'Wij verstoppen ons'

Zestig miljoen mensen zijn wereldwijd op de vlucht. Een nauwelijks te bevatten beeld. Totdat een van die vluchtelingen aan de keukentafel van schrijfster Miriam Guensberg belandt. Hij inspireerde haar tot een nieuwe roman: 'Ooit'.

In het nieuwste boek van schrijfster en filosoof Miriam Guensberg staat het huidige vluchtelingenprobleem centraal. Sommige lezers typeren 'Ooit' als pamflet met een statement. "Voor mij is het geen pamflet, maar een roman over een drama van alle tijden", vertelt Miriam Guensberg (65). "Vluchten is niet alleen in deze tijd een probleem. Neem mijn eigen vader, in 1908 als Jood geboren in Polen. Zijn levensverhaal is doortrokken van oorlog en geweld. Zijn ouders zijn vermoord, zijn familie is gevlucht of omgekomen in concentratiekampen. Zelf heeft hij als arts gediend bij de Eerste Poolse Pantserdivisie. Hij kwam zo als bevrijder in Nederland terecht. Na de vredesbesprekingen in 1945 kon hij niet terug naar het aan Stalin opgeofferde Polen. Teruggaan zou zijn dood betekenen, hij had immers aan westerse zijde gevochten. Is zijn verhaal werkelijk anders dan dat van mijn goede Syrische vriend die onlangs zijn land ontvluchtte? In wezen niet."

Via een vriend kwam Guensberg in contact met de uit Syrië gevluchte Abdo Alassadi, hoofdredacteur van een nieuwszender in Damascus. Zijn vrouw en kinderen bevonden zich nog in het oorlogsgebied. Tijdens hun ontmoetingen vielen haar de overeenkomsten op tussen haar vader en de Syrische man. "Mijn vader sprak niet over de oorlog of zijn ontheemde gevoelens. Heel af en toe vertelde hij erover. Voor mij als jong meisje waren dat mystieke, gruwelijke verhalen; nauwelijks voor waar aan te nemen. Mijn Syrische vriend sprak alleen Arabisch, maar wij hadden niet dezelfde taal nodig om elkaar te begrijpen. Het was vooral zijn blik die ik herkende. Diezelfde intrieste blik die ik op onbewaakte ogenblikken bij mijn vader had opgevangen. Ik ervoer eenzelfde sfeer. Een grondtoon van verdwaalde zielen. Zijn wanhoop raakte me diep. Zo werden we vrienden."

De roman 'Ooit', Guensbergs negende boek, vertelt over journalist Ben Salomon die na de dood van zijn oma een envelop met aantekeningen van een Poolse vrouw vindt. Deze Ewa zat gevangen in Kamp Oberlangen en kende zijn oma die daar in de buurt woonde. Ewa's verhaal vormt een sterk contrast met het veilige leven van de westerse journalist. Tot hij in zijn eigen omgeving vluchtelingen ontmoet en zich niet meer kan onttrekken aan hun lot.

'Hij was wakker geschud. Door Ewa. Door zijn oma. Door Bella. Door mensen die zoveel meer dan een cijfer waren. Hij zou op zijn beurt mensen proberen wakker te schudden. Ze ertoe bewegen om als individu andere individuen te helpen. Hoe hij dat zou doen, moest hij nog bedenken. Hij beschikte over geld en over het vrije woord dat onrecht aan de kaak kan stellen.'

(citaten uit: Ooit)

"Ieder mens kan iets betekenen voor vluchtelingen, ieder op zijn manier. Ik ben absoluut geen zwartkijker, maar er verandert zo weinig in de wereld", zegt Guensberg rustig en weloverwogen. "Iedereen verlangt naar een betere wereld, maar dat realiseren kan alleen op individueel niveau. Als romanschrijfster heb ik de mogelijkheid om het probleem invoelbaar te maken. Na afloop van een van mijn lezingen over het boek sprak een vrouw me aan. Ze vertelde me dat ze al haar schapen had geschoren en de wol naar het asielzoekerscentrum had gebracht. Dat was haar manier."

Al ver voordat de schrijfster haar Syrische vriend ontmoette, werd ze geraakt door het lot van ontheemden. "Waarschijnlijk vanwege mijn familiegeschiedenis. Het grijpt me steeds meer aan, nu ik ouder word en zelf een periode van verlies heb doorstaan. Ik ben erg ziek geweest, heb dat overleefd en kort daarop stierven mijn neef, zus en moeder. Een zware, verdrietige tijd. Door dat verlies ben ik anders naar de wereld gaan kijken. Het leed van andere mensen raakt me dieper dan voorheen. Eindeloos beschouwen over mezelf doe ik niet snel, ik vind andermans verhalen en drijfveren interessanter. Echt autobiografisch schrijven is niets voor mij. Ik moet een verhaal en personages verzinnen om mijn gedachten en gevoelens te kunnen uiten."

'Dat de ellende van Ewa hem niet echt raakte, vond Ben nogal beschamend. Hij was waarschijnlijk te veel met zijn eigen verlies bezig en te krampachtig op zoek naar...

Ja, naar wat eigenlijk?'

Miriam Guensberg: "We verstoppen ons te veel voor de narigheid in de wereld. Zestig miljoen vluchtelingen is een nauwelijks te bevatten, somber beeld. Maar als je de wanhoop van die mensen echt tot je door laat dringen, kun je niet meer buiten schot blijven. Je eigen machteloosheid dringt zich dan aan je op. Je moet de wapens in jezelf opzoeken om er iets mee te doen. Voor mij is dat schrijven en verhalen vertellen. Als kind verwerkte ik narigheid ook al in verhaaltjes. Zo gaf ik de machteloosheid woorden. Door in 'Ooit' de huidige vluchtelingensituatie te verwerken, geef ik vorm aan mijn eigen machteloosheid. Dat doe ik omdat de ware geschiedenis nog steeds pijnlijk wordt verhuld. Net als in de oorlog van mijn vader hebben ook nu weer grootmachten het ongeluk van individuen in handen."

'Boven zijn bed hing een tegeltje met de tekst: 'Ken je dromen en je weet wie je bent.' Jaren terug had hij het prul willen weggooien maar niet over zijn hart kunnen verkrijgen. Het was een verjaarscadeau van zijn overleden grootvader.'

"Al schrijvende leef ik mee met de romanfiguren. Ik denk en voel met ze mee en langzaam maar zeker verandert er iets bij mij tijdens dat schrijven. Ik droomde als kind vaak van oorlogen en concentratiekampen, terwijl mijn vader daar zelden over sprak. Ik pakte de onderlaag, de sfeer op. Op het moment dat ik me ging verdiepen in de geschiedenis van mijn vader voor mijn vorige boek, 'Poolse tranen', verdwenen die nare dromen en angsten. Dat gebeurt bij Ben ook. Doordat hij gaat graven in de verhalen en onderzoekt wat hij kan doen, verandert hij. Volgens mij werkt dat zo: als je je ergens in verdiept, verander je en heb je uiteindelijk minder last van angsten."

'Als je het vrije woord straffeloos kan gebruiken, zoals wij dat kunnen, schept dat ook de morele verplichting om je te verdiepen in andere bevolkingsgroepen, zienswijzen en geloven. En ja, in de luxe van je eigen situatie.'

Behalve het vluchtelingenprobleem verwerkt Guensberg ook de terroristische aanslag op de reactieleden van het Franse tijdschrift Charlie Hebdo in haar boek. "Tijdens het schrijfproces ging iedereen de straat op om te protesteren tegen die gruwelijke aanslag. Als ons eigen westerse bastion wordt bedreigd, staat kennelijk iedereen ineens op zijn achterste benen. Terwijl er al maandenlang gruwelijke misdaden in landen iets verderop plaatsvonden, wat ons ogenschijnlijk niet beroert. Dat stoort me. Ik heb bewust de aanslag op Charlie Hebdo in het boek gebracht vanwege de geluiden die je hoorde, dat je alles moet kunnen zeggen. Ik ben heel erg voor vrijheid van het woord, maar daar zit ook een grens aan. Het schept een plicht tot nadenken en wezenlijke empathie tot andere culturen. Ik wil woorden als lering niet in de mond nemen. Maar wanneer mensen roepen dat moslimmensen beestachtig zijn en dat 'wij' zoiets nooit zouden doen, dan denk ik: 'Hè?!' Denk even terug aan zeventig jaar geleden, hoezo gebeurde dat niet bij ons? Het voelt als onrecht ten opzichte van de slachtoffers van toen om nu te zeggen dat wij niet beestachtig zouden kunnen zijn."

Het verbinden van het heden en verleden is tevens het uitgangspunt van de diverse lezingen die Miriam Guensberg geeft bij leesclubs en op middelbare scholen. "Vooral bij jonge mensen komen de verhalen binnen, zij hebben nog niet zo'n schild opgebouwd. Zij staan er meer open voor. Ik geef lezingen aan de hoogste klassen van de middelbare school en laat ze verhalen schrijven. Dat is heel bijzonder. Ze moeten dan bijvoorbeeld een verhaal schrijven over een conflict tussen twee geloven zonder daarbij de woorden oorlog en strijd te noemen. Zij kijken er puur naar, zitten dichtbij hun gevoel. Hun geweten moet zich nog verder ontwikkelen en ze zijn niet zo geïndoctrineerd. Op hen vestig ik mijn hoop. Misschien ben ik wel heel naïef, dat is dan maar zo. De andere kant van naïef is cynisch, iets waar ik ver weg van wil blijven. Alles draait om hoop en vertrouwen. Voor mij is het altijd weer de vraag: waar ligt het humane moment van hoop? Dat is het enige dat mensen redt. Zo hoorde ik een maand geleden dat de vrouw en twee dochters van mijn Syrische vriend naar Nederland zijn gekomen. Gelukkig is ook voor hen het gevaar geweken en kunnen ze samen bouwen aan een nieuwe toekomst."

'In de chaos van de laatste maanden herkende hij tot zijn eigen verbazing een patroon. Hij had oog gekregen voor mensen die elkaar opvingen en aanvulden in benarde situaties.... Hij was niet meer het bange jongetje met zijn handen voor zijn ogen. Hij durfde te kijken.'

Biografie

Miriam Guensberg (1950) is schrijfster en filosoof. Dit voorjaar verscheen haar roman 'Ooit' bij Uitgeverij De Kring. Zij schreef acht andere romans, zoals 'De Muze van het Moortgat' (1998), 'Saternacht' (2001) en 'Poolse tranen' (2013), gebaseerd op het levensverhaal van haar Pools-joodse vader. Guensberg is diverse keren genomineerd voor literatuurprijzen. Over de thema's uit haar jongste romans 'Poolse tranen' en 'Ooit' geeft ze door het hele land lezingen, onder andere voor leesclubs en middelbare scholen. Een deel van de opbrengst van 'Ooit' gaat naar de Stichting Vluchteling. Guensberg is getrouwd en woont in Oosterbeek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden