'Wij zijn anders'

Met man en zoons is schrijver Sabine van den Berg gaan wonen in een kunstenaarsgemeenschap. Van een 'gewoon' huis verhuisden ze naar een oud pand in het voormalige Biologisch Centrum van de Groningse universiteit. Eén zoon is niet blij.

Het lijkt Tsjernobyl wel", zei mijn jongste zoon (14). Hij knikte naar de grijze betonkolossen en de vijf schoorstenen die opdoemden toen we het terrein op fietsten.

Zwijgend bekeken we de groen uitgeslagen betonnen wanden. Achter de doffe ramen ontdekten we schilderijen, beelden en decorstukken. We fietsten een rondje op het acht hectare grote terrein. Het insectarium en de hokken, volières, kassen en bassins verraadden een scala aan dier- en plantensoorten dat hier ooit moest hebben geleefd. Veel mensen zagen we niet.

Van binnen deed het gebouw denken aan een afgetakeld ziekenhuis: brede gangen, blauwgrijs linoleum op de vloer, metalen wandkasten waarop gele stickers zaten geplakt met waarschuwende bliksemschichten.

"Tsjernobyl", fluisterde mijn jongste zoon weer. Ik gaf hem een por en wees hem op het bordje 'Mariene biologie'. Vroeger liepen in hetzelfde complex studenten rond die dierproeven deden en planten bestudeerden. Na hun vertrek bleef er onder andere een skelet van een 24 meter lange walvis achter en een verzameling potten met beesten op sterk water.

"Oorspronkelijk is dit gebouw natuurlijk niet voor wonen bedoeld", zei mijn man. Hij bekeek de afgebrokkelde muur midden in de ons toegewezen hoge, kale ruimte en de vele buizen en elektriciteitsdraden die door het plafond staken. "En het is lang geleden dat hier les werd gegeven."

"Dit moeten we wel even dichtsmeren", mompelde onze oudste zoon (17) met gebogen hoofd. Tussen zijn voeten gaapte een rond gat ter grootte van een koekje waardoor hij een glimp van de fietsenkelder opving.

Er zijn mensen die zichzelf, als de vijftig nadert, graag in een rietgedekte villa in een chique plaats zouden zien. Haren, het Wassenaar van Groningen - bekend van Project X - voldoet in dat opzicht helemaal aan dat beeld.

Alleen wonen wij niet in, maar tussen de rietgedekte villa's.

In het begin hadden onze zoons de gewoonte om in het dorp de 'Biotopers' eruit te pikken. Tufte er een oude bus of camper voorbij of zagen ze iemand met warrig haar, dan knikten mijn zoons en riepen: "Biotoop."

"Waaraan zien jullie dat?" vroeg ik een keer.

"Hippies", verklaarden ze.

Natuurlijk ziet de Harense bevolking ons ook zo. Pas geleden had ik een interview over mijn nieuwe roman bij Haren FM. De interviewer vroeg waar ik in Haren woonde. Hij trok zijn neus op bij het antwoord. "De Biotoop? Dat is toch dat alternatieve met ateliers? Kun je daar wónen?"

"Hij bekeek me ineens alsof ik een andere soort was", vertelde ik 's avonds aan mijn man.

"Dat ben je ook", antwoordde hij. "Wij zijn anders."

We zijn anders gewórden. Als jonge dertigers hadden we een yuppenleven in de Amsterdamse Jordaan, beiden werkzaam op de redactie van een glanzend tijdschrift (Elle Wonen en Esquire). Vrijwel elke avond spraken we af in een restaurant. We bezochten wekelijks borrels, presentaties en openingen. Het was onze rijke, stadse tijd. Zonder kinderen.

Als we door de dorpen ten noorden van de stad reden (Durgerdam, Holysloot, Ransdorp) droomden we weg bij de oude huizen die we daar zagen. Ook wilden we schrijven, niet alleen voor tijdschriften en kranten, maar voor onszelf en dat mocht ook wel wat minder glanzend. We vonden allebei een uitgever en begonnen met freelancen.

We kregen twee kinderen en puilden uit onze Amsterdamse woning van 50 vierkante meter. Al gauw kwamen we erachter dat we als freelancers weinig kans maakten op een hoge hypotheek, een oud huis in Holysloot zat er echt niet in.

In Sexbierum, vlak bij de Afsluitdijk aan de Waddenzee, vonden we een betaalbaar droomhuis. Een monument uit 1845, compleet met bedsteden en een zonnige tuin. Erachter een oude schoenmakerij waarin we konden werken. Het huis was vrijstaand en lag naast een kerkhof. Geen burenoverlast meer, geen stress, nauwelijks verkeer, en alle vrijheid om te schrijven.

Het huis is ruim tien jaar lang een bron van geluk geweest. Maar onze kinderen ontgroeiden het dorp, en de hypotheek - hoe laag in verhouding met de stad ook - vormde toch een druk, we moesten nog altijd hard werken. We hadden voor 'een kunstenaarsleven' gekozen en wilden dat volhouden.

Het werd De Biotoop, waar we voor het eerst een pand deelden. Nog nooit leefden we samen met zoveel gelijkgestemden, want ook de meeste anderen kozen voor 'een kunstenaarsleven'. En is er iets veranderd? Ja, ons seksleven bijvoorbeeld.

Toen we pas in De Biotoop woonden, hoorde ik van iemand dat er een nieuw stelletje was ontstaan, twee mensen van wie je het niet zou denken. "Hoe weet je dat nou?" vroeg ik, "misschien zijn ze alleen bevriend."

"Nee, ze doen hét samen. Je weet het misschien nog niet, maar je hoort álles in De Biotoop. Ik hóór ze steeds!"

We waren dus gewaarschuwd en omdat er in onze ruimte alleen tl-bakken aan het plafond hangen, vrijen we tegenwoordig muisstil bij kaarslicht. We eten nu trouwens ook altijd bij kaarslicht en ik moet zeggen: dat heeft wel wat.

Als mensen ernaar vragen, beschrijf ik De Biotoop als een mengeling van een ziekenhuis, een studentenhuis en een camping. Ook op die plaatsen kun je elkaar tegenkomen in pyjama of badjas. Soms vraag ik me af of het leven in een flat ook zo zou kunnen zijn, maar ik denk van niet. Daar deel je minder met je buren. Wij delen sanitair, gereedschap, wasmachines en opslagruimtes. Iedereen in De Biotoop mag gebruikmaken van De Open Kas, een kas waarin een pizza-oven en een houtkachel staan. We hebben een Weggeefwinkel, een restaurant, een bar, een fitnessruimte en een bioscoop. Wie wil, kan een moestuintje beginnen op het grote gezamenlijke veld waar ook een vuurplaats is. Voor de kinderen zijn er speelhoeken, trampolines en klimtoestellen. Het idee dat alles van iedereen is, vind ik mooi; het maakt me blij.

Natuurlijk levert het delen ook wel eens ergernis op. Zoals de keer dat we een professionele verfspuit mochten gebruiken om het plafond mee te bewerken. Na urenlang afplakken van stopcontacten, muren, vloeren en ramen goten we het reservoir vol latex en zetten de machine aan.

Er klonk een hoop herrie en er gutste latex uit de motor, maar spuiten deed hij niet. Helaas was er een onderdeel kapot en had de vorige gebruiker dit niet gemeld.

Zo zijn er meer voorbeelden, een buurvrouw leende haar auto uit en kreeg hem terug met een lege tank, maar over het algemeen gaat het boven verwachting goed, dat delen.

De regels binnen De Biotoop zijn vrijwel hetzelfde als bij andere verhuurders, want we betalen allemaal gewoon huur, al is die een stuk lager dan gebruikelijk. Omdat het een slooppand is, is er veel meer mogelijk. Verbouwingen gaan altijd in overleg met de beheerder. Zijn houding is er over het algemeen een van laisser-faire en alleen ingrijpen als het nodig is.

Onze woonkamer is 60 vierkante meter groot en 3,5 meter hoog, we hebben drie slaapkamers, waarvan twee zonder ramen: voormalige donkere kamers. Onze oudste zoon maakte een bioscoopje van de zijne. Hij timmerde een bar, scharrelde zijn inboedel bij elkaar in de Weggeefwinkel en kocht een popcornmachine bij Action. Het komende jaar wil hij een Tiny House gaan bouwen als profielwerkstuk voor zijn eindexamen. Hij zegt zijn leven lang wel in De Biotoop te willen blijven wonen. De vrijheid en de lage levensstandaard spreken hem aan.

Ook mijn man is blij met ons nieuwe leven. Hij voelt zich jonger en lichter, zegt hij. Hij doet alleen nog maar werk waar hij achter kan staan en binnenkort is hij klaar met zijn derde studie.

Een groot verschil met hoe we eerst woonden, is dat we tegenwoordig een douche en wc met de buren delen. Vooral onze jongste zoon vindt dat lastig. Om 's nachts in je uppie slaapdronken je weg te moeten vinden op een schemerige gang valt niet mee, en een plasemmer op je kamer is natuurlijk niet cool. Op een zwoele zomernacht rookten een paar mannen een joint in de opening van de buitendeur - naast de wc. Onze jongste koos daarom voor het toilet aan de andere kant van de gang en was lang onderweg. Vlak erna moest ook de oudste plassen, hij kwam niet terug. Toen ik ging kijken waar hij bleef, stond hij geanimeerd in zijn onderbroek met de mannen te kletsen.

In het begin wilden we een eigen douche en toilet bouwen in onze ruimte, we hoorden dat er mensen waren die dat hadden gedaan. Toen we hierover informatie inwonnen bij de beheerder, zei deze: "Een douche zou wel fijn zijn, hè? Maar die geeft veel vocht en het is hier al vochtig." Hij richtte zich tot mijn zoons: "En een wc in je ruimte wil je niet. Als je dan een vriendinnetje over de vloer krijgt en je moet ineens nodig..." Hij liet zijn lippen flapperen en produceerde een scheetgeluid, "dan geniet iedereen mee."

Later begreep ik uit de gesprekken met de mannen van de technische dienst dat het verouderde rioleringssysteem een groot probleem is en blijft, dit gebouw is niet berekend op al die huishoudens. De beheerder had ons, heel begrijpelijk, willen ontmoedigen.

Onze jongste zou nog steeds liever in "een gewoon huis" wonen. In het begin hield hij bezoek af. Nu er uiteindelijk toch af en toe vriendjes komen, zijn ze meestal onder de indruk van de ruimte. Het labyrint van kelders en de vele uithoeken van het terrein met voormalige hokken en volières blijken een attractie waar ze 's nachts met zaklamp-en rondstruinen. Bij vertrek zeggen ze De Biotoop 'best cool' te vinden, wat een glimlachje bij onze jongste ontlokt.

Ik hoop dat hij uiteindelijk de mogelijkheden meer gaat waarderen, net als zijn broer. We hebben hem uitgelegd dat hij zijn dure vooropleiding aan het conservatorium onder andere kan volgen omdat we zo wonen. Volgend jaar speelt hij waarschijnlijk ook nog bij een pretentieus jeugdorkest, en hij sport, allemaal dingen die hij niet wil missen. We doen alle vier wat we graag willen, maar dat heeft wel een prijs: een gangbare woning in de stad valt af.

Onlangs las ik een artikel over Tsjernobyl dat dertig jaar na de ramp nog steeds onbewoonbaar is. De foto's van lege gebouwen, vervallen huizen en achtergebleven voorwerpen onder grijze stof zijn mooi in hun lelijkheid. Wat het meest opvalt, is dat bepaalde diersoorten opleven omdat ze er met rust worden gelaten. Mijn oudste zoon keek over mijn schouder naar de foto's. "Lekker lelijk, het lijkt De Biotoop wel."

"Inderdaad", antwoordde ik, "en weet je wat er mooi aan is: bepaalde soorten gedijen juist prima op plaatsen waar de meeste mensen niet willen wonen."

Sabine van den Berg (1969) is schrijver. Haar laatste boek 'Dingen die niet mogen' verscheen in april. Ze is getrouwd met schrijver en docent filosofie Maarten Meester. Zie ook www.sabinevandenberg.com

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden