Wij zijn onze darmen

Met 'De kleine verlossing' wil bioloog Midas Dekkers een van de laatste taboes slechten: ook over poep(en) moet je vrijuit en serieus kunnen praten.

U vindt het gewoon leuk om vieze praatjes uit te slaan!" De ogen van dierenarts en Tweede Kamerlid Henk Jan Ormel (CDA) spogen jaren geleden zowat vuur, aan tafel bij 'De Wereld Draait Door'. Samen met bioloog Midas Dekkers was Ormel uitgenodigd om te praten over de eventuele strafbaarstelling van bestialiteiten. Dekkers stelde nuchter vast dat de piemel van een paardenverkrachter, anatomisch gesproken, helemaal niets is vergeleken bij de arm van een dierenarts, die met regelmaat tot aan de oksel in het achterste van een paard of koe verdwijnt. Hooguit zou je een 'paardofiel' naar de psychiater kunnen sturen, maar van dierenmishandeling was geen sprake, stelde de schrijver van het boek 'Lief dier' (2003) destijds.

Ormel had waarschijnlijk gelijk dat Dekkers er genoegen in schept om min of meer terloops te praten over dingen waar anderen zich voor schamen. Maar anders dan de CDA-er toen probeerde, is dat toch echt geen diskwalificatie van rasverteller Dekkers. Met zijn nieuwste boek, 'De kleine verlossing, of de lust van ontlasten', probeert Dekkers een van de allerlaatste taboes te slechten: het vrijuit praten over poep en poepen.

Met dank aan de preutse Britten en hun negentiende-eeuwse Koningin Victoria is het praten over poepen, net als over seks, ooit tot een collectief Westers taboe verklaard. Dat taboe op seks is er wel zo'n beetje vanaf, constateert Dekkers. Dus waarom zouden we niet ook over een van de meest basale processen van het leven een goed gesprek kunnen hebben?

Biologisch gesproken is daar alle reden toe. Met een vileine knipoog naar hersenwetenschapper Dick Swaab stelt Dekkers zelfs dat wij niet ons brein zijn, maar veel eerder onze darmen. Want was uit dierproeven niet gebleken dat je zonder problemen de verbinding tussen de hersenen en de darmen, de nervus vagus, kunt doorknippen? De darmen blijken dan gewoon, helemaal autonoom hun werk te blijven doen, zonder directe aansturing van de hersenen. Maar snijd je de toevoer van grondstoffen en energie uit de darmen naar de rest van het lichaam af, dan stopt alles. Ook het brein.

Hyperbool
Nou zijn er meer vitale autonome processen in het lichaam die zonder directe aansturing van de hersenen doorgaan, maar de hyperbool is een favoriete stijlfiguur van Dekkers. Toch overdrijft Dekkers in dit boek minder dan hij in het verleden deed. In zijn voorlaatste boek 'Lichamelijke oefening' (2006) trapte hij veel bewegingswetenschappers, medici en biologen op de tenen. Waar de meeste levenswetenschappers het erover eens zijn dat de gemiddelde westerling lang niet de dosis lichaamsbeweging krijgt die goed voor je is, predikte Dekkers daar alleen de hersengymnastiek.

Met de loop der jaren lijkt zelfs Dekker milder geworden. Wat heet: zelfs op zijn meest bereden stokpaardje - honden en hun bezitters zijn min, katten en kattenliefhebbers deugen - komt Dekkers in zijn nieuwste boek met een nuance. Hij schrijft met respect over het geweldige reukorgaan van honden en hun communicatie via pies en drollen. Dat hij elders in het boek toch stelt dat hondenbezitters er een vreemd genoegen in zouden scheppen om met een beplasticzakte hand een warme drol van hun viervoeter op te rapen - quod non - het is hem vergeven.

Voor wie zich over zijn aangeleerde, Victoriaanse weerzin tegen het veelvuldig lezen van passages over kakken, reten, scheten, schijt, drek en alle andere denkbare synoniemen voor ontlasten en ontlasting kan heen zetten, biedt De kleine verlossing een keur van prachtige biologie. We hebben in de geschiedenis van de wetenschap en ook van de kunst lang niet altijd zo moeilijk gedaan over poep. Met dank aan de vrijere geesten uit het verleden heeft Dekkers zijn boek dan ook kunnen illustreren met geweldige foto's, schilderijen en tekeningen uit het historisch archief.

Kijken naar dieren
In De kleine verlossing kun je ook leren hoe je goed moet poepen door naar dieren te kijken. De Fransen, met hun door ons zo verfoeide gaten in de vloer van de campingplee, hebben dat een stuk beter begrepen. Onze domme wc's, waar je op moet zitten, die hinderen de anatomie alleen maar bij een goede ontlasting. Hooguit zou je het nog iets kunnen verbeteren door de krant die je op de plee leest op de grond voor je te leggen. Maar als je echt efficiënt wilt poepen is hurken het devies.

De meest geoefende poepers van het dierenrijk zijn volgens Dekkers de vleermuizen. Die kunnen het ondersteboven! Vleermuizen werden ooit gezien als de ultieme bestrijders van malariamuggen. Als je ze in een speciale toren zou huisvesten, zou de daar verzamelde poep bovendien als geweldige mest kunnen dienen. Die speciale vleermuistorens in malariagebieden werden een mislukking. De enige overgebleven toren staat in het Limburgse Leudal, op het landgoed De Bedelaar van de vermaarde Nederlandse arts en paleontoloog Eugène Dubois. En in het boek van Dekkers natuurlijk.

Over poep als mest komt Dekkers ook tot een heel nuchtere constatering. Niet alleen onze moderne wc's zijn biologisch gesproken oliedom, ook het riool zoals we dat nu kennen is op de keper beschouwd geen handige uitvinding. Poep is geen afval, maar een grondstof. Dat geldt niet alleen voor dierlijke mest, maar ook voor onze eigen poep. De moderne landbouw heeft met zijn kunstmest de voedselproductie dan wel tot grote hoogten opgestuwd, maar de voedselkringloop is daarmee alles behalve gesloten. Die kringloop zal uiteindelijk een keer piepend tot stilstand komen, schrijft Dekkers. En dat terwijl we hem zo makkelijk hadden kunnen smeren. Met poep.

Midas Dekkers: De kleine verlossing of de lust van ontlasten (Atlas Contact)

euro 17,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden