'Wij zijn onze geest'

Freud deed religiositeit af als een neurose. Voor godsdienst is in de moderne psychiatrie geen plaats meer; genen en chemie bepalen ons. Maar daarmee missen we iets essentieels, vindt psychiater Herman M. van Praag.

'Geen medische wetenschap is zo modegevoelig als psychiatrie", zegt hoogleraar en psychiater Herman van Praag. Vanuit zijn studeerkamer kijkt hij uit op Paleis Het Loo. Vroeger zat hier een weeshuis, het studeervertrek met houten lambrisering was de regentenkamer. In honderd jaar is er weinig veranderd, al is het oude weeshuis nu een appartementencomplex.

Van Praag, sinds 1997 met emeritaat, verzet zich onder het motto 'niet bij biologie alleen' tegen een nieuwe mode: de materialistische stroming die zich laat samenvatten als 'Wij zijn ons brein', naar de bestseller van hersenonderzoeker Dick Swaab.

Begrijp hem niet verkeerd: hij was zélf een halve eeuw geleden een pionier in de biologische psychiatrie. Destijds ergerde hij zich aan de geringe belangstelling in Europa voor hersenonderzoek. In Amerika was al wel het inzicht doorgebroken dat psychiatrische ziektebeelden te maken kunnen hebben met storingen in hersengedeelten.

Psychiatrie was toen nog omstreden. Veel medici vonden het een wazig vak met grote theorieën maar weinig onderzoek. Volgens hen maakte de Rijksuniversiteit Groningen een fout toen ze Van Praag kostbare faciliteiten bood om biologisch-psychiatrische research mogelijk te maken.

In de jaren zeventig werd hij mikpunt van de antipsychiatrie, die alle traditionele psychiatrie afwees en ook argwanend was over de biologische benadering van Van Praag: "Ik ben uitgemaakt voor nazi-arts omdat ik biologisch onderzoek van de hersenen deed bij patiënten en soms de elektroshockbehandeling toepaste. Terwijl ik best waardering had voor de antipsychiatrie. Ze vroegen aandacht voor sociale oorzaken van psychiatrische ziektebeelden en stelden de verkalkte toestanden in sommige psychiatrische ziekenhuizen aan de kaak, waar patiënten decennia konden vegeteren. Er was weinig aandacht voor dementerenden. Maar ze rekten hun theorieën te ver op, zoals nu de breinfetisjisten. Volgens de antipsychiatrie waren niet patiënten ziek, maar de maatschappij. Die had behandeling nodig. Toentertijd was er een overwaardering van sociale achtergronden, nu van hersenbiologie."

Pas in de jaren tachtig kreeg de biologische psychiatrie brede acceptatie, mede door Van Praag, die onderzoek deed in Groningen, Jeruzalem, Utrecht, New York en Maastricht.

Maar de slinger slaat nu te ver door?
"Wij zijn er dankzij ons brein. Maar we zijn niet ons brein. Wij zijn bovenal onze geest.'' Een mens is meer dan alleen het genenpatroon en de optelsom van hersenfuncties, vindt Van Praag. Naast overwaardering van biologie ziet hij ook blinde vlekken in de hedendaagse psychiatrie. "Sinds begin vorige eeuw heeft de psychiatrie weinig aandacht meer voor religie en zingeving. Freud deed in zijn boek 'De toekomst van een illusie' religie en religiositeit af als een relikwie, een neurose. Hij vergiste zich. De behoefte aan een verticale dimensie speelt bij velen een belangrijke rol. Religiositeit is een persoonlijkheidstrek, en kan fungeren als stressbuffer. Tot op deze dag kent de psychiatrie de diagnose 'zindeficiëntie' niet, terwijl we dit verschijnsel toch regelmatig tegenkomen. Dat is een blinde vlek. Misschien vindt men de term zingeving te godsdienstig, wat muf."

Het is meer dan een intellectueel debat?
"De puur biologische benadering is schadelijk voor patiënten, voor therapie en preventie, het voorkomen van een terugval. Je kunt niet volstaan met pillen, je moet ook praten. Dit vak kost tijd. Ik denk dat het moment ver weg is dat een briefje met neurobiologische uitspraken voldoende zal zijn voor een complete diagnose en effectieve therapie.

Zo hebben sommige mensen inderdaad een erfelijke aanleg voor psychosen, maar die beelden kunnen mede ontstaan door overweldigende stress, na ontslag of een diepe vernedering. Depressies kunnen genetisch zijn, maar vaak spelen er ook psychologische en sociale factoren mee. Wanneer je die negeert is de kans op recidive groot.

Ik ben in ú geïnteresseerd, niet in uw brein. Uw brein vertelt mij niet wie u bent. Daarvoor heb ik meer informatie nodig. Pas dan krijg ik zicht op het unieke portret dat u bent en dat u zelf heeft opgebouwd, door welbewuste keuzes in uw leven.

Er zijn zeven miljard van die unieke portretten op de wereld. De breinen laten die niet zien. Natuurlijk besta ik dankzij mijn brein. Zonder mijn hersens ben ik er niet. Maar daarom ben ik nog niet mijn brein. Dat is het verschil tussen Swaab en mij.

Vergelijk het met een tulp. Zonder de aarde waarin die is geplant kan hij niet bestaan. Maar je kunt niet alle eigenschappen van die tulp, zijn kleur, zijn geur, zijn schoonheid, verklaren vanuit die teelaarde."

Van Praag verwijt zijn tegenstanders dat die de oude leer van de goddelijke voorzienigheid hebben vervangen door een andere predestinatieleer, waarin genen en voorgeprogrammeerde hersencellen Gods rol hebben overgenomen. 'Neuraal deterministen' noemt hij hen.

In hun denken is menselijke vrijheid een illusie. Van Praag houdt zelf vast aan het begrip geest. "Ik denk dan niet aan een wolkje dat onafhankelijk van de hersenen zou bestaan. Met 'geest' beschrijf ik onze eigenheid. Dát wat in het Engels selfhood heet, ons tot een individu maakt."

In de puur biologische benadering mist u ruimte voor individualiteit en vrije wil. Mensen kunnen belangrijke beslissingen weloverwogen en in vrijheid nemen?
"Ze zijn geen speelbal van hun voorgeprogrammeerde hersenen. Ik - mijn zelf, mijn geest - geef mijn leven vorm, al worden mijn doen en laten mede beïnvloed door factoren waarvan ik mij niet goed of niet geheel bewust ben.

Ik spreek uit persoonlijke ervaring. Ik heb drie jaren in nazikampen doorgebracht. Ik heb toen zeer bewust twee beslissingen genomen: ik ga dit overleven en als me dat lukt dan ga ik iets van mijn leven maken. Dat is me gelukt, volgens plan. De hersenen stelden me hiertoe in staat, maar waren niet de bouwheer. Dat was mijn 'zelf'."

Natuurlijk heeft in zijn leven ook toeval een belangrijke rol gespeeld. Eigenlijk wilde Van Praag neuroloog worden: "Ik vond psychiatrie te abiologisch, onder invloed van Freud. Op biologische psychiatrie en psychofarmaca keken veel psychiaters neer. Medicatie gebruikte je pas als psychotherapie niet werkte. Met psychotherapie konden ze overigens psychoten in inrichtingen niet helpen. Ik vond het wonderlijk dat je met psychische problemen bezig was zonder interesse voor hersenen. Dat is alsof je urineren wilt begrijpen zonder kennis van de nieren."

Vandaar zijn voorkeur voor neurologie, maar hij moest wel eerst een stage psychiatrie volgen. Het was 1958. "Net in de eerste week verscheen er een nieuw antidepressivum op de markt waarvan men enig vermoeden had op welk deel van de hersenen het invloed had. De middelen om zoiets te onderzoeken waren lang niet zo geavanceerd als nu, maar toch, ik dacht: voor het eerst bestaat er de mogelijkheid om via empirie inzicht te krijgen in een vraagstuk dat de mensheid al sinds Adam en Eva bezighoudt, de relatie tussen lichaam en geest. Op welk deel van de hersens werkte dat stofje? Bestaat er verband tussen die werking en het antidepressieve effect? Is het systeem waarop die stof inwerkte gestoord bij depressies?"

Het werd daarom alsnog psychiatrie. In het Rotterdamse Dijkzigt was hij van 1963 tot 1966 chef de clinique van de afdeling psychiatrie. Vervolgens bood de Rijksuniversiteit Groningen hem de kans een volwaardig instituut op te zetten voor biologisch psychiatrisch onderzoek. "Het was een unicum in Europa."

Waarom vindt u, met uw kennis van de biologische kant van de psychiatrie, religie zo belang- rijk? En is religie een positieve of negatieve factor bij psychiatrische aandoeningen?
"Ik heb de psychiatrie altijd breed benaderd. Met oog voor de biologische, psychologische en sociale factoren die ons psychische leven kunnen verstoren.

Daarnaast heb ik de verbeeldingskracht hoog, het vermogen je beelden te vormen van dingen die er niet zijn, of beter, die niet waarneembaar of meetbaar zijn. Het kan gaan om een wetenschappelijk construct of een vernieuwend idee op kunstzinnig of maatschappelijk gebied.

Verbeelding kan een mens tot een visionair maken. Verbeelding komt ook tegemoet aan de menselijke behoefte het leven te voorzien van een verticale dimensie. In die wereld kan een godsbeeld tot ontwikkeling komen, komt de Bijbel - dat magistrale hoogtepunt van menselijke verbeelding - tot leven en is er plaats voor al datgene waarmee je je in het gewone leven geen raad weet.

In intellectuele kringen is het tegenwoordig mode om de behoefte aan verticaliteit, religiositeit, te ontkennen of te onderdrukken. Religie is voor de dommen. Ik vind dat jammer, een tekort.

Vergelijk het met iemand die niets voelt bij muziek of een gedicht, of niet kan genieten van de natuur. Je mist dan zoveel. Bovendien blijken religieuze mensen stressbestendiger te zijn dan niet-religieuze. Zij hebben minder vaak depressies en genezen sneller. Dat is alleen zo als de patiënt een optimistische kijk op godsdienst heeft. Als God beleefd wordt als een strenge, straffende, schuld oproepende Autoriteit zijn de problemen juist extra groot. Ik kreeg ermee te maken in Rotterdam, waar ik patiënten van de nog niet ontsloten Zuid-Hollandse eilanden had. Bij religieuze patiënten kun je hulp zoeken bij pastores. Maar bij deze mensen werkte dat niet. Zo'n zware dominee kon rustig zeggen dat iemand terecht somber was omdat hij tegenover God schuldig was. Ja, dan houdt het natuurlijk op.

Zo'n God kan ik mij niet voorstellen. Het jodendom kent de tikoen olam, het verbeteren van een niet-perfecte wereld. Er is altijd een weg vooruit, naar een betere toekomst. Je moet niet de fout maken om te veel van mensen te verwachten, maar de hoop moet blijven leven. Daarom is de messiaanse idee zo belangrijk. Ik geloof niet in de Messias als een persoon. Voor mij is de idee van een Messias belichaamd in de mensheid als collectief. Wij, met z'n allen, zullen op weg moeten naar een betere toekomst. Op weg naar de horizon. Die wijkt; we bereiken die nooit, maar we komen wel steeds verder.

Daarom is het ook zo goed dat Adam en Eva die appel opaten, ook al had God dat verboden. Anders hadden ze voor eeuwig gevegeteerd in het paradijs, waar alles volmaakt is, waar niets meer te wensen valt, waar de mens geen uitdagingen meer zou kennen. Dan was de schepping mislukt."

Pionier van de psychiatrie
De Joodse Herman M. van Praag (Schiedam, 1929) verbleef van 1942 tot 1945 in kampen in Barneveld, Westerbork en Theresienstadt.

Hij studeerde geneeskunde en verrichtte na zijn militaire dienstplicht promotieonderzoek in het Dijkzigtziekenhuis in Rotterdam. Daar werd hij chef de clinique van de afdeling psychiatrie. Van 1966 tot 1976 was hij verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij een instituut voor biologisch psychiatrisch onderzoek opzette, het eerste in Europa. Van 1976 tot 1977 werkte hij in het Hadasaziekenhuis in Jeruzalem. Van 1987 tot 1992 was hij eerst verbonden aan de Rijksuniversiteit Utrecht en vervolgens aan het Albert Einstein College of Medicine in New York. Tot aan zijn pensionering in 1997 leidde hij de vakgroep psychiatrie aan de Universiteit van Maastricht.

Herman van Praag, die geregeld in Letter& Geest publiceert, is geïnteresseerd in het grensgebied tussen psychiatrie en religie.

Deze week verscheen zijn Het verstand te boven. Beproevingen van een verstandig mens Boom, Amsterdam; 200 blz., euro 22,50.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden