Wiep van Apeldoorn 1914-2007

Wiep van Apeldoorn hield nachtmerries over aan de oorlog. Hij nam zichzelf kwalijk dat hij het had overleefd, en zijn makkers niet.

Een gereformeerd predikantsgezin waarvan de echtgenoot zoetjesaan vrijzinniger wordt, meer sociaal bewogen, de kant uit groeit van de Woodbrookers. En, nog pikanter: de gouvernante raakt zwanger van hem. Het leidt tot een echtscheiding. Het gezin, met vier jonge zonen, valt uiteen.

In dat gezin was Wiep van Apeldoorn in 1914 als jongste geboren. En Wiep koos, zo jong als hij was – hij zat nog op de lagere school – voor zijn moeder. Twee andere broers gingen aanvankelijk ook met haar mee, naar Soest. Maar zij keerden toch naar hun vader terug, in Friesland.

Wiep niet. Met zijn moeder heeft hij altijd een hechte band gehouden. Met zijn vader kreeg hij pas decennia later weer contact: na de oorlog, toen z’n vader Neuengamme had overleefd. Maar het contact duurde niet lang: vader overleed in 1951.

Wiep van Apeldoorn gaf het niet graag toe, maar zijn sociale bewogenheid had hij van zijn vader. Al op de middelbare school was hij politiek bewust. Een paar jaar later, hij was inmiddels activist van de Communistische Partij Holland (een voorloper van de latere CPN), overweegt hij om in de Spaanse Burgeroorlog te gaan meevechten, tegen Franco. Hij gaat uiteindelijk niet. „Jij bent belangrijker als denker dan als doener’’, zeiden ze in de partij tegen hem.

Als Nederland nog wat later door de Duitsers wordt bezet, raakt hij bij het communistische verzet betrokken. Maar van een keurig geordend overzicht van zijn eigen heldendaden is het na de oorlog nooit gekomen, zoals hij ook nooit zin heeft gehad zich te laten decoreren.

Pas 35 jaar nadien schreef hij überhaupt iets over de oorlog op – en toen had hij het niet over zichzelf. In het boekje ’Geen afscheid’, (zie ook www.gramschap.nl/ga/ga.html) had hij het over de onbekende helden met wie hij had samengewerkt, maar die het niet hadden overleefd. Alleen tussen de regels wordt duidelijk hoe vaak en hoe sterk hij zijn eigen leven op het spel zette. Maar zo bekeek Wiep van Apeldoorn het niet. Hij is zichzelf altijd kwalijk blijven nemen dat hij de oorlog wel had overleefd.

Hij hield er ook levenslang nachtmerries over. Om de zoveel tijd beleefde hij ’s nachts opnieuw hoe hij was verhoord en gemarteld – zo kwam het dat zijn ene oog het bijna niet meer deed. Soms sliep hij een tijdje goed, maar in moeilijke periodes kwamen de dromen terug. Toen zijn oudste zoon in 1968 bij een motorongeluk om het leven kwam, bijvoorbeeld.

Tussen de CPN en hem liep het begin jaren vijftig fout. Hij was inmiddels hoofdredacteur van het CPN-blad ’Voorwaarts’. De verheerlijking van Stalin zinde hem al vroeg niet. Geheel in de CPN-traditie werd hij geroyeerd. Dat werd hem niet luid en duidelijk verteld, maar opeens werd de contributie niet meer opgehaald en wilde niemand meer met hem praten. Hij werd bouwkundig opzichter. Politiek gezien bleef hij altijd links. „Ik ben marxist”, zei hij. Dat betekende: altijd bezig met eerlijke verdeling, tegen onrechtvaardigheid. En, altijd kritisch. Als zijn studerende kinderen thuis navertelden wat hun docenten ergens over zeiden, het naar zijn smaak te zeer voor zoete koek slikten, maande hij ze om vooral ook zelf na te denken.

In het gezin dat hij zelf stichtte heerste een atmosfeer van ’er zijn belangrijker dingen om je druk over te maken’. De inrichting van het huis was minder belangrijk dan de vele, vele boeken – waaronder half verkoolde, uit de tijd van de nazi-boekverbrandingen. Zo vonden hij en zijn vrouw ’officieel getrouwd zijn’ ook minder belangrijk dan hun relatie zelf. Van een officieel huwelijk kwam het pas in 1977. En zo zaten zijn vrouw en hij er evenmin mee dat hij, kort na de oorlog, ook bij een andere vrouw een zoon gekregen had hoewel zijn vrouw, al tijdens de oorlog, een eerste kind had gekregen. Op zijn motorfiets reed hij heen en weer tussen de twee gezinnen: drie dagen bij het ene, vier bij het andere.

„Je kunt dat alleen begrijpen als je die tijd hebt meegemaakt”, zei hij er zelf later over – want de andere vrouw had haar geliefde in de oorlog verloren. „Ik hou nou eenmaal van Wiep”, zei zijn vrouw. Misschien dat het onburgerlijke communistische milieu wat toleranter stond tegenover twee gezinnen, maar ook in die kringen ging zoiets zelden goed. Bij Wiep van Apeldoorn wel. „Ik denk dat dat komt omdat hij alles in zijn hoofd altijd buitengewoon zorgvuldig afwoog”, zegt de zoon uit het tweede gezin.

Hij was het tegendeel van glad.

People skills, die had hij niet zo. Maar het was of mensen dat nu juist zo mooi aan hem vonden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden