Wij bestaan uit verhalen, doceert de Schoolschrijver

Twee zwarte basisscholen in Amsterdam Nieuw West kregen de afgelopen maanden bezoek van Lydia Rood. De schrijfster trachtte de kinderen op eigen wijze warm te maken voor boeken en lezen. Dit weekeinde was het slot.

Het is knap benauwd in het kleine tentje op het Sloterplas Festival. Dat komt in de eerste plaats door de felle zon maar ook doordat het tentje vol kinderen en hun ouders zit. Ze zijn komen toestromen op de afsluiting van het project De Schoolschrijver en luisteren naar de zelfbedachte verhalen die de kinderen van de Timotheusschool in Geuzenveld en Community Center Einstein in Slotervaart voordragen.

De twee basisscholen in Amsterdam Nieuw West hebben de afgelopen vier maanden bezoek gehad van kinderboekenschrijfster Lydia Rood.

Rood kwam op beide scholen één keer per week een dag langs om de kinderen warm te maken voor boeken en lezen. „Maar als het aan mij had gelegen was ik elke dag met ze in de weer”, zegt Rood. De leerlingen denken er zo te zien precies zo over. De schrijfster wordt door de kinderen welkom geheten als die lievelingstante uit Marokko.

Want de twee basisscholen uit Nieuw West zijn compleet zwarte scholen en bestaan grotendeels uit Marokkaanse en, in mindere mate, Turkse jongens en meisjes, aangevuld met andere nationaliteiten.

In de taal is dat op het eerste gehoor niet te merken. De kinderen die zich rondom Rood verzameld hebben spreken loepzuiver Algemeen Beschaafd Nederlands. Rood: „Het is een mythe dat kinderen uit deze wijk geen Nederlands praten.”

Toch zijn deze scholen niet voor niets voor het project uitgekozen, erkent Rood volmondig: „Ik doe dit omdat het nodig is. Door de plattelandsachtergrond van de ouders van deze kinderen is sprake van een taalachterstand. Maar daar is Nieuw West niet uniek in. Ook in Drenthe doen ze aan leesbevordering.”

De Schoolschrijver is een idee van literair journalist en leesmoeder Annemiek Neefjes. Zij is een jaar geleden met het project begonnen. „Ik las zelf als kind veel en zag ook bij mijn eigen kinderen hoe verschrikkelijk gretig ze lazen en bij die boeken betrokken waren. Daar moet ook hier iets mee te doen zijn, dacht ik toen.”

Neefjes, die zelf in Oud-West woont, meende dat het betrekken van schooljeugd bij boeken in Nieuw West het meeste kan opleveren. „De schoolmethodiek is hier erg technisch gericht en het moet speels, wil je de kinderen meekrijgen. Wie kan dat beter dan een gerenommeerd kinderboekenschrijver?”

Lydia Rood: „Wij focussen vaak op het verkeerde. Hou toch eens op over die spelling! Ontdek eerst eens hoe je kinderen bij een verhaal kunt betrekken.”

Rood ontwikkelde inderdaad zo haar eigen methode om de jonge scholieren ’aan het boek’ te krijgen: „Mijn methode was lokken. Eigenlijk was ik een kinderlokker.”

Door overal boeken in de school neer te leggen met bordjes ’niet aankomen’ of ’gevaarlijk’ erbij, of door heksenverhalen te vertellen, wekte zij hun interesse en won hun vertrouwen.

Kinderen spaarden hun vragen of ideeën over boeken en verhalen op tot Rood weer langs kwam. „Aan het eind van de rit wilden alle kinderen in de schrijfgroep of in de jury, die bepaalde wie het beste verhaal had geschreven.”

En toen Rood een boekenspeurtocht organiseerde in de bieb, was vooraf de helft van de kinderen lid van de uitleendienst en achteraf allemaal.

De Schoolschrijver beperkte zich niet tot de leerlingen alleen. Ze leidde ook ouderbijeenkomsten over kinderboeken en de rol van taal en ging in discussie met leerkrachten.

„Ik ben daardoor heel anders gaan aankijken tegen de betrokkenheid van ouders bij hun kinderen. Die was ver boven mijn verwachting.”

Helemaal vlekkeloos verliep het experiment De Schoolschrijver volgens Rood overigens ook weer niet: „De bedoeling was dat docenten mijn taak zouden overnemen wanneer ik niet op de scholen was. Dat gebeurde te weinig, dat is niet goed afgestemd.”

De belangrijkste boodschap die Rood de kinderen, de ouders en de docenten wilde meegeven, is naar haar idee wél goed overgekomen.

„Wij bestaan uit verhalen. Alles wat wij doen in ons leven is verhalen maken. ’Wat voor taal ben jij?’, is een zin die ik tegen kwam. Daar zit alles in. Wat voor taal ben jij, wat voor verhaal ben jij? Dat is ook de gedachte achter De Schoolschrijver. Want als wij elkaar ergens toe willen krijgen, dan hebben wij allereerst de taal nodig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden