'Wij moeten uit het hoofd en uit het hart spreken'

Tweede-Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven denkt dat kamerleden zèlf wat kunnen doen aan het gezagsverlies van de politiek, door hun moerstaal te spreken en meer zorg te besteden aan hun stijl. Dat is beter dan zich te spiegelen aan het valse ideaalbeeld van het Britse parlement met zijn levendige debatcultuur.

Jeltje van Nieuwenhoven is net terug uit Berlijn, waar zij met collega-parlementsvoorzitters uit Europa de opening van de nieuwe Rijksdag heeft bijgewoond. Zij is nog onder de indruk, niet alleen van het imposante parlementsgebouw maar ook van de rede die Joschka Fischer voor haar gezelschap afstak.

De Duitse minister van buitenlandse zaken, partijleider van de Groenen, dankt zijn overtuigingskracht aan zijn kwaliteiten van raspoliticus, meent Van Nieuwenhoven: ,,Ik was zeer onder de indruk van zijn persoon, van zijn persoonlijkheid. Hij sprak drie kwartier aan een stuk van een blaadje met losse aantekeningen, over moeilijke onderwerpen als de Duitse deelname aan de oorlog in Kosovo, de Tweede Wereldoorlog. Waarom was Fischer zo goed te volgen, ook voor mensen met een andere moedertaal? Dat was omdat hij uit het hoofd sprak. Wie van papier spreekt schept daarmee op zichzelf al afstand tot de degene tot wie hij zich richt.''

Zelf spreekt zij meestal uit het hoofd: ,,Ik herinner me twee keer dat ik van een geschreven tekst sprak. De laatste keer op 4 mei. Ik moest er niet aan denken dat ik voor zoveel mensen die ik toesprak opeens m'n tekst kwijt zou zijn. De andere keer was toen ik in een debat het woord moest voeren kort nadat we in de Kamer Maarten van Traa, een dierbare vriend en een grootse collega, hadden herdacht. Ik stond daar te praten terwijl m'n gedachten bij Maarten waren. Dat moest ik wel van papier doen. Maar verder... Ik kan zoveel gemakkelijker spreken dan schrijven. Schrijven kost me uren en uren.''

Van Nieuwenhoven, nu anderhalf jaar Tweede-Kamervoorzitter, antwoordt met het voorbeeld van Fischer op de vraag over welke kwaliteiten een politicus moet beschikken om vraagstukken zo te dramatiseren dat ze politiek urgent worden. ,,Het belangrijkste is dat Kamerleden zichzelf blijven en niet allemaal op elkaar gaan lijken. De afstand tot de burger is al zo groot.''

Dat was voor haar een reden nooit een poging te doen het accent van haar geboortestreek Weststellingwerf af te leren. ,,De burgemeester van Weststellingwerf heeft tegen zijn burgers gezegd: Het is kennelijk zo gek nog niet zoals we hier praten, want ook de kamervoorzitter praat zo. Op mijn 23 ste verhuisde ik naar Utrecht en daar realiseerde ik me voor het eerst dat ik een accent had. Je komt zeker ût 't Noorden, zeiden ze dan met een mislukte immitatie van mijn accent. Tom Pauka heeft me geleerd me er niets van aan te trekken.''

In een interview met VPRO-radio prees zij onlangs de VVD'er Henk Kamp om zijn kwaliteiten als volksvertegenwoordiger. ,,Hoewel ik zijn opvattingen meestal niet deel, kan ik hem waarderen om de goede manier waarop hij communiceert. Hij spreekt meestal uit het hoofd, volgens mij, net als Rabbae van GroenLinks en destijds de VVD'er Benk Korthals, de huidige minister van justitie.''

,,Ik heb Marcus Bakker nog meegemaakt. Geen originele keuze van mij, maar als ik een ras-politicus moet noemen is hij het. Niet wars van een beetje retoriek, een meester in emotie en drama. Maar het belangrijkste is dat hij gewone-mensentaal sprak. Mijn eerste man was dierenarts. Zijn studie stond bol van het Latijn. Vanaf de eerste dag van zijn afstuderen nam hij zich voor in aanwezigheid van zijn cliënten nooit de Latijnse naam van een ziekte te gebruiken. De boeren in Nederland zijn niet zo goed in Latijn. Waarom zou wat voor mijn man gold dan niet voor politici gelden?''

,,Wij moeten uit het hoofd en uit het hart spreken. De Kamer zet nu al haar stukken op het Internet. Dat is mooi, alleen heb je bij wijze van spreken een aanvullende website nodig met een verklarende woordenlijst om de inhoud te kunnen vatten.''

,,Wiegel vond ik altijd wat overdreven. Hij legde het er te dik bovenop. Om de zin riep hij de mensen in het land aan. Hij sprak al voor ze, dat hoefde hij er toch niet telkens bij te zeggen? Over rasparlementariërs gesproken, in mijn eigen fractie van destijds moeten we Thijs Wöltgens niet vergeten. Of Den Uyl. Ik herinner me dat Brinkman in het begin van zijn ministerschap laatdunkend over de Tweede Kamer had gesproken. Al dat gepraat, dat hield maar op, vond hij. Woedend was Den Uyl. Hij was niet te houden. Sommigen probeerden hem te sussen door Brinkmans woorden te relativeren. Dat had geen enkele zin.''

Volksvertegenwoordigers hebben aan gezag ingeboet. Ook zijzelf beschouwen een overstap naar een ministerschap of staatssecretariaat doorgaans als een promotie. Van Nieuwenhoven: ,,Niets is hoger dan de volksvertegenwoordiging! Maar ja, van ministers en staatssecretarissen zijn er minder en zij hebben ook een grotere media-exposure. Het oude respect voor autoriteiten speelt een rol. Ik weet nog dat toen Den Uyl als minister van economische zaken voor de tv sprak over de sluiting van de mijnen, ik tegen mijn moeder zei: Zet toch uit, die man! Mijn moeder reageerde: Jeltje, die meneer is wel een doctorandus, hoor!''

Van Nieuwenhoven spreekt tegen dat het gezag van kamerleden is gedaald doordat er meer vrouwen worden gekozen. In vroegere mannenberoepen die vrouwenberoepen zijn geworden, zoals secretaresse, zag je eenzelfde ontwikkeling. ,,Nee, ik denk niet dat we de oorzaak daar moeten zoeken. Ik zie overigens wel een verschil tussen vrouwelijke en mannelijke kamerleden. Het valt me op dat vrouwen veel korter van stof zijn. Vrouwen herhalen minder. Ze hebben kennelijk minder de neiging hun ego tentoon te stellen en telkens als zij aan het woord komen, opnieuw bij Adam en Eva te beginnen.''

,,Het is heel tegenstrijdig. Sommigen verlangen van politici dat ze met meer emotie, uit het hart spreken, maar als een politicus dan eens zijn emotie toont wordt alleen dáárop de aandacht gevestigd, meestal in negatieve zin. Dan lees je dat-ie zichzelf niet meer meester was, nooit dat het wel een heel belangrijke kwestie zal zijn geweest. Hoe dichter bij het hart, hoe dichter bij de tranen. Zo zit het menselijk lichaam nu eenmaal in elkaar.''

Zij bestrijdt dat met het gezag van kamerleden ook het geloof in de maakbaarheid van de samenleving aan kracht heeft ingeboet, onder invloed van de permanente druk tot bezuinigen. Een kwart eeuw bezuinigingspolitiek is samengegaan met de groei van een politieke praktijk waarin strakke, gedetailleerde regeerakkoorden kamerleden in het pak naaiden.

,,Voor een doemdenker kan niks meer goed zijn. Ik geloof niet dat het idee van maakbaarheid van de samenleving heeft geleden onder de druk van de permanente overheidsbezuinigingen. Voor een optimist als ik is dat veel te pessimistisch. Volgens mij is dat geloof in maakbaarheid echt niet zo ver ingezakt als u zegt. Ook in debatten over de bezuinigingen moeten politici laten zien wat hun politieke idealen en drijfveren zijn, niet alleen als er geld valt te verdelen. Dan worden ook hun ideologische tegenstellingen zichtbaar.''

,,Links en rechts in de Tweede Kamer houden elkaar sinds de laatste kamerverkiezingen in evenwicht, met ieder 75 zetels. In gevallen waarin de coalitiepartijen het niet met elkaar eens zijn, bijvoorbeeld op het terrein van het milieu, geeft dat een aparte dynamiek aan het debat.''

,,Wel waar is dat in de Nederlandse praktijk van coalitieregeringen de regeerakkoorden steeds gedetailleerder en dwingender zijn geworden. In sommige debatten die ertoe doen hoor ik al te vaak: Dat staat in het regeerakkoord. Dat is op zich geen argument, dus kamerleden kunnen dat beter niet gebruiken. Zij zijn gehouden de regering te controleren, óók als iets in het regeerakkoord al is geregeld.''

Van Nieuwenhoven zet zich af tegen het ideaalbeeld van de levendige debatcultuur in de Angelsaksische parlementen. ,,In de landen waaraan we ons graag spiegelen vanwege hun parlementaire gebruiken, zoals Engeland, is het parlementaire debat lang niet zo goed ontwikkeld als we in ons ideaalbeeld wel eens denken. Wij vinden het wel schattig, die dramatische debatten in het Lagerhuis met al dat theater, maar bij ons zou dat niet kunnen. Ons pluralistische systeem heeft een matigend effect op het debat. In ons stelsel van evenredige vertegenwoordiging zal nooit één partij de meerderheid hebben. Partijen werken samen in de regeringscoalitie, of zullen daarin ooit samenwerken, en houden daarom rekening met elkaars gevoeligheden.''

,,In Engeland is het heel anders. Engeland heeft een puur monistisch stelsel, heel overzichtelijk, met twee blokken die in het parlement tegenover elkaar staan, van de regerings- en van de oppositiefractie. Zeker, het is een oud parlement, met mooie tradities waaraan we een voorbeeld kunnen nemen. Ze spreken daar veel meer uit het hoofd, spontaan en met kleur. Maar we hebben wel een erg geromantiseerd beeld van hoe het eraan toegaat. We zien op tv alleen de hoogtepunten van de debatten daar.''

,,En er is geen systeem als het Britse monisme waarin zoveel stemdwang voorkomt. Je staat als Lagerhuislid in dienst van de regering òf van de oppositie tegen de regering. Elk fractielid krijgt te horen hoe hij moet stemmen en de chief whip weet van een ieder precies wat hij zal gaan zeggen. Dat soort van boven opgelegde discipline zie je bij ons niet. Een van onze griffiers heeft onlangs in het Lagerhuis rondgekeken en geconstateerd dat in èlke commissievergadering daar altijd maar twee standpunten zijn, dat van de regering versus dat van de oppositie. Overzichtelijk, dat wel, maar ik denk dat de veelheid aan opvattingen die in het Nederlandse parlement zijn vertegenwoordigd toch meer recht doet aan onze werkelijkheid.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden