Wij lijken echt niet op apen

Mensen zijn superieur aan chimpansees - en waarom dat maar weer eens gezegd moet worden.

Marco Visscher is eindredacteur van opinieblad Ode en spreekt geregeld over duurzaamheid en vooruitgang. Hij twittert via @MarcoVisscher.

Nim Chimpsky was twee weken oud toen hij werd geadopteerd. De kleine chimpansee zou worden opgevoed als een mens. Nim kreeg een broek en trui aan ¿ plus een slabbetje wanneer hij aan tafel zat om mee te eten met de familie. Hij kreeg zelfs borstvoeding. Later hielp hij mee met de afwas.

De documentaire 'Project Nim' toont Nims meeslepende levensverhaal. We zien in hoeverre chimpansees taalvaardigheid ontwikkelen. Het wetenschappelijke experiment verliep niet altijd zo verantwoord. Zo mocht Nim in zijn hippieachtige adoptiegezin meeroken als er een jointje rondging. Nadat hij een begeleider ernstig had verwond, werd Nim in een vliegtuig overgebracht naar een kooi in een ander onderzoekscentrum. Daarmee kwam een abrupt einde aan de taalstudie die voor een heuse paradigmaverschuiving had moeten zorgen.

Project Nim ¿ dat zich afspeelde in de jaren zeventig aan de Amerikaanse oostkust ¿ kun je zien als een uitwas van de intuïtieve aanname dat chimpansees op een fundamentele manier net zo zijn als wij mensen. Schrijft u uitvoerige, zorgvuldige e-mails aan mensen die hoger op de sociale ladder staan en laten hun antwoorden doorgaans even op zich wachten en zijn ze kortaf? Primatoloog Dario Maestripieri weet waarom dat zo is: een ondergeschikte chimpansee zit een dominante soortgenoot ook langer en ongevraagd te vlooien en moet niet zelden genoegen nemen met een ultrakorte behandeling als dank. In het vorige maand verschenen 'Games primates play' hamert Maestripieri er driehonderd pagina's lang op dat alles van hoe we ons gedragen, met elkaar omgaan en keuzes maken, is te herleiden tot het rijk der apen. Een van de vele juichende recensenten concludeerde dat voor een beetje apenkenner veel van het menselijk gedrag volstrekt voorspelbaar is.

De mens als aap 2.0: dat is ook de indruk die je overhoudt uit een stroom van merkwaardige krantenberichtjes. Chimpansees rouwen om de dood van een dierbare. Bonobo's houden de deur open voor een ander. Gorilla's beheersen meer dan duizend tekens uit de gebarentaal. Chimpansees zijn altruïstisch en helpen oude, seniele soortgenoten water te drinken. Ze doen aan conflictmanagement en hebben binnen de eigen gemeenschap een heuse politiemacht. Ze verslaan middelbare scholieren bij een wiskundetest. De boodschap is helder: u bent niet zo bijzonder als u denkt, we zijn niets meer dan aangeklede apen.

Die boodschap zit niet zelden expliciet in de commentaren die dergelijke bevindingen opleveren. Zo zei het onderzoekshoofd van de Universiteit van Stirling: "De wetenschap heeft sterk bewijs geleverd dat de grenzen tussen ons en andere soorten helemaal niet zo helder gedefinieerd zijn als veel mensen gewoonlijk denken." Hij had namelijk ontdekt dat het na het overlijden van een van de vier chimpansees in een safaripark nog enkele weken tamelijk stil bleef. "Ze waren duidelijk aan het rouwen." En toen een chimpansee in een dierentuin stenen had verzameld die hij naar bezoekers begon te gooien, analyseerde een Zweedse onderzoeker in een vakblad dat zulke 'planning' niets minder betekent dan een bewijs van een 'vergevorderd bewustzijn en kennisverwerving', voorheen niet geassocieerd met 'niet-menselijke dieren'.

"De stelling dat de mens uniek is, zal nog wel een decennium overeind blijven", schreef primatoloog Frans de Waal in Letter & Geest (14 januari). Veel langer zal het volgens hem niet duren. Immers, we lijken zo veel op elkaar dat we onze onderlinge verschillen net zo goed kunnen wegmoffelen. De mens deelt namelijk ruim 98 procent van zijn DNA met de chimpansee - en De Waal meent dat we waarschijnlijk ook mentaal, sociaal en emotioneel zo'n zelfde percentage identiek zijn. ¿

Sommige wetenschappers willen de chimpansee in de taxonomie indelen bij het geslacht homo, net als wijzelf, de sapiens. In dezelfde lijn wil een club geleerde lieden achter het Great Ape Project de mensaap enkele basisrechten geven en aldus verwelkomen in een 'gemeenschap van gelijken' - dat wil zeggen: u en ik.

Wie wel eens de moeite heeft genomen de beweringen uit die studies te controleren met de droge, wetenschappelijke verhandeling waarop ze zijn gebaseerd, ziet al snel dat de suggesties in de krantekoppen zelden deugen. (U kunt gerust zijn: middelbare scholieren zijn echt beter in wiskunde dan chimpansees.)

Soms zijn ze ook weinig nieuwswaardig. Want hoe vreselijk bijzonder is het dat sommige apen wel eens iets vertonen wat wij 'moreel gedrag' noemen? Het is toch bekend dat zaken als onbaatzuchtigheid, wederkerigheid en samenwerking evolutionair nut hebben doordat ze de groep binden en sterker maken?

En wat die overeenkomsten in onze genetische code betreft: inderdaad, 98 procent is nogal wat. Maar we delen ook 60 procent van ons DNA met goudvissen en 50 procent met fruitvliegjes en bananen. Moeten we die dan ook beschouwen als halfmensen?

Ik denk dat we onszelf een fundamentele vraag moeten stellen. Is er niet iets geks aan de hand als we ons vergapen aan al die suggesties waaruit zou blijken hoezeer we gelijk zijn aan apen? Het lijkt zo onschuldig, maar misschien is de voortdurende neiging om mensen en chimpansees op één lijn te stellen een teken dat we niet meer precies weten wat het betekent om mens te zijn.

Ik heb niets tegen mensapen - mijn beste vrienden stammen ervan af - maar de opwaardering van al die chimpansees en bonobo's zou wel eens een signaal kunnen zijn dat we de mensheid eigenlijk beu zijn. Zo'n wankelend mensbeeld is volgens mij een slechte voorbode. Daarmee brengen we het geloof in verandering en vooruitgang eveneens in gevaar.

De ogenschijnlijke overeenkomsten met mensapen (chimpansees, gorilla's, bonobo's en orang-oetans) was de mens al eerder opgevallen. Maar het is pas een halve eeuw geleden dat hun sociale leven nauwlettend werd gedocumenteerd.

Jane Goodall verbleef jarenlang in een nationaal park in Tanzania, waar zij als onderzoeker op zoek ging naar de 'individuele persoonlijkheid' van de chimpansees, die ze dan ook namen gaf in plaats van nummers. Zo ontdekte Goodall dat sommige van hen gereedschap gebruikten of maakten: stokken om termieten op te duikelen, stenen om noten open te kraken, grote bladeren om uit te drinken.

Je hoort tegenwoordig zo vaak dat apen gereedschap maken, dat je haast zou denken dat apenkolonies over de hele wereld routineus met een tak in een nest termieten zitten te pulken. Dat is niet het geval. Van culturele overdracht is zelden sprake, maar belangrijker nog, beweert archeoloog Steven Mithen in zijn boek 'The Prehistory of the Mind': de intelligentie van apen is gewoon nogal beperkt. In werkelijkheid vissen een hele hoop mensapen nooit met zo'n termietenstok, simpelweg omdat niemand in de groep op dat idee is gekomen of het per ongeluk heeft ontdekt. Of niemand is in staat geweest om andere groepsleden uit te leggen hoe je zoiets doet. Of het is een trucje dat iemand stomweg is vergeten.

Deze 'afwezigheid van technische intelligentie', zoals Mithen het noemt, kan verklaren waarom chimpansees er wel vier jaar over doen voor ze leren hoe ze met een steen een noot kunnen openslaan. Dat zijn vier lange jaren van soms eindeloze pogingen zonder succes. Dat suggereert niet bepaald een vermogen om te imiteren, laat staan om kritisch te reflecteren op wat je nu eigenlijk doet. Iets leren aan andere apen zit er al helemaal niet in.

Goodall nam tussen de chimpansees in Tanzania ook sociale interactie waar: knuffels, strelingen, kusjes, schouderklopjes. Daaruit concludeerde ze dat chimpansees niet alleen beschikken over intelligentie, maar ook over een rijk emotioneel leven. Decennia later laat de Britse primatoloog geen gelegenheid onbenut (zoals dezer dagen in de trailer van de Disney-film 'Chimpanzee') om te zeggen dat wij mensen 'niet de enige wezens zijn met een persoonlijkheid en bevattingsvermogen, in staat om te denken'. Maar hoe weet je nu zeker of een aap denkt als hij niets zegt? Het doel achter Project Nim was eigenlijk om te ontdekken wat chimpansees dáchten. Maar nadat hij terloops 25 gebaren had geleerd - of, vooruit, 128 als je de lat laag legt - kwam Nim niet verder dan een paar basiswoordjes die hij lukraak achter elkaar plakte: Banana me eat. Hug me Nim. Me eat drink more. Een kind leert ingewikkelde zinsstructuren te maken, maar deze chimpansee kon na al die jaren niet eens een eenvoudige zin formuleren, zo concludeerde Herbert Terrace, de man die Project Nim begon en leidde.

Verder bleef Nim maar de hele tijd gebaren, óók terwijl hij werd onderwezen of toegesproken. Kinderen daarentegen leren al snel dat taal een uitwisseling is van geven en nemen. Enigszins teleurgesteld stelde Terrace verder vast dat apen ¿ en niet alleen Nim ¿ vooral reageren op de aansporingen en beloningen van hun onderwijzers, die bovendien geneigd zijn om in hun verslaglegging het taalvermogen van hun leerlingen schromelijk te overschatten.

Uiteindelijk ging het toch vaak om iets wat Nim wilde hebben of doen - en wel nú, meteen.

"Nim was een briljante bedelaar", zo blikt Terrace terug. Daar stopt dus het 'denken' van een aap.

Gorilla Koko schijnt hele verhalen en diepe inzichten te gebaren vanaf haar toevluchtsoord in de bergen van Santa Cruz in Californië. Op een recente verjaardag had ze kennelijk (verwijzend naar de afname van de gorilla's in de wereld) de wens uitgesproken "dat mensen zich bewust zouden worden van het lot van haar soort voordat het te laat is".

Althans, dat meldde haar trainer, die vermoedelijk zo haar redenen heeft om telkens te benadrukken dat Koko dol is op 'woordgrapjes, metaforen en ondeugende leugentjes'. Het is dit soort hogere interpretatiekunde die ertoe leidt dat een aap volgens zijn onderzoeker het gebaar voor 'drinken' perfect beheerst - en slechts een grapje maakt door het gebaar niet te maken bij zijn mond, maar bij zijn oor.

Dit alles zou nietvermeldenswaard moeten zijn. De meesten van ons weten wel dat de mens tot meer in staat is dan de aap. Voortgestuwd door ons talent om onze talenten verder te ontwikkelen en door te geven aan anderen, wordt ons leven steeds langer, gezonder, vreedzamer en rijker.

Een chimpansee die na vier jaar van verwoede pogingen erin slaagt om met een steen een noot open te breken, verdient wat mij betreft een flinke tros bananen, maar daarmee komt zijn soort nog niet in de buurt van de soort die - vooral dankzij een lang proces van specialisatie en overdracht - microchips ontwerpt, megasteden bouwt, een Agrarische en een Industriële Revolutie in gang zet, het zonnestelsel afreist of de vrije wil bediscussieert.

Frans de Waal mag het menselijk brein dan graag laatdunkend 'een opgeschaald apenbrein' noemen, maar hoe kun je die immense verschillen dan toch verklaren?

Michael Tomasello bestudeert apen bij een onderzoekscentrum in Leipzig en werkt ook als ontwikkelingspyscholoog met kinderen. Hij deed eens een cognitieve test (het equivalent van non-verbale IQ-testen) bij volwassen chimpansees en orang-oetans, en bij kinderen van twee jaar. De score bleek nagenoeg gelijk bij hun begrip van zaken als ruimte, hoeveelheden en causaliteit - de fysieke wereld, kortom. Maar de peuters deden het aanmerkelijk beter bij tests die sociale vaardigheden blootleggen, zoals communicatie en het vermogen om de intenties van anderen te begrijpen. Volgens Tomasello maakt juist die sociale intelligentie het grote verschil.

Met andere woorden: op eigen houtje, opgroeiend op een onbewoond eiland, zou een mensenkind nooit een taal of cijferstelsel verzinnen en het zou ook niet eigenhandig een mes of het wiel uitvinden. ¿

Volgens Tomasello zijn het juist onze gezamenlijke inspanningen en de cumulatieve kennis die van generatie op generatie wordt doorgegeven, die ervoor zorgen dat wij een uniek plaatsje innemen in het dierenrijk.

Sinds onze verre voorouders zich hebben afgescheiden, is het leven van de mens zozeer veranderd dat we zelfs de holbewoners van enkele tienduizenden jaren geleden nauwelijks herkennen als onze evolutionaire voorganger. Sterker, in de afgelopen tien jaar is in alleen al de wijze waarop mensen met elkaar communiceren méér veranderd dan in hoe apen zich hebben ontwikkeld in zes miljoen jaar evolutie. Dat neem ik die apen niet kwalijk, maar het is niet bepaald een argument om onze onderlinge verschillen binnenkort maar op te doeken.

Zelfs lieden als De Waal ¿ die voor de financiering van hun werk natuurlijk gebaat zijn bij het idee dat apen de sleutel hebben tot diepgravende kennis over menselijk gedrag ¿ zouden toch moeten toegeven dat apen er niet in zijn geslaagd hun levenskwaliteit ook maar een beetje te verbeteren. De evolutie van de mensaap heeft geleid tot enkele tientallen gedocumenteerde voorbeelden van het gebruik van gereedschap, communicatie en vlooirituelen. Maar om daarom te zeggen dat apen en mensen hetzelfde zijn geprogrammeerd ¿ alsof er geen immens verschil in culturele overdracht bestaat ¿ is in de woorden van Helene Guldberg, auteur van 'Just another ape?', alsof je geen verschil ziet tussen een gletsjer en een auto: "Beide bewegen van A naar B, zij het de een heel wat langzamer dan de andere."

U vraagt zich wellicht af: ach, wat is er zo erg aan het idee dat mensen en apen niet zo ver van elkaar verwijderd zijn? Immers, als de mens daardoor de apen vriendelijker gaat behandelen, worden we er allemaal beter van. Zo eenvoudig is het helaas niet. De nivellering tussen mens en aap leidt onvermijdelijk tot een ondermijning van onze menselijke capaciteiten.

Wij mensen hebben een uniek talent om de wereld telkens weer mooier te maken voor meer mensen. Daar kunnen we niet eens iets aan doen; zo gaat het nu eenmaal en we zijn er tamelijk bedreven in geworden. Juist nu de uitdagingen steeds groter worden, vragen ze om meer durf, vertrouwen en steun. Het helpt dan niet als we onszelf voortdurend naar beneden halen en elkaar een laag mensbeeld aanpraten. Dus hebben we weinig aan wetenschappers en journalisten die suggereren dat we slechts een omhooggevallen aap zijn.

Het is niet verwonderlijk dat de schromelijke overschatting van apen komt op een moment dat de mens veelal wordt gezien als een vloek. Zie de populariteit van doempredikers als Al Gore, Paul Gilding en Jared Diamond. We geloven dat wij mensen de oorzaak zijn van al onze problemen en die van onze planeet.

Goed, we maken er inderdaad wel eens een potje van. Maar het is te gemakzuchtig om te wijzen op bestaande problemen en te doen alsof er geen passende antwoorden voor zullen komen. De geschiedenis laat duidelijk zien dat de menselijke soort ook voor de oplossingen zorgt, met als gevolg dat iedereen beter af is.

In Project Nim zien we misschien wel een typerende reactie op zo'n andere blik op de werkelijkheid. Reagerend op de bevindingen van onderzoeksleider Herbert Terrace dat alle inspanning er niet toe heeft geleid om bij Nim een talenknobbel te ontdekken, toont een van zijn begeleiders zich niet onder de indruk. "Hij beschikte misschien niet over zinnen of grammatica, maar er was zeker sprake van communica- tie. Dat zag ik duidelijk... Chimpansees zijn net als wij."

Gelukkig zit het anders. Want in tegenstelling tot de chimpansee worden wij mensen niet beperkt door onze biologie of onze natuur. Dat is een gegeven om te vieren. Het is een vertrekpunt om weg te dromen bij alle verandering die nog mogelijk is in de wereld en van alle revoluties die we nog kunnen ontketenen.

Trouwens, dat het arrogant zou zijn om onze superioriteit te benadrukken, heb ik nooit begrepen.

Maar ja. Ik ben dan ook maar een mens. ¿

Mensen overschatten de aap.

Al lijken ze op ons, apen zijn geen deel van de morele gemeenschap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden