Wij spelen, wij doen nog volop mee

We drukken de hele dag op toetsen en knoppen. We moeten wel. Want wie de knop vergeet of te laat indrukt of niet kan bedienen staat buitenspel.

DUBRAVKA UGRESIC

Dubravka Ugresic (1949) vluchtte in 1993 uit Kroatië naar Nederland. Ze schrijft in het Kroatisch. Dit essay komt uit haar net verschenen tweede essay-bundel 'Europa in sepia'.

Iedereen weet hoe het bij Ikea werkt. Maar als je er een keer bent geweest, kom je er ook weer terug, als een misdadiger die naar de plek van zijn misdrijf terugkeert. Iemand heeft berekend dat geen mens ooit uit een Ikea-vestiging kwam zonder minstens vijf artikelen te hebben aangeschaft.

Ik heb het zelf een keer geprobeerd, ik had me voorgenomen echt niets te kopen en kwam bij de kassa met een kaars, twee houten kleerhangertjes, een pakje papieren servetten, een piepklein rubberen onderzettertje en een nepplantje van groen plastic. Ik voelde me net een dievegge. En zelfs al was ik met lege handen de kassa gepasseerd, dan zou ik alsnog zijn gezwicht bij de bescheiden levensmiddelenafdeling en had ik een potje jam van Zweedse vossenbessen en een pak knäckebröd gekocht en een bekertje vieze koffie uit de automaat en een geplette hotdog genomen, wat ik alleen in de Ikea doe - en op straat in New York, maar dat is een ander verhaal.

Wat maakt de winkels van Ikea zo onweerstaanbaar? Iemand die het kan weten zei ooit dat het bij Ikea gaat about being, not buying. En inderdaad, Ikea is ingericht als een vriendelijk rollenspel voor volwassenen. Ouders kunnen hun kinderen in het Ikea-kinderparadijs achterlaten, in het Ikea-restaurant iets eten en rondwandelen door de gigantische hal waar alles staat uitgestald - en kijk daar heb je de onvermijdelijke potloodjes, blocnotejes en papieren meetlinten waarmee we de lengte, breedte en hoogte van alles opmeten, en van potentiële kopers in professionele constructeurs en ontwerpers veranderen.

Verder zie je op de vloer de opvallende pijlen die ons vriendelijk naar de uitgang van het Ikea-labyrint dirigeren. Er is alleen geen pijl die ons een korte doorsteek wijst, daarvoor moeten we een beroep doen op ons eigen oriënteringsvermogen. Vanuit de expositieruimte komen we vanzelf in de Ikea-zelfbedieningshal waar we een karretje voor ons uit duwen dat erop wacht te worden gevuld, en we blijven de pijlen op de vloer volgen die ons naar de kassa en de uitgang leiden.

Bij Ikea is alles even aangenaam en toegankelijk. Bij Ikea kopen we het gevoel dat we alles in eigen hand hebben - we nemen zelf de maten, maken zelf onze keuzes en stellen zelf ons meubilair samen, we zijn zelf verantwoordelijk. Ikea onderschat onze intelligentie niet, Ikea behandelt ons als een gelijkwaardige partner, Ikea geeft ons zelfvertrouwen vleugels. Bij Ikea voelen we ons geen seconde gediskwalificeerd, dankzij Ikea is het woord 'onmogelijk' voorgoed uit ons vocabulaire verbannen.

Spelen zit ongetwijfeld diep geworteld in ons brein, in onze instincten, in onze reflexen en ons gedrag; daarom kopen we speelgoed en laten we dat vol trots aan elkaar zien. Deze reflex - die al is waar te nemen bij een kind van een jaar dat op elke knop drukt die het tegenkomt - blijft behouden tot we onze laatste adem uitblazen. Ook als volwassenen drukken we de hele dag op knoppen en toetsen: van de afstandsbediening, van de televisie, van de radio, de video en de computer, van een lift, van de voordeurbel, van de oven, van het licht, van onze mobieltjes en van de geldautomaat. We zijn daar zeer bedreven in en weten wat voor problemen het geeft als we een knop of een toets vergeten in te drukken.

Daarom ziet elk bankfiliaal er tegenwoordig uit als een internetcafé. Daarom heeft ABN Amro, de grootste bank van Nederland, haar kantoor in Amsterdam-Centrum opnieuw ingericht: er zijn geen loketten en geen medewerkers meer, alleen nog computers - de klant doet alles zelf.

Daarom is alles tegenwoordig een kwestie van zelfbediening: we organiseren zelf onze reizen, we boeken zelf onze vluchten en hotels, regelen zelf onze bankzaken, betalen zelf onze rekeningen, stellen zelf een medische diagnose, komen er zelf achter wat beter helpt tegen hoge bloeddruk: knoflook of groene thee, we zoeken in de winkel zelf onze kleren uit en passen ze ook zelf, want er is niemand die ons advies kan geven, we kopen zelf ons gereedschap en onze elektrische apparaten, want de jonge medewerkers die ons in de winkel zouden moeten helpen weten meestal van toeten noch blazen; we communiceren zelf met onzichtbare diensten die ons verwijzen naar hun websites waar we worden geacht zelf uit te vinden hoe we onze problemen zelf kunnen oplossen.

We kunnen alles zelf, het woord 'zelfredzaamheid' heeft definitief zijn intrede in ons vocabulaire gedaan.

Het is dus niet onze door positie, sekse, ras, nationaliteit, fysieke gesteldheid, leeftijd of mode bepaalde incompatibiliteit die ons zelfvertrouwen aantast en een heftig innerlijk protest oproept. Nee, het is de knop, de symbolische knop die maakt dat wij - als we er niet tijdig of goed op drukken - buitenspel komen te staan. We zijn net te laat om in een overvolle tram te springen, we hebben onze sleutels binnen laten liggen maar wel de deur achter ons dichtgetrokken, of we hebben de sleutels in het slot laten zitten maar het alarm niet aangezet; of het alarm staat aan en we kunnen het niet meer uitzetten; we zijn vergeten ons mobieltje op te laden, we hebben onze bril niet bij ons, we staan fout geparkeerd en vinden een bon onder de ruitenwisser, onze computer is gecrasht en we hebben geen back-up van onze bestanden gemaakt - al die dingen en nog duizenden andere brengen bij ons een emotionele schok teweeg die in geen verhouding staat met datgene waardoor die werd veroorzaakt.

Begin januari 2011 moest ik naar New York. Ik houd van New York, ik ben er vaak geweest en vanaf het moment dat ik op John F. Kennedy Airport ben geland, geniet ik van elke seconde die ik daar doorbreng.

Een medewerkster controleerde op Schiphol mijn paspoort en mijn vliegticket, en vroeg ineens: "Waar is uw Esta-formulier?"

ESTA bleek te staan voor Electronic System for Travel Authorization, het zoveelste bureaucratische bedenksel: je moet een formulier invullen om naar de VS te mogen reizen. De medewerkster adviseerde me het formulier in te vullen op een van de computers die speciaal daarvoor waren geplaatst.

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan: de computer had een klein beeldscherm en werkte met een rond muisje dat moeilijk bewoog en vaak haperde, de instructies waren onduidelijk en in mijn achterhoofd speelde de panische gedachte dat ik mijn vlucht zou missen. De man die naast mij achter een computer stond, leek het formulier probleemloos in te vullen.

"Hoe lukt het?" vroeg ik in de hoop dat hij me zou helpen.

"Ik sta er al een uur mee te worstelen en ik ben nog bijna niks opgeschoten", zei de man, duidelijk geïrriteerd.

Ik wendde me tot een van de grondstewardessen van de KLM. "Die apparaten vallen niet onder onze verantwoordelijkheid", zei ze.

"Van wie dan wel?"

"Van de Amerikanen."

"Is er iemand die mij kan helpen?"

"Nee, want de gegevens die u moet invoeren zijn strikt vertrouwelijk", zei ze.

"Hoe kan dat nou, ik moet ze bij het inchecken toch laten zien?"

"Jawel, maar moet u het formulier zelf invullen, zonder dat iemand erbij helpt."

Ook al wist ik dat er met zulke Nederlandse medewerksters niet valt te discussiëren, toch vroeg ik: "En als iemand op reis gaat die blind is of niet kan lezen en schrijven, of die nog nooit een computerscherm heeft gezien?"

"Zulke mensen gaan niet op reis!", antwoordde de blondine van de KLM gedecideerd.

Ik deed nog een paar pogingen het formulier in te vullen, toen gaf ik het op en ging naar huis. De organisatoren waren zo vriendelijk mijn vlucht naar de volgende dag om te boeken, en ik ging vol goede moed achter mijn computer zitten. Op de website van de Amerikaanse ambassade kon ik het ESTA-formulier vinden. Ik vulde het zonder problemen in en betaalde met mijn creditcard de leges. Op het scherm verscheen de verontrustende mededeling dat mijn aanvraag binnen 72 uur zou worden behandeld, maar iets na middernacht kwam het bericht dat alles in orde was.

De volgende morgen ging ik opnieuw naar Schiphol. Een medewerkster controleerde bij het inchecken alle papieren.

"U heeft uw paspoortnummer verkeerd ingevuld!" zei ze.

En inderdaad, er zat een fout in.

"Wat moet ik doen?"

"Probeert u het aan de computer te herstellen. Hopelijk kan het in het systeem worden verwerkt voordat het inchecken voorbij is."

Het zweet liep me langs de rug en mijn hart ging wild tekeer. Het kogelronde muisje deed niet wat ik wilde en op het scherm verscheen keer op keer de melding dat ik te laat had gereageerd. Het programma bleef me naar het begin terugsturen en wiste dan ook meteen alle gegevens die ik al had ingevoerd. De jongeman achter de computer naast mij stond ook te zweten.

In gedachten ging ik nog een paar keer na wat ik gedaan had, op zoek naar een detail waaruit zou blijken dat het niet helemaal mijn eigen schuld was. Maar dat was het wel: ik had niet tijdig naar de geldende voorschriften geïnformeerd! Als ik dat wel had gedaan, had ik geweten dat ik zonder toestemming niet kon vertrekken; ik had een nieuwe kans gekregen, maar het formulier verkeerd ingevuld.

Ik voelde me hopeloos buitenspel gezet. Die dame van de KLM had gelijk: zulke mensen gaan niet op reis. Dus ging ik terneergeslagen weer naar huis. De organisatoren lieten niets meer van zich horen en zelfs mijn beste vrienden hadden geen medelijden met me. Ik had mezelf gediskwalificeerd en het was mijn verdiende loon dat ik thuis moest blijven.

In een totalitair systeem was niets gericht op het individu; niets werd door het individu bepaald, alles werd gecontroleerd door een vijandig en onzichtbaar staatsapparaat. Het individu wist door zijn kleine leven te navigeren door zich aan te passen en niet terug te schrikken voor slinkse trucjes, huichelarij, corruptie, compromissen of steekpenningen. Als individu kon je van alle narigheid de schuld aan het onmenselijke systeem geven.

Wel kon het met iemand die in een totalitair systeem werd gediskwalificeerd verkeerd aflopen: hij liep het risico om in een cel te creperen, terwijl zijn vrienden en familieleden door zijn 'onaangepast gedrag' ook gevaar liepen.

De wrede en omstreden film Battle Royale uit 2000 van de Japanse regisseur Kinji Fukasaku, gemaakt naar de gelijknamige roman van Koushuna Takami, speelt in de toekomst - in een Japan dat een zware economische crisis doormaakt. In het kader van een overheidsprogramma om de economie nieuw leven in te blazen wordt een speciaal daarvoor geselecteerde klas middelbare scholieren door het leger ontvoerd en overgebracht naar een verlaten eiland dat dient als speelveld voor het monstrueuze spel Battle Royale.

De leerlingen denken dat ze op studiereis zijn, maar blijken aan het spel mee te moeten doen, anders zullen ze niet overleven. Ze krijgen een soort hondenhalsband om. Alleen fungeert hun halsband als afluisterapparaat en zit er een tijdbom in. Ze krijgen een overlevingspakket met nuttige of juist totaal nutteloze dingen als een mes, een revolver, een pijl en boog of een harnas. Wie al zijn medespelers uit de weg weet te ruimen, heeft gewonnen.

Het spelverloop wordt op een paar monitors door militairen geobserveerd. Een jongen en een meisje diskwalificeren zichzelf door zelfmoord te plegen. Anderen zien moorden als een noodzakelijk kwaad om zichzelf of hun partner te beschermen, en een paar kinderen ontdekken dat ze het moordlustige spel eigenlijk wel leuk vinden. De leraar, zelf ook een moordenaar en overduidelijk degene die het spel heeft ontworpen, heeft voor zijn leerlingen een duidelijke ideologische boodschap: Het leven is een spel!

In een niet-totalitair systeem is alles transparant en op het individu gericht. Daarom kan een individu als het faalt alleen zichzelf de schuld geven. Als je hier buitenspel komt te staan, is dat slechts tijdelijk. Daarom zal het ons weinig interesseren dat er op deze wereld miljoenen mensen rondlopen die niet mogen meedoen, en waarom zouden we ook, zij liggen eruit, en wij niet.

Wij doen nog mee, we zijn actief, we surfen en navigeren door het internet, onze computer geeft een piepje als er een mailtje binnenkomt, onze telefoon doet het, onze pincode werkt, de geldautomaat komt - mits we op de juiste toetsen drukken - met een stapeltje nieuwe bankbiljetten, ons antwoordapparaat staat aan, de reisbureaus sturen ons nieuwsbrieven met aantrekkelijke stedentrips, we krijgen een uitnodiging om ergens aan mee te doen, we worden door warenhuizen getipt als er uitverkoop is en we krijgen van hotels voordelige aanbiedingen voor buiten het hoogseizoen; in onze agenda staat zwart op wit een afspraak bij de mondhygiëniste, bij de kapper of voor een yoga-les in een fitnesscentrum; onze mobieltjes staan geen moment stil, onze vingers gaan liefkozend over de toetsen en het schermpje, want reken maar, wij doen nog volop mee, voor ons is de race nog niet gelopen en het spel nog niet gespeeld.

Dit essay, met oorspronkelijke

titel 'Battle Royale', is afkomstig

uit de bundel 'Europa in sepia'

van Dubravka Ugresic.

Uitg Nijgh & Van Ditmar, 376 pag. euro 24,95, e-book euro 13,99

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden