'Wij ontheiligen het wielrennen'

Marijn de Vries en Nynke de Jong schreven 'Vrouw en fiets, handboek voor de fietsende vrouw'. Ze laten zien dat wielrennen niet zo ingewikkeld is als veel vrouwen denken.

Marijn de Vries (1978) is journalist en profwielrenner, Nynke de Jong (1985) journalist en 'sociaal fietser'. Sinds het verschijnen van hun boek 'Vrouw en fiets', waarvan de eerste druk binnen vier dagen was uitverkocht, hebben beide vrouwen al diverse malen in de media moeten uitleggen hoe het zit met gehavende geslachtsdelen en schrale schaamlippen.

Marijn de Vries: "Die vrouwenkwaaltjes spreken nogal tot de verbeelding. Slim van de uitgever om daarover te berichten, op de achterkant van ons boek."

Nynke de Jong: "Sex sells. Nou ja, er worden drie grappen over gemaakt en dan is het weer klaar."

De Vries: "Mannen denken dat vrouwen aan wielrennen een soort horrorgeslachtsdelen overhouden. Vrouwen onderling praten er niet over. 'Fijn dat je erover schrijft', zei een wielrennende vrouw me op Twitter. Ze bleek ineens niet de enige met zadelpijn. Er rust een taboe op. Dat ik vaseline tussen mijn schaamlippen moest smeren om pijn tegen te gaan, had niemand me ooit verteld. Ik las het op internet."

De Jong: "Ons boek is taboeloos."

Marijn, jij zegde je baan als redacteur bij VPRO's 'Holland Sport' op om profwielrenner te worden.

"In 2009 begon ik met koersen, naast een werkweek van 32 uur. Ik fietste bij de ploeg van Leontien van Moorsel, in de weekenden koerste ik vaak in België en Luxemburg. Dat heb ik een jaar volgehouden. Afgelopen januari merkte ik dat het niet samenging. Alle wielrenners die tot de wereldtop behoren zijn fulltime prof. Ik wilde het een kans geven."

Nynke, jouw carrière begon met de Elfstedenrijwieltocht van 2009, waar je 'met het hol open' de finish bereikte.

De Jong: "Ik wilde die tocht fietsen omdat mensen in mijn omgeving zeiden: 'Dat kun jij toch niet'. Voor tweehonderd euro kocht ik een fiets en ik sloeg maniakaal aan het fietsen.

De Elfstedentocht begon lekker. Maar na Sloten begon ik het te voelen, ik ging steeds op mijn trappers staan. Ik sleepte me van stadje naar stadje. Mijn benen bewogen op zeker moment mechanisch, mijn hoofd deed allang niet meer mee."

De Vries: "In het boek schrijf je hoe je wenste dat je zou vallen en afgevoerd moest worden met een ambulance. Je verlangde naar een zachte brancard."

De Jong: "Daar is geen woord van gelogen. 'Met het hol open' is een uitspraak van Gerrie Knetemann. Compleet kapot gaan, betekent het. Opgebaard over de finishlijn komen."

Vrouwenfietsen zit flink in de lift. Hoe verklaren jullie dat?

De Vries: "Klopt, wij merkten het toen vrienden en kennissen ons benaderden met vragen over wielrennen."

De Jong: "Je kunt aan zestien vriendinnen individueel uitleggen hoe die fiets werkt, je kunt het ook leuk houden en er een boekje over schrijven.

Wielrennen is de ideale sport voor vrouwen, denk ik. Hardlopen is slechter voor je gewrichten, je komt minder ver. In de zomer kun je 's avonds, na werktijd, nog makkelijk veertig kilometer fietsen."

De Vries: "Vrouwen die al aan spinning doen, stappen steeds vaker over op wielrennen."

Job van Schaik, de vriend van Marijn, mengt zich in het gesprek: "Niet alleen onder vrouwen, maar ook onder mannen is wielrennen populairder geworden."

De Vries: "Mannen vinden het leuk als hun vrouw of vriendin gaat fietsen en sporen haar aan. Zo ging het ook bij ons."

Van Schaik: "Het fietsen verpestte onze vakantie in Italië. Bij 35 graden heb ik drie weken lang achter Marijn aangefietst. Aan het einde was ik doodziek."

De Vries: "Nu fietsen we nooit meer samen."

De Jong: "Het is een beetje de kip of het ei, maar feit is dat vrouwenkleding en -materialen ook steeds leuker worden. Je hoeft niet meer als een slons op de fiets te zitten. Voor ons boek interviewden we Leontien van Moorsel. Zij vertelde hoe ze vroeger in dikke wollen broeken op de fiets zat. Ze krabde haar billen open van ellende. Dat hoeft niet meer."

Waarin verschilt vrouwenwielrennen van mannenwielrennen - behalve het sprintje voor elk plaatsnaambord?

De Vries: "Vrouwen zijn sociale fietsers, die willen ouwehoeren. Bijkletsen is belangrijker dan de prestatie. Ik doe het trouwens wel hoor, sprinten voor een plaatsnaambord. En onderweg appelgebak en koffie, hè. Maar dat doen mannen ook."

De Jong: "Vrouwen fietsen voor hun lijf, ze willen afvallen, strakke benen. Ik ook. Ik loop ook gráág een rondje over de redactie om mijn kuiten te showen."

De Vries: "Die losse lesjes in de sportschool zijn vaak zwaar. Veel leuker is het om op zaterdag twee of drie uur te fietsen en vet te verbranden. Vooral als je niet te hard fietst is het enorm goed voor heupen en billen."

De Jong: "Mannen maken het wielrennen met hun Rabobank-pakjes tot een mystieke sport. Zij wanen zich Cipollini in het peloton. Ik heb nog nooit een vrouw gehoord die al fietsend zei: 'Oh, ik voel me écht Marianne Vos'."

De Vries: "Wielrennen lijkt daardoor complex en technisch, maar dat is het niet. Dat doen de mannen. Met ons boek ontheiligen wij het wielrennen."

Job van Schaik: "Jullie generaliseren enorm."

De Vries: "Dat is waar. Ik ben meer een mannenfietser, Job is net een vrouw op zijn racefiets. Ik kan er al niet tegen als ik op mijn stadsfiets word ingehaald."

Zijn vrouwen echt zo bang voor de complexiteit van de wielersport?

De Jong: "Ja, voor die dunne bandjes."

De Vries: "En die klikschoentjes. Of het niet eng is om vast te zitten met je voeten aan je pedalen, vragen ze. Mannen zijn soms geschokt dat zich bij vrouwenwielrennen ook valpartijen voordoen. Die denken dat wij netjes achter elkaar fietsen en onze hand uitsteken bij elke bocht."

De Jong: "Deels is die angst terecht. Mijn eerste zestig kilometer waren ook doodeng. Ik zat verkrampt op die fiets en dacht: 'Dit wordt nooit iets'."

De Vries: "Ook mannen vergeten hun voet los te maken voor het stoplicht en vallen om."

De Jong: "De vader van een vriend kocht een dure fiets. Voor elk stoplicht viel hij. Hij zei: 'Ik doe het niet meer'. Nu staat die dure fiets daar in de schuur."

Wat maakt wielrennen zo mooi?

De Vries: "Ik zit veel in mijn hoofd, kan flink piekeren. Toen ik nog een kantoorbaan had fietste ik de stress van de dag eruit. Als ik twee uur onderweg ben is mijn hoofd leeg."

De Jong: "Als ik van Utrecht naar Leiden fietste was ik altijd bij Bodegraven mijn stress kwijt. Kon ik de rest van de rit relaxen. Met wielrennen ga je snel vooruit. Ik fiets nu fluitend honderd kilometer. Om tien kilometer te kunnen hardlopen moet je maanden trainen. Ja dag, daar heb ik geen zin in."

De Vries: "Al fietsend krijg je zelfvertrouwen. Dingen die je nooit van je lijf gedacht had, blijk je ineens te kunnen. Een berg opfietsen, terwijl je je fiets goed onder controle hebt, dat is heerlijk."

In het boek noemen jullie klimmen 'dubieus genieten'.

De Vries: "Vooral in wedstrijden is het heerlijk om te zien dat iederéén hijgt en lijdt. Boven wacht de overwinning. Deze zomer beklom ik voor het eerst de Alpe d'Huez. Waarom doe ik dit, vroeg ik mezelf af. 'Dit is niet leuk, maar oh, wat is het mooi'. Het is de pijn en het genieten."

De Jong: "Peter Winnen zei ooit dat al je zintuigen openstaan bij het klimmen. Ik heb geen ruimtelijk inzicht, geen richtinggevoel, maar op de fiets zie ik alles. Ik registreer de omgeving. Ik was nooit een meisje van: 'Oh, die bomen, wat mooi'. Nu ben ik dat wel.

Mijn eerste berg beklom ik in Frankrijk. Met mijn toenmalige vriendje, dat beleefd naast me bleef fietsen. Dat irriteerde me enorm. Hij tikte bij me weg en ik dacht alleen maar 'hoe kom ik boven?' Mijn fiets is trouwens ook niet gemaakt voor de bergen."

De Vries: "Je kunt er nog geen vluchtheuvel mee beklimmen."

In jullie boek leren jullie je lezeressen, na alle technische details, hoe je een vent uit het wiel rijdt. Hoe zat het ook alweer?

De Jong: "Je vormt een treintje met een paar vrouwen. Je besluipt de man van achter en haalt in. Niet omkijken, gewoon nonchalant hoi zeggen."

De Vries: "Mannen gaan er vaak als een idioot vandoor, vrouwen beginnen het eerste halfuur rustig. Laat de mannen eerst een uurtje razen en check dan welke je het beste verslaan kunt. Kijk hoe ze hijgen, of ze scheef op de fiets zitten."

De Jong: "Afgelopen jaar reed ik de Elfstedentocht opnieuw. Met vier vrouwen haakten we aan bij een groepje mannen. Eén van ons nam het even van hen over. Na een tijdje riep één van die mannen: 'Hé dames, Henk redt het niet'. We waren sneller dan die kerels! Op die euforie heb ik de finish gehaald."

Vrouw en Fiets-tips van Marijn de Vries:

• Een goed vrouwenzadel is het belangrijkste fietsonderdeel. Het ondersteunt alleen de kontbotjes en heeft een gleuf in het midden om de edele delen te ontzien.

• Zorg voor een goed broekje - en dat mag best wat kosten. Neem geen genoegen met een mannenbroekje, maar kies voor een vrouwenmodel, dat een bredere zeem heeft en een hoge rug.

• Wees lief voor je zitvlak. Verzorg je schaamlippen met vaseline, uierzalf of speciaal broekenvet.

• Eet en drink voldoende, ook als je wilt afvallen. Kies voor water of een sportdrank, eierkoeken, krentenbollen of bananen. Standaardregel: Neem iets te eten mee voor elk uur dat je onderweg bent.

• En last but not least: Probeer in het begin niet koste wat kost met de mannen mee te komen, maar bepaal je eigen tempo.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden