Wij mochten zien wat Maradona kon, en hij alleen

Een lekker onderwerp voor aan de toog is Lionel Messi al lang niet meer. Zeg dat hij momenteel de beste voetballer van de wereld is en de hele kantine is het met je eens. Volgende onderwerp.

Hij maakte alle drie doelpunten voor Barcelona tegen Valencia en woensdag maakte hij er tegen VfB Stuttgart twee, in de Champions League. Ze waren allemaal weer prachtig.

Je zou de wijsneus kunnen uithangen met de vraag welke mooier zijn: zijn eigen doelpunten of de doelpunten die hij anderen laat maken. Hij gaf woensdag een verrukkelijk passje op Touré, die de bal alleen maar hoefde breed te leggen op Pedro, die kon intikken. Je zou lyrisch kunnen beschrijven hoe hij de bal als een vlinder zo licht door het strafschopgebied liet dwarrelen, en iedereen zou instemmend knikken –einde discussie.

Onlangs zat ik met de voetballers Kenneth Perez en Roy Makaay aan tafel bij Sport1, waar vooral het internationale voetbal wordt besproken. Messi had weer iets fraais gedaan en we werden uitgenodigd er iets over te zeggen –wat op niets anders kon neerkomen dan er de loftrompet over te steken. Om toch een ander dan het gebaande pad in te slaan, tegen beter weten in en voordat ik ’t wist, begon ik over een interessante vraag die op ons af zou kunnen komen: of hij die andere Argentijn zou kunnen benaderen of zelfs –ik vrees dat ik ’t echt heb gezegd– voorbij zou kunnen streven.

Kenneth Perez begon halverwege al te lachen en daarmee was de boodschap duidelijk: niemand benadert Diego Maradona, laat staan dat hij ooit wordt overtroffen. Perez moest nog twaalf jaar worden toen Maradona in z’n eentje wereldkampioen werd, maar hij is er nog één die vindt dat je je klassieken moet kennen.

Hij droeg een argument als een hamerslag aan: Maradona heeft met zijn clubs én zijn land gepresteerd. Hier zat een geestverwant aan tafel. Eén van wie je voelt dat al die latere liederlijkheid ook hem een zorg zal zijn. Vergeef ons onze blinde vlek, maar wij hebben mogen zien wat hij kon, en hij alleen.

Roy Makaay, die het nog enigszins wilde opnemen voor Messi, zei dat de Argentijnse ploeg waarin hij moet spelen, ook niet zo goed is. Daar waren wij van de fanclub gauw mee klaar. Een baarddragende slungel, ene Batista, een Barry Hulshoff op het middenveld, belichaamde wat Maradona in het Argentinië van 1986 zo’n beetje om zich heen had lopen, maar hij deed het ermee. En Napoli niet te vergeten, in Italië nooit meer dan een smoezelige maffiaclub –maakte hij ook kampioen.

Was wel even wat anders dan Barcelona, die ook in alle linies achter Messi gestroomlijnde ploeg. Om nog maar te zwijgen van de coach daarvan, de intelligente aristocraat Josep Guardiola.

De bondscoach van Argentinië in de jaren tachtig was Carlos Bilardo, een tactisch onderlegde ex-prof die nog tijdens zijn carrière was afgestudeerd. Daarna was hij voetbalcoach en arts, en later zo klinisch om verbanden tussen Maradona en de rest te leggen.

De bondscoach van nu –och, arme Messi– is afgestudeerd op straat, en dan vooral in de goot. Diego Maradona stapte onlangs met een dikke sigaar in de mond over een trainingsveld in München, vóór een oefeninterland tegen Duitsland. Hij zal een coach van niks zijn, maar dat zal ons een zorg zijn.

Sterker, stiekem grinniken we al om de ironie die in de nabije toekomst besloten ligt. Als Messi zijn coach al zou kunnen benaderen of overtreffen, dan zal dat op het WK in elk geval nog worden verhinderd –door de chaos in persoon, Diego Maradona zelf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden