WIJ WILLEN HET NIET WETEN

De 56-jarige Koerdische Turk Kalender Karahan, zijn vrouw Safiye Kinay (50) en hun jongste dochter Hilal (11) wachten in het Dublin-OC in Ter Apel op uitzetting naar Duitsland. Hun advocaat, Pieter Bogaers, kan niets meer voor hen betekenen. Alle openstaande juridische wegen zijn bewandeld en inmiddels geblokkeerd. De claim die Nederland bij Duitsland heeft neergelegd, is al gehonoreerd.

Dat de familie Karahan vanuit Duitsland zeker zal worden teruggestuurd naar Turkije, waar Kalender voor zijn leven te vrezen heeft, is voor de Nederlandse rechter geen reden geweest om tot een andere uitspraak te komen. Het zogenaamde interstatelijk vertrouwensbeginsel staat volgens de Nederlandse overheid een hernieuwde beoordeling van Karahans asielverzoek in Nederland in de weg. Nederland vertrouwt erop dat Duitsland al zijn verplichtingen nakomt waartoe het zich volgens diverse verdragen heeft verplicht. Nederland mag zich daar verder niet mee bemoeien.

“Hier wreekt zich heel concreet het Verdrag van Schengen”, zegt Bogaers, “waarbij ieder land zijn verantwoordelijkheid kan afschuiven op een ander land, in dit geval Duitsland, terwijl Nederland niet in de mogelijkheid verkeert om te bezien of in Duitsland de procedurele gang van zaken de toets der internationale kritiek wel kan doorstaan. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel zou volgens mij vergen dat staten onderling wel degelijk kunnen controleren hoe de procedure in een ander land in zijn werk is gegaan. Ook al om te bezien of er ruimte is voor de zogenaamde 'tenzij-clausule', waarbij de Nederlandse rechter gebruik mag maken van feiten die in Duitsland geen rol hebben kunnen spelen, omdat de autoriteiten daar niet wilden weten wat er met het gezin Karahan in Turkije is gebeurd. De rechter hier weigert daar op in te gaan. Nu geldt niet het motto: 'Wir haben es nicht gewusst', maar: 'Wij willen het niet weten', met even desastreuze gevolgen.”

Kalender Karahan is in zijn geboorteland een burger met weinig aanzien. Als Koerd wordt hij voortdurend gediscrimineerd. Dat kan ertoe leiden dat hij na een dienstverband van meer dan tien jaar zijn baan als politieambtenaar in Istanboel verliest. Ook zijn huis raakt hij kwijt, als de deelgemeente de plek wil bestemmen voor de aanleg van een weg. Een alternatief wordt hem niet geboden. Als Kalender zich vervolgens ook nog inlaat met activiteiten voor een verboden Koerdische politieke partij, is hij zijn leven niet meer zeker.

Nadat hij op 13 mei 1992 getuige is van de moord op zijn neef Kenan, die in koelen bloede op straat wordt doodgeschoten, beseft Kalender dat vluchten zijn enig alternatief is. Tijdens de 1 mei-viering waren beiden door de politie opgepakt en enkele dagen vastgehouden, waarbij ze werden gemarteld via stokslagen en elektrische schokken. Na enkele maanden ondergedoken te hebben gezeten, neemt hij in november 1992 met zijn vrouw en jongste dochter de wijk naar Duitsland.

Pech blijft hem achtervolgen, want de advocaten die hem achtereenvolgens bijstaan, blijken niet bijster gemotiveerd. Gelegenheid om zijn levensverhaal en zijn vluchtmotieven toe te lichten, krijgt hij amper. Zijn eerste raadsman presteert het een oproep voor de rechtbank te laat aan Karahan door te sturen. De tweede adviseert hem een scene te veroorzaken bij het Turkse consulaat of de ambassade, zodat zijn portret in de krant komt te staan. De derde, een broer van SPD-voorzitter Oscar Lafontaine, stelt zich passief op. Dat geldt ook voor de Duitse rechter, die op één uitzondering na de zaak-Karahan schriftelijk afdoet. Ruimte voor vluchtmotieven is er niet.

Het mag geen verbazing wekken dat de beslissing over Karahans asielverzoek negatief uitvalt. Als hij 15 mei van dit jaar een schrijven van de Duitse vreemdelingendienst ontvangt, waarin hem een enkele vliegreis Frankfort-Ankara in het vooruitzicht wordt gesteld, besluit hij niet af te wachten en vlucht hij naar Nederland, waar hij op 6 juni bij het aanmeldcentrum in Zevenaar asiel aanvraagt. De contactambtenaar die hem een gehoor afneemt, is niet geïnteresseerd in het vluchtverhaal, maar wil alleen weten hoe Karahan Nederland is binnengekomen. De Koerd blijkt een zuiver 'Schengen-geval': hij heeft eerst in Duitsland asiel gevraagd, dus is dat land volgens het Verdrag van Schengen verantwoordelijk voor de opvang van Karahan.

Pas als hij in contact komt met de Nederlandse advocaat Pieter Bogaers krijgt Karahan ruimschoots gelegenheid zijn verhaal te doen. Deze advocaat uit Nieuwegein, zoon van een oud-KVP-minister in het kabinet-Cals, houdt er zo zijn eigen methoden op na. Hij vindt dat een asielzoeker de kans moet krijgen systematisch en chronologisch te vertellen wat hem of haar is overkomen. Dat hij daarvoor soms meer dan twee volle werkdagen moet uittrekken, vindt hij niet meer dan normaal. Een bezoek aan zijn kantoor betekent een kruisverhoor van acht uur of langer. “Ik zaag iedereen helemaal door. Een oorlogsmisdadiger die zich hier meldt, staat binnen drie uur weer op straat. Die valt bij mij meteen door de mand.”

Ouderlijk milieu, schooltijd, politieke activiteiten, familie en vluchtverhaal: alles komt aan de orde. “Alleen zo kun je achterhalen wat er met iemand aan de hand is”, vindt Bogaers. Honderden zaken van ogenschijnlijk kansloze, uitgeprocedeerde asielzoekers heeft Bogaers zo in tweede of derde instantie alsnog weten te winnen. Maar het Verdrag van Schengen is hem in de zaak-Karahan ook te machtig. “Als rechters ook niet willen luisteren, houdt het een keer op, al vind ik het ronduit moorddadig wat hier gebeurt.”

Ook in het geval van de familie Daoud uit Syrië lijkt Bogaers geen gehoor te vinden bij de Nederlandse rechter, hoewel een beschikking op het tweede asielverzoek nog moet afkomen. De Immigratie- en naturalisatiedienst (IND), verantwoordelijk voor het verwerken van asielverzoeken, heeft vooruitlopend op de uitspraak van de rechter wel alvast een claim gelegd bij de Duitse autoriteiten. Ook Daoud is een geheide 'Schengen-klant'. De Duitsers hebben deze week laten weten dat ze het Syrische gezin terug willen nemen.

Omar Akash Daoud vlucht met vrouw en drie kinderen uit zijn geboorteland, als blijkt dat de geheime dienst het andermaal op hem gemunt heeft. Ook in Syrië zijn Koerden allesbehalve populair, zeker niet als ze ook nog politiek actief zijn. Bij een verboden plakactie wordt Omar opgepakt. Hij verdwijnt voor twee jaar achter de tralies en wordt in deze periode vreselijk gemarteld. De gevolgen daarvan zijn nog altijd zichtbaar. Zijn cel van vier bij vijf meter moet hij delen met 45 andere gevangenen. De ruimte is veel te krap om iedereen een ligplaats te garanderen.

Als Daoud na twee jaar vrijkomt, zit de Syrische geheime dienst hem nog altijd op de hielen. Zijn baan in een wapenfabriek is hij kwijt. Ook zijn huis moet hij afstaan. Het gezin besluit - het is mei 1996 - te vluchten. Per bus reizen ze naar Jordanië, waar Omar vergeefs een visum heeft aangevraagd bij de Nederlandse ambassade. Als hij via zijn broer verneemt dat de Syrische geheime dienst weet dat hij zich in Jordanië bevindt, voelt hij zich ook daar niet langer veilig. Per vliegtuig vervolgen de Daouds hun weg, ditmaal naar Sarajevo, Bosnië.

Het is niet de eindbestemming van hun vlucht. Na anderhalve maand in Bosnië kunnen ze per vrachtauto over land via Kroatië, Hongarije, Slowakije en Tsjechië verder richting Duitsland. Problemen ontstaan er bij de Tsjechisch-Duitse grens. Tot twee keer toe worden ze door de Duitse douane teruggestuurd. In Tsjechië krijgen ze te horen dat ze terug moeten naar Syrië. Dat willen ze in geen geval. Uiteindelijk slagen ze er bij hun derde poging in, Duitsland binnen te komen. Op 21 januari vragen ze asiel aan in Keulen.

Omar Daoud begaat de fout van zijn leven door volstrekt verkeerde adviezen op te volgen. Uit angst opnieuw teruggestuurd te worden naar Tsjechië dikt hij zijn vluchtverhaal enorm aan, ontkent hij over land Duitsland binnengekomen te zijn en liegt hij over zijn ware identiteit. Dat komt hem en zijn gezin duur te staan. De Duitse autoriteiten nemen hem zijn leugens zeer kwalijk en wijzen zijn asielverzoek dan ook af. Het gezin Daoud rest niets anders dan opnieuw hun heil elders te zoeken. Ze kiezen voor Nederland, het land waarvoor ze eerder al vergeefs een visum hadden aangevraagd.

Justitie ziet geen reden de familie Daoud asiel te verlenen en beroept zich daarbij op het Verdrag van Schengen. Duitsland is in dit geval verantwoordelijk voor de afhandeling van de zaak. De rechter wijst vervolgens ook het bezwaarschrift af, evenals het verzoek om een voorlopige voorziening. De ware vluchtmotieven en het levensverhaal van Omar Daoud komen pas aan de orde tijdens uitvoerige gesprekken ten kantore van advocaat Pieter Bogaers, in augustus en september. Het uitgebreide dossier gaat 22 oktober richting Zevenaar, naar het aanmeldcentrum.

Bogaers vindt dat Daoud een tweede kans verdient. “Er is voldoende fysiek bewijs dat Daoud gemarteld is en dat zijn leven in Syrië gevaar loopt.” Het Verdrag van Schengen is echter bedoeld om het Europese asielbeleid te harmoniseren, wat in de praktijk betekent dat iemand die in een van de Schengen-landen asiel heeft gevraagd en uitgeprocedeerd is uit het Schengen-gebied verwijderd moet worden.

Karin Zwaan, wetenschappelijk medewerkster van het Centrum voor migratierecht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, sprak eerder dit jaar in dit verband in een paar artikelen haar twijfels uit over Duitsland als 'veilig derde land'. Duitsland, zo betoogde ze, zal asielzoekers als Daoud terugsturen naar de zogenaamde veilige derde landen. Dat zijn in de ogen van Duitsland alle buurlanden, ook Tsjechië. In het geval van de Daouds betekent dat waarschijnlijk dat ze uiteindelijk weer in Syrië zullen belanden. “In een aantal zaken”, weet Zwaan, “zijn die artikelen aangehaald. Maar de rechter heeft er nooit iets mee gedaan.” Nederland, vindt ze, zou meer onderzoek moeten doen om te achterhalen waar een asielzoeker uiteindelijk terechtkomt.

Eurowatch, een onafhankelijk onderzoeksbureau dat de ontwikkelingen op het gebied van het Europese vluchtelingenbeleid nauwgezet volgt, vat deze samenwerking in een brochure samen onder de titel 'afschrikken en afschuiven'. Het moet vluchtelingen zo moeilijk mogelijk gemaakt worden ergens binnen het Schengen-gebied asiel te vragen.

Bogaers spreekt dan ook liever van het 'Krengen-verdrag', als hij het heeft over de overeenkomst tussen zeven Europese landen, gesloten in het Luxemburgse grensplaatsje Schengen, dat sinds 26 maart 1995 het asielbeleid grotendeels bepaalt. In de loop van dit jaar is het verdrag overigens vervangen door de Overeenkomst van Dublin, dat grotendeels dezelfde bepalingen kent. Alleen het aantal deelnemende landen is uitgebreid tot veertien: Nederland, België, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Portugal (= Schengen), alsmede Griekenland, Italië, Groot-Brittannië/Noord-Ierland, Ierland, Denemarken, Zweden en Oostenrijk.

“Duizenden zaken in Nederland gaan kapot doordat men niet wil weten wat iemand heeft meegemaakt”, zegt Bogaers. “Ook mijn collega's niet. Niemand neemt er de tijd voor. De Raad voor de rechtsbijstand heeft eens uitgerekend dat een Nederlandse advocaat gemiddeld 5,3 uur besteedt aan een asielzaak van een cliënt. Dat bestaat toch niet? De dossiers van asielzoekers die ik zie, zijn stuk voor stuk een ramp, zo onzorgvuldig samengesteld. Ik snap wel waarom collega's niet meer tijd steken in dit soort zaken. De eerste vijf uur worden het best vergoed. Daarvoor vang je 170 gulden per uur, daarna veel minder. 'De schoorsteen moet roken', zeggen ze dan. Ja, maar wel via de botten van hun cliënten.”

Bogaers hield zijn ergernis over de in zijn ogen falende asielprocedures niet voor zich, maar schakelde de Nationale Ombudsman in. Zo beklaagde hij zich over de gebrekkige kwaliteit van contactambtenaren en tolken. De ombudsman stelde een onderzoek in en kwam tot dezelfde conclusie: er moet snel wat veranderen. Bogaers heeft niet de indruk dat Justitie daar haast mee maakt. “Justitie vaart wel bij incompetente contactambtenaren en corrupte tolken. Het gaat er toch om, zo min mogelijk asiel te verlenen? Tientallen tolken zakken voor hun tolkentoets of weigeren zo'n toets zelfs maar te doen. Maakt Justitie niks uit, ze komen toch wel aan de bak.”

“Weet je hoe medewerkers van de IND hun eigen organisatie noemen? Instantie die Niet Deugt. Uit eerste hand heb ik vernomen wat voor een zootje het daar is. De corruptie tiert er welig. Contactambtenaren die via seks omgekocht worden door tolken die graag veel klusjes doen. Asielzoekers zijn volledig overgeleverd aan de advocaten, contactambtenaren, tolken en rechters met wie ze te maken krijgen. Asielrecht is net een casino. Erkend worden is een kwestie van toeval. Alsof je aan een gokkast staat. Op deze manier is het asielrecht in Nederland volledig failliet. Het is een nazistisch systeem. We doen alsof we naar de verhalen van vluchtelingen luisteren, maar in werkelijkheid interesseert het ons helemaal niets. Als je vindt dat vluchtelingen hier niet horen, zeg dat dan eerlijk, maar doe niet alsof we hier zo humaan met ze omgaan. Daar klopt niets van.”

De verdragen van Schengen en Dublin bieden Nederland de mogelijkheid asielzoekers te weren die aantoonbaar over land hier naar toe zijn gekomen. Sinds de invoering van Schengen op 26 maart 1995 legde Nederland bijna 4 000 claims neer bij andere landen dan omgekeerd. Van de 5 320 gelegde claims - meestal richting Duitsland - werden er 3 568 gehonoreerd en 915 geweigerd. In totaal vonden er 1 813 daadwerkelijke overdrachten plaats, 275 claims staan nog open. Omgekeerd legden Schengen-partners (meestal Duitsland) 1 389 claims bij Nederland, waarvan er 969 gehonoreerd werden en 306 geweigerd. Er vonden 674 overdrachten plaats. Over 57 zaken is nog niet beslist.

Volgens de IND zou Nederland in feite veel minder asielverzoeken hoeven te behandelen, maar vaak is niet aan te tonen dat iemand over land Nederland bereikt heeft. Is dat wel het geval en betreft het een echtpaar van wie de man via Frankrijk en de vrouw via Duitsland gereisd is, dan zal - tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden (ernstige ziekte, zwangerschap in laatste fase) - de man worden geclaimd bij Frankrijk en de vrouw bij Duitsland. Het feit dat de twee getrouwd zijn, is op zich niet voldoende om scheiding te voorkomen. Recht op gezinsleven geldt lang niet altijd in het Europese asielrecht volgens Schengen en Dublin. België vormt hierop een positieve uitzondering. Dat stelt dat echtparen in principe niet gescheiden worden.

VluchtelingenWerk Nederland publiceerde over gescheiden behandeling van asielverzoeken bij echtparen vorig jaar een zwartboek, waarin elf gevallen waren beschreven. Volgens een medewerker van VluchtelingenWerk komen dit soort zaken (enkele tientallen) een jaar later nog steeds voor.

Soms betreft het zelfs een ordinair spel tussen advocaat en de IND. Zoals in het geval van een Iraans echtpaar, dat naar Nederland kwam met een visum voor Frankrijk. Beiden werden bij Frankrijk geclaimd. Die claim werd gehonoreerd. Maar voordat de overdracht een feit was, reisde de man op advies van zijn advocate naar een land buiten het Schengengebied, Zwitserland in dit geval. Daar heeft hij asiel gevraagd en kreeg hij een formulier met pasfoto en stempel mee. Een dag later keerde hij terug naar Nederland. Daar moest de IND hem opnieuw in de procedure nemen en de claim richting Frankrijk laten vallen, want hij had het Schengengebied verlaten, ook al was het maar voor één dag.

Probleem was alleen dat de Iraniër vergeten was zijn vrouw mee te nemen naar Zwitserland, waardoor de IND de kans schoon zag haar claim bij Frankrijk door te zetten, zodat er alsnog sprake was van gescheiden behandeling van het asielverzoek. Alleen door tussenkomst van de rechter, die vond dat eerst afgewacht moest worden of de man hier een vluchtelingenstatus zou krijgen, kon dat voorkomen worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden