'Wij Afrikanen zijn tactisch niet streng'

Morgen begint de nieuwe voetbalcompetitie. In een serie laat Trouw vier buitenlandse spelers van vier continenten aan het woord over de manier waarop ze hun weg zochten in het Nederlandse voetbal en de Nederlandse samenleving. Vandaag deel 3: Rahim Ouedraogo, Burkinees van FC Twente.

HENGELO - Beleefd voldoet de Afrikaanse middenvelder van FC Twente aan het verzoek van de fotograaf om de bal hoog te houden, met de voet en later met het hoofd. Hij toont zich er niet bovenmatig handig in, maar met gêne vervult hem dat niet. ,,Niets meer voor mij'', zegt Rahim Ouedraogo (22). ,,Ik houd van het directe spel.''

Hij was een jaar of veertien, vijftien toen hij met vrienden in Burkina Faso een wedstrijd van Ivoorkust zag. Een Ivoriaanse middenvelder, Serge Magui, viel hem op. ,,Alles deed hij met een of twee keer raken. Hij was de beste van het elftal.'' Zijn maten schamperden erom. Kalou, later Feyenoords te vaak ondoelmatige dribbelaar uit Ivoorkust, dát vonden zij een goede voetballer.

De jonge Rahim liet zich niet van zijn stuk brengen. Hij wist wat hij wilde én, toen al, wat nodig was om zijn droom te verwezenlijken: prof in Europa worden. Geen exotische pingelaar, maar de secure Argentijnse strateeg Redondo werd zijn favoriete speler. Nu bewaakt Rahim het hart van het middenveld van de Burkinese nationale ploeg. ,,Wij Afrikanen zijn tactisch niet streng. Je ziet aankomen dat het fout gaat en toch gebeurt het.''

In dat opzicht waren de westerse beginselen hem al eigen toen Rahim op 17-jarige leeftijd naar Enschede kwam. De sportieve aanpassing viel hem niet zwaar. ,,Ze vinden me hooguit op de training soms te hard.'' Met eerbied spreekt hij over Song, de roekeloze Kameroense international die de typische wijze van Afrikaans verdedigen belichaamt. ,,Zó hoort het. Ik speel gewoon hard.''

Hij zegt het met een brede lach. Rahim Ouedraogo is een goedlachse jongeman, wiens tanig gebouwde lichaam bovenal zijn doorzettingsvermogen uitstraalt. Te veel Afrikanen vergeten gaandeweg waar ze het werkelijk voor doen en dan vallen ze weg, analyseert hij. Hij is van plan dat niet te laten gebeuren. Hij heeft zijn moeder in Burkina Faso al een nieuw huis kunnen schenken, maar daarmee is de missie niet voltooid. Er is met zijn geld nog genoeg te doen: ervoor zorgen bijvoorbeeld dat zijn neven en nichten in Afrika verantwoorde opleidingen kunnen volgen.

Rahim groeide op in Bobo-Dioulasso, de tweede stad van Burkina Faso. Armoede kende hij niet. Elke vakantie grijpt hij aan om er terug te keren, en zich aan het zorgeloze leven te laven. Onlangs verbleef hij er zes weken: vier met de nationale ploeg die zich kwalificeerde voor de Afrika Cup van begin volgend jaar en twee thuis in Burkina Faso. ,,Het was te kort. Ik zie er al m'n familie en vrienden weer. Ik begin Nederland te begrijpen, maar dáár voel ik me toch het prettigst. De banden zijn nog even hecht.''

Hij vertelt zijn moeder dat in Nederland iedereen zijn mening maar mag verkondigen. ,,Alles is vrij. Soms te vrij, ja.'' Nog meer onbegrip oogst hij bijvoorbeeld als hij zegt dat er soms openlijk op straat wordt gezoend. ,,Ik keek er in het begin heel vreemd van op. Dat hoort bij ons niet. Waarom weet ik niet eens. Je dóet het gewoon niet.''

,,Het is toch vreemd? Je zit in de trein en tegenover je gaan er twee aan elkaar zitten. Kunnen ze daar niet mee wachten? Wij beschouwen dat als intimiteit en dat behoort tussen de vier muren van het huis. Hetzelfde geldt wat mij betreft voor het geloof.''

Rahim is moslim, maar van de hedendaagse polarisatie houdt hij zich verre. ,,Pim Fortuyn noemde de islam een achterlijke cultuur. Dat was zijn mening, ik zal daar niets van zeggen. Het is beter om niet over het geloof van een ander te praten. Je moet het simpelweg respecteren. Ik bid, ook voor een wedstrijd. Niet zo openlijk als sommige andere spelers, maar ik zal ze er niet om veroordelen. Ik bid niet voor de winst, maar ik vraag Allah mij ongekwetst te laten. Als ik toch geblesseerd raak moest het zo zijn.''

De standvastige Afrikaan voelt zich geaccepteerd in het Twentse land, waar hij toevallig belandde. Met zijn zwager, student aan de technische universiteit van Enschede, meldde hij zich bijna zes jaar geleden op goed geluk bij FC Twente. Hoofd opleidingen Issy ten Donkelaar was snel van zijn talent overtuigd. Hij nam de tiener zelfs een jaar in huis. Rahim werd als een zoon voor Ten Donkelaar en diens vrouw. ,,Ze doet nog steeds de was voor me. Zonder hen had ik het mogelijk niet gered. Ik heb zware momenten gehad.''

Inmiddels is hij zelfs al kampioen geworden, als huurling met FC Zwolle in de eerste divisie. Zeer verbaasd was hij toen trainer Krabbe desondanks werd ontslagen. ,,Ik heb hem meteen gebeld. Hij verdiende een kans in de eredivisie. Ontslagen na een kampioenschap met een kleine club omdat een paar spelers dat zouden willen, onbegrijpelijk!''

Maar dankbaarheid en het besef van het gerief in Nederland winnen het van de verwondering. Rahim is in afwachting van de komst van zijn Burkinese vrouw, met wie hij in juni trouwde. Ze willen kinderen. ,,En dan geven we ze een gecombineerde opvoeding. Het beste van twee culturen, dat is toch het mooiste? De vrije mening van jullie, het op tijd komen ook en het losse leven van ons: met vrienden en familie gezellig bij elkaar. Dat moet complementair kunnen zijn.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden