Wiens beul is Demjanjuk?

28 april 1988 werd John Demjanjuk door een Israelische rechtbank ter dood veroordeeld. Het hof had geen enkele twijfel dat hij 'Iwan de Verschrikkelijke' was, de beestachtige bewaker van de gaskamer van Treblinka, schuldig aan de moord op honderdduizenden Joden. Deze week 15 januari zal het Hooggerechtshof opnieuw een zitting wijden aan het hoger beroep van John Demjanjuk. Meer dan vijf jaar na het begin van het proces zijn de vijf opperrechters, de advocaat van de veroordeelde en de aanklager er nog altijd niet uit. Al twee maal zijn de zittingen door het Hooggerechtshof verdaagd en intussen duiken nieuwe documenten op die de vraag doen rijzen of Israel niet toch de verkeerde man in handen heeft. Niet dat die uitwijzen dat John Demjanjuk de onschuldige Oekraiense boer is, zoals hij de Amerikaanse autoriteiten wilde doen geloven. Ook hijzelf heeft al toegegeven dat dat "een leugentje" was. Wellicht zal blijken dat Demjanjuk niet de bewaker van de gaskamer in Treblinka was, waar tijdens de tweede wereldoorlog 860 000 Joden werden vermoord, maar een 'eenvoudige' bewaker in dat andere vernietigingskamp, een slordige honderd kilometer verder, Sobibor, waar 250 000 Joden zijn vergast.

Zestig mensen hadden de verschrikkingen overleefd - haast iedereen verdween in Treblinka meteen in de gaskamers. Vijf stonden oog in oog met 'hun beul' in de stampvolle rechtszaal. Zoals een gepensioneerde Israelische rechter onlangs opmerkte was het geen proces, maar een nationale voorstelling. Tot dan had er in Israel slechts een maal een dergelijk proces plaatsgevonden, het proces tegen Adolf Eichmann, een kwart eeuw eerder. De verschrikkingen van de holocaust waren toen nog vers. Terecht stond een top-nazi, wiens proces een alomvattend beeld gaf van de holocaust, van de systematische vernietiging van zes miljoen Joden. Het was in zekere zin een historische afrekening van de erfgenamen van de slachtoffers met het nazisme. Een kwart eeuw later, bij het proces tegen Demjanjuk speelden andere elementen. Het proces, zo viel in de kranten te lezen, was vooral 'van educatief belang' voor een generatie die de holocaust niet had meegemaakt. Ook stond hier een ander soort man terecht, een 'kleine schakel' in dat vernietigingsproces, een sadistische beul. Het was bovendien een man wiens identiteit niet onomstotelijk vaststond.

Toen John Demjanjuk op 28 februari 1986 aan Israel werd uitgeleverd deed hij een poging bij aankomst op het vliegveld de grond te kussen. De automonteur van de Fordfabriek in Cleveland, Ohio, was een gelovig man, een devoot katholiek, lid van de Oekraiens-orthodoxe gemeente. Hij had een grimas op zijn gezicht, die onwezenlijk aandeed. Hij hield vol dat het allemaal op een vergissing berustte, dat hij binnenkort weer gewoon naar zijn tweede vaderland zou terugkeren. In november van datzelfde jaar werd hij de rechtszaal binnengeleid. Zaak 37 386: de staat Israel tegen John Demjanjuk.

Begin jaren vijftig was Demjanjuk in de naoorlogse immigratiegolf naar Amerika geemigreerd samen met zijn vrouw Wera, die hij aan het eind van de oorlog in een gevangenenkamp had ontmoet. De Demjanjuks behoorden tot de vele Oekrainers die Amerika tot hun nieuwe vaderland wilden maken. Het lukte ze aardig. Het gezin leefde in een leuk huisje in een buitenwijk van Cleveland. Demjanjuk besloot na jaren zijn moeder in de Oekraine te schrijven dat hij nog in leven was en het goed maakte. De vrouw, die haar zoon doodgewaand had en een maandelijkse uitkering kreeg als moeder van een soldaat die was gesneuveld in het Rode Leger, lichtte keurig de autoriteiten in.

In 1969 bracht Wera Demjanjuk met haar tien jaar eerder verkregen Amerikaanse paspoort een bezoek aan haar land van herkomst. Het is nog altijd onduidelijk of die reis dan wel de aangifte van de plichtsgetrouwe moeder de Sovjet-autoriteiten ertoe bracht in de archieven te duiken. Zij kwamen de naam Demjanjuk tegen in de getuigenissen van een kampbewaker van Sobibor, die Iwan Demjanjuk noemde als een goede vriend in het kamp. Samen waren ze, na Sobibor, overgeplaatst naar Flossenburg in Duitsland, waar ze politieke gevangenen bewaakten.

Later werd ook nog een document gevonden dat een centrale rol zou spelen in het proces: een identiteitskaart van ene Iwan Demjanjuk, met foto, uitgegeven door het SSopleidingskamp in Trawniki. De gegevens werden in de lokale pers gepubliceerd en naar Amerika opgestuurd. Bij het Amerikaanse bureau voor speciaal onderzoek (OSI) arriveerde ook een brief van een Oekrainer die uit de pers en de archieven een lijst had opgesteld met namen van Oekrainers, die voor de de nazi's hadden gewerkt. De OSI toonde de foto van Demjanjuk aan overlevenden uit Sobibor. Niemand herkende hem.

Ook in Israel identificeerde geen van de overlevenden de bewaker uit Sobibor. De verrassing was des te groter toen een overlevende uit Treblinka op de foto wees en uitriep: "Dat is Iwan de Verschrikkelijke." In het proces zou dezelfde getuige in een dramatische confrontatie met 'Iwan' uitroepen: "Ik herken die moordlustige ogen."

Andere Treblinka-overlevenden kregen foto's voorgeschoteld en herkenden in Demjanjuk de man uit hun nachtmerries. Tijdens het proces zou de verdediging beweren dat die identificatie niet volgens de regels was geschied.

De Amerikanen hadden voor het ongeldig verklaren van Demjanjuks staatsburgerschap weinig anders nodig dan het bewijs dat dit onrechtmatig was verkregen. Tijdens de rechtszittingen in de VS werd al snel de versie aangehangen, die later ook door de Israeliers werd verkondigd en gebaseerd was op de getuigenverklaringen: Demjanjuk was Iwan de Verschrikkelijke. De getuigenis die de man juist in Sobibor plaatste werd ondergeschikt en als ongeloofwaardig afgedaan. De aanklager wist zich gesterkt door de enorme gaten in de derde versie, die van Demjanjuk zelf. Zijn 'alibi' rammelde.

Demjanjuk houdt tot op de dag van vandaag vol dat hij nooit bij de SS heeft gediend. Zijn verhaal luidt dat hij weliswaar had gelogen bij zijn aanvraag voor een visum voor de VS en later voor het Amerikaanse staatsburgerschap. Hij had de Amerikanen verteld dat hij boer was geweest in de buurt van het Poolse plaatsje Sobibor. In feite was hij in 1940 opgeroepen voor het Rode Leger, gewond geraakt en had hij in verscheidene ziekenhuizen gelegen. Uiteindelijk keerde hij terug naar zijn bataljon, bij Kersh op de Krim. Daar viel hij in mei 1942 in handen van de Duitsers. Achttien maanden lang had hij moeten turfsteken in een krijgsgevangenkamp in Polen. Daarna had hij gevochten in het leger van de overgelopen Russische generaal Wlassow, die zij-aan-zij vocht met de Duitsers tegen het Rode Leger. In 1945 kwam hij terecht in een kamp voor ontheemden. In Treblinka was hij nooit geweest, in Sobibor evenmin.

Bij zijn verhoren raakte hij verstrikt in de tegenstrijdigheden. Data noch plaatsen bleken te kloppen. Namen van medegevangenen herinnerde hij zich niet. Zijn diensttijd bij generaal Wlassow klopte niet met de historische data.

De Amerikanen en Israeliers maakten een andere reconstructie. Demjanjuk was inderdaad krijgsgevangen genomen, maar vanuit Rovno was hij naar Trawniki doorgestuurd. Daar kreeg hij zijn opleiding tot SS-Wachmann. De toekomstige bewakers van de vernietigingskampen mochten 'oefenen' op levend materiaal, gevangen genomen Joden. 'Demjanjuk' werd vervolgens doorgestuurd naar het vernietigingskamp Treblinka, waar hij bekend stond als Iwan de Verschrikkelijke, de beul die er een sadistisch genoegen in schepte zijn slachtoffers dood te martelen.

Sinds John Demjanjuk op 19 april 1988 het doodvonnis tegen zich hoorde uitspreken is er nieuw bewijsmateriaal boven water gekomen, al beweert de verdediging dat dat al eerder bekend was, maar expres door Israel en de VS is achtergehouden. Het gaat onder meer om notulen - vrijgegeven door de KGB - van 21 rechtszaken tegen soldaten van het Rode Leger die in handen van de Duitsers vielen en als hulpjes van de SS dienden .

Daarnaast heeft de aanklager ook fors gespit in de Duitse staatsarchieven in Koblenz, waar hij de namen en serienummers aantrof van de SS-Wachmanner, die in Trawniki zijn opgeleid. Het serienummer van Iwan Demjanjuk is 1393. Daarmee wordt eigenlijk de authenticiteit van de tijdens het proces omstreden Trawniki-kaart bevestigd. Die identiteits-kaart, door de Sowjets aan de Amerikanen verschaft, stond maandenlang centraal in het proces, omdat het een van de weinige bewijzen was dat Demjanjuk wel degelijk een opleiding tot SSkampbewaker had genoten.

De verdediging betoogde dat de kaart een vervalsing was, een opzettelijke poging van de SowjetUnie tot persoonsverwisseling.

De aanklager heeft nu dus gelijk gekregen, maar daarmee tegelijkertijd ongelijk. Want volgens diezelfde lijsten heeft Demjanjuk inderdaad zijn opleiding in Trawniki gekregen, alleen werd hij niet naar Treblinka maar naar Sobibor doorgestuurd. Mocht dit zo zijn dan is het geen wonder dat Demjanjuk nooit met een geloofwaardig alibi is gekomen. Later kwam hij, alweer volgens de nieuwe gegevens, in Flossenburg en Regensburg terecht. Treblinka komt niet in zijn papieren voor.

Demjanjuk had bij zijn immigratieaanvraag voor de Verenigde Staten, in het begin van de jaren vijftig, Marsjenko als naam van zijn moeder opgegeven. Dat was, volgens de getuigenissen, ook de achternaam van de man die bekend stond als Iwan de Verschrikkelijke. Nikolaj, de tweede man die in de gaskamers werkte, had in zijn verhoor door de Sowjets na de oorlog ook de naam Marsjenko, een in de Oekraine veel voorkomende naam, genoemd als de achternaam van zijn partner. Naar eigen zeggen had Demjanjuk die naam ingevuld omdat hij de meisjesnaam van zijn moeder niet meer wist en zich schaamde niets in te vullen. De aanklager zag er meer dan toeval in en voerde het als nog een indicatie aan dat Demjanjuk en Marsjenko een en dezelfde waren. Naar nu bekend is was de meisjesnaam van zijn moeder Tabasjoek.

Volgens de nieuwe documenten arriveerde Iwan Marsjenko eind 1941 in Treblinka. Demjanjuk zou - ook volgens de Israelische versie - pas in mei 1942 door de Duitsers gevangen zijn genomen. Verleden jaar augustus verscheen er in het Israelische weekblad Haolam Haze een foto, gemaakt in Trawniki, waarop ene Wachmann Tkasjoek met pistool in de hand staat afgebeeld en een langere figuur, die op een doel richt. Tkasjoek had de foto als souvenir naar zijn zoon gestuurd, maar zijn Russische ondervragers verteld dat hij zich de naam van de tweede man niet herinnerde. In een ander proces identificeerde een andere Wachmann die tweede man als Iwan Marsjenko, oftewel Iwan de Verschrikkelijke uit Treblinka. De man toont geen gelijkenis met Demjanjuk. Alweer volgens de getuigenissen moet Iwan ergens tussen de 25 en 30 jaar oud zijn geweest, ouder dus dan de in 1920 geboren Demjanjuk. Iwan Marsjenko had een litteken op z'n wang of z'n nek en had donker haar. Demjanjuk is blond.

In augustus verleden jaar bleek de Israelische aanklager, die zelf de foto van de Sowjet-autoriteiten had gekregen, niet meer zeker van zijn zaak. Had tot dan de verdediging in hoger beroep telkens om uitstel gevraagd, nu was het de aanklager die tijd nodig had om nieuw materiaal te bestuderen.

Een van de rechters vroeg de aanklager of hij ook om uitlevering van Demjanjuk zou hebben gevraagd als duidelijk was geweest dat het alleen om de misdaden ging die in Sobibor of Trawniki waren begaan. Het antwoord van de aanklager luidde: "Er is geen moreel verschil of Demjanjuk een Joods kind in Sobibor de gaskamers heeft ingeduwd of in Treblinka."

Volgens de oorspronkelijke aanklacht kan Demjanjuk vervolgd worden voor misdaden begaan in andere plaatsen. Als het hof nieuw bewijsmateriaal toelaat, zoals het tot nu toe heeft gedaan, kan het proces tegen John Demjanjuk een verrassende wending krijgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden