'Wij kopen onze kunst niet met de oren'

LAREN (NH) - De meeste hedendaagse kunstenaars “ontbreekt het eenvoudigweg aan niveau”, meent het echtpaar Groeneveld. Daarom ligt het accent in de kunstverzameling, die het in 55 jaar aanlegde en aan het Singermuseum in Laren schonk, vooral op werk van rond 1900.

Het Singermuseum maakte de schenking van de privé-verzameling pas drie weken geleden bekend, hoewel die al twee jaar oud is. Het had daarmee zo lang gewacht om de renovatie van het museum te kunnen afronden. Een ruime keuze uit de 236 schilderijen, tekeningen en beeldhouwwerken van de collectie, aangevuld met werk uit het bezit van het museum, zijn vanaf zondag 5 maart te zien op de tentoonstelling 'Collectie Groeneveld'.

In de expositieruimten helpen de 75-jarige Harry Groeneveld en zijn vier jaar jongere vrouw Ans Groeneveld-Woerlee mee met inrichten. Een liggend vrouwelijk naakt en een zittend halfnaakt van George Hendrik Breitner (1857-1923) domineren de achterwand.

Daar tegenover springt werk van Breitners tijdgenoten in het oog: een felgekleurd stilleven met fruit van Jan Sluyters en Isaac Israëls' portret van een Japans meisje dat haar lippen stift. Midden in de zaal pakt het echtpaar kisten met bustes en klein beeldhouwwerk uit.

De werken komen dicht naast en boven elkaar te hangen; de zalen moeten een volle indruk maken, vertelt Ans Groeneveld. “Wij hebben gekozen voor een huiskameropstelling. Het moet de sfeer oproepen van hoe de werken bij ons thuis te zien zijn. Het gaat tenslotte om een particuliere verzameling die in het bezit is gekomen van een privé-museum.”

Over zichzelf zijn de twee verzamelaars weinig mededeelzaam. Uit veiligheidsoverwegingen willen ze alleen kwijt dat zij 'ergens in Nederland' wonen. De werken keren na de tentoonstelling allemaal terug, maar dan als levenslange bruiklenen van het museum.

Natuurtalent Hij: “Ik groeide op tussen de oude meesters. Mijn vader had in Den Haag een kunsthandel in 17de eeuwse schilderkunst.” Zijn vrouw kreeg de belangstelling niet van huis uit mee. Zij kwam via haar inmiddels overleden eerste echtgenoot in aanraking met de beeldende kunst. Hij kocht op bescheiden schaal werk aan en was mede-eigenaar van een kunstzaal op het Rokin in Amsterdam. Haar huidige echtgenoot: “Maar ze is een absoluut natuurtalent. Goed naar kunst kijken is moeilijk; zij draait er haar hand niet voor om.”

Rijk zijn ze nooit geweest, benadrukt het kinderloze echtpaar. Ze beschikten niet over een groot familiekapitaal en als directie-secretaris bij een fysisch laboratorium verdiende hij een 'redelijk' salaris. “Maar met overleg kan je zaken mogelijk maken die voor een ander niet te doen lijken. We hebben er gewoon andere dingen voor gelaten.” Zijn vrouw lacht: “Geen luxe auto's of dure wereldreizen.”

De 17de eeuwse Hollandse meesters of de schilderijen van grote Franse impressionisten, die de Groenevelds als de hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis zien, konden zij zich niet veroorloven. Daardoor richtten zij zich hoofdzakelijk op het werk van contemporaine Nederlanders of van rond de eeuwwisseling, die nog betaalbaar waren. De schilderijen van Sluijters en Breitner kochten ze voor een 'habbekrats'. Ans Groeneveld: “Als we deze werken vandaag de dag moesten aanschaffen, konden we ons dat niet veroorloven.”

Bij hun aankopen liet het echtpaar zich steeds leiden door hun persoonlijke smaak. Die scherpten zij in de loop der jaren aan door veel veilingen, tentoonstellingen en kunsthandels te bezoeken. Een vast omlijnde opzet voor hun verzameling hadden ze niet. Harry Groeneveld: “Het moet gewoon op je weg komen en op dat moment financieel haalbaar zijn.” Zij valt in: “Het is wat anders dan postzegels verzamelen, waarbij je de serie compleet wilt hebben.”

Ze kijken allebei op een andere manier. “Mijn vrouw vliegt bij een kijkdag direct op iets af. Ze heeft meteen het gevoel: 'Dat is bijzonder'. Ik werk systematisch alle werken af. Maar het leuke is, dat we altijd op dezelfde werken uitkomen.”

Wat hen precies trekt in een schilderij, kunnen ze moeilijk onder woorden brengen. Hij stelt: “Het ging ons steeds om de peinture. De verf moet vibreren, hij moet klank hebben.” Zijn vrouw: “Ik zoek een trefzeker gebruik van het materiaal. Een werk moet van verre al op je af komen.”

Wat het voorstelt, komt op de tweede plaats. In de collectie zitten landschappen, stillevens, portretten en figuurstukken. Een voorkeur voor een bepaalde stijl zegt het echtpaar niet te hebben. Toch is het opmerkelijk dat het impressionisme en expressionisme sterk vertegenwoordigd zijn.

Harry Groeneveld protesteert: “Wij houden ons niet bezig met 'ismen'. Laat de buitenwereld de beeldende kunst daar maar in verdelen. Voor ons telt alleen de kwaliteit.”

Abstract werk ontbreekt bijna geheel, maar het echtpaar ontkent dat het daar een hekel aan heeft. Zij zien bij hedendaagse kunstenaars een gebrek aan niveau. “De meeste verf is doodgesmeerd. Wie zulke dingen maakt, noemen wij geen schilder, maar een verver.” Volgens Harry Groeneveld zit de beeldende kunst op dit moment in een diep dal. “Het is echt huilen.”

Van reputaties trekt het echtpaar zich niets aan. “Wij kopen niet met 'de oren'. Daarmee bedoelen we dat wij niet zomaar werk kopen van degene over wie iedereen op dat moment spreekt. Wij hebben liever een goed werk van een kleine meester dan een minder werk van een grote.”

De Groenevelds hebben dan ook werk van levende kunstenaars die nog weinig naam maken. In het museum komt een wand vol te hangen met schilderijen van Hans van Ieperen, volgens het echtpaar een “grootheid die nog in de vergetelheid verkeert”. Hij zet in al zijn doeken de vormen met dikke contourlijnen aan en gebruikt sterk contrasterend kleuren.

Ook voor de beeldhouwer/tekenaar Eddy Roos zet het echtpaar zich al jaren in (“Eeé van de grootste nog levende tekenaars van dit moment”). In 1988 richtte het zelfs een stichting op die de voltooiing van een beeldentuin van Roos bij de Borg de Verhildersum in het Groningse Leens mogelijk moest maken. Het afgelopen jaar verzorgde het echtpaar een boek met een overzicht van het werk van Roos. Het Singermuseum laat twintig beelden en tekeningen van hem zien.

Volgens de Groenevelds sluit hun verzameling uitstekend aan op de collectie van het museum. Dat was ook de voornaamste reden voor de schenking. Al speelde mee dat het Singermuseum een particuliere instelling is. Harry Groenveld: “Wij wantrouwen de overheid. Je collectie verdwijnt dan in de kelder of er worden delen uit verkocht. Hier hebben we de zekerheid dat alles bij elkaar blijft.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden