Wij moslims versus zij Nederlanders

Leerlingen van het voormalige Rotterdamse Ibn Ghaldoun-college zijn voor het onderzoek geïnterviewd. De kinderen op deze foto komen niet in het verhaal voor.Beeld HH

Strenggelovige moslimjongeren zijn zelfbewust en onderzoekend, maar distantiëren zich vooral van de Nederlandse samenleving. Dat blijkt uit onderzoek van promovenda Elsbeth Visser.

Toen Deriya nog groen haar had, dacht ze minder aan Allah. Aan haar boze moeder viel niet uit te leggen waarom ze al die moeite deed voor onder haar hoofddoek. "Niemand ziet dat toch?" Rond haar zestiende stopte ze met verven. En de lang gekoesterde wens van een tweede gaatje in haar oor vond ze ineens niet meer zo nodig. Haar geloof werd sterker. "Vroeger was het van: ik bid omdat ik moet bidden", blikt Deriya terug. "Maar nu is dat niet zo, nu heeft het een betekenis. Ik bid ergens voor."

Net als de andere negen strenggelovige moslimjongeren uit het promotieonderzoek van pedagoge en onderwijskundige Elsbeth Visser hield Deriya, een geanonimiseerde respondent, zich een tijd niet zo met het geloof bezig. Inmiddels zijn ze toegewijde moslims. Visser sprak voor haar proefschrift, dat ze morgen aan de Universiteit van Utrecht verdedigt, met moslimjongeren over hun doen en laten. En hoe dat is, als moslim opgroeien in een land met zoveel ongelovigen, waar ook nog eens kritiek klinkt op hun profeet en bijbehorend heilig boek.

'Dieven, volgens de media'
De deelnemers komen van het voormalige Rotterdamse Ibn Ghaldoun-college, bekend van de grootscheepse examenfraude, en nu omgedoopt tot het Avicennacollege. Dat daar ook bij het gebed werd gespijbeld - "dan gingen we met zijn allen op de wc zitten" - is misschien niet erg verwonderlijk. Het onderzoek leent zich niet voor verstrekkende conclusies, maar, zegt Visser, rekent wel af met een aantal vooroordelen over moslimjongeren. Aan de hand van citaten uit het onderzoek vertelt Visser over haar belangrijkste bevindingen.

"Soms kan je er niets aan doen dat je haat krijgt. Een keer toen ik radio luisterde werd ik zó kwaad! Ik werd zó kwaad! Ik sloeg gewoon tegen het dashboard aan. De media doen alsof alle moslims dieven zijn. Ík kan wel snel weer rustiger worden. Maar over twee dagen komt er domme geit die een aanslag wil plegen. Zulke dingen gebeuren niet zomaar. Dat gebeurt uit frustratie. Maar dat gaat bij mij niet gebeuren. Want mijn fundament is gewoon keigoed."

Voor elke jongere geldt dat hij of zij gefrustreerd is over de vooroordelen tegenover moslims. Deze jongen het meest. Visser: "Woedend was hij. Toen hij dit vertelde werd hij op slag weer boos, en begon hij er met zijn vingers bij te knippen. Hij vond het dus ook niet gek dat, als er zo neerbuigend over moslims gedaan wordt, er eens iemand een aanslag gaat plegen."

'Die andere groep'
Niet elke jongere was daar zo mee bezig. Maar allemaal distantieerden ze zich van de rest van Nederland. De onderzoekster maakt dat op uit de woorden die ze kozen. Het was steeds: 'wij, moslims', en 'zij, Nederlanders', zegt Visser. "Mij zagen ze ook als onderdeel van 'die andere groep'. Ze lieten zich in negatieve en kritische bewoordingen uit over Nederlanders. Die vinden ze bijvoorbeeld 'egoïstisch', 'kapitalistisch' en 'negatief tegenover moslims, en gelovige mensen in het algemeen'. Dat ze zelf eigenlijk ook Nederlander zijn, drong soms pas laat in het gesprek door. Maar tegelijk voelen ze zich dat niet altijd."

"Er kwamen verhalen naar boven over de ervaringen die ze hebben met discriminatie. Dan had een zus bijvoorbeeld eens gesolliciteerd onder een Nederlandse naam en was ze plotseling wél uitgenodigd voor een gesprek. Of iemand was op het hoofd getimmerd met een stalen voorwerp - en dacht dat hem dat aangedaan was omdat hij moslim was. Nee, wij hebben dat niet kunnen checken, natuurlijk. Maar dat iemand dit zo beleeft, is al veelzeggend genoeg."

Dan viel haar nog iets op. "De taal die de jongeren gebruikten", legt Visser uit, "is strijdbare taal. Ze hebben het erover dat hun geloof wordt 'aangevallen', of dat ze hun leefwijze moeten 'verdedigen'."

Segregatie als ideaal
Toch maakt Visser zich geen zorgen om radicalisering van de jongeren die ze sprak. "Ja, ze hebben een outsider-gevoel. Het enige wat ze zo ongeveer konden noemen als hun bijdrage aan de maatschappij was: belasting betalen en een bijbaantje. Sommige jongeren volgen een studie, en zijn actief binnen hun eigen groep. Segregatie is hun ideaal."

Bij de aanpak van radicalisering zou dit gegeven van nut kunnen zijn, denkt Visser. "Op radicaliserings-checklists brengt een kenmerk als 'je niet verbonden voelen met de samenleving' je al snel in de gevarenzone. Maar als ik deze jongeren voor me zie, zie ik ze niet zo snel naar Syrië gaan. Blijkbaar zijn er ook nog andere dingen voor nodig. Dat je geen waardering krijgt bijvoorbeeld. Deze jongeren studeren, werken, willen hogerop komen, zijn daartoe erg gestimuleerd. Ze zijn hier al betrokken bij hun eigen groep, doen vrijwilligerswerk en krijgen daar waardering voor. Dat is misschien al genoeg om niet te vertrekken."

"Een tijdje had ik twijfels over alles. Ik wilde weten, begrijpen, terug naar het begin, naar hoe de islam is ontstaan, en hoe het zich in Marokko heeft ontwikkeld. En hoe grote denkers uit de geschiedenis op hun gedachten kwamen, Rousseau bijvoorbeeld. Dat probeer ik dan te linken aan hoe er in de islam over die dingen wordt gedacht."

Vragen hebben de strenggelovige jongeren te over. En ze gaan niet enkel binnen hun eigen groep op zoek naar antwoorden. Deze moslima leest bijvoorbeeld de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau. Hij bracht haar niet aan het wankelen. Visser: "Ze zei dat ze, hoe interessant een denker ook was, niet overwoog om over te stappen naar hun kant. Vanwege haar rotsvaste zekerheid dat de islam de ware godsdienst is. 'Dat gevoel is zo sterk', zei ze, 'daar kan echt niemand me van afbrengen'."

Existentiële vragen
"Deze jongeren stellen vragen, maar wel binnen de grenzen van hun geloof. Dat is voor deze onderzoeksgroep natuurlijk logisch - ik heb ze uitgezocht op hun sterke overtuiging. Maar zo'n sterke geloofsbeleving hebben, betekent dus niet dat je geen existentiële vragen stelt. Een van de jongens zei wel dat hij op den duur zoveel vragen had dat hij 'een beetje gek' werd. Waarom geloofde hij in iets wat hij niet zag? Waarom zijn zoveel mensen christen en geen moslim? Omdat hij merkte dat zijn geloof er onder leed, heeft hij op een gegeven moment besloten om die vragen weg te stoppen."

"Ik had een zusje, die is overleden. Ze was heel jong. Dat heeft me wel wakker gemaakt: Waar ben je mee bezig? (...) Ik wil bij mijn zusje zijn, in het hiernamaals. Een vriendin zei toen tegen me: Dan moet je wel wat meer doen. In de zin van een hoofddoek dragen, bijvoorbeeld, en consequent bidden."

Zelden noemen de jongeren hun ouders als ijkfiguur in hun ontwikkeling naar praktiserend moslim. Visser: "Veel vaker zijn het vrienden of leraren die hen aansporen of inspireren. Wat hier misschien meespeelt, is dat veel van hen op een internaat hadden gezeten."

Voorzichtig
"In de Koran staat dat je geen geslachtelijke gemeenschap mag hebben voordat je getrouwd bent. (...) Ik was niet echt iemand die behoefte had aan zulke dingen. Kijk, meiden van tegenwoordig, die kinderen, zijn heel anders."

Seks voor het huwelijk is een van de dingen die de moslimjongeren laten. Het is vaak het eerste wat ze noemen als ze gevraagd wordt uit welke keuzes blijkt dat ze moslim zijn. "Dit zéggen ze tenminste", waarschuwt Visser. "Het is zo'n onderwerp waarvan je nooit zeker weet of ze dit echt wel naleven. Maar uit de manier waarop een van de meisjes de bovenstaande uitspraak deed, geloofde ik haar meteen. Of ze echt geen seks heeft gehad, weet ik natuurlijk niet, maar ze was in ieder geval heel voorzichtig."

Andere keuzes die de jongeren maken vanwege hun geloof: geen alcohol drinken en naar een islamitische school gaan. Dat laatste was opvallend vaak hun eigen keuze, zegt Visser. Naar de regels die ze naleven, doen de jongeren soms uitgebreid onderzoek. "Ze willen wel naar Allah's wil en wetten leven, maar niet als eis of bevel. Dat vinden ze moeilijk. Daarom gaan ze op zoek naar de waarden achter de normen. Dat je van bidden discipline leert, bijvoorbeeld. Dan redeneren ze: 'Dat is ook wetenschappelijk bewezen hoor, dus dat wist Allah al'."

Idem dito bij degenen die vertelden dat ze geen seks voor het huwelijk hebben. "Dat dient ter bescherming van de vrouw. Met die wetenschap wordt zo'n regel makkelijker na te leven."

Niet orthodox, maar 'orthoprax'

Moslimjongeren uit dit onderzoek heten 'orthoprax'. Waar het bij de bekendere term 'orthodoxie' gaat om 'de juiste leer', gaat het bij orthopraxie om 'het juiste handelen'. Onderzoekster Elsbeth Visser: "Ik wilde niet weten of ze recht in de leer zijn, of wát ze precies geloven, maar om hoe ze leven als moslim, en waarin hun geloof zich uit."

Vier kenmerken maakten de jongeren 'orthoprax': Ze zien de Koran als heilig en volkomen waar, staan kritisch tegenover de maatschappij, kennen een sterk gemeenschapsgevoel, en zien hun geloof als belangrijk en betekenisgevend voor het hele leven. Het onderzoek is mogelijk gemaakt door Driestar Educatief in Gouda, de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam en de Universiteit van Utrecht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden