'Wij' en 'zij' kunnen terecht in het spirituele café

Wees er snel bij, want de vijfde aflevering van het tijdschrift 'Aarden - voor de geestelijke begeleiding en therapeutische zorg', is al weer de voorlaatste.

JAN WARNDORFF

Vierhonderd abonnees blijken onvoldoende, zo meldt de oprichter, samensteller en vol-schrijver Ko Burger: het laatste nummer zal verschijnen in het najaar en dit zal grotendeels gewijd zijn aan Burgers onderzoek naar “de opleiding van de geestelijke begeleider, zoals we die nu kennen”.

In dit nummer alvast een prelude: “Naar een nieuwe geestelijke zorg”. Die is nodig, omdat “veel geestelijk lijden nog verborgen blijft”, en dus moet er “nog veel worden gedaan voordat een grote hoeveelheid mensenleed, dat kennelijk beschamend of onoplosbaar gevonden wordt, van een redelijke zorg en begeleiding voorzien kan worden”.

Burger voelt wel voor de oprichting van regionale teams van Psychosociale en Geestelijke Begeleiders (FGB-teams). Deze zouden allereerst “een inventarisatie van de problematieken” in eigen regio moeten opstellen, die dan als “basis voor een plan van actie” dient.

Dan rijst natuurlijk de vraag, wie mogen er wel en niet in zo'n team? Het moet een naar levensbeschouwing en profesionele achtergrond pluriforme club zijn, hoewel academisch geschoolde specialisten het misschien minder goed doen dan in geestelijke begeleiding bijgeschoolde hulpverleners; “en het zal niet verbazen dat de 'therapeuten' in New Age-praktijkjes in zeer veel gevalen van een te gering professioneel gehalte zijn”. Om deze teams van de grond te tillen, is in ieder geval nodig dat “de beroepsvereniging van geestelijke werkers tot elkaar komen”; helaas, “die samenwerking is nu nog ver te zoeken”.

Het zal dus nog wel even duren voordat de PGB-teams “het mensenleed hanteerbaar kunnen maken voor de velen, die hun ziekte als 'zinloos lijden' ervaren”. Toch is er één troost: de zes afleveringen van 'Aarden' “zullen in de toekomst wellicht een monument vormen voor een bepaalde onafhankelijke visie op geestelijke begeleiding”.

Interreligieus perspectief

De een z'n dood de ander z'n brood: Levensteken, 'tijdschrift voor religie, filosofie en spiritualiteit', is omgedoopt in Interreligieus Perspectief. Wanneer we “voor de duur van dit artikel aannemen dat we weten wat met religie, filosofie en spiritualiteit wordt bedoeld”, legt het openingsstuk uit wat er met 'interreligieus perspectief' wordt bedoeld. “In een maatschappij die snel aan het veranderen is, willen wij de mogelijkheid bieden aan de diverse religies en andere stelsels die streven naar uitmuntendheid, om elkaar te ontmoeten, zich tegenover elkaar uit te spreken, zich aan elkaar te relateren en elkaar te inspireren”.

Voor deze interreligieuze dialoog worden zeven richtijnen aangereikt, elk beginnende met “Wij geloven dat...”, bijvoorbeeld: “dat echte dialoog alleen mogelijk is in de aanvaarding in wederzijds respect van de anderen in hun eigenheid”. Wie precies 'wij' zijn en wie 'de anderen' is niet helemaal duidelijk.

Ook wordt geloofd “dat de wereldgodsdiensten, als zoekende pelgrims onderweg naar nieuwe ontdekkingen, moeten erkennen slechts een gedeelte verworven te hebben van het goddelijke mysterie, actief tegenwoordig achter en in alle bestaande materie. Dit alleen kan een basis zijn tot echte aanvaarding van de anderen”.

'Wij' en 'zij' kunnen in ieder geval terecht in het spirituele café. Blijkens een ander artikel kunnen daar “verschillende spirituele en religieuze stromingen met elkaar in dialoog treden, zonder dat deze hun identiteit verliezen”. Groepen die “een destructief sectarische mening vertolken” zijn evenwel niet welkom.

Ook mag een spiritueel café geen hulp verlenen aan mensen met maatschappelijke of psychiatrische problematiek, maar hen hooguit doorverwijzen naar instellingen. Voor een bijdrage aan de stichting van twintig gulden en vier procent van de omzet kunt u zelf een spiritueel café oprichten - mits u de doelstellingen en visie van de stichting onderschrijft.

Of drs. P. J. van Kampen daar het woord mag voeren is een interessante vraag. In Bijbel en Wetenschap, tijdschrift van de Evangelische Hogeschool, geeft hij een inleiding op K'oeng-foetse, meester K'oeng ofwel Confucius. Deze tijdgenoot van de Boeddha en Pythagoras “was niet iemand die pretendeerde met geniale inzichten tot doorgronden van de diepste geheimenissen te komen, maar was van mening dat men wezenlijk inzicht in het leven verwerven kon door ijverig studie te maken van de oude tradities”.

Van nature goed

Volgens Confucius is de mens, als schepping van het harmonische Al, van nature goed: het is slechts vanuit onwetendheid dat hij kwaad doet. Een gedegen opvoeding tot gehoorzaamheid en scholing in de kennis van de oudheid zullen persoonlijke en maatschappelijke harmonie herstellen. Zodoende propageerde Confucius een levensethiek zonder noodzakelijk fundament in een God of Hogere Macht. Reden voor zijn populariteit onder Verlichtingsdenkers in het Europa van de zeventiende en achttiende eeuw.

Maar Confucius' gedachtegoed komt uit het oosten en dat doet het altijd goed - al zullen de onder het genot van een drankje toehorende cafébezoekers zich misschien verslikken in Van Kampens commentaar: Confucius ziet niet in dat onze goedheid stuk slaat op ons onvermogen Gods Wet te houden. “Dan hebben we een Verlosser nodig, die er Goddank ook is! Aan het besef van een eigen onvermogen, aan dat verlangen naar verlossing, zijn Confucius noch diens opvolgers ooit toegekomen.”

In Woord en Dienst vertelt Bram Bregman over “de kwetsbare spiritualiteit van Taizé”. Juist omdat je als deelnemers niet weet wanneer het herhalingslied eindigt, wordt er ruimte gemaakt voor de Geest. Hetzelfde geldt voor de stilte. Niemand kijkt op zijn horloge. De liturgie is de hemel en de aarde. Taizé beroert het hart met haar liederen, stilte en gesprek. En daar is het God toch om te doen.”

Jan de Boer vertelt in hetzelfde nummer dat seks volgens de taoisten “de unieke weg kan worden om tot verlichting te komen. Is dat geen aantrekkelijke gedachte: genieten en verlicht worden.!”

Jammer voor de anonieme 'BM' helemaal achterin het blad, die bijdragen vraagt voor zijn/haar boek over hoe gelukkig relaties zonder seks kunnen zijn: “Het boek zal serieus zijn, maar wel luchtig en hopelijk het taboe doorbreken, zodat ook over dit onderwerp gewoon gepraat kan worden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden