'Wij een kliek? Opus Dei is een open club'

Dit jaar, op 20 november om precies te zijn, is het een kwart eeuw geleden dat de Spaanse dictator Franco overleed en er, kort daarna, een einde kwam aan een onderdrukkend regime. Jarenlang heeft de rooms-katholieke kerk die dictatuur gesteund, alvorens de steven te wenden. Hoe kijkt de kerk nu tegen dat verleden aan en welke rol speelt ze in het democratische Spanje? In een serie van vier artikelen wordt geprobeerd een antwoord te geven op dit soort vragen. Vandaag het slot: De macht van Opus Dei.

Binnen is het donker en stil. Tot op de grond hangende gordijnen houden het daglicht zorgvuldig buiten. Een klassiek, antiek interieur -vergulde spiegels, diepzittende fauteuils, oude prenten en dito klokken- versterkt de sfeer van statigheid en diepe ernst. Mannen in dure maatpakken schrijden door de gangen.

In deze, door een hoog hekwerk omgeven villa, dicht bij de Plaza Republica Argentina, even buiten het centrum van Madrid, zetelt de Sociedad sacerdotal de la Santa Cruz y Opus Dei. Zo heet de Spaanse afdeling van de veel besproken en beschreven, invloedrijke, en volgens velen zelfs sinistere, katholieke lekenorganisatie 'Het Werk Gods', die de steun en de bescherming van de paus geniet.

Al heeft de in 1928 door de Madrileense priester José Maria Escrivá de Balanguer (1902-1975) opgerichte beweging in Rome haar hoofdzetel en zijn er afdelingen in tachtig landen, toch woont een groot deel van de leden (23000 van de 80000) in Spanje. Daar had en heeft men, naast Latijns-Amerika, de meeste invloed, zowel politiek als binnenkerkelijk. Iets wat de gesoigneerde woordvoerder van Opus, Luís Gordon Beguer, overigens in alle toonaarden tegenspreekt: ,,Wij zijn een spirituele beweging en hebben geen politieke of ideologische doctrine.''

Ook andere 'aantijgingen' tegen Opus Dei hoort woordvoerder Gordon geduldig aan om ze vervolgens categorisch te ontkennen: het is een elitaire club met de kenmerken van een religieuze sekte; men combineert een reactionair gedachtengoed op levensbeschouwelijk terrein met moderne dadendrang in politiek en financieel-economisch opzicht; Opus stoomt jonge, talentrijke katholieke intellectuelen klaar voor infiltratie in politiek en zakenleven; als 'persoonlijke prelatuur' onttrekt de organisatie zich aan het gezag van de lokale bisschoppen.

,,Opus Dei is geen gesloten kliek, maar een open beweging waar allesbehalve kadaverdiscipline heerst'', werpt Gordon tegen. ,,Ook het idee dat we een elitair-intellectuele club zouden zijn, raakt kant noch wal. Onze leden komen uit alle geledingen van de maatschappij. Politieke ambities hebben we al helemaal niet. En dat onze leden geen gehoorzaamheid verschuldigd zijn aan de lokale bisschop is evenzeer onzin. Bepaalde krachten creeren dit vijandbeeld omdat Opus Dei trouw is aan de christelijke normen en waarden. Dat blijkt in een hedonistisch-materialistische samenleving als de onze geen populaire boodschap.''

Hoe kan het dan dat onder Franco het prominente Opus-Dei-lid José Ibánez tien jaar lang als een tsaar het ministerie van onderwijs runde en hoogleraren van Opus-Dei-huize de universiteiten insluisde? En dat leden van de 'heilige mafia' -onder meer als ministers van financiën, handel, onderwijs en werkgelegenheid- een hoofdrol speelden bij het, begin jaren zestig, op poten zetten van Spanje's economie?

Gordon: ,,Dat tekent juist de vrijheid binnen Opus Dei. Je mag taxichauffeur worden, maar ook minister. Als organisatie staan we daar buiten. Onze beweging heeft Franco dan ook nooit gesteund. Evenmin hebben we, zoals sommigen blijven roepen, in de nadagen van zijn bewind geprobeerd de macht in de staat over te nemen.''

Gordons laatste bewering wordt onderschreven in de alom geprezen Franco-biografie (1994) van de Britse historicus Paul Preston. Wat niet betekent dat de beweging niks te maken heeft met wat leden doen.

In progressief Spanje blijft de argwaan tegen Opus Dei daarom groot. Zo zegt José Gómez, hoofd van het door jezuïeten geleide Instituto Fe y Secularidad in Madrid: ,,Al is de politiek-maatschappelijke macht die Opus Dei onder Franco genoot, voorbij, toch moet je de aanzien en invloed van deze ultra-reactionaire club binnen de rooms-katholieke kerk en de regerende Partido Popular niet onderschatten. Een deel van de Spaanse bisschoppen sympathiseert met Opus Dei of is lid. Hetzelfde geldt voor de PP. Alles gebeurt onder het mom van moderne zakelijkheid, en low profile om negatieve publiciteit te voorkomen.''

In een artikel in Le Monde Diplomatique maakte Jesu Ynfante vier jaar terug de namen bekend van vijftien toen prominente partijleden die Opus-Dei-lid waren. Onder hen de toenmalige voorzitter van het Spaanse parlement Frederico Trillo, Alberto de la Hera, directeur religieuze zaken van het ministerie van justitie, José Manuel Romay, gezondheidsminister, Joaquin Abril, staatssecretaris voor transport, Pablo Guardans, secretaris-generaal van het ministerie van industrie en milieuminister Isabel Tocino. Laatstgenoemde, nog steeds een prominent lid van de PP, liet in een interview weten dat het maar eens afgelopen diende te zijn met al dat ,,onnatuurlijke gedoe'', waarmee ze onder meer homoseksualiteit bedoelde.

Gómez: ,,In de tweede regering-Aznar, in maart geformeerd, zitten opnieuw mensen van Opus Dei. Volgens mijn informatie zeker drie. In de regionale politiek, de Spaanse financiële wereld, het zakenleven en de top van de strijdkrachten heeft het Werk Gods ook invloed. Hetzelfde geldt voor het onderwijs.''

Op de vraag wat daar nou zo gevaarlijk aan is antwoordt Gómez: ,,Opus Dei werkt nooit met open vizier. Ze hanteert een verborgen agenda, waardoor het nimmer duidelijk is in hoeverre haar door het Vaticaan goedgekeurde, extreem-rechtse gedachtegoed doorwerkt in essentiële sectoren van de Spaanse samenleving.''

Federico Pastór, hoogleraar aan twee Spaanse jezuïeten-universiteiten, vult aan: ,,Binnen de kerk tracht Opus de macht van de progressieven te ondermijnen. Soms lukt dat. Zo was het grootseminarie van Madrid twintig jaar geleden een van de beste en meest open seminaries van Spanje. Maar via infiltratie van eigen studenten wist Opus Dei de meeste 'liberale' hoogleraren weg te pesten. Gevolg: de colleges worden weer strikt volgens de regels van Rome gegeven, maar het niveau van het onderwijs is gedaald. Zo werkt dat.''

En kennelijk niet alleen daar. Onlangs betuigde een hoogleraar aan de universiteit van Valladolíd, Lopez Muníz, in een open brief aan de rector zijn steun aan een actie van studenten die een expositie hadden vernield omdat daar werd aangespoord tot veilig vrijen in verband met aids. De docent, een Opus Dei-man, bleek premier Aznars medewerker toen die gouverneur van Castillië en Leon was.

Op berichten dat de vrouw van Aznar banden met Opus Dei onderhoudt en de dochter van koning Juan Carlos met een Opus Dei-lid is getrouwd, wenst Gordon niet in te gaan. Net zo min als hij bereid is te onthullen op welke politieke partij hij stemt. Maar: ,,Het socialistische bewind van Felipe Gonzáles (1982-1996) heeft enkele van Spanje's meest essentiële waarden overboord gezet.''

Om uitleg verzocht: ,,Men heeft abortus en echtscheiding een juridische basis gegeven, het gebruik van condooms gepropageerd. En dit alles onder het motto 'geniet van dit leven, want je hebt geen ander'. Zo is een samenleving ontstaan waarin men rechtpraat wat krom is: dat een homoseksuele relatie wettelijk gelijk gesteld moet worden aan die tussen man en vrouw, dat seks vóór het huwelijk leerzaam is, dat ook lesbiennes recht hebben op een kind, dat je zelf moet kunnen bepalen wanneer je doodgaat.''

Gevraagd wat daar mis mee is, zegt Gordon: ,,Alles. Het zijn voorbeelden van een dolgedraaide, ik-gerichte cultuur die, om de woorden van de overleden paus Paulus VI te citeren, de betekenis van het begrip 'zonde' totaal heeft verloren.''

,,Daar willen wij, Opus Dei-leden, wat aan doen. Niet via de slinkse manipulaties en geheime machtsspelletjes die delen van de media ons toedichten, maar door het openlijk uitdragen en in praktijk brengen van de christelijke normen: naastenliefde, echtelijke trouw, eerlijkheid, kuisheid, soberheid, eerbied voor het beginnend en aflopend leven. Alleen zo kan de wereld zich met zichzelf en met God verzoenen. Dat is hoog nodig. Zeker in Spanje.''

,,Ja'', zegt Federico Pastór: ,,Mooi praten kunnen ze.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden