitmondde in het huidige rookverbod voor de horeca.

Het is onmogelijk om het begin van het succes van de huidige antirookcampagne te traceren, al denken de meesten dat het rond 1985 begon in Californië, waar ook joggen en computers vandaan komen. Wij zijn nu in een maatschappij aangeland waarin roken bijna net zo vies is als een wind laten. Deze transformatie is zo fascinerend omdat niemand weet hoe het kwam. Wie wat data achter elkaar zet, zal zien dat het rookverbod niet dan op zeer ingewikkelde wijze samenhangt met Bradford Hills bewijsvoering.

Norbert Elias heeft in zijn onovertroffen ’Ãœber den Prozess der Zivilization’ (ook 1939) geschreven over de evolutie van onder andere tafelmanieren. Het is niet zo dat gebruik van bestek noodzakelijk werd omdat mensen van vettige vingers af wilden. Het lijkt er eerder op dat het gebruik van bestek in sommige kringen leidde tot een positief gevoel van afzondering ten opzichte van de rest die met handen at. Waarop die rest met het gevoel van vettige vingers werd opgescheept. Waarna ook zij om mes en vork vroegen. Daar was niets rationeels bij. Het ging om een bekende vorm van diergedrag: na-apen om zodoende aansluiting te houden bij de groep. En net als eten met je handen is nu ook roken vies geworden.

Wij zijn tot de gekste dingen in staat om er bij te blijven horen. Roken is een mooi voorbeeld. En dat is dan nu vervangen door niet-roken. Ik bedoel hier overigens beslist niet te zeggen dat roken niet ongezond is. Wat mij fascineert, is dat we nu net doen alsof we deze bewering volstrekt serieus nemen op basis van het aangevoerde bewijsmateriaal. Zo doorzichtig gaan wij niet om met goede adviezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden