'Wij wilden praten, over boeken, over het leven'

Vrienden zijn een apart soort familie. Wat vertellen wij over vriendschappen, en wat zegt dat over ons? Vandaag psychiater René Kahn en huisarts Alfred Sachs, die als student vooral iets in elkaar herkenden.

TEKST EVELINE BRANDT FOTO'S PATRICK POST

Bij de filosoof Hegel las huisarts en onderzoeker Alfred Sachs een treffende definitie van vriendschap. Deze deze zomer is hij precies veertig jaar bevriend met René Kahn. Sachs: "Je herként iets van jezelf in de ander, zegt Hegel. Dat vind ik zwaar. Een gelijkwaardige verstandhouding waarbij je iets in elkaar herkent - zo begon de vriendschap tussen René en mij ook." Een beetje verlegen voegt hij eraan toe: "Wij hebben dit eigenlijk nooit uitgesproken tegen elkaar."

Psychiater en hoogleraar René Kahn (57) beaamt droogjes: "Voor dit interview hadden we het erover dat we het er nooit over hebben."

Aan tafel gezeten bij René Kahn in het Noord-Hollandse Laren, een weelderig groen dorp, vergeven van de villa's en vogels , vertellen de twee vrienden over hun vak, hun vriendschap en elkaar. Sachs - beminnelijk, vriendelijke ogen praat peinzend, omzichtig. Kahn spreekt zekerder, stelliger, hoewel warmer en minder afstandelijk dan hij soms op televisie overkomt.

"Wij kwamen in 1972 als student aan in Groningen", verhaalt Sachs. "René viel mij direct op; hij had een soort hutkoffer bij zich, heel ongebruikelijk." Kahn zit grijnzend te knikken bij de herinnering en zegt: "We stonden daar met allemaal studenten op de bus te wachten voor de kennismakingstijd. Ik droeg een varkensleren koffer die er nogal indrukwekkend uitziet."

Sachs: "Hij straalde iets uit dat ik herkende: een autonoom persoon, hoewel óók iemand die participeert. Zo voelde, en voel, ik mij ook: autonoom, maar toch verbonden. Het klikte direct."

Kahn: "We gingen naar Ameland met die groep studenten. Samen wandelden wij over het strand, en Alfred vertelde mij dat hij tandheelkunde studeerde."

Sachs, lachend: "En dat terwijl mijn vader werkte als snoepfabrikant. Ik had eerst een paar jaar in het zoete leven gewerkt, in de fabriek van mijn vader - daarom was ik wat ouder dan René toen we gingen studeren."

Kahn: "Ik wist toen nog niet dat ik psychiater wilde worden, maar ik vond het bijzonder interessant dat hij tandarts wilde worden terwijl zijn vader snoep maakte! Haha, daar heb je Freud niet bij nodig. Al snel vroeg ik hem: Is dit wel wat jij echt wilt? Volgens mij moet jij gewoon arts worden."

Die gesprekken met René maakten veel duidelijk, zegt Sachs, die na zijn eerste studiejaar inderdaad overstapte naar geneeskunde. "Een heel goede keuze. Een belangrijke keuze ook, met veel invloed op mijn leven."

"We konden makkelijk een hechte band opbouwen", vervolgt Kahn, "we woonden vlakbij elkaar en werden lid van dezelfde jaarclub. Geregeld gingen we met z'n tweeën eten, als twee oude mannetjes in nogal truttige tenten, waar geen enkele andere student te vinden was."

Sachs: "In die tijd kwamen overal de bistro's en de eetcafés opzetten maar dat was niet wat we zochten. Het moest rustig zijn, zonder muziek of lawaai, want wij wilden met elkaar praten: over boeken, over het leven."

Alle twee zijn ze uiteindelijk arts geworden; een vak dat ze, aldus psychiater Kahn, vooral kozen vanuit 'de wens om het lijden van anderen te verzachten'. Hij probeert dat als psychiater, hoogleraar en schrijver van talloze boeken en artikelen; Sachs als huisarts en wetenschappelijk onderzoeker op het gebied van astma, COPD en infectieziekten.

Kahn en Sachs zien in hun spreekkamer hoe belangrijk het thema vriendschap is voor ons aller welbevinden.

"Als mensen geen vrienden hebben en vereenzamen, is dat een ramp", zegt Sachs, die veel psychosomatische klachten daaruit ziet voortkomen. "Klachten waarvan je als huisarts al gauw gaat vermoeden: daar zit eenzaamheid achter. Wat mensen zoeken is echte verbinding. Als die er niet is, ontstaat er leegte en lijden. Dat is dagelijkse kost op mijn spreekuur."

Een plaatsvervangende vriend is hij als huisarts nadrukkelijk niet, maar wel een vertrouwenspersoon. Iemand die het isolement bespreekbaar maakt, en die soms vriendschap op recept voorschrijft. "Ik raad mensen aan om lid te worden van een vereniging, of adviseer ouderen om met internet te gaan werken. Dat beurt mensen op: ze krijgen minder last van eenzaamheid en komen minder vaak bij mij."

De basis onder het hele verschijnsel van 'lotgenotencontact', in de huidige gezondheidszorg zo populair en succesvol, is eigenlijk een vorm van gecreëerde vriendschap, bedenken de twee zich al pratend. Kahn: "Neem de Weight Watchers, of de Anonieme Alcoholisten: daar tref je anderen die jouw probleem kennen, die weten waar je het over hebt. Die herkenning maakt het makkelijker om ermee om te gaan. Mensen met een dwangstoornis schamen zich diep voor hun dwanggedachten of dwanghandelingen en willen er niet over praten. Onder lotgenoten lukt dat vaak wel, want daar zitten allemáál mensen die zich schamen."

Sachs: "Daar zie je weer die herkenning van Hegel. Men ondersteunt elkaar en licht elkaar voor - heel mooi. Eigenlijk worden kenmerken van vriendschap benut in een groepsproces waar van echte vriendschap geen sprake hoeft te zijn."

Voor onze fysieke en mentale gezondheid zijn vriendschappen van groot belang, ziet ook Kahn in zijn spreekkamer. "In de psychiatrie spreken we van een 'steunsysteem'. Kunnen mensen terecht bij iemand met wie ze kunnen praten, die ze waardeert? Hoe geringer dat steunsysteem, hoe groter de kans om ziek te worden. Depressieve mensen die geen of onvoldoende sociale steun hebben, lopen een groter risico op terugval in depressie en op suïcide."

Vrienden zijn letterlijk van levensbelang, stelt hij zelfs in zijn laatste boek 'De tien geboden voor het brein'. Mensen met een uitgebreid sociaal netwerk blijken een vijftig procent grotere kans op een langer leven te hebben dan degenen met een kleine vriendenkring. Kortom, schrijft hij: "Wanneer je veel vrienden hebt, blijft Hein op zijn handen zitten."

In het voorwoord bij dit boek noemt en roemt Kahn zijn 'collega en levensvriend' Alfred Sachs. "Dat doe ik in ieder voorwoord!", lacht hij. "Alfred heeft al mijn boeken gelezen, van A tot Z, en ze becommentarieerd voordat ze werden gepubliceerd. Heel bijzonder vind ik dat."

Hij heeft zijn vriend professioneel gezien 'buitengewoon hoog zitten', zegt hij. "Als ikzelf een gezondheidsprobleem heb, of een medische vraag namens een familielid, is Alfred de eerste die ik bel. En hij heeft altijd gelijk."

Sachs luistert en vertelt op zijn beurt waarom hij Kahn bewondert als vakman. "Hij is heel goed in het determineren van klachten, in het ordenen en indelen van de problemen van patiënten. En dat in de psychiatrie! Bij een internist kan ik me daar veel bij voorstellen, maar in zijn vak is het vaak moeilijk om de hoofdlijnen te zien. Hij wordt niet afgeleid bij zijn waarnemingen, kan goed koers houden."

Maar, verzekert hij, wat zij hebben is meer dan alleen een intellectuele vriendschap. "Ik voel veel betrokkenheid bij zijn wel en wee, en veel waardering voor onze ontmoetingen. Die zijn nooit beladen, maar altijd open en makkelijk. Het is heerlijk om te weten dat ik me bij hem niet hoef wáár te maken." Hij kijkt even opzij naar zijn vriend en constateert nogmaals: "Het is voor het eerst dat ik dit zeg. Maar als we dit vandaag niet hadden uitgesproken, was het ook goed geweest. We hebben die bevestiging niet nodig."

Kahn knikt en zegt: "Ik heb niet veel vrienden met wie ik alles wil delen, maar Alfred is daar één van, of misschien wel de enige. Als er iets moeilijks in mijn leven speelt, zal ik het direct met hem delen, heb ik het al met hem gedeeld of weet ik dat ik dat ga doen. We zijn ook meermalen samen op vakantie gegaan; dat doe ik met niemand anders behalve mijn vrouw."

Belangrijk voor vriendschap, overpeinst de psychiater, is dat je bij een echte vriend niet in een rol zit. "In je leven vervul je voortdurend allerlei rollen - de artsenrol, de hoogleraarsrol, de psychiaterrol - en daarin heb je je steeds op een bepaalde manier te gedragen. In een goede vriendschap hoeft dat niet. Daar hoef je je maar op één manier te gedragen: als jezelf. Ik denk dat het heel belangrijk is dat je op bepaalde ogenblikken in het leven of in de dag, zó kunt zijn zoals je geschapen bent. Met al je tekortkomingen. En dat kan omdat je je bij die ander veilig voelt. Geborgen."

Sachs peinst mee en noemt 'tijdloosheid' als kenmerk van echte vriendschap. "Er zit perspectief in. Of ik hem morgen weer zie of pas over tien jaar: echte vriendschap heeft eeuwigheidswaarde. Jezelf herkennen in de ander, je geborgen en veilig voelen: dat is nú zo, maar dat zal ook zo blijven. Als we tachtig zijn, is onze vriendschap er nog, dat weet ik. Er zijn wel eens perioden dat we elkaar drie of vier maanden niet zien, maar de frequentie is onbelangrijk. Het gevoel van die eerste ontmoeting op het station - dat heb ik nu nog."

Ja, deze vriendschap blijft bestaan, verzekert ook Kahn. "Het is totaal wezensvreemd aan Alfred en mij dat we ruzie zouden krijgen." Met een lach: "Ook statistisch gezien is de kans dat onze vriendschap eindigt verwaarloosbaar, want de beste voorspeller van de toekomst is het verleden."

Is er dan niets dat ze minder makkelijk of mooi vinden aan de ander? Sachs: "Er is wel een belangrijk verschil tussen ons. Ik noemde al dat schematische denken van René, wat ik heerlijk vind, want dat ordent ook mijn gedachten in een gesprek. Maar er is in mij meer verwondering, meer twijfel. Ik weet vaker niet precies het antwoord, of heb daar meer tijd voor nodig. Hij kan stelliger zijn, ik doe eerder een stap terug. Dat is een kwestie van temperament, maar dat vind ik wel mooi."

Hij heeft daar ook veel aan gehad, zegt de huisarts in één moeite door. "Het categoriseren, de hoofd- van de bijzaken onderscheiden: dat heb ik van hem geleerd, en dat helpt me in mijn werk met patiënten. Maar ik vat het ook persoonlijk op. In mijn levensbeschouwing en in mijn visie op de buitenwereld ben ik minder afwachtend geworden. Ik durf duidelijker standpunten in te nemen."

"Van Alfred heb ik geleerd wat een goed arts is", zegt Kahn op zijn beurt. "Hij is voor mij een voorbeeld hoe je met patiënten omgaat, hoe je betrokkenheid en distantie in balans houdt, en inzicht kunt hebben in wat er in mensen omgaat. Maar meer dan iets geleerd, heb ik in deze vriendschap iets gevonden: dat ik mezelf kan zijn."

Volgende week: Karin Bloemen en Adelheid Roosen

Alfred Sachs
Geboren:

Enschede, 22 juni 1948

Opleiding:

Geneeskunde: Rijksuniversiteit Groningen, 1979

Huisartsenopleiding Groningen 1980

Assistentschap neurologie Den Haag: 1981-1982

Huisarts te Groningen, 1983 - heden

Promotie Rijksuniversiteit Groningen 1995

Loopbaan:

Van 1997 tot 2008: senior docent onderzoeker in het Julius Centrum voor

Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde, Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU).

Van 2008 tot 2012 universitair hoofddocent en hoofd curriculair onderwijs huisartsgeneeskunde.

Sachs is sinds 1997 mede-auteur van diverse richtlijnen voor huisartsen, waaronder astma.

Ook is hij spreker op nascholingen voor o.a. huisartsen, praktijkondersteuners en longartsen. Vanaf 2007 is Alfred Sachs lid van het Regionaal Medisch Tuchtcollege.

René Kahn
Geboren:

Amsterdam, 18 juni 1954

Opleiding:

Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen, 1979

Zenuwarts: Academisch ziekenhuis Utrecht en AMC Amsterdam, 1986

Promotie: Universiteit Utrecht 1992

Loopbaan:

Kahn was onderzoeker in New York van 1985 tot 1993, sindsdien is hij hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit Utrecht. Hij is tevens hoofd van de divisie hersenen van het Universitair Medisch Centrum Utrecht en lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

Van 2003 2006 was hij voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.

In 1989 werd Kahn onderscheiden met de Ramaermedaille voor onderzoek op het gebied van de psychiatrie.

Kahn publiceerde diverse boeken voor een breed publiek, zoals de bestsellers 'Onze hersenen' (2006), 'In de spreekkamer van de psychiater' (2008), 'De appel en de boom' (2011) en 'De tien geboden voor het brein' (2011).

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden