Wij denken niet aan lezers

Margriet de Moor keek er niet van op dat haar jongste dochter ook begon te schrijven. Net zoals zijzelf won haar dochter de AKO-Literatuurprijs: 'Bij Marente is alles heel natuurlijk gegaan.'

De moeder: "En toen noemde juryvoorzitter Hirsch Ballin ineens haar naam."

De dochter: "Ik wilde het liefst onder tafel kruipen. Ik dacht: het ligt eigenlijk niet in mijn bedoeling dat ik nu dat podium op moet. Ik zag ook aan jouw blik dat jij je een beetje zorgen maakte."

De moeder: "Je moest op die hoge hakken in je eentje naar voren..."

De dochter: "Zij weet dat ik nogal last heb van lage bloeddruk. Ik ben een stoer jochie, maar daardoor krijg ik soms flauwtes. Mijn zus Lara, die ook aan tafel zat, had zelfs een snuifdoos met een soort vlugzout meegenomen. Maar ja, dat durfde ik niet te pakken, met al die camera's erbij."

Brede lach: "Gelukkig heeft niemand iets gemerkt. Dacht iedereen dat ik daar heel steady stond."

Een stralende novemberochtend, bijna drie weken na de uitreiking van de AKO-Literatuurprijs. In het Amsterdamse huis van Margriet de Moor treft eens temeer de gelijkenis tussen moeder en dochter. Ze delen dezelfde gebaren, dezelfde haardracht, de frêle bouw, de gemakkelijke lach. En sinds kort zijn ze ook nog in het bezit van dezelfde literaire onderscheiding. In 1992 won Margriet de Moor met 'Eerst grijs dan wit dan blauw' de AKO-prijs. Dochter Marente mocht die dit jaar in ontvangst nemen voor 'De Nederlandse maagd' - haar tweede roman, over een achttienjarige schermster die afreist naar nazi-Duitsland.

Het is voor het eerst dat Margriet en Marente de Moor zich samen laten interviewen. De dochter is daar naar eigen zeggen 'altijd vrij krampachtig' in geweest. "Voordat ik romans begon te schrijven", zegt ze, "had ik al een hele carrière achter de rug. Tien jaar in Rusland gewoond, vier jaar bij HP/De Tijd gewerkt. Maar door dat schrijverschap waren die jaren ineens, pff, verdwenen. Ik was weer de dochter van mijn moeder. Werd teruggeworpen in haar schoot. En met mijn moeder heb ik het bijna nooit over schrijven. Ik zou niet weten waarom ik gesprekken met haar zou voeren die ik ook kan voeren met mijn uitgever."

Dat ze bij de feestelijke avond was, zegt haar moeder, was trouwens verre van vanzelfsprekend. "Als Marente niet was genomineerd, was ik thuisgebleven. Ik houd niet zo van die wedstrijdachtige sfeer, alsof schrijvers sportmensen zijn. En aan mijn eigen uitreiking heb ik slechte herinneringen. Dat had niet zozeer te maken met die prijs als wel met het moment: drie maanden na de dood van mijn man. Ik was altijd vooral Heppe's vrouw geweest. Ik kijk daar heel positief op terug. Hij was beeldend kunstenaar, ik ben van huis uit musicus, maar daarin niet al te ambitieus. Al zijn werk besprak hij met mij. Met schrijven begon ik pas omdat het subsidietje ophield voor een videoproject dat ik met Heppe deed. Mijn energie móést ergens heen. En tot verbijstering van mijzelf én van Heppe nam dat schrijven meteen een enorme vlucht. Stond ik ineens in de krant, met nota bene een foto erbij."

De dochter: "Dat zie ik ook bij Lara, die net als mijn vader beeldend kunstenaar is. Ik heb altijd enorm opgekeken tegen mijn grote zus, ook om wat ze maakt. We kijken met hetzelfde oog. Het is een paar keer gebeurd dat ik een scène heb geschreven, die zij toevallig net had geschilderd. Maar beeldende kunst is geen consumptieartikel, een boek is dat wel. Een kunstenaar krijgt totaal niet de tamtam die een schrijver krijgt."

De moeder: "En juist in die jaren kreeg Heppe nierkanker, een ziekte die te maken had met de stoffen waarmee hij als beeldhouwer werkte. Dus toen die prijs kwam, had ik daar een groot conflict mee. Hij was dood door zijn werk en ik had succes door mijn werk. Jarenlang vond ik het vervelend als die AKO vermeld stond op de achterkant van een nieuw boek. Ik voelde dat als ongepast. Bij Marente is alles heel natuurlijk, heel harmonieus gegaan. Dat zij nu de prijs heeft gewonnen, is echt verdiend. En ik zeg dat, grappig genoeg, gewoon als collega. 'De Nederlandse maagd' verraste me, verblufte me. Ik wist dat het over schermen ging, dat had ze verteld. Maar hoe ze, uitgaand van die kern, zo vanzelfsprekend in die dubbelzinnige periode tussen de twee wereldoorlogen terechtkomt - een echte schrijfster. Dat dacht ik trouwens al na een paar bladzijden."

Herinnert u zich nog dat uw moeder met schrijven begon?
De dochter glimlacht. "Toen haar eerste boek uitkwam, vonden Lara en ik dat maar wonderlijk. Ineens lag het er. Ik was met één been het huis al uit. En als puber ben je sowieso vervuld van jezelf. Zij lag altijd op de divan te lezen of ze zat boven op dat kamertje en ik wist niet beter of ze studeerde nog archeologie. In latere jaren presteerde mijn moeder het weleens om helemaal niets te zeggen als er een boek verscheen. Zeiden mijn zus en ik tegen elkaar: hé, ik zag in de winkel weer een nieuw boek van mama. Terwijl we elkaar ook toen elke dag spraken! Ach, zei ze dan, dat is een tussendoorboek. Ik heb alles van mijn moeder gelezen, maar als het aan haar lag was dat niet gebeurd."

De moeder: "Ik ben altijd zwijgzaam geweest over mijn werk, vooral tegenover Lara en Marente. Zij hadden toen ik begon wel wat anders aan hun kop dan een schrijvende moeder. Heppe en ik waren sowieso helemaal niet zo bezig met op die kinderen in te praten. We lieten ze behoorlijk privé."

De dochter: "En later, toen jij vervreemding voelde over wat je overkwam, had je enorme behoefte om met Lara en mij juist niet over het schrijven te praten. Om het met ons drieën bij het vertrouwde te houden. Als wij bij elkaar zijn, praten we over het dagelijkse leven. Het kleine leven. Het échte leven."

"Nee", zegt de moeder, ze keek er niet van op dat haar jongste dochter ook begon te schrijven. "Dat voelde meteen heel familiair, ik kende natuurlijk haar karakteristieke manier van kijken. Als kind was ze altijd al bezig met schrijven. En zoals alle ouders waren wij heel trots, maar vooral geamuseerd."

De dochter: "Op mijn dertiende schreef ik een verhaal over de Russische Revolutie. Ik herinner me nog dat ik daarmee bij jou kwam en dat jij zei: goed verzonnen, die blikseminslag op het moment dat de tsaar hoort van de opstand."

"Echt waar?", zegt haar moeder. Hun beider schaterlach vult de woonkeuken.

"Vervolgens", zegt de dochter, "ging ik in de journalistiek, en geen haar op mijn hoofd die eraan dacht dat ik ooit romans zou schrijven. Maar ik had dat Russische leven gehad, in Amsterdam tussen de Russische emigranten gezeten, ik móést daar iets mee doen. Dat leidde tot mijn eerste roman, 'De overtreder'. Het verhaal leunt sterk op de werkelijkheid, met vertellingen van die emigranten, en tegelijkertijd is het fictie. Fictie in non-fictie in fictie. Maar omdat ik het allemaal zelf had meegemaakt, voelde ik veel minder ruimte om te doen wat ik wilde."

De moeder: "Zij zegt nu iets kenmerkends voor ons. Je kunt schrijven over wat je zelf hebt meegemaakt. Maar het is aanlokkelijker om een vreemd gebied binnen te stappen."

Dat hun beider laatste romans zich in een historische tijdvak afspelen, beaamt de dochter, is een kwestie van smaak. "Als ik in de winkel een boek zie liggen over een bakfietsmeisje in Amsterdam dat dolle avonturen meemaakt, dan ben ik niet geïnteresseerd. Dat lees ik wel in een column in de Volkskrant. Ik snap niet waarom mensen zich altijd willen herkennen in een boek. Ik wil juist op sleeptouw worden genomen. Intrigeer mij maar."

De moeder: "Mij lijkt dat het die hang naar het vreemde, het andere, de echte lezer kenmerkt. Een stapje naast je eigen leven willen zetten, iets heel anders willen meemaken dan wat je al kent."

De dochter: "Als je over het hier en nu schrijft, blijft de werkelijkheid je lastigvallen. Op een gegeven moment kwam ik in de Leidsestraat een personage tegen uit 'De overtreder' van wie ik dacht dat hij dood was. Ik schóót een zijstraat in. Bij 'De Nederlandse maagd' heb ik me niet laten storen. Me geen zorgen gemaakt over wat anderen er wel niet van zouden denken. Zonder alles steeds te relativeren, zonder de spot die ik kende uit de journalistiek. Mijn verhuizing naar Limburg hielp me daarbij. Ik heb mijn schouders opgehaald en gemaakt wat ikzelf wilde lezen."

Haar moeder: "We hebben het er samen nooit over gehad, maar ik denk zelf aan geen enkele lezer tijdens het schrijven. Dat komt vast door mijn achtergrond. Heb je ooit gehoord van een schilder die denkt: wat zou mijn publiek ervan vinden als ik dit hier nu eens blauw maak? Dat isolement onder het werk vind ik prettig. En het is ook heel noodzakelijk, die aandacht puur en alleen op je boek."

De dochter: "Maar dan is het wel een schrik als het verschijnt en er gebeurt zoiets als deze prijs. Ontmoet je ineens lezers die zeggen: volgens mij zit er heel veel spiritualiteit in uw roman. Of je krijgt post van heren die hebben gelezen dat je alleen woont en zeggen dat ze dat zo goed begrijpen. En dat ze 'een goed glas wijn' met je willen drinken. Dus onder die tafel kruipen na zo'n prijs, dat gaat echt niet."

De nasleep, zegt ze, valt verder wel mee. "Limburg is voor de meeste journalisten te ver. En tot nog toe regent het niet van de uitnodigingen voor talkshows, nee." Klein lachje. "Ik ben wel bij 'De Wereld Draait Door' te zien geweest in een persiflage. Zag je die beelden van mij bij de uitreiking met een rare stem eronder die me in de mond legde: ik ben dus een vrouw en ik heb gewonnen. Ik ben dus een vrouw en ik heb gewonnen?"

U wordt meisje genoemd, al bent u bijna veertig.
"Het is nogal oppervlakkig allemaal. Er waren zelfs critici die toegaven mijn boek niet gelezen te hebben, en die toch hadden besloten dat ik niet mocht winnen. Niet dat ik ervan wakker lig, hoor. En ik wil ook niet ondankbaar lijken. Ik ben erg blij dat mijn boek nu veel meer lezers krijgt. Maar ga je beter schrijven van een prijs? Nee. Je gaat er ook niet slechter van schrijven. Als je de prijs niet wint, dan heeft niemand je van je talent beroofd."

Desgevraagd antwoordt haar moeder dat ze nooit last heeft gehad van dit soort mild seksisme. "Ik let er niet op. Merk het niet gauw."

"Maar jij", zegt de dochter, "zat nooit in het journaillewereldje. Ik herken het meteen. Toen ik bij HP/De Tijd kwam te werken, kreeg ik na een week de vraag of ik neukbaar was. Ik heb gelijk een heel stevig stuk gemaakt met drie Russische Afghanistan-veteranen over hun gruwelijke herinneringen. Zo moet je dat doen. Baf."

De moeder: "Natuurlijk heb ik ook wel bepaalde ervaringen. Zit ik met vrienden te eten, de een vertelt over zijn nieuwe roman, de ander over z'n opera. En niemand die op het idee komt om naar mijn werk te vragen. Moet ik dan mijn vinger opsteken? Gelukkig maar dat het me nauwelijks iets kan schelen."

De dochter: "Terwijl mijn moeder, daar hoor je nooit iemand over, vier lovende recensies in The New York Times heeft gekregen. Ik ben wel benieuwd hoeveel mediagenieke schrijvers dat kunnen evenaren."

Dat is zo prettig, zegt ze even later, van de schermsport. Schermen kun je tot op hoog niveau gemengd blijven doen.

Twinkelende blik: "Daar geldt wat een beroemde maître ooit heeft gezegd: onderschat nooit een vrouw met een floret in de hand."

Margriet de Moor (1941) studeerde piano en zang aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. In 1988 debuteerde ze met de verhalenbundel 'Op de rug gezien'. In 1992 kreeg ze de AKO-Literatuurprijs voor 'Eerst grijs dan wit dan blauw', haar eerste roman. Vorig jaar verscheen de lovend besproken roman 'De schilder en het meisje'. Margriet de Moor woont in Amsterdam.

Conservatorium - Slavische taal- en letterkunde
Marente de Moor (1972) studeerde Slavische taal- en letterkunde. Ze werkte als journaliste in Rusland en Amsterdam. Haar columns voor De Groene Amsterdammer werden gebundeld in 'Peterburgse vertellingen' (1999). In 2007 debuteerde ze als romanschrijver met 'De overtreder'. In 2010 verscheen 'De Nederlandse maagd', waarvoor ze op 31 oktober 2011 de AKO-Literatuurprijs ontving. Marente de Moor heeft een wekelijkse column in Vrij Nederland en woont in Schweiberg, Zuid-Limburg.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden