Wij zijn normaal, zij zijn gek

Ze overleefde Auschwitz, maar decennialang speelde het jodendom geen rol van betekenis in het leven van Bloeme Evers-Emden. Tot een toneelstuk haar wakker schudde. 'Het was alsof er een gordijntje voor mijn geest wegtrok.' Nu is er haar autobiografie.

Ze is drie turven hoog. Ze is psychologe, feministe, 85 jaar oud en een 'tea addict'. Haar hoge leeftijd verhindert haar niet om actief te zijn in vier besturen, les te geven over het jodendom en columns te schrijven. Bloeme Evers-Emden noemt zichzelf 'overactief'.

Dat actieve had ze als kind al, vertelt ze in haar voortuin, terwijl ze ondertussen slokjes thee neemt. Het werd versterkt door de Tweede Wereldoorlog. Ze overleefde kamp Auschwitz. Stilzitten kon daar de dood betekenen. Vorige zondag werd al haar activiteit ('wie schrijft er nog een boek op haar 85ste?') bekroond met haar autobiografie.

Tien jaar geleden begon Bloeme Evers-Emden af en toe iets op te schrijven over haar kampverleden. Met horten en stoten. De verhalen stuurde ze aan haar kinderen. Daarvóór bleef het stil. Het was te moeilijk. Te erg.

Ze schreef vier boeken over haar onderzoek naar kinderen, ouders en opvangouders die ondergedoken zaten tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar haar eigen traumatische verleden kreeg ze niet over haar lippen of op papier.

"Ik wilde het wel vertellen aan de kinderen, maar dan begon ik zo vreselijk te huilen. En er valt genoeg over te lezen. Maar als je eigen moeder zoiets vertelt, is dat toch iets anders. Er is niet voor niets een 'tweede generatie'. De kinderen werden er echter hoe dan ook mee geconfronteerd. Alleen al vanwege het nummer op mijn arm."

Evers-Emden lijkt het geheugen van een olifant hebben. In haar boek 'Als een pluisje in de wind' schrijft ze gedetailleerd over haar jeugd in Amsterdam. De eerste herinneringen zijn van 1929, ze is dan drie jaar oud. Over een zinderende warme namiddag in de Van Ostadestraat waar een marktkoopman met een handkar vol aardbeien roept 'Aarebaaie, mooie aarebaaie!' en haar moeder een pond aardbeien koopt. Hoe haar moeder op de sabbatdag 'vergenoegd' in haar stoel zit en de stofzuiger laat staan. Bloeme wist toen nog niet waarom; ze groeide op zonder formele kennis van het jodendom.

Een warme, beschermde jeugd noemt ze de tijd dat ze met haar kleine zusje en haar ouders in Amsterdam woonde. Tot 10 mei 1940. Toen werd alles anders. In scherpe, gedetailleerde hoofdstukken beschrijft ze hoe de nazi's de Joden maar ook de niet-Joden langzaam in een fuik drijven. De 16-jarige Bloeme weet in 1943 de Hollandsche Schouwburg uit te glippen en duikt onder als een van de 25.000 Joden die in Nederland ondergedoken zaten. Evers schrijft in haar boek: 'Een derde werd alsnog gedeporteerd; gepakt door eigen onvoorzichtigheid of door verraad'.

Ook Bloeme wordt verraden. Ze komt in kamp Westerbork terecht. Margot en Anne Frank en hun ouders zijn de eersten die ze aantreft als ze aankomt. Bloeme is alleen. Haar ouders en zusje zijn in Sobibor vermoord.

Ze wordt naar Auschwitz gestuurd. Het is 5 september 1943. Een gruwelijke tijd volgt. Ze schrijft op persoonlijke wijze over de traumatische gebeurtenissen, maar kan ook afstand nemen, beschouwen en duiden. 'De dood was een dagelijkse metgezel. Waren we er nog bang voor? Het gekke is dat ook angst went, je kunt niet permanent in grote angst verkeren. Je sloot je af voor wat er om je heen gebeurde, dat is een psychische maatregel, nodig om sommige situaties te overleven. Het fenomeen van depersonalisatie deed zich voor: ik stond aan de kant van de weg en zag mezelf, die in werkelijkheid in de eindeloze, haveloze rij voortliep.'

Ze vertelt hoe een 'hoge moraal' in de groep waarin zij zat met haar twee 'kampmoeders' en zes 'kampzusjes' hielp om de negen maanden in het concentratiekamp te overleven. "We deelden alles, het kleinste beetje eten werd in achten verdeeld. We maakten geen ruzie, spraken de kampmoeders aan met 'u' en 'mevrouw'. Er werd niet gestolen en niet gevloekt. Dat was nodig om als het ware de rest te logenstraffen." Ze hielden het vol op wilskracht en de mantra: 'Wij zijn normaal, zij zijn gek'.

Ruim vijftig jaar bleven de verhalen over die periode in haar verborgen. "Ik ontwaakte toen ik in 1982 een toneelstuk zag van Judith Herzberg, 'Leedvermaak'. Het was alsof er een gordijntje voor mijn geest wegtrok. Ik dacht ineens: hoe zou het met de ondergedoken kinderen in en na de oorlog zijn gegaan."

Door haar kinderen verdiepte Evers - die in 1989 promoveerde in ontwikkelingspsychologie - zich pas in het jodendom. Eerder speelde de religie geen actieve rol in haar leven. "Een van de kampmoeders met wie ik samenwerkte in het kamp om sneeuwkettingen te maken was heel orthodox. Zij vertelde van alles. Ik verlangde er wel naar om dat te horen."

Bloeme en haar man Hans betreurden het dat het hen ontbrak aan kennis van hun geloof en stuurden hun zes kinderen daarom naar een joodse basisschool. "We dachten, als ze dat zouden willen, kunnen ze het altijd nog overboord gooien." Dat gebeurde niet. Haar oudste zoon Raphael zou zelfs een orthodoxe rabbijn worden. Evers noemt haar kinderen orthodoxer dan zijzelf. "Een van hen zei eens: 'Ik ben orthodox geboren.'" Ze lacht er hard om. "Zo religieus als mijn kinderen ben ik nooit geworden. Die slaan geen gebed over. En dat zijn er nogal wat, hoor."

Voor haar boekpresentatie kwamen de kinderen vorige week over: haar zoons die in Israël wonen, haar dochter uit Engeland. Haar oudste zoon, de bekende rabbijn, woont in Amsterdam. Hij heeft andere opvattingen over de levensbeschouwing dan zijn moeder, vertelt Evers-Emden. Zij is een joodse feministe, hij een orthodoxe rabbijn. Ze steekt haar opvattingen niet onder stoelen of banken. Er is veel discriminatie van vrouwen binnen het jodendom zegt ze. "Ze prijzen je als vrouw de hemel in als je maar blijft dweilen."

Ze kan haar emancipatiestreven kwijt in de vereniging Joodse Vrouwengroep Deborah waarvan ze 15 jaar lang voorzitter was. Haar scherpe uitspraken zijn soms vervelend voor haar zoon, vertelt ze, maar nimmer reden tot kift. "Hij zal nooit zeggen: 'Nee mam, dat mag je niet zeggen.' En ik zal nooit zeggen: 'Moet je nou alwéér bidden?'."

Nu haar boek af is, is er even een rustmoment. Maar niet voor lang. "Een van mijn kinderen klaagde: 'Het stuk in het boek over je huidige activiteiten is veel te kort!' Dus wie weet moet er nog een volgend boek komen."

Bloeme Evers-Emden, 'Als een pluisje in de wind'. Uitgeverij Van Praag, Amsterdam. ISBN 9789049026103; 248 blz. 19,95 euro.

Bijbeltapes met verhaal van Ester: rassenhaat en wraakzucht
Het zal u, Trouw-lezer, niet zijn ontgaan: bij de krant van vandaag is een rood doosje bijgevoegd, met daarin de Bijbeltapes. Het zijn de verhalen uit de Nieuwe Bijbelvertaling als hoorspel ('audiofilm') op cd. De eerste aflevering van de Bijbeltapes is het verhaal van Ester. Een verhaal over rassenhaat. Ester is een Joodse vrouw die met de Perzische koning Ahasveros trouwt maar haar Joodse afkomst geheimhoudt. Haar pleegvader Mordechai weigert een buiging te maken voor eerste minister Haman. Die wil wraak en bedenkt een plan om alle Joden te laten vermoorden.

Bijbeltapes-regisseur Peter te Nuyl legt de link met de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. "Na de Wannseeconferentie van 1942 werd een soortgelijk plan uitgevoerd. Maar toen was er geen koningin Ester die het kon verhinderen."

Wat vindt Bloeme Evers-Emden van de vergelijking tussen het bijbelboek en de oorlog? Evers overleefde Auschwitz, maar daar was geen Ester. "Wel veel zeer sterke vrouwen", zegt Evers. Maar ze voelt zich echter in geen enkel opzicht verwant met de bijbelse Ester. "Zij deed netjes wat oom Mordechai zei. Namelijk met de Perzische koning trouwen. Wij dachten in de oorlog niet aan Ester. Er was wel een Haman. Maar geen Mordechai of Ester."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden