Wij vrouwen kiezen voor elkaar. Toch?

Hillary Clinton met First Lady Michelle Obama. Beeld anp

'Er is een speciaal plekje in de hel gereserveerd voor vrouwen die niet op Hillary stemmen', zegt de Amerikaanse oud-politica Madeleine Albright. Moet je als vrouw inderdaad altijd partij kiezen voor een vrouw? Gaat solidariteit met seksegenoten boven alles? Natuurlijk, zegt Aafke Romeijn. Onzin, vindt Beatrijs Ritsema.

Ik ben liever one of the boys

Beatrijs Ritsema heeft nog nooit op een vrouw gestemd enkel omdat ze vrouw is. 'Vrouwen zijn niet moreel beter.'

Natuurlijk zou ik op Hillary stemmen als ik Amerikaans staatsburger was. Maar niet omdat ze een vrouw is. Die solidariteit van vrouwen ten opzichte van hun eigen sekse heb ik nooit gevoeld.

Ook niet in de tijd dat zusterschap verplichte kost was en je als vrouw geacht werd in het stemhokje blind op de bovenste vrouw van je voorkeurspartij te stemmen, zelfs al had je nooit van haar gehoord. Het feminisme van de jaren zeventig had als maatschappelijke beweging absoluut mijn sympathie - nogal wiedes dat het afgelopen moest zijn met seksediscriminatie en de vrouwelijke ondergeschiktheid - maar ik voelde me niet geroepen om er strijd voor te voeren, omdat ik zelf geen problemen op dat front ervoer. Ik was al vrij, ik was al onafhankelijk, ik was al autonoom.

Een bijkomende reden om aan de zijlijn te blijven was dat in het feminisme, zoals in elke revolutionaire beweging, de voorhoede de neiging had om de contrasten te vergroten. In het marxisme werd rijk de vijand van arm, in extremistische zwarte bevrijdingsactiegroepen blank de vijand van zwart, in de antipsychiatrie gevestigde psychiaters de vijand van patiënten en in het radicale feminisme werden mannen de vijand van vrouwen.

Die neiging tot het scheppen van vijandbeelden beviel me in het geheel niet. Ik zag mannen en vrouwen liever als individu, een beetje losgezongen van hun respectieve sekse. Als ik desondanks met het pistool op de borst tot een generaliserende uitspraak over groepen werd gedwongen, moet ik bekennen dat ik meer animo had voor de rol van one of the boys dan voor het zusterschap. Onder jongens/mannen ging het er onbekommerder en misschien ook wel oppervlakkiger aan toe, en dat lag me wel. Ik had met hen in elk geval meer lol dan met vrouwen in vrouwengroepen.

Nog steeds draag ik de vrouwenbeweging een warm hart toe en tegenwoordig kan ik uitstekend uit de voeten in een uitsluitend vrouwelijk gezelschap, maar op een vrouw stemmen vanwege loyaliteit met haar sekse doe ik niet. Als iedereen het erover eens is dat sekse geen relevant criterium is om iemand uit te sluiten, dan is het ook geen relevant criterium om iemand in te sluiten.

Tekst loopt door onder afbeelding.

Beatrijs Ritsema (Tunis, 1954), bekend van Moderne Manieren in Tijd, is columnist en sociaal-psycholoog.

Beatrijs Ritsema Beeld Maartje Geels
Presidentskandidaat Hillary Clinton Beeld anp

Kwaliteiten

Vrouwen zijn geen moreel betere mensen dan mannen. Er bestaan geen exclusief vrouwelijke kwaliteiten die hen geschikter maken voor leiderschap dan mannen, vrouwen zijn niet meer op verzoening en harmonie uit dan mannen. Leiderschap vereist specifieke kwaliteiten in de sfeer van charisma, ambitie, doortastendheid, spreek- en luistervaardigheid (een voor beide seksen aansprekend uiterlijk helpt trouwens ook). Vrouwelijke leiders lijken qua persoonlijkheid veel meer op mannelijke leiders dan op doorsnee vrouwen. Vrouwelijke presidenten als Margaret Thatcher, Golda Meir en Angela Merkel beschikten over precies die eigenschappen, waaronder sterke machtsambitie en een ongenaakbaar zelfvertrouwen, die ook mannen nodig hebben om zo'n positie te bereiken.

Ondanks vijftig jaar emancipatie en gelijke kansen is de macht niet fiftyfifty verdeeld. Mogelijk is deze onevenredigheid een gevolg van discriminatie en de verderfelijke werking van het glazen plafond. Zelf denk ik dat vrouwen als categorie minder ambitieus en minder geïnteresseerd in machtsposities zijn dan de categorie mannen.

De meeste vrouwen willen graag werk dat er inhoudelijk toe doet, en ze hebben geen zin in het monomane, harde (ellebogen)werk dat nodig is om de top te bereiken. Ze hebben vaak nog meer te doen in het leven, er een gezinsleven op na houden bijvoorbeeld. Met deeltijdwerk kun je de top wel vergeten en dat doen vrouwen dan ook, geheel vrijwillig en van harte.

Voor mannen zijn ambitie, concurrentie en het leveren van prestaties onlosmakelijk verbonden met het script voor mannelijkheid, samen te vatten als 'de gloriërende held'. Als deze waarden niets voor hen betekenen, tast dat op een of andere manier hun mannelijkheid aan. Voor vrouwen staan deze waarden in een ruimer perspectief: het beste uit jezelf als mens halen voor een hoger doel. Maar het script voor vrouwelijkheid ('aantrekkelijk zijn, kinderen krijgen') wordt in het geheel niet aangetast door gebrek aan ambitie.

Controversialiteit

Hillary Clinton heeft een probleem dat Thatcher, Meir en Merkel niet hadden: haar controversialiteit. Ook andere vrouwelijke leiders als Indira Gandhi, Aung San Suu Kyi en Christine Lagarde van het IMF werden daar minder door gekweld. Enerzijds wordt Hillary toegejuicht als mogelijk de eerste vrouwelijke president van Amerika. Aan de andere kant wekt zij enorme afkeer en tegenstand, iets waar die andere vrouwelijke leiders - zelfs de controversiële Thatcher - nooit mee te maken hadden.

Er is iets met Clinton wat afstoot en dat is niet haar vrouw-zijn. Misschien irriteert het feit dat zij de vrouw is van een eerdere president - het dynastieachtige van de familie Bush was ook al zo ergerniswekkend. Misschien is het haar neiging tot geheimzinnigheid, haar afhankelijkheid van het grootkapitaal achter gesloten deuren of haar bureaucratische mentaliteit. Dat alles zou haar vergeven worden als ze ook blijk gaf van bezieling, ergens voor staan en ergens richting aan geven, zoals Barack Obama en Bill Clinton dat kunnen.

Uit de sociaal-psychologische literatuur, aangehaald in het artikel 'Fear of a Female President' in The Atlantic van vorige maand, is bekend dat een vrouw als baas bedreigend wordt gevonden door zowel mannelijke als vrouwelijke ondergeschikten en dat ambitieuze vrouwen woede en minachting oproepen. De vrouwelijke baas moet extra moeite doen om die weerstand te overwinnen, maar dan kan het ook zeker lukken. Het is niet bij voorbaat een verloren wedstrijd. Uit populariteitsmetingen van Hillary Clinton in de loop der jaren bleek dat zij het hoogst scoorde in de periodes dat ze een ambt bekleedde en het laagst in de periodes dat ze campagne voerde. Zolang ze gewoon aan het werk was (en zich rustig hield) ging het het best.

Misschien zien we dat gunstige effect terug als ze eenmaal verkozen is en ze zich aan staatszaken kan wijden. Sowieso liever Hillary Clinton dan de weerzinwekkende Donald Trump natuurlijk.

Waren alle vrouwen maar als mijn zussen

Ze zat er ooit één achterna met een vieze wc-borstel, maar haar zussen zijn haar alles. Die onderlinge solidariteit tussen vrouwen mist Aafke Romeijn in de buitenwereld weleens.

Hoe het is om broers te hebben, weet ik niet. Maar in zusterschap heb ik, nu dertig, ruime ervaring. Ik ben thuis de oudste, na mij kwamen er nog twee meisjes. Mijn oudste zusje wist als kind haarfijn hoe ze het bloed onder mijn nagels vandaan moest halen. Eerlijk is eerlijk: dat was ook niet erg moeilijk - drie keer gemeen haar ogen toeknijpen terwijl mijn moeder de andere kant op keek was genoeg om mij te doen ontploffen.

Zo herinner ik me een voorval waarbij ik haar op straat achterna rende, zwaaiend met een vieze wc-borstel. Toch kan ik met niemand zo lachen als met mijn zusjes. Als we samen aan tafel zitten, is het alsof we geheimtaal spreken. In een minuut tijd komen er dialogen voorbij uit de Disneyklassieker Aladdin, doen we opa na die altijd met zijn kunstgebit klapperde, en lachen we om gezichtsuitdrukkingen die voor niemand iets betekenen, behalve voor onszelf. We maken bloederige grappen over menstruatie, tot groot ongenoegen van de mannen aan tafel.

Zusterschap is voor mij: op elkaar kunnen terugvallen. Als je relatie op de klippen loopt, dan huil je uit bij je zus op de bank. Als ik ruzie heb met een vriendin, ben ik bang dat ze ons contact laat verwateren. Met zussen werkt dat anders. We blijven zussen, ook als het moeilijk en stroef gaat. En mocht het ooit zo ver komen dat we echt onomkeerbaar boos op elkaar zijn, dan bel ik Bert - 'Het Familiediner'- van Leeuwen, want ik zou mijn zussen niet kunnen missen. Nooit.

Ik heb me vaak afgevraagd waarom we het ook over zusterschap hebben als het om vrouwenemancipatie gaat. Want de solidariteit die ik voor mijn zussen voel, ervaar ik veel minder met vrouwen buiten mijn familie. Maar soms is er een vangnet waarin vrouwen elkaar steunen, helpen en opstuwen. Zo ontstond een jaar geleden de hashtag #zeghet op sociale media, waar vrouwen vertelden over seksueel misbruik en intimidatie. Zo nu en dan kwam er een man langs die probeerde het leed te bagatelliseren, maar die werd direct terechtgewezen door een legertje vrouwelijke tweeps.

Aafke Romeijn (Overasselt, 1986) is muzikant en schrijfster. Eerder deze maand verscheen haar jongste album 'Anders nog iets?' en in 2017 komt er een sciencefiction-roman van haar uit bij De Arbeiderspers.

Aafke Romeijn Beeld TR Beeld

Woede

Helaas merk ik ook vaak dat vrouwen die carrière hebben gemaakt juist ontzettend hard zijn tegen elkaar. Vorig jaar heb ik als muzikant wat tijd gestoken in het turven van het aantal vrouwelijke artiesten op grote festivalpodia. De resultaten waren opmerkelijk: gemiddeld zo'n 15 procent van alle artiesten/bands (soms gedeeltelijk) was vrouw. Ik sprak erover met een vrouw, ook dertiger, die een behoorlijke vinger in de pap heeft in de muziekbusiness. Ze zei: "Als vrouwen op een podium willen komen, dan moeten ze maar gewoon harder hun best doen. Erover zeuren, zoals jij doet, maakt dat programmeurs alleen maar minder zin hebben om vrouwen te programmeren."

De woede die ik in haar woorden proefde, maakte me treurig. Mijn opmerking over het geringe aantal vrouwelijke artiesten op festivalposters was niet bedoeld als aanval, maar als vraag. Wat zouden we er samen als vrouwen aan kunnen doen om meer vrouwen op de podia te krijgen? Mocht het werkelijk zo zijn dat er minder vrouwelijke artiesten zijn, hoe kunnen we vrouwen dan aanmoedigen om muziek te gaan maken?

In plaats van in een constructief gesprek met een mede-belanghebbende, kwam ik terecht in een heftige woordenwisseling met een vrouw die ervan overtuigd was dat ik 'onze zaak' schade toebreng. Er is namelijk geen zaak: als vrouwen iets willen bereiken, dan moeten ze daar maar voor werken. Als vrouwen iets niet bereiken, dan hebben ze er blijkbaar geen behoefte aan.

Is dat nou zusterschap? Het kan ook anders. Madeleine Albright - de eerste vrouwelijke minister van buitenlandse zaken van de VS - zei aan het begin van Hillary Clintons verkiezingscampagne dat er een speciale plek in de hel is gereserveerd voor Amerikaanse vrouwen die níet op haar stemmen. Dat is nogal een radicale uiting van solidariteit, maar wel één waar ik een warm gevoel bij krijg. Ik probeer altijd op een vrouw te stemmen. Natuurlijk niet willekeurig: ik zoek een kandidaat met een partijprogramma waar ik me in kan vinden.

Vrouwen moeten de kans krijgen om zich te bewijzen in de politiek, en die kans krijgen ze alleen als ik op ze stem. Ik doe dat omdat ik geloof in zusterschap: solidariteit betekent voor mij dat ik anderen help waar ik kan om een achterstand in te halen.

Had ik mogen stemmen in de VS, dan was mijn stem naar Hillary gegaan, en niet alleen omdat Donald Trump een idioot is. En stiekem hoop ik dat zich op het laatste moment nog een vrouwelijke kandidaat-lijsttrekker meldt bij de PvdA - dan gaat mijn stem naar een zuster.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden