’Wij gaan de straat op voor hen die vastzitten’

De grootste politieke crisis na de Islamistische Revolutie van 1979 kleurde Iran in 2009 groen. Maar wat is er na een jaar over van de oppositie?

Naast de overvolle autowegen wapperen vlaggen triomfantelijk in de wolkenloze lucht. Vlaggen met het gezicht van imam Khomeini erop, de grondlegger van de Islamitische Republiek. Ook zijn citaten ontbreken niet, zoals: „Het is onze plicht om de letter van de islam na te volgen.”

Onlangs werd de 21ste sterfdag van Khomeini herdacht. Met de Khomeini-propaganda in vrijwel iedere straat van de stad en op ieder kanaal van de staatstelevisie lijkt het voor de oppervlakkige toeschouwer alsof het hele land in volstrekte harmonie leeft met diens gedachtengoed, als een nimmer ter discussie staande leidraad.

Maar schijn bedriegt. Immer: in deze tijd wordt niet alleen de sterfdag van Khomeini wordt immers herdacht. Het is vandaag ook precies een jaar geleden dat de presidentsverkiezingen in Teheran plaatsvonden, waarbij zittend president Mahmoud Ahmadinejad opnieuw als winnaar uit de bus kwam. De hervormingsgezinden beschuldigden hem echter van verkiezingsfraude en dit vormde de aanzet tot massale straatprotesten waarbij tientallen doden vielen en duizenden mensen werden opgepakt. Minstens negen protestanten werden ter dood veroordeeld. Het was de grootste politieke crisis sinds de Islamitische Revolutie van 1979.

Barmak (23) was tot vorig jaar een onbezorgde en veelbelovende student grafische vormgeving. Om veiligheidsredenen blijft zijn achternaam, net als die van andere tegenstanders van het regime, die in dit verhaal aan het het woord komen achterwege. Ook Barmak deed vorig jaar mee aan de protesten. Hij werd opgepakt en kwam terecht in het beruchte detentiecentrum Kahrizak. Na enkele maanden kwam Barmak vrij, maar zijn leven zal nooit meer hetzelfde zijn. „Ik kan er nog steeds slecht over praten. Ze hebben me daar zowel lichamelijk als geestelijk mishandeld. Ik heb er ook weken lang geen licht gezien. Mijn enige geluk is dat ik niet ben verkracht zoals sommige anderen. Ik ben voortdurend depressief, zit op mijn kamer en wil geen vrienden zien. Of ik nog van plan ben om te gaan demonstreren op 12 juni? Zeker niet. Ik ben blij dat ik het allemaal heb overleefd. Ik ga mijn leven niet opnieuw in de waagschaal stellen.”

Richtte de oppositie zich aanvankelijk alleen op de mogelijke verkiezingsfraude, al vrij snel werd het accent verlegd en stelde ze het hele politieke stelsel van Iran ter discussie. Vooral het door Khomeini ingevoerde concept van de velayat-e-faqih, de heerschappij van de islamitische rechtsgeleerde, waarbij een geestelijk leider de opperste macht heeft, werd tot groot ongenoegen van de conservatieve geestelijkheid openlijk bekritiseerd.

Toch werd de stem van de oppositie steeds zwakker. Ook letterlijk: de protestkreet ’God is Groot’ die na de verkiezingen luidkeels van de daken werd geschreeuwd, was na enkele maanden verstomd. De regering deed er alles aan om de oppositie eronder te krijgen: de paramilitaire Basiji en andere veiligheidstroepen traden keihard op, duizenden dissidenten werden vastgezet en vervolgens in grote showprocessen – op tv uitgezonden – berecht. Daarbij werden de schuldbekentenissen volgens de critici van het regime onder grote druk verkregen. Het regime kneep ook de vrije communicatie af, door een grootschalige filtering van internetsites en een scherpe controle op of blokkade van telefoon- en sms-verkeer.

Ook de pers kreeg het nog harder te verduren. Niet alleen werden journalisten gearresteerd of uitgezet, ook werden vele hervormingsgezinde kranten gesloten. Protestbijeenkomsten mochten niet verslagen of gefotografeerd worden en de westerse media werden gedemoniseerd als spionnen en handlangers van Amerika. Dit alles smoorde een mogelijk succesvolle post-verkiezingsopstand van de Groene oppositiebeweging.

Een andere factor was het uitblijven van massale steun voor de oppositie, met name buiten de hoofdstad. Veel burgers daar zijn loyaal aan Khomeini en Ahmadinejad en zitten niet op politieke hervormingen te wachten. Ook binnen Teheran was de steun voor Ahmadinejad in het zuiden al een stuk groter dan in het noorden.

„Ik ben niet zozeer een voorstander van Ahmadinejad alswel van Khomeini”, zegt Mohammed-Reza (31), een forsgebouwde man die in een garage in het arme zuiden van Teheran werkt. „Ik wil niet dat zijn gedachtengoed verkwanseld wordt door een stelletje verwende druktemakers die blind achter het Westen aanlopen. Ik vind het goed dat de regering stevig optreedt, anders zou er totale wanorde ontstaan. In Europa grijpt de politie toch ook in wanneer relschoppers auto’s kapotslaan?”

De oppositieleiders Mousavi en Karoubi hebben toestemming gevraagd om vandaag vreedzaam te protesteren. Maar de regering gaat daar niet mee akkoord. Toch vrezen de autoriteiten rellen voor deze dag en hebben ze het volk gewaarschuwd. Zo zei het hoofd van de politie Hossein Sajedi: „Veiligheidstroepen zullen op 12 juni iedere vorm van protest neerslaan.”

Ook op andere gebieden wordt de greep op burgers versterkt, wat veel Iraniërs niet los kunnen zien van de vrees voor rellen. Zo is sinds kort de ’relatiepolitie’ weer actief. Burgers worden opgeroepen een legitimatiebewijs bij zich te hebben wanneer ze zich met iemand van de andere sekse op straat bevinden. Je moet kunnen aantonen dat je met die persoon getrouwd of verloofd bent, anders ben je in overtreding.

„Ik vind het doodeng”, zegt Essi (23) die weliswaar een vaste vriend heeft maar niet met hem verloofd of getrouwd is. Er gaan verhalen dat je verplicht word je te verloven met de jongen of man met wie je ’betrapt’ wordt. Het zal je buurjongen of leraar maar zijn! En voor gelakte nagels, lippenstift of een te korte jas kun je een boete krijgen. Ze zijn nu echt superstreng en controleren op alle grote pleinen en winkelcentra in de stad. Mensen worden bang gemaakt, en bange mensen zullen minder snel gaan protesteren.”

Aan de andere kant probeerde de regering de oppositie ook wat milder te stemmen door onlangs 81 politieke gevangenen gratie te verlenen. Maar een gebeurtenis tijdens de herdenking van de 21ste sterfdag van imam Khomeini gooide meteen weer olie op het vuur. Het was de bedoeling dat de kleinzoon van imam Khomeini, Hassan, een toespraak zou houden. De conservatieve menigte liet hem echter niet aan het woord komen. Ze verdenken hem van sympathieën voor en betrokkenheid met de Groene Beweging en bleven daarom leuzen scanderen als ’Dood aan Mousavi’.

„Het is echt een schande dat ze iemand beletten om te spreken. Wij zijn er door deze gebeurtenis des te meer van overtuigd geraakt dat we de straat op moeten gaan. We zijn het verplicht aan de mensen die gedood zijn, aan de mensen die nog steeds vastzitten”, zegt Saba (19) fel. Ze draagt als teken van solidariteit met de oppositiebeweging een groen bandje om haar dunne pols, iets wat al enige tijd uit het straatbeeld verdwenen was.

„We zullen ook op andere dagen de straat opgaan. Een andere belangrijke datum is bijvoorbeeld 20 juni, de dag dat de jonge vrouw Neda werd gedood tijdens de demonstraties. Zij is voor ons de heldin van het verzet. Ik wilde laatst via de satelliet de documentaire bekijken die over haar is gemaakt, maar helaas: de uitzending werd gestoord, alles wat ik zag waren blokjes. Het is misschien iets kleins, maar het staat voor mij symbool voor de dagelijkse strijd tussen de regering en de oppositie.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden