'Wij weten hoe fnuikend het kan zijn te zwijgen'

Het is een theaterstuk. Zonder acteurs. In 'Merantau/Op eigen kracht' brengen vier generaties Molukkers uit Bovensmilde de geschiedenis van de Molukse gemeenschap in beeld. Het is hun eigen verhaal. "Ik vind vooral oom Eli heel indrukwekkend. Hij is 84 jaar, moeilijk ter been. Maar hij staat er nu toch al veertien voorstellingen, elke keer weer. Steeds met dezelfde heftige emotie. Dat komt omdat het niet gespeeld is, maar uit hemzelf komt. Echte pijn, echte woede", zegt Mietji Hully, de drijvende kracht achter de voorstelling.

Merantau gaat over de frustratie van de Molukkers die in 1950 in Drenthe terechtkwamen. Over hun aankomst, hun ontvangst en opvang, in de houten barakken van kamp Westerbork, omgedoopt tot woonoord Schattenberg. "Bij het tot stand komen van dit theaterstuk krijg je steeds meer het idee: zo ga je niet met mensen om."

De schade is groot, zegt Hully. Ze vertelt de verhalen die bij Merantau de revue passeerden. Over oud-soldaten die hun land, baan, trots en doel in het leven verloren. Officieren die boerenknechten werden. Over de moeders die met hun mannen meereisden, drie maanden op de boot. Op weg naar het land van de rijke blanke machtige kolonisator. Ze verwachtten de hemel op aarde, het werd slapen op strozakken. En niet voor zes maanden, zoals beloofd. Maar voor twintig jaar. De koffer stond altijd klaar voor een thuisreis die nooit werd aanvaard.

"In die sfeer van wantrouwen van de Nederlandse overheid zijn wij van de tweede generatie opgevoed", zegt Hully. "Met vaders die hun trauma's van de gevechten met de Japanners, maar ook de frustratie van de aankomst hier, op hun kinderen botvierden. Die niet opvoedden maar militaire instructies uitdeelden. "De tweede generatie kan bevelen uitvoeren, maar is niet gewend voor zichzelf op te komen. Die voelen, als er naar hun eigen mening wordt gevraagd, de stokslagen nog", zegt Hully. "De vaders, moeders, de tweede generatie... Excuses zijn niet genoeg. Ze moeten professionele hulp krijgen bij het verwerken van al die pijn."

Hully verhuisde als één van de laatste bewoners van woonoord Schattenberg in 1969-1970 naar Bovensmilde, waar nu nog zo'n 120 huishoudens in de Molukse wijk wonen. In het Drentse dorp werd de Molukse onderhuidse frustratie op 23 mei 1977 bovengronds, toen vier jonge Zuid-Molukkers de lagere school bezetten en 105 kinderen en vijf onderwijzers gijzelden. Iets verderop, bij De Punt, begon op dezelfde dag de treinkaping, die uiteindelijk twee gegijzelden en zes kapers het leven kostte. Het waren tumultueuze tijden die diepe wonden sloegen.

In Bovensmilde zaten de schoolkinderen vier dagen opgesloten. De onderwijzers werden daarna nog ruim twee weken vastgehouden, voordat ook zij ongedeerd naar buiten kwamen. Op de plek waar de school stond, is nu een grasveld, dat de Molukse wijk scheidt van de rest van het dorp. Daar zou een herinneringsteken moeten komen, bedacht een groepje ex-gegijzelden verenigd in de stichting 'De School van Bovensmilde' in 2006. Dat teken staat er nog niet, uit angst dat de gespannen verhoudingen op scherp zouden worden gezet.

De lege plek midden in het dorp, moet een leuke plek worden. Daar spant BrinkBaru zich voor in. Brink staat voor 'gemeenschapsplek', ontmoetingsplek in het hart van het dorp. Baru is Maleisisch voor nieuw. De missie van 'de nieuwe brink' is 'heel worden en samen leven in Bovensmilde'.

"Het vertrouwen in elkaar is kakelvers", zegt Eveline van der Vliet, voorzitter van de stichting 'De School van Bovensmilde'. Ze was tien, toen op de mooie lentedag de gijzelaars haar school binnenliepen. Vader Eef was er schoolhoofd. "Maar de tijd is nu rijp, Bovensmilde is er klaar voor nieuwe geschiedenis te maken. We hebben afgelopen week besloten dat er genoeg geld is om een ontwerper aan het werk te zetten. Het streven is dat er in de loop van volgend jaar een herinneringsteken is."

Er is meer dan dertig jaar gezwegen in het dorp, de gijzeling was een taboe. Alles om de lieve vrede te bewaren. Van der Vliet: "Het hing boven het dorp. Vergeet niet dat gijzelaars en gegijzelden hier heel dicht bij elkaar wonen. Nu gaan we erover praten en er een punt achter zetten."

Van der Vliet vindt het pleidooi van burgemeester Molkenboer voor excuses heel goed. En dat klinkt grootmoedig voor een slachtoffer van de Molukse frustraties. "Wij, als ex-gegijzelden, weten als geen ander hoe fnuikend het kan zijn te zwijgen. Hoe je psychisch kapot kunt gaan als je geen erkenning krijgt voor het leed dat je is aangedaan. Wij weten uit ervaring dat boosheid, verdriet, krenking en onmacht ongezond lang kunnen blijven voortwoekeren in een klimaat waarin wordt geloochend. Wij willen de Molukkers hun excuses niet misgunnen."

Na die excuses zou er volgens Molkenboer werk gemaakt moeten worden van de integratie, die moeizaam verloopt. De positie van de (derde generatie) Molukse jongeren in het onderwijs is slechter dan die van hun ouders. Tachtig procent krijgt een vmbo/mavo-advies. Ze scoren qua schooluitval zelfs hoger dan Marokkaanse en Turkse tieners.

Ook op de arbeidsmarkt doen Molukkers het slecht. Er waren met het Lubbers/Metiary-akkoord uit 1986 goede afspraken met extra budget voor onderwijs en een banenplan om de werkloosheid aan te pakken. Maar de speciale voorzieningen voor Molukkers zijn te snel afgebouwd, zeggen deskundigen. De hele focus kwam op Marokkaanse probleemjongeren te liggen.

"Het wegwerken van sociaal maatschappelijke achterstanden mag niets met de eventuele excuses van Molkenboer te maken hebben. Die moeten sowieso worden aangepakt", zegt Otto Tatipikalawan, actief bij de RMS-regering in ballingschap. In Bovensmilde is er altijd ook nog een politiek verhaal. De aanhang voor de Republik Maluku Selatan, een onafhankelijke Zuid-Molukse Republiek, is er groot. Tatipikalawan: "Excuses zijn ook niet genoeg. We wachten op een ander gebaar: een onafhankelijke republiek. Dat is het recht dat ons toekomt. Laten we eens beginnen met de kwestie voor te leggen aan het Internationaal Gerechtshof."

Nog steeds gegijzeld
Burgemeester Jan Broertjes van de gemeente Midden-Drenthe (met onder meer Beilen, Westerbork en Bovensmilde) steunt het initiatief van collega Molkenboer (Leerdam) niet. "Als met excuses aan de Molukkers de discussie afgelopen zou zijn, zou het simpel zijn. Maar dat geloof ik niet. Ik ben zelfs bang voor het omgekeerde effect. Het zou, hoe goedbedoeld ook, het proces van voorzichtige toenadering tussen de groepen juist kunnen verstoren. Dat merk ik nu al bij die discussie rond minister Hillen die oud-mariniers, die in 1977 de treinkaping in De Punt beëindigden, wil onderscheiden. Dat zet de boel weer op scherp."

De kritiek is dat Broertjes (VVD) het plan van Molkenboer niet steunt omdat hij bang is voor reacties van autochtone bewoners. Eerder wenste de gemeente zich aan de andere kant niet hard te maken voor een herinneringssteken in Bovensmilde, uit vrees voor Molukse boosheid. Ze lijken elkaar nog steeds te gijzelen, de Molukse en autochtone Drentenaren.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden